“Wat heb jij daar?” vroeg mijn jongste gisteren wijzend naar mijn wang. Ik had geen flauw idee wat ik had, maar het bleek grijs. “Is dat soms ook zo’n binnendraadje? Zo een als ik hier ook heb in mijn arm?” Een ader.
De laatste tijd heeft onze jongste interesse in hoe haar lijf, en dat van haar medegezinsleden, werkt. Zo hebben we dus allemaal een soort draadjes vanbinnen, waar ons bloed doorheen stroomt en met een stethoscoop wordt regelmatig gecontroleerd of onze harten het nog doen.
Het beantwoorden van de ene vraag roept bijna automatisch een nieuwe vraag op. Ons lichaam is tenslotte een ingenieus samenwerkend geheel. Tijdens het avondeten hebben wij het dus tegenwoordig over dingen als waarom je niet kunt stoppen met knipperen met je ogen en waar tranen worden bewaard. Geen onderwerp wordt overgeslagen. En met een simpel antwoord wordt geen genoegen genomen! Zo wil ze zelfs weten hoe een ‘vitamine D’ eruitziet.
Gelukkig zijn we hier thuis goed voorzien van medische boeken en daarnaast hebben we altijd het internet nog.
Ik ben benieuwd hoelang deze interesse in het menselijk lichaam nog doorgaat. In ieder geval wordt mijn eigen medische basiskennis ook weer even opgepoetst!

