Gehechtheidsgericht werken met ouder(s) en kind
Het behandelen van gehechtheidsproblemen bij kinderen en adolescenten is niet eenvoudig. Er zijn niet veel behandelingen die zowel geschikt zijn voor jonge kinderen als voor pubers en wat oudere jeugd en daar brengt Dyadic Developmental Psychotherapy (DDP) verandering in. Dit is een algemene op gehechtheidstheorie en neurobiologie gebaseerde aanpak die voor de jeugd in de volle breedte geschikt is.
Het boek Gids over gehechtheid introduceert DDP en laat zien hoe DDP in de klinische praktijk kan worden toegepast. De systemische en relationele aanpak van DDP zorgt ervoor dat therapeuten veiligheid kunnen bieden en cliënten beter leren kennen en begrijpen. DDP faciliteert samenwerking tussen therapeut en ouders ten behoeve van het kind. In deze methode staat het bieden van co-regulatie centraal. Hieronder volgt een fragment uit het boek.
DDP is noch een directief noch een non-directief therapiemodel. De DDP-therapeut richt zich op het ontwikkelen van een gesprek waarin de initiatieven en reacties van kind en therapeut worden geïntegreerd. Een analogie die dit het dichtst benadert, is die van het serve and return- of heen-en-weer-principe, dat de wederkerige verbinding tussen ouder en jong kind kenmerkt. De therapeut nodigt het kind gewoonlijk uit om de richting van het gesprek te bepalen. De therapeut probeert de inhoud van het thema te begrijpen en zo mogelijk te verdiepen, terwijl hij het kind tevens helpt om het te integreren in andere gebeurtenissen in zijn leven. Met verdiepen van het thema bedoelen we het ontdekken en onderzoeken van wat er onder de oppervlakte van gedragingen en gebeurtenissen ligt. De nieuwsgierigheid van de therapeut kan wellicht leiden: ‘Ik vraag me af waarom?’ ‘Hoe was dat?’ ‘Hoe moet je dat begrijpen?’ ‘Wat betekent het?’ ‘Is dat anders dan andere keren?’
De therapeut leidt het gesprek vervolgens in de richting van een verwant of een nieuw thema dat eerder door het kind vermeden kan zijn. Na de leiding te hebben genomen, bemerkt de therapeut direct hoe het kind daarop reageert en de therapeut zal vervolgens de reactie van het kind volgen. Zodoende besteedt de therapeut aandacht aan de behoefte aan veiligheid bij het kind én aan wat op dat moment voor het kind mogelijk een belangrijker thema is. Meedoen in volgen-leiden-volgen ondersteunt de ervaring dat het kind zich geaccepteerd weet, wat een gevoel van vertrouwen biedt. Het volgen van het leiden van het kind garandeert emotieregulatie. Leiden bevordert reflectief functioneren.
Stel dat een kind een onderwerp vermijdt dat zijn leven erg lijkt te bemoeilijken. De therapeut volgt het kind, accepteert de vermijding en gaat door naar een ander gebied. Verderop in de sessie, of in een latere sessie, kan het kind zich soms makkelijk in dat vermeden thema begeven en het met de deelname van de therapeut begrijpen. Wat kun je evenwel doen als de vermijding de volgende keer en de keer erna net zo sterk is? De volgende werkwijze kan helpend zijn:
- Reageer met een accepterende houding op de vermijding en erken dat het lastig is om over sommige dingen te praten of er zelfs maar aan te denken. Vraag je hardop af of het kind andere dingen kan bedenken die ooit lastig waren om over te praten maar dat nu niet meer zijn.
- Deel met het kind dat je nieuwsgierig bent naar zijn gedachten over de motieven van de therapeut om een onderwerp aan de orde te stellen. Om het kind ervan te overtuigen dat het fout zat? Om tegen het kind uit te varen over wat het heeft gedaan en dat het niet goed genoeg probeerde ermee te stoppen? Om de ouders van het kind te herinneren aan wat het heeft gedaan, zodat zij weer boos kunnen worden op het kind? Om het kind zich ongelukkig te laten voelen? Om het kind vaardigheden te bieden om ermee om te gaan, zodat het iets anders kan doen? Om de zijde van de ouders te kiezen en hun te vertellen welke consequenties ze het kind in het vooruitzicht moeten stellen om het te laten veranderen? Nadat het kind op een of meer van deze mogelijkheden instemmend heeft gereageerd, zal de therapeut zijn begrip en empathie voor de vermijding van het thema uiten als het kind denkt dat de therapeut om die reden het onderwerp aan de orde wilde stellen. Na het uiting geven aan empathie, kan de therapeut informatie geven over zijn motieven.
Therapeut: Ik weet dat dit moeilijk is geweest voor jou en voor je ouders, John. Jij wordt boos, zij worden boos en vervolgens voelen jullie een grote afstand ten opzichte van elkaar! En dan denk jij dat zij moeten veranderen en zij denken dat jij moet veranderen! Jeetje, en dat gebeurt iedere keer weer en niemand wordt er blij van. Iedereen wordt boos en misschien na een tijdje ook bedroefd. En daarom breng ik het naar voren! Als ik begrijp wat er voor jullie allemaal gebeurt, waarom het voor jullie allemaal zo moeilijk is om eruit te komen, kan ik misschien iets bedenken waarover jullie je allemaal goed voelen. En dan ben ik blij, heel blij dat ik jou en je gezin heb kunnen helpen. - De therapeut maakt eerst duidelijk dat hij accepteert dat het kind er niet over wil praten. Vervolgens onderzoekt hij de perspectieven van de ouders. De therapeut leidt het gesprek over de gebeurtenis met de ouders, waarbij hij zich ervan verzekert dat ze op dit moment niet boos zijn, dat ze het kind niet beschuldigen door slechte motieven (‘Hij wil altijd dat het op zijn manier gebeurt.’), gevoelens (‘Hij wordt zo snel boos als wij alleen maar redelijk proberen te zijn.’) of gedachten (‘Hij denkt dat hij altijd gelijk heeft en wij het altijd mis hebben.’) aan hem toe te schrijven. Als de ouders toch een negatief beeld van hun kind beginnen te geven, zal de therapeut oordelen over wat ze zeggen of hen tegenspreken.
Therapeut: Waarom denken jullie dat jullie boos worden als hij te laat thuiskomt? Omdat jullie hem al zo vaak hebben gezegd dat hij nog steeds te laat thuiskomt? Maar wat zit er eigenlijk onder die boosheid? Zou een deel van die boosheid kunnen betekenen dat jullie je eigenlijk zorgen maken… Zou er deze keer iets gebeurd kunnen zijn? Misschien worden jullie bang dat jullie zoveel van hem houden en je wilt dat hem niks overkomt. Ik vraag me af of die boosheid verwarrend voor hem is en dat hij niet begrijpt dat jullie eigenlijk bang zijn dat hem wat overkomt terwijl jullie dat niet weten. En dat jullie angst soms zo groot is omdat jullie liefde voor hem zo groot is. - Nadat de therapeut zich heeft ingespannen om de ouders vanuit SANE (Speelsheid, Acceptatie, Nieuwsgierigheid en Empathie) en niet vanuit boosheid en oordelen te laten communiceren, kan hij zich weer tot het kind richten. Het kind zou er nu wat vertrouwen in kunnen hebben dat het gesprek niet tot de conclusie zal leiden dat het verkeerd zit of egoïstisch is. In plaats daarvan zal het gesprek erop gericht zijn het kind te begrijpen en de kans te geven om met zijn ouders te spreken, in het vertrouwen dat de therapeut het nodige zal doen dat ook zijn ouders luisteren en het willen begrijpen zonder dat er over zijn gedachten en gevoelens wordt geoordeeld. Door met de ouders over het thema te praten, zal het kind veilig op de achtergrond kunnen luisteren. Zolang de therapeut ervoor kan zorgen dat de ouders niet vanuit boosheid reageren of schaamte veroorzaken, zal het kind zich doorgaans veilig genoeg voelen om deel te nemen aan het gesprek.
- Als het de therapeut is gelukt om met het kind een goed gesprek te hebben over dingen die voor het kind niet belastend zijn, zal het kind het de therapeut mogelijk toestaan om in zijn naam met de ouders te spreken. De therapeut zal daarbij inschatten wat het kind denkt, waarbij de afspraak geldt dat wanneer het kind wil dat de therapeut stopt of als het iets wil toevoegen over wat het denkt of voelt, de therapeut dat opvolgt. Op deze manier is het veiliger voor het kind om dingen te onderzoeken: gedelegeerd, met de therapeut als zijn vertegenwoordiger. De interventie om namens het kind te spreken, die samengaat met een interventie waarin over het kind wordt gesproken, wordt verderop nader bekeken.
- Soms lukt het met het indirect onderzoeken van onderwerpen niet om het kind te laten deelnemen aan het proces. Dan doet de therapeut er verstandig aan het bespreken van het thema uit te stellen tot een andere sessie, en zich in plaats daarvan te richten op herverbinding met het kind rond een minder stressvol thema.
Gids over gehechtheid: Gehechtheidsgericht werken met ouder(s) en kind – Dyadic Developmental Psychotherapy (DDP)
Daniel A. Hughes en Ben Gurney-Smith
Uitgeverij SWP, 2023

