Omgaan met innerlijke strijd is een thema waar deze praktijkervaring dieper op ingaat. Wat jarenlange praktijkervaring mij vooral heeft laten zien, is dat de mens het meest van de tijd in strijd is. Met zichzelf, met anderen. Strijd zowel naar buiten gericht, alsook strijd die innerlijk gevoerd wordt. Stille innerlijke opstand maakt de (stress)gevolgen echter niet minder luid of verlammend. Strijd kan, zonder dat degene het in de gaten heeft, de touwtjes in handen hebben en de levensrichting bepalen. Of strijd is zichtbaar en luidkeels op de barricade in gevecht met al het onrecht dat er (persoonlijk) ervaren wordt.
Het woord ‘strijd’ zegt het al, het is meestal negatief getint. Gaat vaak gepaard met spanning, onrust en lichamelijke klachten.
Door Peggy
Wat jarenlange praktijkervaring mij vooral heeft laten zien, is dat de mens het meest van de tijd in strijd is. Met zichzelf, met anderen. Strijd zowel naar buiten gericht, alsook strijd die innerlijk gevoerd wordt. Stille innerlijke opstand maakt de (stress)gevolgen echter niet minder luid of verlammend. Strijd kan, zonder dat degene het in de gaten heeft, de touwtjes in handen hebben en de levensrichting bepalen. Of strijd is zichtbaar en luidkeels op de barricade in gevecht met al het onrecht dat er (persoonlijk) ervaren wordt.
Het woord ‘strijd’ zegt het al, het is meestal negatief getint. Gaat vaak gepaard met spanning, onrust en lichamelijke klachten.
Omgaan met innerlijke strijd: waardoor het zo heftig aanvoelt
Er is een prikkel nodig om ten strijde te gaan. Die prikkel kan iets zijn waarin men gelooft. Een waarde die men belangrijk vindt. De prikkel kan ook een heftige lichaamssensatie zijn die men niet (meer) wil ervaren. Met andere woorden: er is duidelijk iets te winnen… of te verliezen.
Ik wil je twee vragen stellen:
- Is de prikkel al strijd op zich of komt de strijd nog bovenop de prikkel? Met andere woorden, is het één ervaring of zijn het twee opeenvolgende ervaringen?
- Als de prikkel gewoon een prikkel is en een prikkel mag zijn, wat is er dan feitelijk?
Wat blijft er over, als je de situatie plat slaat? Het draait er in de kern om dat iets niet is, hoe men het eigenlijk zou willen hebben. Met alle (on)bewuste reacties van dien.
In mijn praktijk bekijken we, uiteraard afhankelijk van de hulpvraag van de cliënt, de strijd die gevoerd wordt holistisch. Dus hoe ziet ‘the battlefield’ eruit voor de cliënt, op zowel mentaal, emotioneel als lichamelijk gebied.
De gevoerde strijd in het hoofd kan men vaak wel benoemen. De piekergedachten, als een negatieve gedachtestroom. Helaas zit een adequate oplossing voor de daadwerkelijke prikkel er zelden tussen. Maar toch blijven we gefocust op het denken, aandachtig zoekend naar wat te doen om de prikkel niet te hoeven te ervaren.
Maar, terwijl we daar druk mee zijn, hoe zit het dan met het lichaam? Welke signalen worden er genegeerd of weggedrukt? Stel dat de prikkel een ruzie is met iemand, met als gevolg een kramp in je buik. Een stressgevoel dat je eerder hebt ervaren en niet opnieuw wil ervaren. De neiging is om vanuit het hoofd op zoek te gaan naar een snelle oplossing (buiten jezelf), zodat het weer oké voelt. Hoe zou het echter zijn om het gevoel in je buik juist alle ruimte te geven? Er in al je aandacht naar toe te gaan. Aanwezig te zijn bij dat wat je voelt. Zonder dat het anders hoeft te zijn. Het is mijn (praktijk)ervaring dat er dan rust ontstaat waar eerst strijd was. Dat er warmte ervaren wordt. Energie die weer stroomt, waar het eerst geblokkeerd was.
Omgaan met innerlijke strijd op deze manier, door aandacht te geven aan het lichaam in plaats van alleen aan de gedachten, sluit aan bij inzichten uit de somatic experiencing en lichaamsgerichte therapie. Deze benaderingen gaan ervan uit dat onverwerkte spanning zich in het lichaam kan vastzetten, en dat bewuste aandacht voor lichaamssensaties kan helpen om die spanning te laten afvloeien. Meer achtergrond over de relatie tussen lichaam en emotie is te vinden via Psychologie Magazine.
Lees ook meer gerelateerde artikelen op de themapagina van TCC Magazine 2023.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen strijd voeren en gewoon een prikkel ervaren?
Bij omgaan met innerlijke strijd is het onderscheid belangrijk: een prikkel op zich, zoals een vervelend gevoel of een lastige gedachte, hoeft geen strijd te zijn. Pas als je ertegen vecht of het wilt wegduwen, ontstaat de strijd erbovenop, wat vaak meer spanning oplevert dan de oorspronkelijke prikkel zelf.
Hoe begin ik met omgaan met innerlijke strijd in plaats van ertegen te vechten?
Begin met het opmerken van lichamelijke signalen, zoals een kramp in je buik of gespannen schouders, zonder er meteen iets aan te willen doen. Omgaan met innerlijke strijd betekent leren aanwezig te zijn bij wat je voelt, in plaats van er direct een oplossing voor te zoeken.
Kan omgaan met innerlijke strijd professionele hulp vervangen?
Nee. Bij aanhoudende spanning, piekeren of lichamelijke klachten die niet vanzelf overgaan, is het verstandig een huisarts of therapeut te raadplegen. Omgaan met innerlijke strijd op eigen kracht is een waardevolle vaardigheid, maar geen vervanging voor professionele begeleiding bij ernstigere klachten.
Waarom richt deze aanpak zich op het lichaam in plaats van op gedachten?
Piekergedachten leveren zelden een directe oplossing op voor de onderliggende prikkel, terwijl het lichaam vaak eerder signaleert waar de spanning daadwerkelijk zit. Omgaan met innerlijke strijd via lichaamsaandacht kan daardoor sneller rust en ontspanning geven dan alleen nadenken over het probleem.
Is er dan nog strijd (nodig)?


