Uit publicaties van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt, dat vrouwen op steeds latere leeftijd aan kinderen beginnen. Van de vrouwen die vóór 1960 zijn geboren, probeerde de meerderheid zwanger te raken van het eerste kind voordat ze 26 jaar waren.
Van de vrouwen die tussen 1960 en 1964 zijn geboren, probeerden de meesten het juist op hogere leeftijd. Deze trend lijkt door te zetten onder vrouwen die na 1964 zijn geboren.
Ook bij het proberen zwanger te worden van een tweede kind is de trend van uitstel duidelijk zichtbaar. De groep vrouwen die vóór hun 25ste probeert zwanger te raken van een tweede kind wordt door de jaren heen steeds kleiner en het lijkt erop dat de meeste vrouwen die na 1960 geboren zijn, hun tweede kind pas krijgen als ze de 28 jaar al gepasseerd zijn.
Twijfel, geen partner, een onzekere financiële situatie en het niet kunnen combineren van kinderen met opleiding of werk, zijn de meest genoemde redenen voor uitstel.
Na drie maanden zwanger
Ruim vijftig procent van de vrouwen die proberen zwanger te raken van hun eerste kind, is na drie maanden zwanger. Na een half jaar is bijna zeventig procent zwanger. Na anderhalf jaar zijn acht van de tien vrouwen zwanger. Uiteindelijk blijft zo’n drie procent van de vrouwen onvrijwillig kinderloos.
Medische hulp
Een op de vijf vrouwen die proberen zwanger te raken van hun eerste kind, gaat naar de huisarts of specialist als een zwangerschap uitblijft, de helft hiervan ondergaat een vruchtbaarheidsbevorderende ingreep. Van de vrouwen die proberen om van een tweede kind in verwachting te raken, bezoekt tien procent een arts als het niet snel lukt om zwanger te worden. Ook in dit geval krijgt bijna de helft daadwerkelijk een behandeling.
Vrijwillig of onvrijwillig kinderloos?
Kinderloosheid kan een bewuste keuze zijn. Het kan ook het gevolg zijn van het te lang wachten met kinderen. De vrouw voelt zich dan te oud voor kinderen of is fysiek niet meer in staat om kinderen te krijgen.
Vrouwen die vruchtbaar zijn, kunnen toch onvrijwillig kinderloos zijn. Dit kan het geval zijn bij ziekte of handicap of bij het niet (tijdig) vinden van een geschikte partner. Vier op de tien 26-45-jarige vrouwen die verwachten kinderloos te blijven, beschouwen zichzelf als onvrijwillig kinderloos. Zes op de tien kinderloze vrouwen zijn vrijwillig kinderloos.
Waarom vrijwillig kinderloos?
Vrouwen zijn om diverse redenen vrijwillig kinderloos. De helft van de vrijwillig kinderloze vrouwen gaf aan dat kinderen hun vrijheid zouden belemmeren. Een veel genoemde reden is ook dat het opvoeden van kinderen te veel tijd en energie kost. Veel vrouwen die deze reden noemden, hebben ook vaak de eerste reden genoemd. Een andere vaak genoemde reden is dat de partner geen kinderen wilde.
Samenhang tussen geluk en het krijgen van kinderen
In de periode rond het krijgen van een kind zijn mensen tijdelijk gelukkiger. Het gelukkigst zijn mensen tijdens de zwangerschap. Na de geboorte daalt het geluksgevoel langzaam tot het na 1 tot 2 jaar na de geboorte terug is op het niveau van voor de zwangerschap. Dit effect is er alleen voor de geboorte van het eerste kind. Rond de geboorte van het tweede en derde kind is geen gelukspiek zichtbaar.
De komst van een kind maakt vrouwen gelukkiger dan mannen. Hoewel bij zowel mannen als vrouwen het geluksgevoel stijgt voorafgaand aan de geboorte, is de stijging voor vrouwen sterker. Na de geboorte daalt het geluksgevoel in dezelfde mate voor mannen als vrouwen. De leeftijd van de ouders bij de geboorte van het eerste kind noch het geslacht van het kind heeft een relatie met de gelukstoename voor en afname na de geboorte.
Mentale gezondheid na de zwangerschap
Veel nieuwe moeders (11%) krijgen te maken met een depressie voor, tijdens of na de zwangerschap. Zo’n 10% van de pas bevallen vrouwen in Nederland krijgt een depressie na de bevalling. Ook bekend als een postpartum of postnatale depressie. Bij 9% van de gevallen zijn de klachten al aanwezig voordat het kindje geboren is. Het werkelijke aantal ligt hoger, mede door het feit dat veel vrouwen geen hulp zoeken.
Vrouwen van alle leeftijden hebben evenveel last van mentale problemen, maar laagopgeleiden hebben vaker last van mentale problemen dan hoger opgeleiden (13% vs. 9%). Ook vrouwen met een niet-westerse (vs. westerse) achtergrond hebben na de zwangerschap vaker mentale problemen (17% vs. 9%).
Vrouwen die zonder partner wonen, hebben vaker mentale problemen dan vrouwen die met partner wonen (23% vs. 10%). Ze zijn vaker somber, onrustig, ongelukkig en zitten vaker in de put.
Vrouwen die na de zwangerschap roken hebben iets vaker last van mentale problemen dan vrouwen die niet roken (16% vs. 10%). Dit komt met name doordat 19% van de vrouwen die roken vaak ongelukkig is, terwijl dit bij vrouwen die niet roken lager is (9%).
21% van de vrouwen die ongepland zwanger waren, heeft mentale problemen na de zwangerschap. Zij voelen zich met name vaker ongelukkig.
Bronnen: cbs.nl, vzinfo.nl

