Tot hier en niet verder!

Ingrid Candel over grensoverschrijdend gedrag in de zorg, ontstaan uit haar eigen relatie met een cliënt.

Tot hier en niet verder!

Artikel door: Linda Gielen

Psychologe Ingrid Candel kreeg in 2016 een relatie met een cliënt. Ze werkte op dat moment als cognitief gedragstherapeut in de geestelijke gezondheidszorg. Ze was ongelukkig in haar relatie thuis waardoor ze veel en hard werkte. Achteraf realiseert ze zich dat al deze factoren samen de opbloeiende relatie tussen haar en haar cliënt op dat moment meer en meer voedingsbodem gaven. De relatie ontstond zeker niet van het ene op het andere moment. Ze gingen beiden telkens een klein stapje verder.

Ze wist vanuit haar opleiding dat je geen cadeautjes mag aannemen, geen vriendschappelijke relatie, geen liefdesrelatie en geen seksuele relatie mag aangaan met een cliënt. Maar meer dan dat wist Ingrid er niet van. Dat overkomt me niet, het is niet relevant voor mij, zo had ze altijd gedacht. Toen deze relatie ontstond, op initiatief van haar cliënt, voorzag Ingrid dan ook geen problemen.

Ingrid kreeg waarschuwingssignalen, maar ze pikte ze niet op, gewoonweg omdat ze deze op dat moment niet als waarschuwing interpreteerde. Uitlopende sessies en extra tijd besteden aan deze cliënt hadden de eerste tekenen aan de wand moeten zijn.

Ingrid was er op dat moment van overtuigd dat het juist goed was wat ze deed, maar niets was minder waar. Haar relatie kwam aan het licht, met alle gevolgen van dien. Ingrid werd op staande voet ontslagen en door haar toenmalige werkgever werd er een onderzoek gestart. Dat de relatie geen sprookje bleek te zijn, werd al snel duidelijk.

De afgelopen vier jaar heeft Ingrid hard aan zichzelf gewerkt, veel over het onderwerp gelezen, casussen en tuchtrechtelijke rapportages bestudeerd en gezocht naar en gesproken met mensen die ditzelfde overkwam. Vooral op dit laatste vlak drong het besef tot haar door dat relaties in zorgende beroepen veel vaker voorkomen dan gedacht. De angst en het verdriet bij de (voormalig) zorgverleners zijn groot. Ingrid kwam tot de ontdekking dat het onderwerp onder een dik tapijt van schaamte en taboe schuilgaat.

Ze is de confrontatie niet uit de weg gegaan; ze besloot dat ze meer openheid over het onderwerp wil bewerkstelligen. Ze is op onderzoek uitgegaan en heeft haar opgedane kennis gebundeld in het boek Tot hier en niet verder! Ze hoopt met dit baanbrekende boek andere zorgverleners te informeren en te behoeden, opdat ze geen relaties aangaan met hun cliënten. In de meeste gevallen levert dit namelijk alleen maar verliezers op.

Het boek van Ingrid gaat niet over haar eigen belevenis, want dat zou ongepast en te beperkt zijn. Het gaat ook niet over misbruik van minderjarigen of ziekelijk (meervoudig) vergrijp. Het boek gaat over het vóórkomen en voorkómen van grensoverschrijdend gedrag in de zorg. Over gewone mensen die wellicht nooit hadden kunnen bevroeden dat dit hun ooit zou overkomen.

Het boek gaat over cijfers, regels, maatregelen en risicofactoren. Aan de hand van verhalen van échte zorgverleners die dit overkwam, bespreekt dit boek de materie om een realistisch beeld te schetsen voor de lezer van hoe dingen kunnen lopen.

Zorgwekkend is dat de klachten die ingediend worden bij de tuchtcolleges, jaarlijks geleidelijk stijgen. Waar het er in 2007 nog 1.441 per jaar zijn, steeg het in 2011 tot 1.676 per jaar. Slechts 18% van de ingediende klachten worden niet-ontvankelijk verklaard (bron: Medisch Contact).

De meeste zorgverleners die te maken krijgen met het tuchtrecht, overwegen hun beroepsgroep te verlaten. Ze zijn bang. Wat ze hebben meegemaakt naar aanleiding van de ingediende klacht, willen ze koste wat kost in de toekomst vermijden, ze willen dit nooit meer meemaken.

Ingrid legt uit dat elke ‘verzwakte’ zorgverlener hierin verzeild kan raken. Onder verzwakt stelt ze het meemaken van tegenslagen die bij het leven horen. De ene keer heb je daar als mens nu eenmaal meer onder te lijden dan anders. Denk hierbij aan ziekte van jezelf of een dierbare, een echtscheiding of ongelukkige relatie, overlijden en verlies in de breedste zin van het woord. Dergelijke tegenslagen maken kwetsbaar.

Het leven spaart niemand, ook zorgverleners niet. Door je ervan bewust te zijn dat je op dat moment van je leven kwetsbaar ofwel ‘verzwakt’ bent, kan je een hoop ellende bespaard blijven. In haar boek behandelt Candel uitgebreid de risicofactoren waardoor de lezer preventief kan voorkomen dat hij of zij toch over de grens gaat.

Dit alles heeft natuurlijk wel een keerzijde, want juist het contact tussen twee personen, de zorgverlener en de cliënt, doet ertoe. De kwaliteit van deze relatie speelt een grote rol in het (herstel)proces van de cliënt. Juist de initiële (emotionele) klik tussen zorgverlener en cliënt zorgt voor een succesvolle behandeling. Het zorgt voor een mate van vertrouwen, openheid en bereidheid. Een afstandelijke en kunstmatige relatie is dan ook niet wenselijk.

Maar waar zit dan de grens en hoe valt deze vast te stellen? Weet bovenal dat ook nabijheid grenzen kent. Soms kan het verstandig, of noodzakelijk, zijn om bepaalde zijwegen bewust niet in te slaan met je cliënt. Om bepaalde deuren te sluiten en gesloten te houden. Denk aan het uitwisselen van telefoonnummers en contact middels social media of Whatsapp. De praktijk laat zien dat veel grensoverschrijdende relaties hier hun oorsprong vinden. Maar ook het professioneel bewaken van tijd, het schudden van handen of omhelzen en het wel of niet aanbieden van een kop koffie of thee kunnen een grote rol spelen in de basis van de relatie tussen zorgverlener en cliënt.

Ook ‘onzichtbare’ factoren spelen een grote rol bij het verloop van de relatie. In elke relatie, dus ook in een zorgrelatie, kunnen gevoelens uit het verleden namelijk opspelen en onterecht aan het heden worden toegeschreven. Een cliënt kan bijvoorbeeld getraumatiseerd zijn, waarbij het trauma gespiegeld wordt op de zorgverlener. Onvervulde behoeften uit het verleden kunnen mogelijk de kop opsteken en om vervulling roepen. Dit wordt ook wel ‘overdracht’ genoemd. Als de zorgverlener zich hier niet of niet voldoende van bewust is, kan hij of zij de gevoelens van de cliënt voeden, wat ook wel ‘tegenoverdracht’ genoemd wordt. Algauw raken beiden vervolgens verstrikt in een web van gevoelens en emoties waardoor ze geen afstand meer kunnen doen van de situatie, en een objectieve blik vertroebelt.

Elke zorgverlener krijgt van tijd tot tijd te maken met een getraumatiseerde cliënt, ook jij. Het vraagt om veel zelfkennis en bewustzijn van de zorgverlener om ‘overdracht’ en ‘tegenoverdracht’ te herkennen en tijdig in te grijpen.

Een eyeopener voor vele lezers van het boek zal ongetwijfeld zijn dat de relatie niet hoeft plaats te vinden tijdens het behandeltraject. Zo bespreekt Candel in haar boek o.a. ook de casus van een GZ-psycholoog die een half jaar na behandeling een wederzijds gelukkige relatie kreeg met een van haar ex-cliënten. Als hun zoontje drie weken oud is, wordt hun geluk abrupt verstoord door een telefoontje van de directeur van de instelling waar de psychologe werkzaam was. Hij is te weten gekomen van hun relatie en is verplicht dit te melden bij de inspectie. De zorginstelling verwijt hierin de psychologe dat ze de zogenaamde ‘afkoelingsperiode’ niet voldoende tijd heeft gegeven; dit wordt door het tuchtrecht beschouwd als een ernstig tuchtrechtelijk verwijt, de psychologe in kwestie wordt berispt.

Onderzoek naar de regels omtrent de zogenaamde ‘afkoelingsperiode’ roepen echter meer vragen op dan dat ze antwoorden geven. Want wanneer is de professionele relatie voldoende afgekoeld om de basis te vormen van een gezonde liefdesrelatie? De beroepscodes geven niet meer dan onduidelijkheid hierover.

Dat Candel na haar eigen ervaringen en nader onderzoek dan ook opstaat als pionier om de onduidelijkheid, schaamte en angst omtrent dit thema omver te werpen, siert haar. Ze heeft naast haar boek een platform opgezet voor zorgprofessionals waarop ze hun ervaringen op een discrete manier met elkaar kunnen delen en eventueel advies kunnen inwinnen. Daarnaast geeft ze lezingen en workshops omtrent het thema om meer bewustwording te bewerkstelligen. Voor meer informatie ga naar zorgprofessionaliteit.nl

GZ-Psycholoog Martin Appelo mocht het manuscript al in een vroeg stadium lezen. Met de navolgende woorden raadt hij het boek aan:

“In dit openhartige en duidelijke boek, beschrijft Ingrid Candel niet alleen haar persoonlijke ervaringen, maar geeft ze ook een goed inhoudelijk en formeel beeld van (tucht)klachtenprocedures. De nadruk ligt echter op het ‘leren van je fouten’; hoe kan het dat wij zorgprofessionals in liefdesrelaties met patiënten terechtkomen, en vooral, wat moeten we aan onszelf en het systeem veranderen om dit te voorkomen? Het boek is een absolute ‘must-read’ voor elke zorgverlener en onderwijsinstelling m.b.t. de zorg. Want of het nu gaat om psychologen, psychiaters, (huis)artsen, fysiotherapeuten, coaches, trainers of counselors, we krijgen allemaal te maken met mensen, en waar mensen samen zijn, kunnen gevoelens ontstaan…”

Tot hier en niet verder!, Ingrid Candel (Maastricht, 1973), Uitgever: Bullseye Publishing, ISBN 9789491920813

Fotograaf portretfoto: Harry Heuts Photography

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2021

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen