Inhoudsopgave
Het Miskende Kind is een vrij recent thema in de psychotherapie, dat omgeven lijkt met de nodige spanningsvelden. De christelijke hulpverlener ziet in het herstel van het Miskende Kind echter ook een prachtige dimensie: het Imago Deï herleeft.
Door: Bas van Dijk
Het begrip ‘miskende kind’ is weinig terug te vinden in zowel de Nederlandstalige als de Engelstalige literatuur. Een van de auteurs die het Miskende Kind voor het eerst een heldere en indringende stem gaf, was Alice Miller, met haar Drama van het begaafde kind. De Amerikaanse auteur John Bradshaw heeft het thema uitgewerkt in zijn boek Wanneer koesteren hoop betekent, waarin hij de lezer een uitgebreide beschrijving en methode voor het herstelproces aanreikt. In het Nederlandstalige gebied is Gaby Stroecken dé auteur die het thema in de achterliggende jaren grondig onder de aandacht heeft gebracht met haar boeken Het miskende kind in onszelf en De mythe van de gelukkige jeugd. Zij is ook de enige auteur die de term ‘miskende kind’ nadrukkelijk hanteert. Toch geeft ook zij geen heldere definitie van het begrip. Op basis van de literatuur kan die als volgt worden geformuleerd: Het Miskende Kind is dat deel in een persoon, dat in de eerste levensjaren niet is erkend in zijn fundamentele, unieke verlangens en behoeften en dat daardoor negatieve invloed heeft op het volwassen functioneren.
Het herkennen en verwerken van het Miskende Kind vraagt om zorgvuldige begeleiding, zoals ook toegelicht op het PSC Magazine platform voor psychosociale hulpverleners. Voor meer achtergrond over christelijke psychotherapie en het Miskende Kind kunt u terecht bij de Landelijke Vereniging van Pastoraal Werkers.
Ontstaan
Miskenning ontstaat in de vroege kindertijd of zelfs daarvoor. Het umbillical effect, de uitwisseling van neuro-chemische stoffen via de moeder aan het kind, is van directe invloed op hoe het kind zich voelt en welke informatie over zijn omgeving en bestaan het opslaat. De omstandigheden rond de geboorte, de gesteldheid van de moeder tijdens de zwangerschap, tijdens de geboorte en daarna, blijken dikwijls oorzaken van miskenning te zijn. Het is belangrijk hierbij op te merken dat het niet alléén deze omstandigheden zijn die de miskenning zijn zwaarte geven. Als de ouders voldoende in balans zijn, kan het kind ook weer corrigerende en helende ervaringen opdoen. In de eerste kinderjaren is dikwijls de (verstoorde) gehechtheidsrelatie met de ouders de oorzaak van miskenning. Daarnaast kunnen tal van andere oorzaken – bijvoorbeeld een disfunctioneel gezin of chronische gezondheidsproblemen bij een van de ouders – een rol spelen.
Gevolgen
De gevolgen van miskenning (lees: de invloed op het volwassen functioneren) beslaan een breed spectrum van sociaal-emotionele en zelfs fysieke aspecten. Zowel Bradshaw als Stroecken gaan daar uitgebreid op in. Van depressiviteit en narcisme tot chronische ziekten en andere lichamelijke aandoeningen. Veel problematiek waarmee mensen in de psychotherapie belanden, is terug te voeren op miskenning, volgens deze auteurs.
Herstelperspectief
Wie zich verdiept in (literatuur over) het Miskende Kind, ontkomt niet aan de conclusie dat vrijwel elk mens te maken krijgt met miskenning. Er lijkt niemand op deze wereld groot te worden zónder verwond te raken door de (emotionele) tekorten van zijn ouders. In zekere zin is dat ook zo, hoewel miskenning een breed begrip is. Voor de een zijn het lichte krasjes en deukjes, voor de ander zware beschadigingen en trauma’s. In alle gevallen zijn ze het gevolg van de onvolmaaktheid waaraan ook de ouder-kindrelatie onderworpen is. Dat past bij het mens- en wereldbeeld van een christen. Hij gelooft namelijk dat deze wereld gebroken is door de zonde en dat wij mensen die gebrokenheid doorgeven van generatie op generatie. De werkelijkheid van therapiepraktijk is het bewijs en de cliënt is er dikwijls de belichaming van. Steeds weer blijkt er in de ouder-kindrelatie schade ontstaan te zijn, die in het volwassen leven zijn invloed nog doet gelden. De blik van de christen reikt echter wel verder: in de gebroken mens ziet hij nog iets van God schitteren, waar God zelf weer de verbinding mee zoekt. Een aspect dat bij het herstel een belangrijke rol speelt.
Spanningsvelden
Er is een spanningsveld rond het Miskende Kind, dat Alice Miller al met man en paard noemt: we willen onze ouders ontzien. Welke hulpverlener kent niet de overbekende zin uit een intakegesprek: “Ik heb een gelukkige jeugd gehad”. “Het is een mythe”, zegt Stroecken, “die we in stand houden om de pijn te vermijden”. Erkennen dat onze ouders gefaald hebben, dat zij tekortschoten, dat zij niet (altijd of voldoende) konden bieden wat nodig was, geeft verdriet. Wat er had moeten zijn, was er niet. Dat kan beleefd worden als een onherroepelijk verlies en bovendien conflicteren met de loyaliteit die het kind jegens zijn ouders voelt.
De christelijke hulpverlener ziet zich in dat proces met nóg een spanningsveld geconfronteerd, als hij met christelijke cliënten werkt. Dat is het vijfde gebod: eer uw vader en uw moeder. Voor veel christenen lijkt het voor het voetlicht halen van de tekorten van de ouders daar niet bij te passen. Zij steken daarom liever direct over naar vergeving óf naar het verklaren van de tekorten van hun ouders. En daarmee slaan zij een belangrijke stap over: rouwen. Alle auteurs die over het thema miskenning schrijven – of ze nu wel of geen christen zijn – zijn het erover eens: werkelijk herstel van miskenning kan alleen plaatsvinden als er wordt gerouwd. Als de mens besluit het verdriet van zijn leven te nemen en een plek te geven, kan er pas ruimte komen voor een nieuw antwoord op de tekorten van de ouders. Psychotherapie beschouwt Stroecken daarom ook primair als het mogelijk maken en begeleiden van de rouw, en niet primair als het bieden van troost. Voor christelijke hulpverleners ligt hier nog een mooie uitdaging: hoe kan het adresseren van de schuld en tekorten aan de ouders in balans zijn met vergeving als geloofsaspect en met het vijfde gebod als morele maatstaf?
Herstel van het Imago Deï
Het proces van herstel wordt met name door Bradshaw grondig uitgewerkt. Wat hij prachtig laat zien in Wanneer koesteren hoop betekent is hoe het Authentieke Kind zijn scheppende en energiegevende rol terugkrijgt, als er ruimte is geweest voor verdriet en rouw. Bradshaw vestigt uitgebreid de aandacht op dit Authentieke Kind, dat hij het Imago Deï noemt, het beeld van God. Een van de aspecten waarin dat beeld zichtbaar wordt, stelt Bradshaw, is het scheppende karakter van het Authentieke Kind. Mensen die herstellen in therapie, ondervinden dikwijls sterke creatieve gevoelens en de behoefte om daar expressie aan te geven. Bovendien worden zij weer schepper van hun eigen leven: zij geven het zelf meer en meer vorm. Daarin weerspiegelt zich de Schepper.
Een ander aspect waarin het Imago Deï weer zichtbaar wordt, is het gevoel van uniek zijn. Dit gevoel is in het ongeschonden, pasgeboren kind nog heel sterk, legt Bradshaw uit. In de miskenning wordt het gevoel uniek en waardevol te zijn geroofd, in het herstel komt het weer terug. Dat ziet Bradshaw als een regelrechte weerspiegeling van God, die zich in de Schrift openbaart als de JAWEH: Ik ben die Ik ben, Ik zal zijn die Ik zijn zal.
God als Voorbeeld van veilige hechting
Een van de kenmerken én behoeften van het Authentieke Kind is dat het in staat is iets dat groter is dan hijzelf, te aanbidden. In de miskenning raken die natuurlijke, oorspronkelijke vermogens die ook in de geloofsrelatie nodig zijn, beschadigd. Voor een christen is de verbinding met God die onvoorwaardelijk liefheeft, daarom fundamenteel in het psychische herstel. God is het ultieme Voorbeeld van veilige hechting. Ouders kunnen falen, maar de relatie met God biedt alle helende aspecten voor de gewonde ziel.
Toekomst
Herstel is niet zomaar klaar op een dag. Het is een pad van vallen en opstaan. Stapje voor stapje ervaart de mens meer vrijheid. Bradshaw vergelijkt het met het optrekken van mist. Langzaam verdwijnen de nevels. McNeel zegt zelfs dat het nooit af is: “This work is never completely done.” Ook Stroecken (2013) zegt dit: “Het helingsproces is nooit af; het duurt een leven lang en telkens kunnen we weer nieuwe dimensies ontdekken.”
Het is dus een doorgaand, levenslang proces, waarin de invloed van het Miskende Kind op het volwassen functioneren steeds verder afneemt. Ook voor christelijke hulpverleners is dit soms een moeizame les. Vanuit geloofsperspectief zijn we ervan overtuigd dat God eenmaal voor een volmaakte wereld zal zorgen. Die volmaakte wereld is een troostvolle toekomst, waartegen de realiteit van het hier en nu soms pijnlijk afsteekt. Tegelijk schittert daar juist datgene wat voor christenen de werkelijke bron van hun bestaan is: de genade van God, waarmee hij onvolmaakte mensen – miskende kinderen en hun tekortschietende ouders – een nieuw bestaan wil geven. Het onechte ik, dat nodig was om de schade van de miskenning te maskeren of negeren, is bij God niet nodig. Hij zoekt verbinding met mensen, ongeacht wie ze zijn en wat hun schade is. Juist dat aspect houdt de christelijke hulpverlener met beide benen op de grond. Gebrokenheid is de realiteit, herstel het prachtige perspectief waarin het Imago Deï weer herleeft.
Bas van Dijk is zelfstandig psychosociaal therapeut en (groeps)coach en bestuurslid van Stichting Rosegarden. www.bascoaching.nl en www.refugio.nl
Dit artikel is een samenvatting van een uitgebreidere literatuurstudie t.b.v. een scriptie, die is op te vragen via info@bascoaching.nl. Een uitgebreide literatuurlijst met werken van zowel christelijke als niet-christelijke auteurs (o.a. Bradshaw, Miller, Stroecken, Bowlby, Berne, Cloud) is beschikbaar.

