Mijn vorige column heeft de titel Ruimte om in te bewegen. Ik sluit die column af met de vraag: waarin zet jij jezelf (en anderen) vast? Vast met allerlei gedachten, overtuigingen en kaders. Vast in het niet vrij kunnen bewegen, in het niet doen wat je eigenlijk zou willen doen.
We zetten ons natuurlijk niet zomaar vast met ons denken, met gedachten die alle kanten op kunnen schieten. Er is eigenlijk maar één reden waarom we dat doen: dé oplossing! We zijn altijd (on)bewust op zoek naar oplossingen en bij voorkeur liefst dé oplossing! Dé oplossing die al onze problemen oplost, zodat we eindelijk eens van ons leven kunnen gaan genieten. We eindelijk vrij zijn. Eindelijk onszelf kunnen zijn. En daar doen we hard ons best voor.
Hoe bizar eigenlijk als je erover nadenkt. We hebben iets in ons dat vrij wil zijn én we hebben iets in ons dat dat tegenwerkt. En meestal ‘wint’ dat wat ons tegenwerkt. Wint dat wat vindt dat we dingen moeten doen. We moeten doorgaan, terwijl we eigenlijk even rust willen. Maar blijkbaar geloven we eerder dát wat we eigenlijk niet willen maar moeten, en gaan we dus door. Hoe vermoeiend en zwaar het ook aanvoelt.
Maar eigenlijk doet dat wat ons tegenhoudt, goed werk. Het is altijd bezig met eventuele risico’s die we lopen. Risico’s nu en in de toekomst, afhankelijk van de (emotionele en fysieke) schade die we in het verleden hebben opgelopen. Pijn die we nog een keer mee zouden kunnen maken. Dat willen we natuurlijk niet en iets in ons lijkt ons daarom fanatiek allerlei kanten op te willen sturen in de hoop voor eens en altijd onze problemen op te lossen.
In mijn boek Onderzoekend leven, van stressvol leven naar simpelweg zijn noem ik dat wat ons wil beschermen/sturen de adviseur. Om de kans op pijn te verkleinen is de adviseur naarstig op zoek naar oplossingen. Oplossingen om risico’s op wat voor pijn dan ook te verkleinen of zelfs helemaal weg te nemen. Het nadeel is dat de adviseur alleen informatie over het verleden heeft. Over wat er in het verleden ervaren is, maar niet over wat er met zekerheid in de toekomst gaat gebeuren. Hoe kan de adviseur dat überhaupt weten, hij heeft geen glazen bol. En wanneer is het goed? Wanneer is het klaar?
Het niet weten wat er kan gaan gebeuren, maakt de taak van de adviseur nog moeilijker. Als de adviseur érgens allergisch voor is, dan is het voor het gebrek aan zekerheid. Des te groter is de noodzaak een oplossing te vinden. Des te harder de zoektocht. Des te meer moetens in je leven. Des te sterker de druk en onrust die je voelt en daarmee des te fanatieker de wens voor een oplossing. En zo houdt de adviseur zichzelf in stand en blijft het nodig te zoeken naar dé oplossing aller oplossingen.
Hoe is dat voor jou, zo’n adviseur op zoek naar oplossingen? Heeft hij dé oplossing al voor je gevonden en is het daarmee klaar?

