“Ik zie druiven! Ze zijn rijp!” roept Daan (8 jr.) opgetogen, terwijl hij door de therapieruimte springt en naar buiten wijst.
“Dat heeft nog geen ander kind gezien,” zeg ik glimlachend. “Maar jij wel. Jij ziet veel.”
We plukken samen een trosje en eten de druiven met smaak op.
De zomervakantie is net voorbij. Daan is gestart in een 5-6-combinatiegroep. Hij vertelt dat hij het lastig vindt zich af te sluiten van alles om hem heen. De drukte in de klas, geluiden, bewegingen – het leidt hem af van zijn werk.
“Zullen we kijken welk level jij kunt halen met dit spel?” vraag ik. Ik leg een karretje en een parcours klaar met pionnen en een rubberen drempel. De opdracht is: trek het karretje door het parcours zonder iets te raken en eindig netjes tegen de muur.
Terwijl ik uitleg geef, roept Daan ineens: “Een wesp!”
“Goed gezien,” zeg ik. “Hij zit al bij het raam, hij wil naar buiten. Wat zeg jij, gaan we verder?”
Daan knikt. Bij zijn eerste poging raakt hij een pion én de muur. Maar hij geeft niet op. De tweede keer gaat het al beter: rustig, geconcentreerd. De wesp zoemt nog rond, maar Daan haalt level 1.
“Hoe kwam het dat je de wesp niet meer zag?” vraag ik.
“Ik lette op het karretje,” zegt hij.
“Precies. Je had focus.”
In level 2 moet er een houten blok op het karretje blijven liggen. Daan is gefocust en haalt level 2 én 3.
“Level 4 is nog nooit iemand gelukt,” zeg ik met een glimlach. “Daarvoor moet je drie blokken vervoeren.”
Daan aarzelt niet en probeert het. En ja hoor, met opperste concentratie haalt hij ook dit level.
“En de wesp?” vraag ik.
“Die is vast naar buiten gegaan,” zegt hij. “Ik heb het niet gezien, want ik had een goede focus!” Hij straalt van trots.
Daarna wil hij kruisboogschieten. “Zullen we een wedstrijdje doen?” stelt hij voor.
“Goed idee,” zeg ik. “Dan oefenen we tegelijk om ons af te sluiten voor afleiding.”
In de eerste ronde roep ik storende opmerkingen, zoals: “Juf, Daan is niet aan het werk!” Maar hij blijft rustig en haalt een mooie score. In ronde twee gooi ik zachte ballen en maak ik lawaai met muziekinstrumenten. Daan doet bij mij precies hetzelfde.
Ik trek mijn gouden cape met capuchon aan en zet mijn bril met oogkleppen op. “Zo ben ik beschermd,” zeg ik. Daan wil de cape en bril ook. Hij richt… en schiet in de roos.
“Ik kan het wel,” zegt hij overtuigd.
“Hoe dan?”
“Ik focus mij op wat ik vind dat ik moet doen,” zegt hij kalm.
“Dat is knap. Doe dat in de klas ook. En als het moeilijk wordt, stel je dan voor dat je de cape om hebt en de bril op.”
Een week later stapt Daan de ruimte weer binnen. Hij straalt.
“En?” vraag ik.
Hij kijkt me aan met een trotse grijns en zegt: “Ik heb al mijn taakjes al af!”
Conny Hagen is psychomotorisch kindertherapeut en werkt in haar eigen praktijk. Zij geeft therapie aan kinderen met gedrags- en/of ontwikkelingsproblematieken, en aan kinderen die last hebben van bepaalde gebeurtenissen. Haar motto is: ‘Kinderen in hun kracht zetten’. www.connyhagen.nl

