Een slim stukje brein

Interview met Brigitte Durruty over de automatische en de adaptieve mindset: hoe we ons brein kunnen trainen om te switchen en zo stress kunnen verminderen.

Inhoudsopgave

Interview met Brigitte Durruty

Brigitte Durruty werkte 20 jaar als managing director van een model agency. Ongeveer 10 jaar geleden verkocht ze dit bedrijf en werd ze manager van Olympisch atleten. In deze rol wilde ze meer weten van het gedrag van mensen. “Ik hielp mensen om te presteren en zich te ontwikkelen”, legt Durruty uit. “Ik deed dit vooral vanuit intuïtie en vroeg me regelmatig af waarom wat ik deed werkte; wat had ik gezegd of gedaan? En waarom werkte het bij de een wel en bij de ander niet?

Ik ben altijd fan geweest van psychologie en had veel boeken gelezen. Maar toen ik mijn bedrijf verkocht, besloot ik mijn kennis te verbreden met een opleiding. Mijn voorkeur ging uit naar NLP, maar ik kwam terecht bij het Institut de Médecine Environnementale (IME), opgericht door de arts Jacques Fradin. Het IME ontwikkelde een benadering vanuit de neurowetenschap op de cognitieve gedragstherapie. Fradins benadering helpt te verklaren waar ons gedrag vandaan komt. Waarom ervaren we stress en hoe kunnen we ons ontspannen voelen? Waarom voelen we ons zelfverzekerd en waarom verliezen we dat gevoel soms? Handvatten en uitleg over verschillende soorten gedrag.

Toen ik startte met de training, voelde het geweldig! Het was alsof ik jarenlang een machine had gebruikt en eindelijk de gebruiksaanwijzing kreeg. Voorheen drukte ik op de knoppen en soms werkte dat en soms niet, maar eindelijk kreeg ik de uitleg hoe de machine werkt. Geweldig! Eigenlijk zou dit op school aan kinderen onderwezen moeten worden. Dit is hoe ons brein werkt; hoe onze emoties werken! En volgens mij is dit waarom zoveel mensen zich niet gelukkig voelen, waarom zoveel mensen geen plezier op hun werk ervaren en waarom er zoveel onenigheid is in de wereld.

Vijftien jaar geleden kreeg ik borstkanker en het lukte me om hier heel rustig doorheen te komen. Ik vroeg me vooral af: hoe deed ik dat? Hoe is het me gelukt een ernstige ziekte door te maken en zo rustig te blijven? Ik wist tegelijkertijd dat, door zo rustig te blijven, ik mijn lichaam hielp zich te herstellen. En toen ik tijdens de training leerde hoe het brein werkt, snapte ik dat ineens.”

Kun je dat uitleggen?

“Ons brein heeft 2 states of mind. De eerste is de automatische state of mind. Hieraan zitten vooral veel gewoonten gekoppeld. Er gebeurt iets en we reageren, automatisch. In eerste instantie gebruiken we onze automatische state of mind en dat is prima. Want op deze manier kunnen we dingen uit het verleden reproduceren, die werkten. Op deze manier zijn we opgegroeid en zo hebben we een taal geleerd en hebben we leren lopen. In het begin was dat alles even moeilijk, maar daarna kan het zo toegepast worden. De automatische state of mind is vooral bruikbaar voor de simpele dingen. Maar de automatische state of mind heeft zijn beperkingen als het aankomt op complexe of onbekende dingen. Bijvoorbeeld: als je je computer wilt gaan gebruiken en je drukt op de knop, maar als de computer het niet doet, wil de automatische state of mind nog een keer drukken en nog een keer. Waarschijnlijk ontstaat er dan irritatie: waarom doet die stomme computer het niet! De automatische state of mind kan geen oplossing bedenken.

Maar gelukkig hebben we nog een tweede state of mind: de adaptieve mindset. Hiermee kunnen we nieuwe connecties maken en deze mindset werkt op een totaal andere manier. De adaptieve mindset komt vanuit de prefrontale neocortex en wanneer we ons in deze mindset bevinden, zijn we nieuwsgierig; we nemen een stapje terug, bedenken hoe we dingen anders kunnen doen en stappen uit de automatische piloot. We staan open en hebben zelf een mening zonder bang te zijn wat anderen daarvan vinden en we proberen iets nieuws. En wanneer je je bevindt in de adaptieve mindset, ervaar je sereniteit. Onderzoek heeft uitgewezen dat de hersenactiviteit van monniken die mediteren, ook voornamelijk in de prefrontale neocortex plaatsvindt.

Iedereen op de wereld heeft deze twee mindsets en wat we kunnen doen, is onszelf trainen om te switchen tussen beide; van de een naar de ander. Wanneer je je niet traint, zal je steeds meer in die automatische mindset terechtkomen. En dan zal je er meer en meer van overtuigd raken dat, wat je ooit deed, werkt, altijd. En dat levert een groot probleem op, want de wereld waarin we leven, verandert voortdurend. Wat we de afgelopen 10 jaar hebben meegemaakt, is nog nooit eerder gebeurd. Er is een inschatting gemaakt dat 60 procent van het werk dat onze kinderen over 20 jaar gaan doen, nu nog niet bestaat. We kunnen ze hiervoor nog niet opleiden, want we weten helemaal niet waarvoor en hoe. We staan voor grote veranderingen als nooit tevoren in de mensheid. We moeten dus wel adaptief zijn. Het is geweldig te weten dat een deel van ons brein is gespecialiseerd om adaptief te zijn. En het heeft alle capaciteit daartoe. En als we die gebruiken, ervaren we sereenheid.”

We moeten ons brein dus trainen?

“Ja. Toen ik hoorde dat ik kanker had, bleef ik heel rustig. Ik dacht: of ik het nu leuk vind of niet, ik heb kanker. Toen ben ik gaan bedenken wat ik belangrijk vond. En dat was beter worden. Dus ik ging denken aan oplossingen. Ik realiseerde me dat, hoe meer je gericht bent op oplossingen, hoe meer je jezelf traint om positief te zijn en des te makkelijker het wordt om dit te trainen. Het is een soort breingymnastiek. Als je iedere dag beweegt en oefeningen doet, is het heel waarschijnlijk dat je over 20 jaar nog fit bent. Als je besluit om op een stoel te gaan zitten en de komende 20 jaar niet meer te bewegen, weet je dat je niet meer bepaald fit zult zijn. Met het brein gaat dat ook zo. Hoe nieuwsgieriger je bent, hoe meer je je point of view verandert, hoe meer nieuwe mensen je ontmoet, hoe meer nieuwe dingen je ontdekt, hoe vaker je een stapje terug doet om te bedenken hoe je dingen anders kunt doen, des te meer connecties het brein kan maken. Dit noemen we neuroplasticiteit. We weten vandaag de dag dat de capaciteit van ons brein om nieuwe connecties te maken groter is dan de natuurlijke dood van onze cellen. We hebben in het verleden altijd geloofd dat er een top in deze capaciteit zat rond ons 20e levensjaar, maar dat blijkt dus niet waar. Ons hele leven kunnen we ons brein trainen om te groeien. Het is een kwestie van mindset.

De prefrontale neocortex is volgroeid rond het 25e-30e levensjaar. Daarom denken tieners bijvoorbeeld in zwart en wit, goed en slecht. Als ze op school falen, zeggen ze dat het aan de leraar ligt. Het duurt tot je 30e om te kunnen zeggen: als ik faal, heb ik misschien niet de juiste weg bewandeld. Tieners kunnen dat stapje terug nog niet zetten om van een afstandje te kijken. Maar we kunnen ze wel trainen om dingen te bekijken vanuit een ander perspectief. Zo kunnen ze de adaptieve mindset ontwikkelen.

Twee jaar geleden werd er opnieuw kanker geconstateerd. Ik ervaarde weer hoe belangrijk het was dat ik accepteerde dat ik opnieuw kanker had en bang was, maar vervolgens hoe belangrijk het was me te focussen op mijn vastberadenheid om te leven en op oplossingen. Ik deed aan mindfulness, meditatie en ik heb alle tools gebruikt die ik in mijn boek beschrijf. Niet mijn angst bepaalde mijn beslissingen, maar mijn adaptieve mind. Wees nieuwsgierig, be alive en be happy! Je kunt plezier ervaren en ziek zijn. Het is niet het een of het ander.”

Hoe is Was het maar maandag tot stand gekomen?

“Ik schreef het boek in de periode dat ik kanker had. Op maandag zou ik geopereerd worden en de vrijdag ervoor stuurde ik het boek naar de uitgever. Daarvoor had ik al een boek geschreven (Parent Zen) en ook daarna heb ik nog een boek geschreven (La famille, une sacrée entreprise!). De laatste 10 jaar werk ik als gecertificeerd coach en trainer in ziekenhuizen, organisaties en scholen. Ik schreef het boek zodat ik de tools breder kon presenteren binnen organisaties. En schrijvende merkte ik dat ik houd van het proces van het schrijven en dat ik concepten gemakkelijk kon verwoorden. Dat laatste bleek vooral uit de feedback die ik kreeg van lezers; zij vonden mijn boeken gemakkelijk leesbaar. En dat was wat ik wilde: ik wilde op zo’n manier over psychologie schrijven dat mensen het echt leuk vinden om te lezen.

Ik houd van het proces, dus ik ga ermee door. Mijn vierde boek is een roman. Ik begon ermee toen ik nog kanker had en wilde dat het een licht en ‘gelukkig’ boek zou worden. Het is nog niet af, maar ik hoop dat dat me lukt. Hierna zou ik graag een boek schrijven over agressiviteit. En dan voornamelijk over hoe je relaties kunt hebben met mensen zonder agressief te zijn. Ik realiseer me dat mensen vaak uiteindelijk agressief worden, alleen maar omdat ze zich niet uit durven spreken. Het wordt ze ook niet geleerd zich op de juiste manier te uiten. Mensen houden hun ongenoegen binnen voor weken of maanden, en dan knalt het er op een gegeven moment uit. En binnen relaties, families en organisaties creëert dat storing. Het is makkelijk positieve dingen te zeggen, maar het is minder makkelijk om bijvoorbeeld iets te zeggen tegen je partner dat je niet zo leuk vindt aan hem. Wanneer je handvatten hebt en leert hoe je ook die andere kant kunt uitspreken, wordt ook dat makkelijk en gaan we ons brein weer gebruiken. We hebben een geweldige computer daarboven. Hoe meer we erover ontdekken, hoe meer we ons de buitengewoonheid realiseren van het menselijk wezen en ons brein. Wanneer we begrijpen hoe die buitengewone computer werkt en wat we er allemaal mee kunnen, maakt dat dingen zoveel makkelijker.”

Wat was jouw doel met het boek?

“Mijn doel was uitleggen wat stress is. We praten tegenwoordig heel veel over stress, maar wat is het? Iedereen heeft stress; het is iets instinctiefs. En stress vormt geen probleem. Wanneer je een knal hoort en rook ziet, zal je stress ervaren. En dat is goed, want dat maakt dat je kijkt wat er aan de hand is en, mocht dat zo zijn, dat je actie onderneemt. Je vlucht; dat is ons instinct. Gelukkig maar. We ervaren drie soorten stress: vlucht-stress, vecht-stress en freeze-stress. Hiermee hebben we kunnen overleven. Het probleem in onze tijd is dat we gestrest zijn, maar dat we niet in gevaar verkeren. Dus wat gebeurt er in ons brein? Stress komt vanuit de automatische mindset.

Wanneer je bijvoorbeeld een collega hebt die de hele dag radio luistert en jij vindt dat niet prettig, dan kun je er maar beter wat aan doen. Anders ben je de hele tijd gestrest. Het stressniveau van mensen in Afrika die iedere dag moeten zoeken naar water, eten en veiligheid, ligt ver beneden het niveau dat wij hier ervaren aan stress. In de hele geschiedenis van de mensheid hebben we nog nooit zoveel comfort gehad als nu. En des te meer comfort we hebben, des te meer stress. Ik vroeg me steeds af: waarom! Alles wat we 100 jaar geleden wensten, hebben we nu. Maar we willen meer. Mensen zeggen vaak dat het leven zo zwaar is, dat er zoveel agressie en geweld is. Maar dat is niet zo wanneer je kijkt naar de statistieken. Nog geen 1 procent van de wereldbevolking sterft door oorlog, terrorisme of agressie. De wereld is nog nooit zo veilig geweest als vandaag de dag. Toch hebben we allemaal het tegenovergestelde gevoel. En dat komt doordat we meer en meer automatisch worden. Wat ik bedoel is dat we zoveel nieuwe en complexe situaties het hoofd bieden, dat we het niet meer voor elkaar krijgen te switchen naar het adaptieve brein. En wanneer je voor een complexe situatie staat met je automatische mindset, stuurt het brein stresssignalen.

Als we nu weer teruggaan naar de collega en zijn radio: wanneer je niets kunt doen aan de context (je krijgt de collega er niet van overtuigd de radio uit te zetten of zachter, je kunt geen andere kamer krijgen en je wilt geen ontslag nemen), dan moeten we iets veranderen aan onze state of mind. Veel mensen hebben een passieve houding en gedragen zich als slachtoffer: vroeger was het beter, of: op mijn vorige werk was het veel rustiger. Maar vroeger komt niet terug! Het is ook niet helemaal waar dat het vroeger beter was. We neigen er alleen naar de negatieve dingen te vergeten en alleen het goede te herinneren. Het tweede aspect dat belangrijk is, is dat ons brein altijd als eerste teruggrijpt op wat negatief was, wat pijn deed of gewelddadig was. En waarom? Omdat slechts 1 negatieve ervaring je het leven kan kosten. Wanneer je iedere dag hetzelfde eet wat je heerlijk vindt, en dan op een dag ziek wordt na het eten, dan herinner je je dat. De automatische mindset maakt van negatieve ervaringen een theorie. Wanneer we ouder worden, hebben we steeds meer van deze negatieve ervaringen. En als we ons niet meer openstellen, zien we alleen nog maar het slechte en zullen we steeds denken dat vroeger alles beter was.

In mijn boek heb ik de kenmerken van beide mindsets onder elkaar gezet met voorbeelden. Automatische mindset: gewoonte, rigide, simpel, zekerheden, direct resultaat, mening van anderen telt. Adaptieve mindset: nieuwsgierig zijn, accepteren van de realiteit, nuanceren, relativeren, reflecteren, persoonlijke point of view hebben. Ondanks dat het belangrijk is de adaptieve mindset te trainen, hebben we beide mindsets nodig. In simpele situaties is de automatische mindset heel nuttig. En in moeilijke situaties is de adaptieve mindset nuttig. Zit je in de verkeerde mindset bij een simpele of moeilijke situatie, dan levert dat stress op.

Een van de hoofddoelen van mijn boek is dan ook mensen in hun kracht zetten. Aan stress kunnen we iets doen. Stress wordt gecreëerd in ons brein, dus wij creëren onze eigen stress. We weten dat in de komende jaren het leven complexer wordt. We leven niet langer meer alleen in onze eigen stad of ons eigen dorp, maar in de hele wereld, op aarde. We weten dat we ons moeten aanpassen aan die nieuwe realiteit – de nieuwe economische, ecologische, educatieve, klimatologische realiteit. We zullen ons moeten openstellen om de wereld op een andere manier te zien. En gelukkig zijn we daartoe in staat! Laten we dat slimme stukje van ons brein gebruiken! We zijn geprogrammeerd om in vrede te leven, zelfverzekerd te zijn, andere mensen te vertrouwen en andere oplossingen te vinden. In de adaptieve mindset is het ego niet langer de beslisser. Wanneer je met elkaar praat en naar problemen kijkt, zullen we oplossingen zoeken die goed zijn voor ons beiden: win-win. In de automatische mindset zal de sterkste, rijkste of machtigste partij winnen en zal er altijd een verliezer zijn.”

Dat slimme stukje brein moet dus aan het werk gezet worden

“Ja. In mijn boek geef ik serieuze en grappige handvatten om te leren hoe je kunt switchen tussen de 2 mindsets. En ik beschrijf situaties op het werk en thuis; van die situaties die we allemaal meemaken en waarin we onszelf allemaal kunnen plaatsen. En daarbij beschrijf ik kleine trucjes om te switchen tussen de mindsets.

Als we willen veranderen is stap 1 dat we de noodzaak tot veranderen zien om vervolgens te gaan oefenen. En de neurowetenschap leert ons dat we iedere dag moeten oefenen. De eerste keer dat we iets nieuws gaan leren, maken 2 neuronen verbinding met elkaar. En dat is moeilijk, want het is de 1e keer. De 2e keer gaat het al makkelijker en na de 25e of 30e keer wordt het een gewoonte.

Wat het ook is dat je het hoofd moet bieden, er is altijd een oplossing. Het is niet altijd makkelijk die zelf te vinden. Soms is het makkelijker met iemand anders te praten; dan krijg je nieuwe ideeën. Wanneer we vastzitten in een situatie, probeer het dan niet alleen op te lossen. We zijn goede counselors voor anderen; we geven beter advies aan anderen dan aan onszelf. Dat komt doordat emoties ervoor zorgen, dat we blokkeren en in de automatische mindset terechtkomen. De oplossing ligt buiten ons systeem.

Stress kunnen we zien als signaal van het brein om je te laten zien dat je niet de juiste mindset gebruikt. Wanneer je niet in gevaar verkeert, is stress een indicatie dat je niet op de juiste manier denkt en een motivatie om te veranderen. En gelukkig kunnen we dat met ons adaptieve brein.”

Auteur

Redactie PSC Magazine

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2017

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen