Perfect zijn is een streven dat veel mensen herkennen, maar het kan ook veel druk geven. Meer columns en achtergrondartikelen over dit soort thema’s zijn te vinden op het PSC Magazine platform. Wie meer wil lezen over de valkuilen van perfectionisme kan ook terecht bij het Trimbos-instituut. Door te leren dat fouten maken mag, en dat perfect zijn niet altijd het doel hoeft te zijn, ontstaat er meer ruimte voor mildheid naar jezelf.
Een bon. Op de voorruit. Pontificaal op mijn nieuwe auto. Nu weet ik niet wat er bij jou gebeurt, maar als ik een bon zie, gaat er eerst even een fikse vecht-vluchtreactie door mijn lijf. Ik baal en ben boos tegelijk. Het gevoel dat ik zonder het bewust te zijn iets verkeerd heb gedaan vind ik heeeeel vervelend! Bewust iets verkeerd doen gaat nog wel; dat heet gewoon gepast baldadig. Maar per ongeluk? Bleh…., dan gaan er allemaal oude patroontjes in werking. Bijvoorbeeld: ik ga meteen bedenken hoe ik de schuld van deze stommiteit kan afschuiven! Dat heb ik pas sinds kort door hoe dat ik dat doe. Maar ik hou er kennelijk zo enorm niet van om fouten gemaakt te hebben, dat ik dat het liefst snel van me afschud. Niet door het te vergeten, maar door het of recht te kletsen of te bedenken wie er eigenlijk net even iets meer schuldig aan is dan ik!
Als ik een verkeerde afslag neem in de auto terwijl een van de kids tegen me aanlult, komt het doordat ze me afleiden. Als ik een bezwaarschrift te laat op de bus doe, komt dat omdat mijn man de laatste postzegel heeft verbruikt. Als ik struikel komt dat, omdat iemand anders zijn zooi niet opruimt. Terwijl feitelijk ik degene was die de verkeerde afslag nam, ik degene was die niet gecheckt heeft of er postzegels waren en ik degene was die haar voeten niet optilde.
Ken je dat? Dat enorme gevoel van ongemak als er iets ‘mis’ gaat? Zelfs dat heeft weer heel basaal te maken met het gegeven dat we er alles, maar dan ook alles aan doen om niet gek, stom of raar gevonden te worden door de omgeving. Het is iets heel biologisch om datgene te doen wat maakt dat je door de groep wordt ingesloten. Vroeger was dat je stam, nu is dat een veel complexer geheel van allemaal losse wereldjes (je werk, je gezin, de school van de kinderen etc.). Biologisch bezien hadden en hebben we het nodig om aangesloten te blijven op anderen. En om aangesloten te blijven op anderen, willen we onszelf weleens afsluiten van onszelf. En dus geven we onszelf, ook weer onbewust, de opdracht zo nuttig, lief, dienstbaar, perfect als mogelijk te zijn. Fouten maken past daar niet in, dus het brein wil daar zo snel mogelijk vanaf.
Goed, ik klim meteen in de telefoon om man te bellen. Hij had niets verkeerd gedaan. De gemeente wel, gelukkig. We hebben namelijk een parkeervergunning en die is per 1 januari overgezet. Systeem niet up-to-date, dus ten onrechte een bon. Wist ik ook wel hoor. En toch even die schok door mijn lijf. Zo enorm geconditioneerd op ‘ik heb vast iets verkeerd gedaan en hoe kom ik hier snel weer vanaf’.
Tja, fouten maken. Nu liep het ‘goed’ af, maar soms ook niet en dan heb ik dus gewoon een fout gemaakt. En stel nou dat je niet alles goed hoeft te doen in je leven, dat je gewoon missers mag maken, zonder schuldgevoel of angst ‘voor wat anderen ervan vinden’. Want die biologische noodzaak om helemaal perfect te liggen bij anderen is anno 2017 al een heel stuk minder dan in de oertijd. Fouten maken mag: hoe lekker zou dat zijn!
Cathelijne is schrijver, moeder, trainer en coach. Ze werkt bij trainingsinstituut De Eerste Verdieping en bij het ADHD-centrum Nederland.

