Door: Jacqueline Maurice
Passend onderwijs en transities in de jeugdzorg; twee belangrijke wijzigingen die voor een deel een zelfde doelgroep raken, namelijk de kinderen en jongeren met een ontwikkelingsstoornis. Voor hen is naar school gaan, je daar veilig voelen en je kunnen ontwikkelen niet vanzelfsprekend. Tot op heden zijn er voor deze groep binnen het onderwijs diverse ondersteuningsmogelijkheden en ook buiten de muren van de school krijgen deze kinderen hulp. De manier waarop dit geregeld is, staat op het punt om grote veranderingen te ondergaan. Een risico of een kans?
Passend onderwijs
Volgens de website van het informatiepunt beoogt men met passend onderwijs dat zo veel mogelijk leerlingen regulier onderwijs kunnen volgen. Zo worden ze het best voorbereid op een vervolgopleiding en doen ze zo goed mogelijk mee in de samenleving. Het speciaal onderwijs verdwijnt niet. Kinderen die het echt nodig hebben, kunnen nog steeds naar het speciaal onderwijs. Wat wel verdwijnt, zijn de rugzakjes (leerlinggebonden financiering), geld waarmee scholen extra hulp en zorg kunnen inzetten voor deze jongeren.
Het accent komt te liggen bij wat kinderen werkelijk nodig hebben om onderwijs te kunnen volgen: de onderwijsbehoefte wordt het uitgangspunt en niet de diagnose en de indicatiestelling. Scholen hebben daarbij een zorgplicht. Dat houdt in dat de school waar een kind wordt aangemeld, een zo passend mogelijk aanbod op de eigen, een andere reguliere of een speciale school binnen de regio regelt. Elke school stelt hiertoe een ondersteuningsprofiel op, waarin zij aangeven welke onderwijsondersteuning ze aan leerlingen kunnen bieden. De regionale samenwerkingsverbanden zijn opgericht om een zo compleet mogelijk aanbod per regio tot stand te brengen. Klinkt als een kans, want ook kinderen zonder diagnose, maar wel met een specifieke onderwijsbehoefte worden op deze manier gezien; ook voor deze kinderen wordt de ondersteuningsbehoefte vastgesteld en een zogenaamd ontwikkelingsperspectief geschreven.
De praktijk, onmacht of onwil
Maar met alleen mooie plannen en profielen zijn we er niet. Deze moeten concreet vorm krijgen in het dagelijks leven op school en daar ligt de uitdaging. Voor de docenten betekent het, dat ze nog meer te maken zullen krijgen met verschillen tussen leerlingen, zowel op intelligentieniveau als op het niveau van ondersteuningsbehoefte. Leraren zullen hiervoor worden opgeleid en ook in de lerarenopleidingen zal er meer aandacht nodig zijn voor de diversiteit binnen het onderwijs. De onmacht die kinderen en jongeren soms ervaren als het om hun dagelijks functioneren in de klas gaat en die vaak wordt bestempeld als onwil, zien we nu soms opduiken bij docenten. Er wordt al zoveel van ze verwacht, de werkdruk is hoog en dan ook nog passend onderwijs en alles wat daarbij komt kijken. Dat wat soms wordt gezien en ervaren als onwil, is meestal een uiting van onmacht.
Voor het kind is het van belang dat het ook in de nieuwe situatie een veilige omgeving ervaart, waarin het zich optimaal kan ontwikkelen. De eventuele extra ondersteuning die hiervoor nodig is, zal meer in de klas gegeven worden en minder daarbuiten. Voor ouders, kind en school is het van wezenlijk belang dat er sprake is van samenwerking. Er dient een signalering te zijn van zaken die goed en minder goed gaan en hierover zullen partijen regelmatig met elkaar in gesprek zijn, waarbij men steeds het ontwikkelingsperspectief voor ogen houdt en bijstuurt daar waar nodig. Wat dat betreft verandert er niet veel ten opzichte van de huidige situatie. Daar waar men in staat is onwil te herkennen als onmacht, zal dat de samenwerking bevorderen en dat zal uiteindelijk in het voordeel zijn van het kind in het passend onderwijs.
Transities jeugdzorg
Als gemeenten in het huidige tempo doorgaan met de transitie van de zorg voor jeugd, is de invoeringsdatum van 1 januari 2015 niet verantwoord. Dat concludeert de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd. Een zorgwekkende conclusie. Van verschillende kanten wordt er daarom opgeroepen om de transitie uit te stellen, maar vooralsnog staat de invoeringsdatum op 1 januari 2015. Het uitgangspunt bij de transities is eigen kracht. Dat betekent dat er een beroep zal worden gedaan op de mogelijkheden van personen en gezinnen in de samenhang van hun (woon)omgeving. Eigen kracht wordt gezien als het vermogen van individuen om het leven optimaal vorm te geven en problemen op te lossen of draaglijk te maken. Professionals kunnen de eigen kracht van ouders en verzorgers in de opvoeding van hun kinderen versterken, ook als er sprake is van zware problematiek. (bron: Nederlands Jeugd Instituut)
Een mooi uitgangspunt, maar ook een risico. Want wie bepaalt hoe groot de eigen kracht is en hoe onuitputtelijk is deze bron? Wat gebeurt er als blijkt dat de eigen kracht onvoldoende is, wie signaleert dat? Hier ligt mijns inziens een kans voor de professional. Professionals kunnen de eigen kracht van ouders en verzorgers in de opvoeding van hun kinderen versterken, ook als er sprake is van zware problematiek. Tegelijkertijd kan de professional de grenzen bewaken en daar waar nodig aanvullende hulp en/of zorg bieden of inschakelen.
Samenwerking op alle fronten
Juist omdat beide regelingen dezelfde doelgroep treffen, is samenwerking geboden. We zien dat gelukkig al gebeuren. Er draaien op dit moment enkele pilots waarbij samenwerkingsverbanden in het kader van passend onderwijs met gemeenten om tafel zitten om gezamenlijk een plan van aanpak te schrijven voor de jeugdzorg. Dat is een mooie ontwikkeling, omdat we daarmee zien dat de zorg voor deze doelgroep op een goede manier vorm kan krijgen. Hopelijk wordt in de pilot de meerwaarde van de samenwerking ervaren en wordt dit landelijk het uitgangspunt.
Onmacht versus onwil
Onmacht bij het kind, onmacht bij school als het gaat om passend onderwijs. Er wordt veel van het kind verwacht, er wordt veel van school verwacht. Passend onderwijs en Wmo-jeugdtransitie betreffen dezelfde doelgroep. Als dit niet goed wordt geregeld, wordt het kind twee keer getroffen en valt de hulp op school weg en ook de begeleiding thuis zal veranderen of verdwijnen. Dit is niet wat we willen. Samenwerking tussen samenwerkingsverbanden en gemeenten komt in sommige pilots al tot stand.
Risico versus kans?
Voor het kind, voor de zorgverlener en voor de school. Als we het allemaal laten liggen, is het een risico voor het kind, het gezin, de school en de zorgverlener. Als we het zien als een kans en gezamenlijk het belang van dit kind en dit gezin voor ogen hebben, kunnen we de zorg op de juiste manier inzetten.
Jacqueline Maurice is Kinder- en Jeugdtherapeut en eigenaar van ‘KEI, educatie mét zorg’ (voorheen Study Vision Assen e.o.). Samen met een team waarin een docent, een orthopedagoog, een pedagoog en een psycholoog nauw samenwerken, verzorgt ‘KEI, educatie mét zorg’ begeleiding voor veel kinderen en jongeren voor wie leven en leren niet vanzelf gaat. Daarnaast coachen we kinderen en jongeren die om andere redenen vastlopen in hun studie. In ons werk benutten we vooral de kwaliteiten en talenten die jongelui in zich hebben; we helpen ze om deze te ontdekken, in te zetten en verder te ontwikkelen.
Wat betekent passend onderwijs voor ouders?
Voor ouders is het belangrijk om goed geïnformeerd te zijn over de mogelijkheden binnen passend onderwijs. Meer lezen over onderwijs en zorg? Bekijk ook de andere artikelen op Curova, of lees meer achtergrondinformatie via Wikipedia.

