Interview met Eva Bronsveld: Temperamentvolle kinderen
Van oorsprong is Eva een onderwijsmens. ‘Ik heb voor de klas gestaan, ben directielid geweest en was onderwijsadviseur. In die laatste rol gaf ik trainingen aan leerkrachten op het pedagogische vlak. Mijn specialisatie lag dan ook op het pedagogische aspect in het onderwijs.
Ongeveer 15 jaar geleden was ik zwanger van mijn eerste kindje. Ik was altijd erg goed met kinderen. Dat kreeg ik ook vaak terug van andere mensen. Op feestjes zaten kinderen altijd bij mij op schoot en mensen zagen mij als een geboren moeder. Zelf heb ik dat ook gedacht, totdat mijn dochter 2 weken oud was. Toen bleek de praktijk een stuk weerbarstiger.’
Zoektocht
‘Mijn dochtertje reageerde veel intenser op alledaagse situaties dan andere kinderen. Ik wilde graag weten hoe ik haar zo goed mogelijk kon ondersteunen en zo ontstond mijn zoektocht. Ik dacht altijd, en achteraf schaam ik me voor die gedachte, dat wanneer je als ouder de ‘goede’ dingen doet, je kind op de gewenste manier reageert. Een soort maakbaarheidsidee. In de praktijk bleek dit echter niet zo een-op-een het geval te zijn. Ik ben me op het onderwerp gaan storten en aanvullende opleidingen gaan volgen. Ondanks dat en ondanks dat ik alles zo pedagogisch verantwoord mogelijk deed, zorgde dat ik zelf rustig was en alle opvoedadviezen volgde, reageerde mijn kind vaak anders en heftiger op kleine dingen. Dingen die mijn vriendinnen deden met hun kinderen, zoals naar feestjes gaan of op bezoek gaan, dat ontaardde bij mij vaak in een totaal overstuur kind. Ik begreep lang niet altijd wat er nu precies aan de hand was.
Naast mijn onderwijswerk ging ik meer en meer opvoedcursussen geven. Tegelijk besefte ik dat de adviezen die ik gaf tijdens die cursussen bij mij thuis, wel verschil maakten maar lang niet alle problemen voorkwamen of oplosten. In iedere cursus zaten er enkele ouders die hetzelfde hadden. Andere ouders kwamen de volgende keer helemaal enthousiast terug, maar er waren er altijd wel een paar die met hetzelfde gevoel bleven zitten als ik. Het hielp misschien iets, maar wat de enthousiaste ouders beschreven, was bij hen thuis toch wel anders.
Toen ben ik me daarin gaan verdiepen. Want hoe kan het dat sommige kinderen echt andere dingen nodig hebben?’
Normaliseren
‘Tijdens dat eerste jaar als moeder kwam ik erachter, dat mijn dochter anders was dan gemiddeld. Ik richtte me vooral op wat ik zelf ervaarde, wat de theorie en de wetenschap daarover zeiden en wat erover bekend was. Daarnaast gaf ik de opvoedcursussen en het is die praktijk geweest waar ik het meeste uitgehaald heb. Zo is mijn boek ontstaan. Uit alle voorbeelden en ervaringen van cursisten gecombineerd met informatie die ik uit onderzoeken haalde.
Ik had een soort theorie ontwikkeld over hoe ik dacht dat het zat. In mijn boek heb ik beschreven welke eigenschappen deze kinderen hebben, anders dan andere kinderen. Het zijn gewone kinderen met een aantal bijzondere eigenschappen en ik noemde ze temperamentvolle kinderen. Ik stel met mijn theorie geen diagnose en plak geen label. Juist niet. Maar toch kan ik bewoordingen zoals ‘anders’ niet helemaal vermijden, ondanks dat ik wars ben van etiketten. Door de term ‘temperamentvolle kinderen’ wil ik juist normaliseren. Ik hoop dat met deze term ouders erkenning krijgen en dat ze zien dat hun kind ‘gewoon temperamentvol’ is. Dat vraagt misschien iets extra’s van die ouders en ze kunnen veel doen om hun kind extra te ondersteunen bij de uitdagingen die deze eigenschappen met zich mee kunnen brengen maar ze hoeven zich geen zorgen te maken dat er iets mis is met hun kind.’
Eigenschappen en omstandigheden
‘Er zijn vier eigenschappen die temperamentvolle kinderen gemeen hebben. Ze zijn opmerkzaam, intens, gevoelig en hebben een sterke eigen wil. De mate waarin een kind beschikt over deze eigenschappen, verschilt. Een kind dat extreem gevoelig is en een klein beetje meer een eigen wil heeft dan gemiddeld, ziet er heel anders uit in gedrag dan een kind met een heel sterke eigen wil dat maar een kleine beetje gevoeliger is dan gemiddeld.
Hoe een temperamentvol kind zich gedraagt, is afhankelijk van de omstandigheden. Alle eigenschappen hebben een positieve kant en een uitdaging. Op het moment dat een temperamentvol kind zich in de juiste omstandigheden bevindt en lekker in z’n vel zit, zorgt die gevoeligheid ervoor dat ze andere kinderen troosten, heel zorgzaam zijn of oog hebben voor anderen. Hun opmerkzaamheid zorgt ervoor dat ze ieder detail zien. Ze ruiken alles, ze proeven alles en ze weten wat ze willen. Ze kunnen heel duidelijk aangeven wat goed is voor ze. Ze willen zelf ontdekken, zelf doen, zelf kiezen en zelf bepalen. Dat is heel belangrijk voor ze.
Op het moment dat de omstandigheden ongunstiger zijn, wanneer er veel dingen zijn waar ze moeite mee hebben, kunnen er driftbuien ontstaan, recalcitrant en opstandig gedrag en bijvoorbeeld hysterische huilbuien. Dan komt de lastige kant van die vier eigenschappen boven.’
Opvoedboek
‘Mijn boek is zeker niet bedoeld om kinderen in een hokje te stoppen. Het is een beschrijving van kinderen die gevoeliger, intenser en opmerkzamer zijn dan gemiddeld en dit combineren met een sterke eigen wil met daarin tal van adviezen en handreikingen aan ouders om hun kind te helpen hiermee om te gaan. Mijn boek is vooral een opvoedboek met adviezen over wat een kind meer nodig kan hebben dan andere kinderen, maar ik denk dat de aanpak die ik beschrijf in mijn boek, voor alle kinderen geschikt is.’
Druppels
‘Ik vertel vaak het verhaal van een meisje dat Tess heet. Tess heeft een emmertje en gedurende de dag komen er allerlei druppels in haar emmertje. Die druppels staan voor alles wat kinderen meemaken op een dag. Temperamentvolle kinderen zijn veel gevoeliger voor situaties en ervaringen, dus hun emmertje zit sneller vol.
Die zogenaamde druppels heb ik onderverdeeld in vijf categorieën. De eerste categorie is overgangen. De overgang van het een naar het ander is voor temperamentvolle kinderen ingewikkeld. Ze zijn heel gevoelig en overgangen gaan vaak gepaard met veel prikkels. Een overgang betekent ook vaak dat ze moeten stoppen met waar ze mee bezig zijn. Dat komt er nog eens bij. Ze willen gewoon doen wat ze aan het doen waren en ze vinden het moeilijk dat een ander daarin bepaalt wat er moet gebeuren.
De tweede categorie beschrijf ik als prikkels. Temperamentvolle kinderen zijn veel gevoeliger voor harde geluiden, felle lichten, kriebelende naden, maar ook voor de sfeer die ergens hangt.
Macht is ook iets waar temperamentvolle kinderen moeite mee hebben. Iets doen omdat een ander het zegt, is echt de slechtst mogelijke reden voor een temperamentvol kind om iets te doen. Dat wil niet zeggen dat het egocëntrische, vervelende kinderen zijn. Verre van. Door hun gevoeligheid willen ze het juist eigenlijk heel goed doen. Die innerlijke tweestrijd zijn enorme druppels in die emmer. Aan de ene kant willen ze dolgraag dat de juf ze hartstikke lief vindt en aan de andere kant vertikken ze het om toe te geven.
Ook spannende gebeurtenissen zijn moeilijk voor temperamentvolle kinderen. Voor een kind kan van alles spannend zijn, dingen waar we niet altijd bij stilstaan: een schooluitje, opa die komend weekend jarig is of naar de dokter gaan. Dat soort kleine dingen kunnen ze als spannend ervaren.
Ten slotte is afwijzing iets waar temperamentvolle kinderen veel moeite mee hebben. Deze kinderen voelen zich sneller afgewezen. Wanneer je feedback geeft, en door de manier waarop je dat doet, kan een temperamentvol kind volledig blokkeren.’
Thuis of op school
‘Het is niet zo dat alle temperamentvolle kinderen buiten de deur ook lastig gedrag tonen. Dat is belangrijk om te benadrukken. Er is een grote groep temperamentvolle kinderen die op school juist heel sociaal wenselijk gedrag toont. Een leerkracht die bijvoorbeeld zegt, dat het zo’n ontzettend makkelijk kind is. Ouders gaan zich dan nog meer afvragen, hoe dat dan kan. Die kinderen sparen de hele dag de druppels op en eenmaal thuis smijten ze die emmer over hun ouders heen.
Ik vind ouders echt een leuke doelgroep, maar ik blijf ook graag werkzaam binnen het onderwijs. Ik hoop dat leerkrachten gaan ontdekken dat zij ook iets kunnen betekenen voor temperamentvolle kinderen die op school geen lastig gedrag vertonen. Wanneer een leerkracht op school meer zorg draagt voor die emmer, ook al geeft het kind daar op school niet direct aanleiding toe, komt het kind fijner thuis en heeft hij een fijnere middag. Wat uiteindelijk iedereen ten goede komt en ervoor zorgt dat kinderen niet in een neerwaartse spiraal terecht komen.’
Behoeften
‘Er is een aantal behoeften die een temperamentvol kind nodig heeft om zich fijn te voelen. Ik heb deze onderverdeeld in 5 categorieën. De eerste categorie wordt gevormd door de basisbehoeften: dus eten, drinken en slapen. Dit klinkt heel voor de hand liggend, maar ik krijg hier zoveel reacties op. Sommige kinderen zijn heel erg op de klok, maar het moment dat kinderen honger of dorst krijgen of moe worden, is niet altijd voorspelbaar.
Verbinding helpt temperamentvolle kinderen enorm. Veel contact zoeken, een knipoog of een aai over de bol geven, bevestiging dat je het kind ziet en zijn gevoelens erkent. Denk hier ook aan positieve verbinding. Temperamentvolle kinderen zijn vaak heel enthousiast, uitbundig en vol energie. Dus ook op momenten dat een kind stuiterend in de klas zit, helpt het iets positiefs te zeggen in plaats van: zit eens stil.
Ook voorspelbaarheid helpt temperamentvolle kinderen. Temperamentvolle kinderen zien, horen, ruiken en merken alles op; dus situaties, bekend of onbekend, zijn al spannend. Alles wat je voorspelbaar kunt maken, helpt om het kind zich veiliger te laten voelen, maar ook om te voorkomen dat er andere ideeën in hem opkomen. Want wanneer hij eenmaal een idee in zijn hoofd heeft, krijg je dat er niet meer uit. Hier hoort ook bij dat je zelf in je gedrag voorspelbaar bent, zodat het kind weet waar de grens zit en weet wat er gebeurt als hij die grens over gaat. Ook de voorspelbaarheid in je eigen reactie op dingen, helpt mee. Doen wat je zegt en zeggen wat je doet.
Door kinderen autonomie te geven en mee te laten beslissen, krijgen ze controle. Dat helpt ook. Soms zie je dat er juist minder ruimte wordt gegeven vanuit het idee dat wanneer je het kind een vinger geeft, hij de hele hand pakt. Ze hebben het meer nodig en krijgen het in de praktijk vaak minder, uit angst dat ze er misbruik van maken. Als deze kinderen ergens het nut van inzien, of iets belangrijk vinden, hebben ze juist een enorme motivatie.
Temperamentvolle kinderen hebben meer behoefte aan ontspanning dan de meeste andere kinderen. Ze ervaren meer prikkels op een dag, dus het is belangrijk dat ze kunnen herstellen van alle indrukken die ze op een dag opdoen.
Sommige van deze behoeften lijken elkaar te bijten. Botsende behoeften noem ik dat. Dat is wat het opvoeden van een temperamentvol kind lastig maakt. Aan de ene kant heeft hij behoefte aan ontspanning en aan de andere kant wil hij juist de wereld ontdekken. Hij heeft behoefte aan verbinding enerzijds en anderzijds wil hij zelf zijn eigen weg kiezen. Dat levert tweestrijd op.’
Eva: ‘Zelf investeer ik thuis veel in verbinding. Daarnaast ben ik heel voorspelbaar. Mijn oudste twee zijn al tieners, maar zelfs die hebben die voorspelbaarheid nog nodig.
Wat ik ook doe, is overleggen en samenwerken. Ik zeg zelden dat het is zoals ik zeg en niet anders. Van jongs af aan mogen ze veel meedenken. Er zijn natuurlijk wel dingen die moeten en we hebben bepaalde afspraken in huis, maar we doen veel vanuit overleg en gelijkwaardigheid. Ik zie nu bij mijn oudste kinderen dat zich dat terugbetaalt.
Het is niet zo dat ik mezelf wegcijfer of dat ik vind dat temperamentvolle kinderen alles mogen. Het gaat om win-win. Hoe is het oéké voor het kind en hoe is het oéké voor jou als ouder. Gelukkig heb ik een hele tas vol trucjes om hun intrinsieke motivatie aan te zwengelen, bijvoorbeeld humor en liedjes.’
Handelen uit liefde
‘Het allerbelangrijkste dat ik altijd mee wil geven, is dat begrip bij deze kinderen alle verschil maakt. Als je je als ouder inleeft in je kind, in wat hij ervaart en ziet op zijn jonge leeftijd, ontstaat er meer begrip. En hoe meer begrip je kunt hebben voor je kind en het gedrag van je kind, hoe milder je ernaar kunt kijken.
In mijn boek beschrijf ik de eigenschappen van temperamentvolle kinderen, maar het gaat verder dan alleen uitleg geven ervan. Het gaat er ook om: hoe kijk je naar je kind? Wanneer je gedachte over je kind is ‘wat ben je toch koppig’, zal je iedere keer dat hij zich koppig gedraagt, denken ‘daar gaan we weer’. Dan zal de insteek zijn de lastige kant van die sterke wil te onderdrukken. Wanneer je die sterke wil kan zien als iets moois, voelt het minder vervelend en word je creatiever in hoe je ermee om kunt gaan. De basis van mijn aanpak is erop gebaseerd om die positieve kant naar boven te halen.
Ook zou ik willen benadrukken: luister naar je gevoel. Soms gaan ouders over in de denkstand en dan gaan ze terug naar adviezen die ze gehad hebben en wat ze misschien ergens gelezen hebben. Wanneer je in alle rust naar je gevoel luistert en dan kijkt naar je kind, kun je eigenlijk alleen maar vanuit liefde handelen in plaats vanuit angst dat het misgaat of vanuit boosheid omdat het niet gaat zoals je zou willen.’
Voorleven
‘Opvoeden is voorleven, denk ik altijd. Niet op de korte termijn, want als je iets doet, krijg je dat niet direct terug van je vierjarige. Maar uiteindelijk krijg je alles terug. Juist bij temperamentvolle kinderen is dit belangrijk om te onthouden, juist omdat ze zo opmerkzaam zijn. Ze hebben alles feilloos door. Ook die dingen die voor andere kinderen misschien wat meer onder de waterlijn blijven. Het gaat dus niet alleen om gedrag, maar ook over voor jezelf kiezen en je eigen grenzen durven stellen. Wat jij voorleeft, heeft honderd keer meer invloed, dan wat je zegt tegen je kind dat het moet doen.’
Koesteren
‘Op dit moment ben ik een onlinecursus voor ouders aan het ontwikkelen om een zo breed mogelijke doelgroep te kunnen bedienen. Tegelijkertijd wil ik ook graag professionals betrekken, die mij hierin kunnen ondersteunen. Er zijn ouders die het onlinetraject volgen, maar die ook graag willen dat er bij hen thuis iemand komt meekijken. Dat is het volgende: het opzetten van een netwerk van professionals.
Het is belangrijk te kijken naar hoe we de omstandigheden kunnen aanpassen om deze kinderen te helpen. Wij als professionals hebben daarin een rol. Maken we het kind het probleem? Of stellen we een andere benadering voor, waardoor dit kind tot bloei kan komen en uit kan groeien tot een fantastische volwassene? Want de vier eigenschappen van temperamentvolle kinderen zijn schitterend! Dus laten we deze kinderen koesteren!’
Eva Bronsveld is moeder van 4 kinderen en bracht in 2014 het boek Temperamentvolle kinderen uit, dat onlangs volledig is herzien. Van het boek zijn al ruim 35.000 exemplaren verkocht. www.temperamentvollekinderen.nl

