Inhoudsopgave
Depressie in het dagelijks leven
Depressie vormt voor veel mensen een groot probleem in het dagelijks leven en de diversiteit van de subjectieve beleving van een depressie is groot. Sommige mensen zijn tot niets meer in staat, terwijl andere zich nog wel naar hun werk kunnen slepen. Echter, het gevoel van ontreddering is bij alle depressieve mensen groot. Naar schatting lijden er momenteel in Nederland circa een half miljoen mensen aan een ernstige depressie. Depressie is ook meer dan je een dagje rot voelen, het is een gevoel van ‘chronisch ongelukkig zijn’. Depressie is een ‘ziekte’ in het verlengde van normale somberheid en rouw; de grens waar rouw of somberheid ophoudt en overgaat in een depressie is echter vaak moeilijk te trekken.
In veel gevallen bestaat de behandeling van depressie uit een combinatie van ‘pillen en praten’. Bij een gediagnosticeerde depressie wordt vaak een intensieve behandeling voorgesteld, bestaande uit gesprekken met een psycholoog, antidepressiva of een combinatie van beide. De psycholoog stelt een behandelplan (zogenaamde Diagnose Behandel Combinatie) op, luistert naar de klachten en hoe de cliënt zijn/haar klachten beleeft. Meestal blijft de behandeling beperkt tot enkele steunende en verhelderende ‘praatsessies’. Door de huisarts wordt vaak medicatie in de vorm van antidepressiva voorgeschreven en in ernstige gevallen wordt de patiënt doorverwezen naar de psychiater.
DSM-denken: depressie is een ziekte
Volgens de DSM-5 – het handboek voor psychiatrische aandoeningen – is depressie een ziekte: een zogenaamde stemmingsstoornis. Men spreekt van een depressieve stoornis of klinische depressie wanneer er sprake is van een aanhoudende depressieve stemming, die bijna dagelijks en gedurende het grootste deel van de dag aanwezig is. Een depressie laat zich kort beschrijven als ongewone somberheid en/of nergens meer plezier in hebben, gedurende twee weken of langer, in combinatie met problemen als verminderde eetlust, slapeloosheid, weinig energie, vermoeidheid, concentratieproblemen, besluiteloosheid en lichamelijke onrust. Kenmerkend voor een depressie is dat de klachten het dagelijks functioneren in ernstige mate belemmeren en dat er sprake is van psychisch lijden (Fonds psychische gezondheid, 2011).
De laatste jaren horen we echter ook kritische geluiden over de DSM. Steeds meer afwijkingen van de norm worden beschreven als psychische stoornis. Het DSM-denken richt zich met name op het vinden en verstrekken van medicijnen als oplossing voor het lijden van de persoon (Zafiris, 2016). In het handboek worden echter geen onderliggende oorzaken onderzocht van de psychische en emotionele problemen waar mensen last van hebben. Zonder dat wij het ons realiseren is het DSM-denken diep in ons collectief onderbewustzijn doorgedrongen (Zafiris, 2016). Onze manier van denken over depressie is dus sterk beïnvloed door onbewuste aannames die we overgenomen hebben uit de DSM. Deze aannames hebben tot gevolg dat we naar verkeerde oplossingen en behandelmethoden zijn gaan zoeken binnen een medisch kader. De symptomen in de DSM beschrijven weliswaar de uiterlijke kenmerken van de depressie, maar ze vertellen ons niet wat het achterliggende probleem is, of hoe een depressief persoon denkt, wat hij of zij ervaart, hoe hij naar zichzelf en de wereld kijkt en op basis waarvan hij of zij conclusies trekt.
Mentale Ruimte Psychologie
Lucas Derks, sociaal psycholoog en gerenommeerd NLP-trainer, is in november 2016 gepromoveerd op het gebied van Mentale Ruimte Psychologie. De vraag waar Mental Space Psychology een antwoord op geeft, is: hoe representeren wij die intermenselijke relaties in de ruimte om ons heen? Na meer dan 25 jaar experimenteel onderzoek is Derks tot de conclusie gekomen: onbewust geven wij onze relaties weer in een driedimensionale mentale kaart: “De plek waar wij in de mentale ruimte anderen lokaliseren en positioneren, bepaalt de relationeel-emotionele betekenis van de relatie” (Derks, 2013).
Samen met twee bevriende compagnons van het Laboratory of Mental Space Research, Wolfgang Walker in Duitsland en prof. dr. Walter Oetsch in Oostenrijk, heeft Derks diepgaand onderzoek gedaan naar de principes van de mentale ruimte. Samen zijn zij tot de conclusie gekomen: de ruimte is het primaire organiserende principe in het brein. Je denkt immers altijd iets ‘ergens’. Ook methodes zoals familieopstellingen van Hellinger, het Sociaal Panorama van Lucas Derks en Time Line Therapy kunnen worden verklaard vanuit de principes van de mentale ruimte. Volgens Derks neemt de negatieve emotionele impact van de objecten in mentale ruimte toe, als zij volgens de beleving van de cliënt dichtbij en centraal (recht voor je) staan, groot en hoog zijn, donker zijn, harder klinken en heter zijn (Derks, 2002).
In zijn proefschrift Clinical Experiments in Mental Space (2016) beschrijft Derks een groot aantal klinische experimenten, waaronder ook de methode Depression in Awareness Space (DAS). Derks wil door het werken met mentale ruimte een enorme boost geven aan ontwikkelingen in het therapeutische veld. Vaak hebben therapeuten niet eens in de gaten dat ze bezig zijn met mentale ruimte. Als je bijvoorbeeld werkt met briefjes op de grond om persoonlijke betekenissen voor de cliënt te structureren, activeer je automatisch het ruimtelijke oriëntatievermogen van de cliënt en ben je dus in feite bezig met mentale ruimte psychologie.
Mentale ruimte en depressie
De ervaring van depressie wordt vaak psychologisch geassocieerd met dark matter, oftewel duisternis. Winston Churchill beschreef zijn eigen depressie bijvoorbeeld als een ‘zwarte hond’. Weer anderen ervaren hun depressie als een ‘donkere wolk’. Deze metaforen wijzen op een driedimensionaal ‘beeld’ van een depressief gevoel. Volgens Lucas Derks duidt de beleving van ‘duisternis’ in de mentale ruimte op een mogelijk repressief gevoel waar cliënten niet mee kunnen omgaan en waarover zij zich hopeloos voelen. Alleen het ‘gewaarzijn’ van deze zogenaamde ‘donkere zones’ heeft op zich geen therapeutische waarde. Het gaat erom het onderdrukte gevoel dat achter de donkere zones schuilgaat bij de cliënt, te achterhalen en te transformeren, en dat is ook waar de therapie op gericht moet zijn.
Duisternis verdwijnt als er licht op schijnt, zo gaat het spreekwoord. Door de metaforische duisternis van de depressie, zoals een ‘zwarte wolk’, te beschijnen met licht, wordt de mentale ruimte zodanig beïnvloed, dat mensen hun ‘donkere zone’ van depressie beter kunnen hanteren, omdat het dan vaak kleiner en lichter wordt en van vorm en plaats verandert. Daardoor wordt het voor de cliënt gemakkelijker om ‘achter de zwarte wolk van duisternis’ te kijken, waardoor het werkelijke probleem achter de depressie zichtbaar wordt. Het gaat er dus om het onderdrukte gevoel dat achter die ‘donkere zones’ schuilgaat te achterhalen en te transformeren, zodat mensen ‘verlichting’ gaan ervaren.
Pilotonderzoek naar de effectiviteit van de methode DAS
In de praktijk was nog geen onderzoek gedaan naar deze therapievorm voor de behandeling van depressie. In het kader van mijn afstudeerproject heb ik daarom een experimenteel pilotonderzoek opgezet naar de effectiviteit van de methode DAS om te zien of deze therapiemethode werkt en toepasbaar is in de psychologische therapiepraktijk.
Om in deze pilotstudie zo betrouwbare mogelijke resultaten te verkrijgen, moesten de onderzoekskandidaten voldoen aan een aantal selectiecriteria. Zo mochten de proefpersonen geen (voor)kennis hebben van NLP of aanverwante technieken, geen antidepressiva gebruiken en niet lijden aan een ernstige pathologische depressie. De praktische toepasbaarheid van de methode DAS werd getoetst bij vijf cliënten in de psychologische therapiepraktijk; vijf andere personen kregen geen DAS-interventie en vormden de controlegroep (n=10). Voorafgaand aan het pilotonderzoek werd bij cliënten een zogenaamde 4 Dimensionale Klachtenlijst (4DKL) afgenomen, om vast te stellen in welke mate zij last hadden van depressieve gevoelens. De 4DKL bestaat uit 50 verschillende items verdeeld over vier dimensies, te weten: distress, depressie, angst en somatisatie. Omdat in deze pilotstudie alleen mensen met een lichte of matige depressie als proefpersoon voor de behandeling in aanmerking kwamen, mocht bij de eerste afname van de 4DKL de score op de dimensie depressie niet hoger zijn dan 6.
Aan het begin van de behandelsessie werd de subjectieve beleving van depressie van deze cliënten ‘gescoord’ op een 10-punts belevingsschaal. Respondenten kregen vooraf geen inzage in het DAS-behandelprotocol om de interventie zo betrouwbaar mogelijk te kunnen toetsen. Het DAS-behandelprotocol werd daarbij strikt gevolgd. Van iedere sessie werd na afloop een kort verslag gemaakt. Na vier weken hebben respondenten nogmaals een 4DKL-interviewlijst ingevuld om het effect van de DAS-interventie te kunnen meten. Om externe factoren zoveel mogelijk uit te sluiten heeft de controlegroep in dezelfde periode als de respondenten tweemaal een 4DKL-interviewlijst ingevuld.
De DAS-interventie
Het model Depression in Awareness Space, kortweg het DAS-model genoemd, heeft een bepaalde vaste structuur en bestaat uit drie fasen.
In de eerste fase geeft de cliënt aan hoe erg hij of zij de depressie momenteel ervaart op de schaal van 1 tot 10. Vervolgens laat je de cliënt associëren met het donkere gevoel van depressie en aanwijzen waar het in de ruimte is gelokaliseerd. Vaak gebruikt de cliënt hiervoor een eigen metafoor. Vervolgens laat je de cliënt zich voorstellen dat deze donkere zone uitbundig met zonlicht wordt beschenen en dat het donkere gebied verschuift naar het centrum van zijn of haar aandacht, recht voor de ogen. De verwachting is dat het donkere gebied langzaam kleiner wordt of smelt en/of in belangrijke mate lichter wordt. Als dit in voldoende mate is gebeurd, vraag de cliënt dan of hij/zij kan achterhalen wat het probleem is dat achter de donkere zone verborgen ligt.
In de tweede fase van het proces wordt gewerkt met het eigenlijke probleem. De centrale vraag die hierbij gesteld kan worden is: Ken jij iemand, of geloof jij dat er iemand bestaat, die in staat is om te gaan met het probleem dat er achter het donkere gebied ligt? Deze vraag dient om een mogelijke copingstrategie te vinden voor het eigenlijke probleem. Als de cliënt zich hiervan een voorstelling kan maken, gaat hij/zij ermee aan de slag: eerst vanuit een dissociatieve toestand (vanaf een afstand), en in tweede instantie in een associatieve toestand (beleving). NB: de cliënt moet eerst helemaal zeker zijn van de geschiktheid van de aangereikte copingstrategie, voordat hij/zij hiermee gaat werken. Belangrijk is ook dat de ecologie van dit nieuwe helpende gedrag zorgvuldig wordt getest, zodat er geen bezwaren meer zijn om dit te gaan doen. Na de sessie wordt cliënt gevraagd of, hoe en in welke mate de depressie nog aanwezig is op de schaal van 1 tot 10 in vergelijking tot het begin van de sessie. Het verschil tussen deze beide waarden geeft de mate van ervaren ‘verlichting’ aan.
De laatste en derde fase vindt na vier weken plaats. Hierbij wordt cliënt nogmaals gevraagd of, hoe en in welke mate de depressie nog aanwezig is c.q. wordt ervaren in zijn/haar leven op de persoonlijke belevingsschaal van 1 tot 10. Als objectieve postmeting werd door cliënt nogmaals de 4DKL ingevuld om te meten of en in welke mate de depressie was afgenomen. Indien er door de cliënt na deze vier weken nog onvoldoende ‘verlichting’ wordt ervaren, kunnen de stappen van fase 1 en 2 nogmaals worden doorlopen om de lijdensdruk verder te verminderen. Daarbij kan nog een andere interventietechniek nodig zijn om het probleem ecologisch op te lossen, zoals het familiepanoramamodel of re-imprinting.
Onderzoeksresultaten en conclusie
Alle vijf cliënten konden hun depressie driedimensionaal in zichzelf of om hen heen lokaliseren door middel van een metafoor, zoals “grijze mist”, een “maaskei” of een “zwarte zone rond het keelgebied”. Door deze donkere zones met imaginair zonlicht te beschijnen, werden de diverse metaforen van hun depressie lichter, transparanter c.q. minder zwaar, zodat de “mist optrok” of er “lichtere vlekken in de donkere zone” kwamen, waardoor het probleem achter hun depressie ‘zichtbaar’ werd. Alle vijf cliënten bleken in staat om te zien welk probleem ‘achter de donkere zone van depressie’ lag, zoals eenzaamheid, problemen in de jeugd, gebrek aan zelfvertrouwen, angst of verdriet. Vier van de vijf proefpersonen waren in staat om een helpende copingstrategie te vinden om het achterliggende probleem aan te pakken en nieuwe hulpbronnen in zichzelf aan te boren, zoals angst overwinnen, doelgerichter zijn, confrontaties met de buitenwereld aangaan en moed tonen.
Resumerend mogen we – met de nodige voorzichtigheid – concluderen dat de DAS-methode werkt bij mensen met lichte tot milde depressieve klachten. Een bemoedigend resultaat! Dit onderzoek werd echter uitgevoerd door slechts één therapeut onder een zeer beperkte onderzoekspopulatie. Om de relevantie van de methode DAS nog beter aan te tonen en wetenschappelijk te kunnen onderbouwen, vindt er onder auspiciën van de Society for Mental Space Psychology in oktober 2017 een vervolgonderzoek plaats met ca. 25 gekwalificeerde therapeuten en een grotere onderzoekspopulatie (ca. 100 cliënten). De eerste onderzoeksresultaten worden medio 2018 verwacht.
Christine Beenhakker BSc is toegepast psycholoog, NLP-master en sociaal panorama consulent, gecertificeerd psychosociaal therapeut RBCZ en Mindfulness trainer en heeft sinds 2008 een therapiepraktijk in Mierlo (NB). Zij is bestuurslid van de Society for Mental Space Psychology. www.reflectacoaching.nl / www.somsp.com
Mentale ruimte creëren bij depressie
Het creëren van mentale ruimte is essentieel om greep te krijgen op depressieve gevoelens. Door bewust mentale ruimte te maken, ontstaat er ademruimte om onderliggende patronen te herkennen in plaats van vast te lopen in somberheid. Therapeuten die werken aan mentale ruimte helpen cliënten zo een duurzamer herstel te vinden.
Meer lezen over geestelijke gezondheid? Bekijk ook de andere artikelen op Curova, of verdiep je in de achtergrond via het Trimbos-instituut.

