Lichtpuntjes

Anna Kiebert over hoe narratieve psychologie troost en hoop kan bieden aan jongvolwassenen na de coronapandemie.

Lichtpuntjes

Door: Anna Kiebert

Op 16 januari 2021 werd de 14-jarige Pepijn, volgens zijn ouders ‘een levenslustige en nieuwsgierige jongen’, gevonden in een tentje in Amsterdam-Noord. Hij leed zwaar onder de gevolgen van de coronapandemie die de wereld sinds het begin van 2020 heeft ontwricht. Hij zag zijn vrienden niet langer op school, volgde geen thuisonderwijs meer, ging drugs gebruiken en overleed in een tentje in Amsterdam. Hoe kunnen sociaal professionals deze jongeren zoals Pepijn, en de iets oudere doelgroep van jongvolwassenen (18 tot 25 jaar) handvatten bieden om met deze mentale druk om te gaan? Narratieve therapie biedt uitkomst.

Het voorbeeld van Pepijn staat symbool voor de verslechterde mentale gezondheid van jongeren tijdens de coronapandemie. Volgens een rapport over de wereldwijde mentale gezondheid en het welzijn in coronatijd van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) ervaarden mensen in 2021 meer depressie en eenzaamheid dan in het jaar ervoor. De groep die de meeste mentale klachten ervaarden, zijn jongvolwassenen (CBS, 2021). Een kwart van hen ervaarde psychische klachten in de eerste helft van 2021, dat is ongeveer 10 procentpunt hoger dan gemiddeld over 2020. Zij gaven vaker dan andere leeftijdsgroepen aan onrustig, somber en niet gelukkig te zijn (Van den Dungen, 2021).

Door de coronamaatregelen zoals het afstand houden en de verschillende lockdowns, werd veel van het sociale verkeer lamgelegd, waardoor veel jongvolwassenen kampten met eenzaamheid, angst, depressie en overmatige stress (Bom, 2021). Hoewel door versoepelingen het sociale leven weer op gang is gekomen, wordt een nieuwe opleving van het virus verwacht in de herfst van 2022 (NOS 2022). Bovendien waarschuwen veel psychiaters voor een ‘mentale pandemie’ onder jongvolwassenen. Hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Arne Popma gaf in een artikel in Trouw aan dat jongvolwassenen hulp nodig zullen hebben omdat hun sociale ontwikkeling meermalen is gefrustreerd. “Het gaat erom de risico’s van negatieve levensgebeurtenissen zoveel mogelijk beperkt te houden” (Den Blijker, 2022, p.1).

De impact van de coronacrisis op jongvolwassenen is dus niet te onderschatten. In de afgelopen twee jaar was er sprake van meer drugsgebruik, chronische vermoeidheid en gezinsgeweld. Volgens psychiater Dirk de Wachter blijkt uit een groot aantal academische studies dat door corona de “psychopathologische parameters” stijgen (Reijner, 2020, p.1). Juist in een periode van hun leven waarin het sociale leven bijdraagt aan de vorming van hun identiteit, lag het sociale verkeer ook voor jongvolwassenen nagenoeg plat (Van der Maarel, 2017). Ze volgden deels thuisonderwijs omdat scholen en universiteiten nog voor een deel gesloten waren, het thuiswerkadvies gold, er waren beperkingen om thuis bezoek te ontvangen en de avondklok was van kracht (Kloosterman, Akkermans, Tummers-van der Aa, Wingen & Reep, 2021). Bovendien kregen jongeren in de zomer van 2021 ook vaak nog eens de schuld van de verspreiding van het virus, wat waarschijnlijk bijgedragen heeft aan hun negatieve, mentale gesteldheid (Van der Sluijs, 2020). Het aantal suïcides onder jongeren tussen de 20 en 30 jaar nam toe met 15% (NOS, 2022).

Niet alle jongvolwassenen herkenden deze gevoelens. Sterker nog, er is een groep jongvolwassenen die juist meer rust, ontspanning en saamhorigheid heeft ervaren. Een kleine 10 procent van de jongvolwassenen gaf aan zich minder vaak eenzaam te voelen (Kloosterman et al, 2021). Dit laat duidelijk zien dat de manier waarop mensen op de pandemie hebben gereageerd niet voorspelbaar was. De verschillen in reactie hebben deels met omgevingsfactoren, maar ook met persoonlijkheid en eventuele psychische stoornissen te maken (Venhuizen, 2020). Ook iemands hechtingsgeschiedenis heeft een grote invloed, omdat je hechtingsrelatie een blauwdruk is die kleur geeft aan de verhalen die je vertelt (Baljon, Pool, & Takens, 2018).

De coronapandemie heeft een vergrootglas gelegd op de eindigheid van ons bestaan en ons doen beseffen dat de wereld niet maakbaar is. Dit was een genadeklap voor het vooruitgangsdenken. De confrontatie met de eindigheid van het leven gaf ook extra druk om op een juiste manier vorm te geven aan het leven (Leijssen & Stinckens, 2006). Daarbij gaf het idee van de maakbaarheid van het leven, dat al langere tijd sluimerde in onze samenleving, de illusie dat we alles zelf kunnen bereiken, leren of kopen (NU.nl 2021). Als je maar goed genoeg je best doet, kun je dus alles zelf oplossen, maar als je faalt, is het dus ook aan jezelf te wijten (Bom, 2021). Daarnaast leven we in een tijd van toenemende individualisering en het wegvallen van gemeenschapszin door secularisering (NY Times, 2021). Door deze ontwikkelingen in de maatschappij zijn mensen al enige tijd op zoek naar troost en hoop. Zeker door de afname van fysiek contact tijdens de coronapandemie.

In het begin van de pandemie werd een gevoel van solidariteit nog breed gedragen. We zien nog voor ons hoe orkesten online de mooiste symfonieën speelden, de serenades en applauzen die voor zorgverleners als een wave over de balkons deinden en hoe ouderen in quarantaine door buurtinitiatieven massaal aan de soep zaten. Maar naarmate de maatregelen werden verlengd en mensen angstiger werden, verdwenen deze gevoelens steeds meer en vereenzaamden mensen.

Geen recept voor troost en hoop

Troost en hoop werden vooral gezocht in de vorm van psychische hulp, met als gevolg langere wachttijden, zowel voor praktijken als de GGZ. Veel vormen van diagnosticerende, probleemgerichte therapie schieten tekort omdat ze ons lijden interpreteren als een ziekte, die genezen moet worden. Hoewel deze medische benadering een effectieve behandeling is van zware, psychische stoornissen of trauma’s, heeft de coronapandemie ons één ding geleerd. Er is geen recept voor troost of hoop. Nu menselijk contact in meer of mindere mate ontbreekt, moeten we naar andere middelen zoeken om tegemoet te komen aan deze basisbehoefte. Middelen die troost en hoop bieden. Vooral voor de jongvolwassenen die extra lijden onder de pandemie.

De existentiële stroming binnen de persoonsgerichte psychotherapie behandelt dit soort vraagstukken. Anders dan de probleemgerichte therapievormen richt de persoonsgerichte psychotherapie zich op de mogelijkheden van de cliënt als individu. De innerlijke ervaring en de kwaliteit van het interpersoonlijk functioneren staan hierbij centraal (Baljon et al, 2018). De existentiële stroming binnen deze therapie kan in deze zeer stressvolle tijd aandacht geven aan de goede kanten van het bestaan, maar ook handvatten geven om met gevoelens van existentiële leegte om te gaan (Hoekstra & van Wijk, 2000). Hoewel een zekere lijdensdruk bij het leven hoort, (van Dijck, 2021) (Brainwash, 2019) biedt de existentiële stroming ruimte aan betekenisgeving om gevoelens van zinloosheid het hoofd te bieden. Zoals de Weense psychiater Viktor Frankl (1905-1997) aangaf, wanneer mensen geen betekenisvolle doelen in hun leven hebben, kunnen ze existentiële neuroses ervaren, gekenmerkt door frustratie, leegte, depressiviteit, zinloosheid en verslaving (Leijssen, 2016).

“Hij die een ‘waartoe’ in het leven heeft, kan vrijwel met elke ‘hoe’ omgaan.” – Friedrich Nietzsche

Narratieve psychologie, een bron van hoop en motivatie

Troost en hoop staan centraal in de narratieve therapie. Om die reden pleit ik voor het inzetten van narratieve therapie in de behandeling van jongvolwassenen die als gevolg van de coronapandemie in een neerwaartse spiraal zijn terechtgekomen (Westerhof & Bohlmeijer, 2010). Narratief werken is een methode die het gevoel van zelfwaarde, het vermogen doelen te bereiken en om te gaan met tegenslag, kan vergroten. In moeilijke tijden zoals deze, kunnen verhalen een bron van hoop en motivatie zijn, waardoor mensen positievere toekomstverwachtingen kunnen krijgen (Halford, 2016).

Narrativiteit komt van het Latijnse woord ‘narrare’ en betekent vertellen (Geerse, 2018). Narrativiteit komt voort uit het vermogen van mensen om een verhaal te vormen over jezelf en de wereld. Dit proces geeft ons houvast om onszelf, de ander en de wereld om ons heen te begrijpen en te verklaren om logische verbanden te leggen tussen heden, verleden en toekomst (Geerse, 2018). Door het verhaal aan onszelf en anderen te vertellen ontstaat er een overzicht, een geheel, waardoor er meer orde in de chaos om ons heen wordt geschapen.

De basis voor narratief werken is gelegd in het postmodernisme en de narratieve psychologie, een stroming binnen de psychologie die vanaf de jaren ’80 is ontstaan (Josje Geerse, lesdag 9 narratief begeleiden 1, 17 februari 2021). De narratieve psychologie gaat ervan uit dat de kern van je identiteit verbonden is met een verhaal, dat je gedurende je levensloop kunt aanpassen. Het uitgangspunt van deze therapie is dat een probleem niet in de psyche van een cliënt wordt gezocht, maar in de verhalen waarmee iemand zijn of haar werkelijkheid creëert. Daardoor kunnen cliënten de problemen waarmee ze kampen, buiten zichzelf plaatsen (White, 2008). Daarnaast heeft narratieve psychologie de mogelijkheid om een gevoel van samenhang en stabiliteit te creëren (Psychotraumanet, 2012). Hierin gaat het erom dat je kan teruggrijpen op verhalen uit je verleden en kan putten uit verhalen waarin het goed met je ging.

Tot voor kort leek het dat narratieve therapie alleen helpt ná een stressvolle levensgebeurtenis. Recentelijk is uit onderzoek naar de werking van narratieve therapie tijdens de coronapandemie naar voren gekomen, dat deze methode ook helpt tijdens een stressvolle gebeurtenis. Hieruit bleek dat mensen die een coherent verhaal over autobiografische herinneringen hadden, vaker emotioneel stabiel waren (Vanaken, Bijttebier, Fivush, & Hermans, 2022).

Sprankje levenslust

Als onderdeel van de opleiding Psychosociale Therapie (post-hbo-opleiding voor sociaal professionals) heb ik kunnen ervaren hoe het is om je eigen levensloop onder de loep te nemen. Tijdens deze exercitie vormde mijn levensverhaal een geheel met een rode draad en kon ik bepaalde keuzes in mijn leven op een positievere manier zien. Door met vrienden en familie in gesprek te gaan en oude dagboeken te lezen, kon ik bepaalde niet-werkzame verhalen nuanceren en kwam ik in contact met kanten van mijzelf die ik gaandeweg verloren was. Daarnaast kon ik, doordat ik een rode draad zag in mijn leven, zien hoe mijn huidige doelen verbonden zijn met bepaalde zingevingsbronnen. Hierdoor kreeg ik meer sturing en meer zelfvertrouwen.

Ook in mijn werk bij Humanitas waar ik cliënten begeleid met rouwverwerking, heb ik kunnen ondervinden welk positief effect narratieve therapie heeft. Een van mijn cliënten, Angela* heeft haar moeder twee jaar geleden verloren en is gescheiden van haar man. Ze zag het leven niet meer zitten, praatte in ‘gesloten’ termen over haar leven. In een van haar sessies vroeg ik of ze haar leven vóór de scheiding en het overlijden van haar moeder kon beschrijven. Toen ze haar tekst voorlas, zag ik voor het eerst weer een sprankje levenslust in haar ogen, omdat ze een andere versie van zichzelf hervond. ‘Ik had vroeger echt veel lol, ging veel met vriendinnen uit, zij gingen dan toeteren in de auto naar mensen, ik ook hè!’ Ze zag zichzelf voor het eerst weer als iemand die vroeger van het leven genoot, waardoor ze weer een connectie kon leggen met die kant van zichzelf die ze verloren dacht te hebben. Aan het einde van de sessie slaakte ze een zucht en zei: ‘Ik ben echt opgelucht.’

Meerdere onderzoeken wijzen uit dat het ophalen van autobiografische herinneringen in de aanpak van depressies helpt. In een Australisch onderzoek uit 2016 kregen jongvolwassenen die een dergelijke therapie volgden, meer gevoel van zelfwaarde, meer vertrouwen in hun vermogen doelen te bereiken, om te gaan met tegenslag en hadden ze positievere levensverwachtingen (Van den Elsen, 2016). Als we weer uitzoomen naar 2022, is dit onderzoek relevanter dan ooit. Nu “psychopathologische parameters” de pan uit rijzen, een grote aanspraak op veerkracht wordt gemaakt en met een gebrek aan sociale steun, ligt een depressie voor jongvolwassenen op de loer.

Deze doelgroep zou veel baat hebben bij narratieve therapie. Jongvolwassenen zitten in een periode waarin ze zich sociaal-cognitief sterk ontwikkelen, waarin hun wereldbeeld nog verder wordt gevormd en waarin ze hun waarden bepalen. Ze grijpen gedurende deze tijd van hun leven, waarin hun identiteit wordt gevormd, vaker terug op autobiografische herinneringen, om houvast te krijgen en om problemen te kunnen oplossen (RIVM, Trimbos-instituut en Amsterdam UMC, 2019).

In de narratieve therapie kan het ontdekken van identiteitsherinneringen, herinneringen die bepalend zijn geweest voor iemands verdere leven, een bron van hoop en motivatie zijn (Van den Elsen, 2016). Daarin zijn er twee thema’s in levensverhalen te onderscheiden, agency en communion. Wanneer een jongvolwassene narratieve therapie krijgt, kunnen verhalen van agency bijdragen aan het gevoel van individuele veerkracht. Jongvolwassenen kunnen meer inzicht krijgen in het eigen functioneren, erkenningen die ze hebben gekregen, prestaties die ze hebben geleverd, of inzien welke betekenisgeving in relatie tot een groter geheel ze hebben ervaren. Hierin kunnen ze terugvallen op verhalen van vroeger, waarin ze veerkrachtig waren. Door terug te grijpen op dit soort verhalen, kunnen ze een verloren gewaand deel van zichzelf herontdekken.

In verhalen van communion staan liefde en vriendschap, steun aan anderen, verbinding met een gemeenschap of samenleving centraal. Deze verhalen kunnen bijdragen aan een gevoel van sociale cohesie, het gevoel dat je onderdeel uitmaakt van een groter geheel. In de individualistische, geseculariseerde, en door corona steeds meer gepolariseerde maatschappij, zijn deze verhalen erg nuttig om meer sociale cohesie en gemeenschapszin te ervaren (Westerhof & Bohlmeijer, 2010). Om, in de woorden van Stromae te spreken, hun het idee te geven: “J’suis pas tout seul à être tout seul.”

Dit klinkt allemaal erg positief, maar soms nemen negatieve verhalen van vroeger de overhand. De vraag is of je ervaringen die je opdoet gedurende je leven, in je levensverhaal kunt integreren, assimileren of accommoderen. Wanneer dat niet gaat, is er sprake van accumulatie of negatieve accommodatie, die zogenaamde niet-werkzame verhalen oplevert (Josje Geerse, lesdag 10 narratief begeleiden 2, 17 maart 2021). In zo’n geval zijn je identiteitsherinneringen negatief. Daarin hebben mensen een gesloten narratief over de wereld, vaak gekenmerkt door zwart-wit tegenstellingen en gedachtes als: zie je wel, dit overkomt mij altijd. Dan kan het ophalen van positieve herinneringen, ofwel ‘tegenverhalen’, een alternatief bieden. Door narratief werken kan inzicht worden gegeven in negatief scriptmatig gedrag en kunnen nieuwe verhaallijnen worden onderzocht en geïntegreerd worden in iemands levensverhaal (Angèle Verkaaik, lesdag 18 interactioneel werken 1, 26 januari 2022) (Geerse, 2017). Meerdere onderzoeken tonen aan dat het ophalen van positieve herinneringen zelfs een depressie kan voorkomen (Van den Elsen, 2016).

De kracht van narratieve therapie wordt steeds meer onderschreven in de wetenschappelijke wereld. Voor mensen die existentiële leegte ervaren, of die met veel tegenslagen te maken hebben. Voor jongvolwassenen, die nog volop bezig zijn met het ontwikkelen van hun identiteit, blijkt zelfs dat deze methode zeer effectief is. Nu de wereld door de coronapandemie voor vooral jongvolwassenen een tijd van zinloosheid, eenzaamheid, angst, depressie en overmatige stress werd, kan de narratieve therapie sprankjes hoop en troost bieden. Verhalen die doen herinneren aan individuele veerkracht, die bijdragen aan solidariteit, sociale cohesie en steun. Of verhalen die onze eigen overtuigingen doen kantelen, waardoor we weer positiever tegen onze eigen levensgeschiedenis aankijken. In donkere tijden biedt de narratieve therapie lichtpuntjes.

Een volledige literatuurlijst kan opgevraagd worden bij de redactie. *Vanwege privacyredenen is haar naam gefingeerd.

Anna Kiebert is psychosociaal therapeut in opleiding aan de Sociale Academie Utrecht en vrijwilliger bij Humanitas als rouw- en verliesbegeleider van kinderen en (jong)volwassenen. Daarnaast is ze programmamanager bij mensenrechtenorganisatie Hivos.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2022

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen