Een interview met Jan Geurtz
Jan Geurtz studeerde Nederlands, Orthopedagogiek, Onderwijskunde en Wetenschapsfilosofie en is vooral geïnspireerd door het boeddhisme. Na een leven vol geluk en ellende, zoals diverse liefdesrelaties, het opvoeden van vier kinderen, ettelijke verslavingen, vele drukke baantjes en banen, een gigantische burn-out, een scheiding, saaie en interessante studies, verschillende therapieën en trainingen, kortom, na een heel gewoon leven, begon hij op 45-jarige leeftijd mensen van het roken af te helpen.
Hij was zelf net gestopt met roken en was daar ontzettend blij mee. Hij volgde een opleiding tot trainer, dus het leek hem leuk zijn eigen stoppen-met-roken-training te beginnen. Die sloeg meteen aan, en na een jaar schreef hij een boek over stoppen met roken (De opluchting, 1996), dat inmiddels een bestseller is. Door die bekendheid kreeg hij gaandeweg verzoeken om hulp bij andere verslavingen. En toen begon hem een patroon op te vallen in al die verslavingsproblemen. Daarover gaat het boek De verslaving voorbij. “In die tijd voerde ik individuele gesprekken met mensen om ze te helpen stoppen met hun verslaving. Tijdens die gesprekken ging het vaak over de diepere oorzaken van de verslaving en daaruit bleek dat het vaak al in de jeugd begint. Zo ontstond het boek Het einde van de opvoeding. Dit gaat over hoe het negatieve zelfbeeld en de neiging tot het afwijzen van onszelf ontstaat. En toen ik dat eenmaal doorhad, merkte ik dat bij het aangaan van relaties hetzelfde verslavingsmechanisme een grote rol speelt. Veel mensen zijn geneigd zich afhankelijk te maken van hun partner en zo ontstaat er steeds minder ruimte voor liefde omdat de angst voor verlating steeds meer ruimte in gaat nemen. Die angst wordt dan uiteindelijk de voornaamste reden om bij elkaar te blijven. Dit is de hoofdgedachte in het boek Verslaafd aan liefde (2009). Dit is mijn meest bekende boek.”
In dit boek speelt het boeddhisme een belangrijke rol.
“In 1998 kwam ik in aanraking met het boeddhisme en dit is gaandeweg steeds meer verweven geraakt met de kennis over verslavingen die ik had opgebouwd. Het boeddhisme heeft het niet specifiek over verslaving, maar eigenlijk gaat het hier om hetzelfde, namelijk verslaafd zijn aan je eigen identiteit. Verslaving en spiritualiteit zijn bij elkaar gekomen in de boeken Verslaafd aan liefde en Verslaafd aan denken. En onlangs is het vervolg op Verslaafd aan liefde uitgekomen: Bevrijd door liefde. Dit is eigenlijk het praktijkboek dat bij Verslaafd aan liefde hoort. Sinds het uitkomen van dit boek kreeg ik heel veel e-mails en vragen van mensen met relatieproblemen en eenzaamheidsproblemen. Daarnaast geef ik cursussen en workshops over relaties, liefde en spiritualiteit en, dit alles heeft me zoveel praktijkvoorbeelden opgeleverd, dat het praktijkboek niet kon uitblijven.”
Je boeken gaan dus eigenlijk uit van je eigen ervaringen en van wat je zag in de praktijk?
“Dat klopt. En dat is misschien ook de reden dat de boeken aanspreken. Ze gaan over dingen die iedereen herkent en ik probeer dit helder uiteen te zetten.”
Naast het schrijven van boeken geef je cursussen en workshops.
“Ik geef inderdaad jaarcursussen om mensen te leren mediteren op de manier die in de boeken wordt omschreven. Mediteren is een manier om op een andere manier naar je eigen gedachten en gevoelens te kijken, zodat je er niet in verstrikt raakt. Eigenlijk is het een soort school voor meditatie en spiritualiteit, want er is een eerste jaar, een tweede en derde jaar. Daarnaast is er nog de cursus Spirituele Relaties die gaat over liefde en relaties, en een workshop van twee dagen waarin ik mensen wil leren hoe je meditatietechnieken kunt gebruiken bij zelfafwijzing. Hoe kun je zelfafwijzing zien zonder jezelf af te wijzen? Daar gaat het om. Wat vaak gebeurt als mensen doorhebben dat ze zichzelf afwijzen, is dat ze hiertegen gaan vechten en enorm hun best gaan doen om van zichzelf te houden. Dit is een geforceerde vorm, die soms wel een klein beetje verbetering oplevert ten opzichte van zwelgen in je zelfafwijzing, maar het blijft een soort identiteit, een soort ego. Op bepaalde momenten lukt het niet om dit vol te houden en dan ben je toch jezelf aan het afwijzen. En als je dit ziet, wijs je jezelf vaak af over het feit dat je jezelf afwijst. Dit komt vaak voor, zeker nu veel mensen bezig zijn met bewustwording. Een van de dingen waar ze zich bewust van worden, is hun zelfafwijzing en dat stoort. En dan gebeurt het dat mensen zich stom of zwak vinden, omdat ze zich ervan bewust worden dat ze niet van zichzelf houden. Dit is een van de meest voorkomende valkuilen, als we het hebben over persoonlijke en spirituele ontwikkeling.
Ik zie dat de meeste mensen vol goede moed beginnen aan hun pad van ontwikkeling en dat ze blijven steken in het hun best doen om anders te willen zijn dan ze waren en zichzelf te verbeteren. En nogmaals, dit levert tot op zekere hoogte resultaat op. Als voorbeeld: je kunt jezelf beter assertiviteit aanleren dan elke keer over je heen laten lopen. Alleen is die assertiviteit nog steeds een soort onderdeel van het ego: nu moet je assertief zijn op straffe van die zelfafwijzing. Als je even niet assertief bent, vind je jezelf meteen weer een mislukking. En daaruit blijkt dat het nog steeds om het ego draait. Het ego is eigenlijk dat gedrag dat je moet vertonen om te voorkomen dat je jezelf afwijst. Het ego vindt dat je eigenlijk altijd groot, sterk, slim en onafhankelijk moet zijn, om maar wat voorbeelden te noemen. Er zijn mensen die zich daar heel erg goed in getraind hebben. Die mensen hebben misschien een gezond ego, maar dat is niet per se een bevrijding. In mijn boeken komt dit vaak naar voren. Hierin zit het belangrijkste onderscheid tussen psychologische therapie en spirituele ontwikkeling. Psychologische therapie is er eigenlijk op gericht om het ego gezonder te maken. En mensen kunnen hier veel baat bij hebben. Ik denk echter dat dit altijd maar tot op zekere hoogte is en op straffe van zelfafwijzing. Spirituele ontwikkeling overstijgt het systeem van het ego. Door spirituele ontwikkeling verdwijnt de hele zelfafwijzing, ongeacht je gedrag. Er is geen zelfafwijzing meer over welk gedrag dan ook.”
Hoe zou je als therapeut kunnen werken aan het overstijgen van het ego?
“Natuurlijk moet je daar als therapeut wel behoefte aan hebben. Voor heel veel mensen is die psychologische ontwikkeling voldoende. Die hebben die spirituele aspiratie niet, soms doordat ze te weinig ellende meemaken of hebben gemaakt. Hun ego is succesvol genoeg om hun leven (voorlopig) goed genoeg door te komen. De behoefte aan spirituele ontwikkeling vloeit meestal voort uit het (gedeeltelijk) falen van het egosysteem. Eigenlijk zijn dit vaak meer neurotische mensen; mensen met meer angsten, meer onzekerheden, meer zelfafwijzing, die hier al een tijdje mee hebben geworsteld en hebben geprobeerd met onder andere psychologische therapie hierin verder te komen. Vervolgens komen ze in aanraking met spirituele ontwikkeling die veel ruimer is en veel vriendelijker, omdat deze oordeelvrij is. Natuurlijk kun je ook geïnteresseerd raken in spiritualiteit zonder dat je zelf in de problemen zit, maar vaak is er wel een relatie. Eckhart Tolle zegt dat voor de meeste mensen ellende hun eerste spirituele leraar is. En dat gold voor mijzelf eigenlijk ook, terwijl ik geen extreme ellende heb meegemaakt.
Om mensen te helpen met hun spirituele ontwikkeling is het allerbelangrijkste dat je hier zelf ook mee bezig bent. Je kunt niet overdragen wat je niet eerst zelf gerealiseerd hebt. Bij een spirituele therapeut vindt een verschuiving plaats van ‘mijn cliënt heeft een probleem en ik help hem dat op te lossen’ naar ‘mijn cliënt heeft een probleem, maar daaronder zit iets volmaakts en daar probeer ik hem weer mee in contact te brengen’. In dat laatste geval help je iemand niet zijn probleem op te lossen; dat moet hij zelf doen en dat kan hij ook zelf. De essentie van spiritualiteit is eigenlijk het in contact komen met een soort volmaakte natuur die we allemaal in ons hebben, maar die versluierd is door het ego. Als coach of therapeut kun je hiertoe inspiratie overdragen als je jezelf hier ook mee hebt bezig gehouden. Je kunt bijvoorbeeld de methode van het kijken naar in plaats van het identificeren met emoties overdragen.
Vervolgens staat of valt spirituele ontwikkeling met of je bereid bent om te oefenen. Wil je regelmatig thuis gaan oefenen om een of meer keer per dag te mediteren en jezelf even af te zonderen om te kijken naar je eigen geest en je eigen gedachten en gevoelens? En dit op een manier die geleidelijk leidt tot de-identificatie. Het betekent niet dat een therapeut daarnaast niet ook op egogebied dingen kan aanreiken. Als iemand altijd over zich heen laat lopen, blijft het gunstig om hem assertiviteit bij te brengen. Ik denk dat als je beide benaderingen kunt combineren (psychologische en spirituele), je iemand leert een gezonder ego meteen ook te relativeren. Je helpt iemand assertiviteit te ontwikkelen met enige humor. Je laat iemand zien dat hij niet werkelijk diegene is die assertiever moet worden en dat het helemaal niet erg is dat hij of zij niet altijd assertief is. En dat is het belangrijkste: ophouden met oordelen over of het wel of niet lukt om assertief te zijn en tegelijkertijd te genieten van als het wel lukt assertief te zijn. In de spiritualiteit zeggen ze ook wel dat je zowel op absoluut als relatief niveau werkt. Het absolute niveau is op een andere manier leren kijken naar je geest en het relatieve niveau is het vervangen van patronen die je ellende opleveren door patronen die je geluk opleveren.”
Kun je wat meer vertellen over mediteren?
“In meditatie heb je globaal gezien twee stromingen. Bij de eerste is meditatie alles wat je doet om de geest te kalmeren. Dit is wat tegenwoordig ook het meest populair is en wat soms ook wel wordt aangeduid als mindfulness. In feite is dit een soort aandachtstraining. Je leert je aandacht bij 1 ding te houden, door een bodyscan of door je ademhaling te volgen bijvoorbeeld. Dit is een prima methode. Je ego wordt gezonder en kalmer, maar deze methode helpt je niet je ego te overstijgen. Bij de tweede stroming is meditatie erop gericht de essentie van je eigen geest te herkennen. Deze wordt ook wel aangeduid als boeddha-natuur, de natuurlijke staat van zijn of non-dualisme. Dit zijn allemaal termen die gebruikt worden voor hetgeen we werkelijk zijn achter de versluierde staat van het ‘ik’. In de praktijk worden deze twee stromingen van meditatie niet altijd van elkaar onderscheiden. Als je op zoek bent naar spirituele ontwikkeling, bereik je het beste resultaat door beide te combineren; dus door én je geest te kalmeren én je essentie te zien. Je kunt het kalmeren van de geest ook niet overslaan om direct door te gaan naar het zien van de essentie, want dan is de geest gewoon te druk om naar zichzelf te kijken. Kalmeren is niet het doel, maar een hulpmiddel. Tegenwoordig wordt mindfulness in de gezondheidszorg vaak gebruikt om de geest te kalmeren, bijvoorbeeld bij depressiviteit. Ik heb ook ergens gelezen dat in het Amerikaanse leger sluipschutters een mindfulnesstraining krijgen. En dat klinkt inderdaad heel logisch. Daaraan kun je ook duidelijk zien dat deze vorm van meditatie op zichzelf niet gericht is op spirituele ontwikkeling.“
Wanneer ben je zelf begonnen met mediteren?
“In 1998 kwam ik in aanraking met het boeddhisme. Het mediteren heb ik toen nog twee jaar uitgesteld. Ik had hier helemaal geen zin in en het leek me toen tijdverspilling om te gaan zitten en niks te doen. De eerste twee jaar heb ik vooral gelezen en gestudeerd, want ik was enorm gefascineerd door die spirituele kennis. Op den duur begon ik te snappen dat er toch ook geoefend moest worden. In 2000 begon ik voorzichtig te oefenen. Eerst vijf minuten en dat breidde zich uit. In het begin was het voornamelijk het kalmeren; gaan zitten, je ademhaling volgen en je kapot ergeren aan de drukte van je geest en de pijn in je rug van het zitten. Geleidelijk aan begon ik het leuker te vinden. Ik merkte dat het lukte om wat meer tot rust te komen en onder invloed van lessen en studie merkte ik, dat mijn manier van kijken anders werd dan van daarvoor. Nu ga ik een aantal keren per dag zitten op mijn kussentje en doe ik wat je doet als je gaat mediteren, namelijk zo weinig mogelijk. Ik probeer niks te doen, niks te veranderen. Gewaar te zijn, aanwezig te zijn en bewust te zijn van wat gebeurt in mijn geest zonder dat te willen veranderen of beïnvloeden. Dat laatste is vaak het moeilijkst, want vaak bestaat de neiging je beter of helderder te willen voelen. Het meditatieproces is voornamelijk een proces van afleren. Eigenlijk is het meditatieproces het achterwege laten van het ego, zodat je daaronder de boeddha-natuur kunt zien.
Wanneer je steeds een stukje van dat ego loslaat, gedachtes en gevoelens, vindt er doorgaans een de-identificatie plaats met wat je doorgaans beschouwde als jezelf. Meestal denk je dat je die gevoelens en gedachtes bent; daar ben je mee geïdentificeerd of versmolten. En dat is wat losweekt door de reflex van ‘ik moet iets doen om me goed te voelen’ los te laten. In plaats van dat je je mee laat sleuren door de stroom van je gevoelens, zit je als het ware op de oever en kijk je naar je gevoelens. Het is niet dat je ze niet voelt. Je voelt ze misschien wel beter dan daarvoor, maar er is geen verzet, geen “ik” die van ze af wil. En daardoor is er geen lijden meer, geen beknelling. Dit is iets wat je tijdens je meditatie leert en gedurende de rest van de dag oefent. Meditatie is maar de helft van het verhaal. De andere helft is integratie. Die langzaam ontwikkelende de-identificatie heeft pas zin, als je die kunt toepassen in je dagelijkse leven. Als je op momenten van bijvoorbeeld frustratie of boosheid kunt blijven toekijken, dan begint de de-identificatie effect te hebben. Het effect is dat pijnlijke gevoelens hun pijnlijkheid verliezen, zonder dat je de gevoelens zelf per se hoeft te beëindigen. En dat laatste is eigenlijk het mooie. Mensen denken vaak dat, als het gaat over verlicht zijn, je dan nooit meer angstig bent of boos of gefrustreerd. Die dingen komen nog steeds op in je geest, maar je bent ze niet. Je hebt ze. En door dat te aanschouwen, lossen ze eigenlijk vrij snel op. Soms gebeurt dit in een paar seconden en andere keren zak je eerst even terug in oude patronen. Maar na een tijdje zie je dan weer hoe het zit en kom je uit de identificatie en lossen die gevoelens meteen op.
Mijn leraar gebruikt altijd het voorbeeld dat, wanneer je een scheet laat in een kleine ruimte, hij heel lang blijft stinken. Dit is vergelijkbaar met een pijnlijke emotie voelen in een geest die zich verkrampt, omdat hij die pijnlijke emotie niet wil voelen. De geest wordt als het ware zo klein als de emotie zelf en wordt daardoor bekneld. En dan kan een emotie heel lang pijn blijven doen. Wel maanden of jaren. Als je ruim blijft, is het net alsof je een scheet laat op een bergtop die zich meteen kan oplossen in die enorme ruimte daaromheen. Die enorme ruimte staat symbool voor wie we eigenlijk zijn: een enorme liefdevolle, open, oordeelvrije ruimte. Daarbinnen komen nog steeds gevoelens en emoties op, maar die worden daar niet geblokkeerd door het ego. Het is enorm bevrijdend en vreugdevol als je steeds meer in contact komt met die werkelijke staat van zijn, met die ruime, open, liefdevolle, oordeelvrije, onbeknelde staat van zijn.
Ik zie dit al vrij snel gebeuren bij mensen die bijvoorbeeld een cursus bij mij doen. Ik zie dat mensen meer ontspannen raken in hun emoties. Niet dat ze dan direct vrij zijn van hun emoties, maar ze hebben er vertrouwen in dat het allemaal wel goed komt. Dat hele krampachtige van ‘ik moet echt veranderen’ maakt plaats voor het ‘dit doet wel pijn, maar als ik me niet te druk maak, gaat het vanzelf over’. Een soort vertrouwen in de vergankelijkheid van emoties. Dat is ook een van de eerste boeddhistische stellingen. Alles verandert constant. Dus als jij je er niet mee bemoeit, kan een emotie niet eens lang duren, want die verandert meteen alweer in de volgende emotie of wat dan ook. Die bevrijding van je emoties, daar moet je natuurlijk wel even op oefenen, maar je kunt al vrij snel een begin maken met een soort humor over je eigen ego. Er zit al een soort eigenwaarde in het kunnen hebben van je eigen gevoelens en dat is het begin.”
Wat maakt dat je dit werk leuk vindt en ermee doorgaat?
“Ik noem het inderdaad wel werk, maar tegelijkertijd is dit het liefste wat ik doe, doorgeven wat ik zelf heb ervaren op mijn spirituele pad. Het is leuk te zien dat anderen daar hetzelfde effect van hebben als ik zelf ervaren heb. Tegelijkertijd, als ik hier iedere dag zit te mediteren, is dat geen werk. Dat is omdat mediteren mijn leven zoveel vreugdevoller maakt. Het is een soort houding die je in je werk overdraagt, maar ook zelf leeft. En dat geeft de meeste vreugde.”
Het nieuwste boek van Jan Geurtz, Bevrijd door liefde, is onlangs verschenen. Voor meer informatie: www.jangeurtz.nl
Terug naar je staat van zijn
Volgens Jan Geurtz begint verandering bij het herkennen van je staat van zijn, zonder oordeel. Door bewust stil te staan bij deze staat van zijn, ontstaat er ruimte voor acceptatie en groei. Lees ook andere interviews op curova.nl of meer achtergrond over boeddhisme via Wikipedia.

