Verhalen in de hulpverlening kunnen soms meer losmaken dan een uitgebreid gesprek, zo ontdekte deze recensent bij het lezen van Toon Tellegens dierenverhalenbundel Het komt goed.

Soms denk je dat je gewoon niet zoveel hebt met een bepaald genre van boeken of schrijfstijl. En soms moet je daar dus van terugkomen.
Verantwoordelijk voor een voor mij verbazingwekkende ommezwaai, was een bundel met dierenverhalen, geschreven door Toon Tellegen.
De aantrekkingskracht zat voor mij verstopt in de titel: Het komt goed. Onweerstaanbaar, geruststellend en hoopvol: Het komt goed. Drie woorden slechts. Maar precies dié steunende en bemoedigende woorden die ieder mens soms graag even wil horen.
Het boekje is veel meer dan een goed gekozen titel. Het zijn korte verhaaltjes met in de hoofdrol een bonte verzameling van grote en kleine dieren.
Ze verwonderen zich, filosoferen over het woordje ‘ooit’, ze tobben (‘ja, maar als…’), ze verliezen de moed en zien problemen waar ze niet zijn. En er is altijd weer een mier of een muis, met een levenswijsheid die in groot contrast staat met de nietigheid van het beestje, die ervoor zorgt dat het goed komt.
De aandoenlijke filosofische gedachtenexperimenten van de dieren vind ik heel bruikbaar in een hulpverleningssetting. Onderzoek naar bibliotherapie bevestigt dat verhalen en metaforen een waardevolle aanvulling kunnen zijn binnen de hulpverlening. Ze zijn niet alleen kort, maar ook opmerkelijk eenvoudig van snit, waardoor ze gemakkelijk zijn toe te passen op de eigen gedachten. Dat is weer een mooi vertrekpunt van het pad naar de laagjes die daar weer onder zijn gemoffeld.
De toon van het geschrevene is zo heerlijk ontwapend positief dat het bijna onvermijdelijk is om te eindigen met het feelgood moment: het komt goed! En dat gevoel gun je toch iedere cliënt.
Het komt goed is allegorie van de bovenste plank, geschikt voor jong en minder jong, en juist door die brede toepasbaarheid een aanwinst voor wie op zoek is naar verhalen in de hulpverlening die niet leeftijdsgebonden zijn.
Toon Tellegen, die zelf geneeskunde heeft gestudeerd, is schrijver en dichter. Hij won talloze prijzen met zijn werken, en het is dan ook geen wonder dat zoveel hulpverleners inmiddels de weg naar zijn boeken hebben gevonden voor gebruik in de praktijk. Hoe heb ik hem ooit over het hoofd kunnen zien… Het komt goed verdient wat mij betreft een vaste plek op de boekenplank van iedereen die met verhalen in de hulpverlening werkt.
Verhalen in de hulpverlening als gespreksopener
Wat Het komt goed zo bruikbaar maakt, is dat de dierenverhalen nooit belerend zijn. Verhalen in de hulpverlening werken volgens deze recensent het beste juist wanneer ze niet direct een boodschap opleggen, maar ruimte laten voor de eigen interpretatie van de cliënt. Een mier die zich zorgen maakt over ‘ooit’, of een muis die de moed verliest, herkent iedereen wel een beetje van zichzelf in, zonder dat het als confronterend voelt.
Juist die eigenschap maakt verhalen in de hulpverlening geschikt voor uiteenlopende doelgroepen, van kinderen tot volwassenen. Een therapeut kan een kort verhaaltje voorlezen aan het begin van een sessie, of het gebruiken als opstap naar een gesprek over een specifiek thema, zoals moed, twijfel of hoop. Wie meer wil lezen over creatieve methoden binnen de hulpverlening, vindt op Curova meer artikelen van collega’s uit het veld.
Verhalen in de hulpverlening zoals die van Toon Tellegen laten uiteindelijk zien dat je met weinig woorden veel kunt zeggen. Het komt goed is daarmee niet alleen een fijn boek om zelf te lezen, maar ook een waardevol hulpmiddel om in de praktijk mee te nemen.
Waarom dieren zulke goede spiegels zijn
Dat Tellegen voor dieren kiest in plaats van mensen, is geen toeval. Verhalen in de hulpverlening met dieren als hoofdpersonen bieden vaak net genoeg afstand om een cliënt niet meteen het gevoel te geven dat het ‘over hem of haar’ gaat, terwijl de herkenning er tegelijkertijd wel degelijk is. Een mier die piekert, een olifant die zich klein voelt, of een muis die zijn moed verliest: het zijn beelden die de weg vrijmaken voor een gesprek zonder dat iemand zich meteen op de vingers gekeken voelt.
Voor hulpverleners die op zoek zijn naar laagdrempelige manieren om moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken, bieden verhalen in de hulpverlening zoals die van Tellegen een prettig alternatief voor uitgebreide werkbladen of protocollen. Een kort verhaal van een paar minuten kan al genoeg zijn om een cliënt aan het denken te zetten, of juist gerust te stellen. Dat maakt dit soort literatuur bruikbaar in uiteenlopende settings, van individuele gesprekken tot groepsbijeenkomsten.
Ook buiten de spreekkamer kan dit boek zijn waarde bewijzen. Ouders, leerkrachten en begeleiders die op zoek zijn naar een toegankelijke manier om met kinderen te praten over gevoelens als angst, twijfel of verdriet, vinden in Het komt goed korte verhalen die precies genoeg zeggen zonder te moraliseren. Juist die eenvoud, gecombineerd met de warmte van Tellegens schrijfstijl, maakt verhalen in de hulpverlening zoals deze bundel geschikt voor een breed publiek.


