Achtergrond cijfers ADHD

Actuele cijfers over de prevalentie van ADHD bij kinderen, jongeren en volwassenen in Nederland.

Achtergrond cijfers ADHD

ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. In het Nederlands spreekt men wel van aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. In de DSM-5 valt ADHD onder de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen.

De belangrijkste symptomen van ADHD zijn onoplettendheid (aandachtstekort), impulsiviteit en hyperactiviteit. Deze symptomen komen afzonderlijk of in combinatie voor in verschillende verschijningsvormen: het gecombineerde beeld, met zowel onoplettendheid als hyperactiviteit/impulsiviteit; het beeld waarbij onoplettendheid voorop staat; het beeld waarbij hyperactiviteit en impulsiviteit overweegt.

ADHD bij vrouwen

ADHD bij vrouwen uit zich anders dan bij mannen, waardoor het herkennen van AD(H)D bij vrouwen vaak lastiger is. De symptomen van AD(H)D bij vrouwen zijn niet per se anders dan bij jongens en mannen, maar ze presenteren zich dus wel anders. Hierdoor komt het voor dat AD(H)D bij vrouwen pas op veel latere leeftijd wordt vastgesteld en vrouwen hier dus ook pas veel later hulp bij krijgen dan jongens en mannen.

Aantal kinderen en jongeren met ADHD

Het is niet bekend hoeveel kinderen en jongeren op dit moment ADHD hebben. Er zijn geen recente Nederlandse onderzoeken of registraties die daarover betrouwbare gegevens kunnen leveren. Onderzoeken zijn onderling moeilijk vergelijkbaar door gebruik van verschillende diagnostische classificatiesystemen en verschillende bronnen (deskundigen, ouders of de kinderen zelf). Het criterium disfunctioneren, dat wil zeggen de mate waarin kinderen problemen ervaren op school en in het gezin, wordt volgens de Gezondheidsraad ook in veel onderzoek onvoldoende meegewogen.

De prevalentie van ADHD in de kindertijd (onder de 18 jaar) in Nederland is 3,6%. Dit blijkt uit het epidemiologisch bevolkingsonderzoek NEMESIS-3, uitgevoerd in de periode 2019-2022 (ten Have et al. 2023). Mannen hebben vaker ADHD in de kindertijd gehad dan vrouwen: het betreft 4,3% van de mannen en 3,0% van de vrouwen (NEMESIS-3). Het vóórkomen van ADHD is niet gemeten bij kinderen zelf, maar is retrospectief vastgesteld, door volwassenen van 18 jaar en ouder te vragen naar het vóórkomen van symptomen in de kindertijd (voor de leeftijd van 12 jaar).

Prevalentie bij volwassenen

De jaarprevalentie van ADHD in de volwassenheid in Nederland is 3,2%, blijkt uit bevolkingsonderzoek NEMESIS-3. Dit komt overeen met ongeveer 404.600 volwassenen. ADHD komt ook in de volwassenheid vaker voor bij mannen dan bij vrouwen; bij 3,7% van de mannen en bij 2,7% van de vrouwen. ADHD komt het vaakst voor bij 35- tot en met 44-jarigen (5,5%) en het minste bij 65-plussers (1,0%).

Ruim 280.000 personen met ADHD-symptomen bij huisarts

In 2021 waren er naar schatting 281.100 mensen met ADHD-achtige symptomen bekend bij de huisarts. Het ging om 170.200 mannen en 110.900 vrouwen (19,5 per 1.000 mannen en 12,6 per 1.000 vrouwen). ADHD-achtige symptomen komen het meest voor onder 10- tot en met 19-jarigen. In vrijwel alle leeftijdsgroepen is de prevalentie bij mannen hoger dan bij vrouwen. ADHD-achtige symptomen worden geregistreerd onder twee verschillende codes: geheugen-/concentratie-/oriëntatiestoornissen (ICPC-code P20) en overactief kind/hyperkinetisch syndroom (ICPC-code P21). In negen op de tien gevallen van ADHD-achtige symptomen wordt laatstgenoemde diagnose geregistreerd.

Aantal nieuwe diagnoses toegenomen

Het aantal nieuwe diagnoses van ADHD-achtige symptomen (ICPC-code P21) is in de periode 2011-2021 toegenomen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). Deze toename kan het gevolg zijn van het feit dat ADHD steeds bekender is bij hulpverleners, leerkrachten en ouders, en dat de stoornis door hen ook beter wordt herkend (Buitelaar 2001; Gezondheidsraad 2014). Tevens zijn de toename van wetenschappelijk onderzoek naar ADHD en een betere bereikbaarheid van de hulpverlening van invloed geweest (NEMESIS-2).

Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuwe diagnoses van ADHD-achtige symptomen is toegenomen. Voor mannen nam dit aantal toe van 40.700 in 2011 naar 63.500 in 2021 en voor vrouwen van 17.000 in 2011 naar 42.700 in 2021.

Steeds meer vrouwen slikken ADHD-medicatie

Het aantal vrouwen dat ADHD-medicatie slikt is afgelopen jaar toegenomen met twintig procent. Daardoor waren er in 2023 ongeveer even veel mannen als vrouwen die een middel gebruiken: rond de 27 op de duizend personen. Ook bij jonge meisjes is een stijging te zien, het gebruik onder jongens nam juist af – al is hun aantal gebruikers nog steeds twee keer zo hoog als onder meisjes.

Dat blijkt uit cijfers van Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK). De meest toegepaste ADHD-medicaties zijn methylfenidaat, dexamfetamine en lisdexamfetamine. Artsen schrijven atomoxetine en guanfacine iets minder vaak voor. Van al deze middelen werd methylfenidaat aan volwassenen (18-49 jaar), zowel bij mannen (72%) als bij vrouwen (68%) het meest verstrekt in 2023, gevolgd door dexamfetamine. Ook onder kinderen (6-17 jaar) werd methylfenidaat het meest verstrekt (83% bij jongens en 82% bij meisjes) en was lisdexamfetamine het op een na meest toegepaste middel.

Bronnen: www.nji.nl/cijfers/adhd, www.vzinfo.nl/adhd, www.psyq.nl en www.ggztotaal.nl.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2024

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen