Van praten naar voelen: hoe Gendlins Focusing leert luisteren naar wat nog geen woorden heeft

Psychiater Simon Hogerzeil laat via een praktijkdemonstratie zien hoe Gendlins Focusing helpt om te luisteren naar wat het lichaam nog niet in woorden kan vatten.

Wat doe je als woorden tekortschieten? Veel cliënten voelen wel dat er iets niet klopt, maar kunnen er nog geen taal aan geven. In dit artikel laat psychiater en docent Simon Hogerzeil zien hoe de methode van Eugene Gendlin — Focusing — helpt om toegang te krijgen tot die woordeloze laag. Aan de hand van een praktijkdemonstratie met een cursist beschrijft hij hoe Focusing werkt, hoe het aansluit bij lichaamssignalen en hoe het leidt tot verrassende inzichten die vaak sneller tot de kern komen dan praten alleen. Het artikel laat zien hoe therapeuten Focusing kunnen inzetten binnen hun eigen werkwijze — als praktisch hulpmiddel om cliënten te helpen luisteren naar wat vanbinnen al geweten wordt, maar nog geen woorden had.

Als woorden tekortschieten

De meeste vormen van therapie gaan ervan uit dat mensen kunnen uitleggen wat ze voelen. Maar als een cliënt zijn gevoelens niet onder woorden kan brengen, kom je als therapeut moeilijk bij de kern van het probleem. Hoe kun je iemand helpen, die wel ergens last van heeft, maar daar nog geen woorden voor heeft – of die misschien zelfs nog niet beseft dát hij iets voelt?

Focusing: een praktische methode

Voor zulke cliënten ontwikkelde filosoof Eugene Gendlin (1926–2017) de methode Focusing. Aan de University of Chicago onderzocht hij met Carl Rogers wat therapie effectief maakt. Hij zag dat cliënten die vertraagden, bij hun lichaam te rade gingen en zich richtten op vage, woordeloze gevoelens, sneller vooruitgang boekten.

In zulke indrukken schuilt vaak al een vorm van weten. Als je ze onderzoekt, kunnen ze zich ontvouwen tot iets wat begrijpelijk wordt – en precies dan ontstaan nieuwe inzichten.

Gendlin zag dat die indrukken vaak als subtiele lichamelijke gewaarwordingen opkomen. Omdat die voor veel mensen ongrijpbaar blijven, ontwierp hij een praktische methode die iedereen kan leren: Focusing.

Een ingang via het lichaam

Daarmee gaf Gendlin vorm aan een opkomend inzicht in de psychotherapie: dat lichamelijke gewaarwordingen kunnen verwijzen naar diepere gevoelens of verlangens.

Gendlin noemde dat innerlijke aanvoelen de felt sense: een weten van binnenuit, nog vóór je het kunt begrijpen of benoemen. Als het lukt om daar woorden aan te geven, verandert er vaak iets vanbinnen – er komt ruimte, opluchting, richting. Zo’n verschuiving noemde hij een felt shift.

Maar het valt het niet mee om scherp te stellen op de felt sense. We worden snel afgeleid door de neiging om te gaan denken of praten. Daarom helpt het om een methode te hebben die je helpt om het innerlijke spoor niet kwijt te raken. Focusing biedt daarvoor een helder en hanteerbaar stappenplan.

Wat ik eerder had willen leren

Tijdens mijn opleiding tot psychiater kwam Gendlins Focusing nauwelijks aan bod. Pas in leertherapie merkte ik hoe krachtig de methode is. Door ermee te oefenen leerde ik beter omgaan met onbestemde gevoelens – en hoeveel waarde die vaak bevatten.

Ook bij cliënten zag ik hoe goed Focusing werkt, zodra ze ermee kennismaken.

Toch blijft de methode in opleidingen vaak onderbelicht. Vooral hbo-hulpverleners kennen haar niet, terwijl juist zij er veel aan kunnen hebben.

In mijn lessen hoor ik steeds hetzelfde: cursisten zijn hulpverlener geworden om echt contact te maken, maar kregen daar weinig praktische tools voor. Velen gaan later alsnog op zoek naar meer dan praten – en ontdekken dan Focusing. Dan zeggen ze vaak: “Dit is wat ik miste.”

Daarom schreef ik dit artikel – om te laten zien hoe waardevol Focusing is in de praktijk.

Is het niet een beetje vaag?

Die vraag krijg ik vaak. Ik snap het wel – Focusing werkt met gevoelens en beelden die zich eerst nog niet goed in woorden laten vangen. Dat kan vaag lijken.

Maar wie het zelf ervaart, merkt hoe zulke vage indrukken juist door de methode helder worden. Juist dan wordt duidelijk waarom die ogenschijnlijk vage taal precies past bij wat er gebeurt – en hoe de methode dat proces ondersteunt.

Focusing is een nuchtere manier om te werken met wat nog pre-conceptueel is: gevoelens, beelden of lichamelijke signalen die voorafgaan aan woorden. Internationaal heet dat ook wel ‘thinking at the edge’ – aftasten wat je intuïtie je aanreikt.

De methode is uitvoerig onderzocht, praktisch toepasbaar en goed te combineren met andere vormen van begeleiding – van therapie en traumaverwerking tot coaching, onderwijs en kunst. Ze sluit aan bij de groeiende belangstelling voor lichaamsgericht werken en wordt wereldwijd gebruikt door duizenden hulpverleners, onder wie bekende therapeuten als Leslie Greenberg (Emotion Focused Therapy) en Peter Levine (Somatic Experiencing).

Tot slot, Focusing helpt contact maken met wat iemand werkelijk voelt en nodig heeft – precies wat goede therapie beoogt.

Luisteren zonder te begrijpen

Om te laten zien hoe Focusing werkt, deed ik samen met Klara, een van mijn cursisten, een demonstratie voor de klas. We zaten tegenover elkaar, zoals in een therapiesetting, terwijl haar medecursisten toekeken. Klara richtte haar aandacht op een onbestemd gevoel dat haar al weken hinderde – haar felt sense.

Ik wist niets over haar situatie, maar toch konden we direct aan de slag. In een gewoon gesprek zou ik misschien naar de achtergrond vragen, maar dat haalt iemand vaak uit het gevoel en duwt hem richting analyse of logica. Eerder had ik uitgelegd dat je iemand ook kunt helpen zonder te weten waar het over gaat. Ik gaf een vergelijking: “Stel je voor dat je vastzit in een lift met een vrouw die gaat bevallen. Zelfs in het donker kun je, op gehoor en gevoel, volgen wat er gebeurt. Als moeder en kind daarna worden afgevoerd, nog vóór je weet hoe de baby heet, weet je tóch dat je hebt geholpen bij de geboorte.” Zo werkt Focusing ook: je hoeft het niet te begrijpen om behulpzaam te zijn.

In zes stappen naar binnen

Toch is deze manier van begeleiden voor veel mensen niet vanzelfsprekend. Daarom ontwierp Gendlin een stappenplan met zes ankerpunten: ruimte maken, voelen, verwoorden, toetsen, bevragen en integreren. Hij vergeleek dit met een touw dat je vasthoudt terwijl je afdaalt in je binnenwereld.

Voor beginners biedt dat houvast. In de praktijk worden niet altijd alle stappen gevolgd, en de volgorde kan variëren. Ervaren Focusers laten het touw soms los als de innerlijke stroom hen meeneemt.

In de klas volgden we het stappenplan eenvoudig stap voor stap. Eerst maakten we ruimte voor wat zich aandiende, zonder meteen te analyseren. Klara stelde zich zachtjes de vraag: “Hoe gaat het met mij?” Ze richtte zich op de sensaties die haar het meest opvielen – alsof die haar iets wilden vertellen. Daarna benoemde ze zintuiglijke kenmerken: waar ze het voelde, hoe groot het was en wat voor kwaliteit het had. Aanvankelijk noemde ze haar gezicht – niet alleen vanwege een fysieke sensatie, maar omdat die plek betekenisvol voor haar leek. Gaandeweg merkte ze dat ook haar armen en benen iets leken uit te drukken. Uiteindelijk besefte ze dat er al weken een gevoel van stijfheid in haar lijf zat, vooral in haar gezicht en armen.

Daarna zochten we naar een haakje – een woord of beeld dat klopte met wat zij vanbinnen voelde. Niet door te analyseren, maar door intuïtief te proeven aan wat opkwam.

Ik deed soms een voorzichtige suggestie, zij voelde of die resoneerde – zoals Gendlin dat noemt. Ik vergelijk dat proces met het spelletje “warmer/kouder”: je probeert iets, voelt of je dichterbij komt – tot er iets precies past.

Tegen Klara zei ik: “Zet je kritische stem even op pauze. Normaal leidt de linkerhersenhelft – die alles logisch wil begrijpen. Maar bij deze oefening mag dat deel ideeën aandragen, zonder de richting te bepalen. Laat gevoelens, gedachten en beelden eerst vrij opkomen. Pas later valt er soms iets op z’n plek – als puzzelstukjes die samen een geheel vormen.”

Uit ervaring weet ik: tijdens Focusing duikt vaak een beeld of metafoor op. Zo’n beeld zegt vaak meer dan losse woorden en helpt om de felt sense te verwoorden nog vóór je die precies begrijpt.

Ik vroeg Klara of haar felt sense nog andere opvallende kenmerken had. Ze zei dat het gevoel voor haar een kleur had. Eerst dacht ze aan ‘roze’, daarna ‘suikerspinroze’, maar uiteindelijk wist ze het zeker: het was de kleur van huid.

Aan haar gezicht zag ik dat ze helemaal opging in de oefening. Haar blik was naar binnen gericht, haar handen maakten voorzichtige gebaren, alsof ze haar lichaam aftastte van binnenuit. Langzaam vond ze woorden: haar ledematen voelden stijf, “alsof ze niet verder konden buigen”.

Woorden vinden voor wat je voelt

We waren samen aan het zoeken – twee mensen met hun eigen associaties, gericht op één innerlijke ervaring. Als ze het contact met haar felt sense verloor, hielp ik haar terug; zodra ze het weer oppakte, liet ik los. Wat ik inbracht, stond in dienst van háár proces, zonder de richting te bepalen.

Iets in haar beschrijving deed me denken aan plastic. “Alsof ze van plastic zijn?” vroeg ik. Ze keek op, haar ogen lichtten op. “Ja, zoiets”, zei ze, maar ze aarzelde. “Het is een bepaald soort plastic – plakkerig en veerkrachtig.” Toen, na een korte stilte: “Het voelt alsof mijn huid van latex is gemaakt.”

Voor mij was dat het moment om het proces zijn werk te laten doen. Als iemand zo precies zoekt naar het juiste woord, weet ik dat de methode iets losmaakt. Mijn suggestie had ook niets kunnen opleveren – maar nu werkte het als katalysator. Losse gedachten vielen samen in één helder beeld. Zoals ik de cursisten eerder had gezegd: “De uitkomst klopt altijd – ook als je pas later snapt waarom.”

Ze aarzelde, alsof het niet kon kloppen wat ze voelde. Als houvast vatte ik samen: “Dat stugge gevoel in je gezicht en ledematen – voelt dat alsof je huid van latex is?” Daarna vroeg ik zacht: “Als je jezelf zo ziet, wat valt je op?”

Ze zei: “Hoe kunstmatig het is. Mijn gezicht ziet er levenloos uit, alsof ik een speelpop ben.”

Aan haar toon en houding voelde ik dat dit precies klopte met wat zij vanbinnen ervoer. We waren, via de stappen van de methode, voorbij de eerste ervaring van stijfheid gekomen.

Voor mij voelde dat als een geslaagde duik: we waren diep genoeg om rond te kijken. Omdat dit een demonstratie was, besloot ik het niet verder te verdiepen.

Ik haalde juist het logische denken terug, dat ik eerder had gevraagd zich afzijdig te houden. Ik zei: “Klara, dat idee van een latexhuid en poppengezicht – wat in je leven voelt nu zo?”

Haar ogen sperden open, haar adem stokte. Toen kwamen de tranen. “Oh… ik begrijp nu waar dit over gaat. Ik ben weer de speelpop van mijn moeder geworden.”

Van voelen naar begrijpen

Ik vatte samen: “Dus in antwoord op de vraag ‘Hoe gaat het met mij?’ zegt je lichaam: ‘Ik voel me weer als een pop’?” Klara knikte.

“Waarom denk je dat dat gevoel juist nu terugkomt?” vroeg ik. Ze dacht even na en zei: “Mijn moeder zoekt de laatste tijd veel contact. Niet omwille van mij, maar om zichzelf gerust te stellen. Daardoor voel ik me als een object, als een pop.” Ze had dat gevoel lang weggeduwd, maar nu kwam het helder naar voren: “Zo was het vroeger ook: ik speel mee, maar ik wil eigenlijk niet. Ik wil geen pop zijn.”

Deze demonstratie laat zien hoe Focusing binnen korte tijd tot inzichten kan leiden die je met logisch redeneren niet, of pas veel later, bereikt.

Waar Klara haar gevoel eerst vrij verkende, zonder te weten waar het naartoe ging, begreep ze nu – met hulp van haar analytische kant – wat haar lichaam haar eigenlijk vertelde.

We besloten de oefening hier rustig af te ronden en het proces met de groep na te bespreken. Klara bleef nog even stil zitten, naar binnen gekeerd en zichtbaar geraakt. Het was duidelijk dat er vanbinnen iets in beweging was gekomen.

Van begrijpen naar verandering

Enkele weken later vertelde Klara dat het inzicht – dat ze zich bij haar moeder als een pop voelde – haar hielp om koers te houden. Ze had inmiddels duidelijke grenzen gesteld, al bleef haar moeder zoeken naar geruststelling.

Het ‘latex-gevoel’ in haar gezicht kwam soms nog terug, maar ze herkende het nu als een belangrijk signaal. Het hielp haar om trouw te blijven aan zichzelf en haar eigenheid te bewaren in het contact met haar moeder.

Weer aansluiten bij jezelf

“Het lichaam onthoudt wat het brein wil vergeten.” – Trauma-expert Bessel van der Kolk

Klara’s ervaring laat zien wat Van der Kolk bedoelt: het lichaam drukt een waarheid uit die we pas verstaan als we leren luisteren. Focusing helpt daarbij.

De methode brengt cliënten terug naar wat Carl Rogers ‘procesmatig functioneren’ noemde: weten wat je werkelijk ervaart, zodat je voelt wat je nodig hebt – en daarnaar kunt handelen.

Je kunt het zien als een innerlijke stroom. Als die blokkeert, ontstaat psychisch lijden. Focusing helpt die stroom weer op gang te brengen. Voor mij voelt dat als de kern van mijn vak.

Ik hoop dat dit artikel laat zien hoeveel Focusing kan toevoegen aan therapie en begeleiding – en dat meer hbo-hulpverleners ermee aan de slag willen.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

15 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2025

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen