Inhoudsopgave
Interview met Carien Karsten
Carien Karsten is psychotherapeut en coach. Ze geeft workshops en trainingen over preventie van stress en burn-out en in haar praktijk in Amsterdam behandelt ze mensen met diverse klachten, waaronder spreek-, faal- en auditieangst en posttraumatische stress. Ook leidt ze anderen op in het coachen van mensen met stress- en burn-outklachten. Ze studeerde Nederlands Recht en Klinische Psychologie aan de Universiteit van Groningen en promoveerde op de wijze waarop heroïneprostituees zich door het leven slaan. Sindsdien heeft ze heel wat boeken geschreven vanuit haar eigen ervaringen en professionele nieuwsgierigheid. Zoals ze zelf zegt: “Ik richt me daarbij zoveel mogelijk op de nieuwste wetenschappelijke inzichten en combineer deze graag met creatieve manieren om problemen aan te pakken.” Onlangs kwam het werkboek uit bij haar boek Uit je burn-out dat in 2001 verscheen en verscheidene malen is herdrukt.
Hoe ben je beland bij het onderwerp burn-out?
Dat was eigenlijk heel eenvoudig. Vroeger heb ik door een schaatsongeluk een whiplash gehad en viel ik uit van mijn werk door whiplashklachten. Ik werkte al als psychotherapeut en was hoofd van preventie toen een collega mij vroeg, of ik geen burn-out had. In die tijd kwam die term net in zwang en ik vond haar vraag interessant. Ik had net een boek geschreven, mijn eerste boek na mijn proefschrift, over whiplash en ik vroeg de uitgever of een boek over burn-out niet interessant zou zijn, aangezien dat er nog niet echt was.
Ik was de eerste in Nederland die een, zeg maar, makkelijk boek schreef over burn-out (Omgaan met burn-out, 1999). Daarna schreef ik het praktische boek Uit je burn-out, een dertig dagen programma. Met dit boek wilde ik therapeuten en andere hulpverleners duidelijk maken, dat ze als doel werkhervatting voor ogen zouden moeten nemen en daarbij passend de stappen zouden moeten zetten om dat mogelijk te maken. Vaak zag en zie ik dat therapeuten en coaches de hele persoon van iemand met een burn-out aanpakken. Dat is misschien wel nuttig, maar dat is een proces dat lang kan duren. Het was in de begintijd dat de burn-out in het maatschappelijke beeld kwam heel gewoon, dat iemand wel 2 jaar uit het werkproces was. Ik heb de invalshoek anders genomen en gekeken naar wat er nodig is om terug te keren op het werk.
Hoe ben ik te werk gegaan? Ik ben interviews gaan houden om te weten te komen wat een burn-out precies is en hoe die zich voordoet bij allerlei mensen. Daarna ben ik hulpverleners gaan interviewen om erachter te komen wat zij allemaal toepassen en welke strategieën zij hebben. Ik bekeek de verschillende methoden en paste die in de systeemtherapie waar ik zelf op dat moment in bedreven was. En zo is het boek ontstaan. En doordat het boek er was, werd ik vanzelf specialist op dit gebied.
De praktijk als inspiratiebron
Naast de boeken heb ik mijn praktijk. Ik zie in mijn praktijk veel mensen met een ernstige mate van burn-out of die tegen een burn-out aan lopen. Gelukkig krijg ik veel mensen die ter preventie door hun bedrijfsarts of HR-afdeling naar mij worden verwezen. Ik begeleid ook wel teams waarbinnen conflicten bestaan, want ook hier kunnen mensen aan onderdoor gaan. Dan leer ik mensen hoe ze met conflicten om kunnen gaan en hoe ze feedback kunnen geven. Al met al heel afwisselend.
Een heel concrete aanleiding om het boek Uit je angst, in je kracht te schrijven was dat ik leden begeleidde van het Concertgebouworkest met podiumangst. Iets dat natuurlijk ook bij andere orkesten speelt en wat moeilijk aan te pakken is. Dat was dus een interessante uitdaging voor mij. Ik werkte intensief met een blazer die internationaal behoorlijk wat solo-optredens had. Voor mij was het als psycholoog een mooi onderzoek om te kijken welke verschillende methoden er bestaan om deze man te helpen bij zijn spanning voor het podium. En dat is ook gelukt!
Veel boeken over angst hebben als uitgangspunt cognitieve gedragstherapie, dus dat je je gedachten moet veranderen. Of ze hebben ademhaling als uitgangspunt, of inspanning en onderspanning. Dat zijn allemaal goede tips afzonderlijk. Maar ik ben meer de psychologische interventies gaan bekijken, die invloed hebben op het emotionele brein. Een voorbeeld is Heart Assisted Therapy® (HAT). HAT richt zich op het emotionele brein en neemt de negatieve lading van een emotionele ervaring weg. Kort gezegd werkt dit met het leggen van je handen op je hart, ademhaling en tegen jezelf zeggen dat je jezelf accepteert. Heel concreet leer je jezelf steeds weer accepteren (cognitieve herwaardering). Een andere methode is EMDR. Wat bij mijn cliënt goed hielp, was het gebruik maken van geur. Als hij de parfum van z’n vriendin op z’n pols wreef, ervaarde hij ter plekke een gevoel van veiligheid.
Ik heb alle methoden ook zelf geprobeerd. Zo ben ik bijvoorbeeld van mijn hoogtevrees afgekomen. In die tijd kreeg ons huis een nieuw dak en ben ik zelf de steigers opgeklommen. Ik ben wel voor die aanpak: dat je je blootstelt aan wat je vreest. Uiteindelijk kun je thuis oefenen en visualiseren, maar ik denk dat je het dan ook in de praktijk moet brengen. Uiteindelijk zijn veel angsten absurd wanneer je erbuiten staat en er goed over nadenkt. Het gekke is dat de ene persoon meer aanleg heeft voor angsten en de andere voor depressie. Ik zie dat bij mijn cliënten. Als de stress oploopt en mensen tegen een burn-out aan komen te zitten, zijn de eerste signalen die zichtbaar zijn bij de één angst en bij de ander somberheid.
Het werkboek
Ik maak de dingen graag praktisch. En dat is ook de reden dat ik het werkboek Uit je burn-out heb geschreven. In het gewone boek geef ik enorm veel voorbeelden, voorbeelden waarin mensen zich kunnen herkennen. Dit helpt bij het herstel. Sommige mensen zeggen wel dat het boek net het idee geeft dat ze in een groepstherapie zitten. Er is ontzettend veel leesvoer. Voor andere mensen is het lezen net te veel; die hebben in het begin meer de behoefte om structuur te krijgen in hun dagen. Op een praktisch niveau, maar wel vanuit een bepaald concept. Dit stond nog niet in mijn andere boeken, vandaar dat ik het werkboek heb geschreven, juist met dit doel.
Er staan veel oefeningen in. Ieder hoofdstuk begint bijvoorbeeld met een dagboekoefening. En dan volgen er praktische oefeningen voor die dag, waaronder ademhalingsoefeningen en aandacht voor eten of slapen. Verderop in het boek wordt het aanpassen van emotionele factoren besproken, hoe je het piekeren kunt doorbreken. Aan het einde van het boek bespreek ik hoe je zin kunt geven aan wat belangrijk is in het leven. Iemand moet eerst weer een beetje grond onder de voeten krijgen, voordat hij weer greep op zichzelf en zijn leven heeft. Burn-out betekent een enorm controleverlies. Het werkboek is een eerste manier om die controle weer terug te krijgen. Veel mensen hebben in het begin van een burn-out moeite met lezen. De korte stukjes in het werkboek zijn vooral bedoeld om te motiveren; zinvolle informatie, maar beperkt.
De term burn-out is betrekkelijk nieuw. Wat is jouw kijk hierop?
De term burn-out is zo’n 20 jaar geleden in de mode gekomen. En wat ik toen al in mijn boek schreef: ik denk niet dat de term er zo snel uit zal gaan. Dit zeg ik met het oog op ons stresssysteem dat voornamelijk primair is en ons in staat stelt in de wildernis te overleven. Het reageert overal op: op dat wat we verbeelden en op dat wat werkelijk gebeurt. En de maatschappij is nu eenmaal anders geworden; een ongelofelijke hoeveelheid aan prikkels en informatie komt op ons af, de keuzemogelijkheden zijn enorm en de onzekerheid op de arbeidsmarkt is groot. Hierdoor worden mensen angstig en angst is een belangrijke oorzaak voor stress. De buitenwereld is stressvoller geworden en dit prikkelt het interne systeem dat daardoor aangejaagd of angstiger wordt. En de stress gaat niet meer vanzelf weg, dus mensen blijven zich gejaagd voelen.
Dit is iets dat al 20 jaar gaande is. We leven in een complexe samenleving en onze activiteiten raken steeds meer verbonden met technologie. De grens tussen werk en privé en daarmee inspanning en ontspanning is er gewoonweg niet meer. Dit is echt iets waarvan we met elkaar moeten bedenken, wat we ermee gaan doen. Het kan niet eindeloos doorgaan. In het onderwijs bijvoorbeeld heeft meer dan 20% van de leerkrachten burn-outklachten. De maatschappij van 50/60 jaar geleden was anders. De zingeving was veel duidelijker, de instituties bestonden nog, de man-vrouwverhouding was anders (vrouwen zijn nu gelukkig veel zelfstandiger), maar het was toen een stuk simpeler. De wereld waarin we leven, verandert, en snel ook, maar ons brein verandert niet, of maar heel langzaam. Dat brein werkt bij dreiging nog steeds op de primitieve manier met de vecht-, vlucht- of bevriesrespons. Als die dreiging voor mensen zo voelbaar is met het oog op bestaansveiligheid, blijft het stressmechanisme maar aanstaan.
Uit onderzoek blijkt dat driekwart van de tieners en jongwerkenden stress ervaart. Dat kan toch niet de bedoeling zijn. Ik denk dat het uiteindelijk zover komt dat er net als over gezonde levensstijl, voeding en niet-roken, ook over stress voorlichting zal komen vanuit de overheid. Gelukkig zie je al wel initiatieven. Zo wordt er op sommige scholen lesgegeven in mindfulness en zijn er verschillende mindfulness-apps voor (jonge) kinderen. En ik denk dat het goed is om vroeg te beginnen met het trainen van de hersenen.
Wat zou je tot slot nog willen meegeven?
Ik vind het belangrijk dat er niet alleen gekeken wordt naar de geest, maar ook naar het lichaam; dus dat de neurobiologische kant wordt betrokken bij de aanpak van burn-out. Het is bijvoorbeeld belangrijk te weten dat er stresshormonen zijn en welke delen van de hersenen beïnvloed worden door stress. Door kennis te hebben van de neurobiologische kant van stress, weet je beter wat je kunt doen om iemand te helpen, waar je bijvoorbeeld mee begint, of wat je na een week of 4 kunt gaan doen. Een goede opbouw dus.
Ik blijf benadrukken: zorg eerst dat je doet wat nodig is voor het herstel en dat iemand weer aan het werk kan, en geef dan mee wat deze persoon kan doen om te zorgen dat dat herstel langdurig is.
Zo helpt hersentraining om burn-out te voorkomen
Wie op tijd wil beginnen om burn-out te voorkomen, doet er goed aan om vroegtijdig te leren herkennen wanneer stress te hoog oploopt. Door structureel te trainen op ontspanning en focus, wordt burn-out voorkomen voordat de klachten chronisch worden.
Meer lezen over stresspreventie? Bekijk ook de andere artikelen op Curova, of raadpleeg Arboportaal voor meer informatie over werkstress.

