Zelfkritiek is één van de belangrijkste triggers van eetbuien en een dwangmatige relatie met eten, sporten en het lichaam. Maar de invloed van de innerlijke criticus gaat verder: ook in vriendschappen, relaties en werk kan hij verlammend werken. Waar komt die stem vandaan? Hoe gaat hij te werk? En vooral: hoe help je jezelf én jouw cliënten er losser mee om te gaan?
Een demonstratie van de criticus
Nog voordat dit artikel goed en wel op papier stond, sprong mijn innerlijke criticus al in: ‘Niet goed genoeg!’ ‘Wie gaat dit lezen?’
Na uren schrijven had ik slechts een titel en losse flarden. Twijfel, uitstelgedrag en afleiding lagen direct op de loer.
Dit is hoe de criticus werkt: hij bekritiseert, verlamt en stuurt je gedachten alle kanten op. Terwijl ik rationeel wéét dat ik veel cliënten heb geholpen om met hun criticus om te gaan en dus iets zinnigs te melden heb, vindt die stem mij een opschepper. Zo sterk kan de macht van zelfkritiek zijn.
Hoe werkt de innerlijke criticus?
De criticus is vaak hard, ongenuanceerd en onaardig. Praat je semi-zorgzaam een schuldgevoel aan. Is vaak neerbuigend of juist agressief. Legt op alle slakken zout en weet genadeloos te drukken op alle pijnpunten en alles dat niet goed genoeg is.
Als tiener liet mijn criticus me weten dat ik niet leuk of aantrekkelijk genoeg was – voer voor mijn boulimia. Als dertiger vond hij dat ik geen vrolijke kleding meer mocht dragen. Pas later, rond mijn veertigste, leerde ik hem doorzien en hanteren.
Veel cliënten herkennen dit patroon: de criticus is een innerlijke stem die niets goed genoeg vindt. Hij werkt vaak samen met de perfectionist, de pleaser en de slavendrijver. Samen jagen ze iemand voort, zonder rust of voldoening. En wat je ook doet: het is nooit genoeg.
Waarom hebben we een criticus?
Hoewel hij onaardig klinkt, is de oorspronkelijke functie van de criticus beschermend. Hij wil voorkomen dat je wordt afgewezen of belachelijk gemaakt. Hij verzamelt daarvoor stemmen en boodschappen uit je verleden: van ouders, leerkrachten, leeftijdsgenoten, maar ook uit media en cultuur.
Voorbeelden zijn vaak schrijnend herkenbaar:
– Een ouder die zegt dat je te dik wordt.
– Een leerkracht die je dom noemt.
– Een moeder die zichzelf voortdurend afkraakt en diëten volgt.
De criticus neemt die boodschappen over en herhaalt ze eindeloos. Zogenaamd om je te beschermen, maar in feite vergroot hij je angst en onzekerheid.
Zelfkritiek en eetstoornissen
Bij mensen met eetstoornissen is de criticus vaak bijzonder sterk aanwezig. Hij stimuleert enerzijds streng diëten, sporten en presteren, want ‘het kan altijd beter’ en jaagt anderzijds schuld en schaamte aan na een eetbui of een mislukking. Het resultaat is een vicieuze cirkel van controle en verlies van controle.
Zelfkritiek is dus niet onschuldig: het is een directe trigger voor dwangmatig gedrag en eetbuien. Maar ook therapeuten kennen deze stem. Misschien herken je zelf dat je sessie ‘beter’ had gemoeten of dat je als mens tekortschiet. De criticus laat zich ook in onze praktijkruimte horen.
Van vijand naar bondgenoot
Belangrijk is te beseffen dat de criticus slechts een deel van ons is. In een gezonde dosis kan hij nuttig zijn: hij helpt plannen scherpstellen en risico’s zien. Gebruik je je criticus zo, dan is het een effectieve, oplettende, rationele vriend. Maar blijf alert. De criticus slaat vaak door op momenten van moeheid, stress en teleurstelling. Zodra hij overheerst, is het dus tijd om de regie terug te pakken.
De kunst is om de criticus te leren herkennen, zijn bedoelingen te doorzien en hem niet klakkeloos te volgen maar zelf de regie te houden.
Voor jou als therapeut
Als therapeut is het waardevol cliënten deze strategieën te leren, maar ook zelf alert te blijven op de eigen innerlijke criticus. Het risico is dat we streng zijn voor onszelf in ons vak: altijd beter willen doen, altijd beschikbaar zijn, nooit falen. Het kan bevrijdend zijn om juist die stem te herkennen en er met compassie naar te kijken. Want hoe meer we mild zijn voor onszelf, hoe krachtiger we dat kunnen doorgeven aan onze cliënten.
Tot slot
Mijn criticus vindt dit artikel natuurlijk te lang en te veel. Maar dit keer laat ik hem praten zonder ernaar te handelen. De criticus ontmaskeren is al een overwinning.
Ik ben benieuwd wat jij herkent in je eigen innerlijke criticus én die van je cliënten. En vooral: wat jou helpt om steeds meer te gaan staan voor wie je bent?
Want uiteindelijk is dat waar het om draait: leven en werken vanuit mildheid en vrijheid, in plaats van vanuit angst en kritiek.
Vijf manieren om de criticus te hanteren
1. Bedank en laat los
Bij elke niet-helpende gedachte kun je denken: Dankjewel voor de tip, maar ik neem hem niet aan. Hiermee verbreek je de automatische identificatie met de criticus.
2. Verschuif je aandacht
In plaats van in discussie te gaan, richt je je op wat nu wél belangrijk is: een taak afronden, iets aardigs doen of simpelweg een moment van rust nemen.
3. Activeer je compassionele zelf
Naast de criticus hebben we allemaal een compassioneel deel: de innerlijke stem die weet wat goed voor ons is. Door dit deel te oefenen, bijvoorbeeld met een korte meditatie of compassietraining, ontwikkel je meer mildheid en keuzevrijheid.
4. Laat stemmen voorbijgaan
Zie kritische gedachten als voorbijdrijvende wolken. Je kunt ze horen zonder ernaar te handelen. Praktische manieren zijn: jezelf gronden in het hier-en-nu, muziek luisteren of je voorstellen dat gedachten via een teflonlaagje van je afglijden.
5. Creëer afstand
Formuleer gedachten bewust op verschillende niveaus:
– Ik denk dat ik dit niet kan.
– Ik merk dat ik de gedachte heb dat ik dit niet kan.
– Ik ben er klaar mee dat ik steeds de gedachte heb dat ik dit niet kan.
Deze verschuiving maakt ruimte en verlaagt de impact.
Charlie Paludanus is eetstoornis- en traumatherapeut, oprichter van Vrij van Eetstoornis en auteur van de boeken Bevrijd jezelf van eetbuien & boulimia en Een emmer kots in de kast. Ze staat bekend om haar verfrissende en positieve aanpak van eetstoornissen. Met de focus op persoonlijke ontwikkeling in plaats van op eten en gewicht. En een grenzeloos vertrouwen in de veerkracht en het verandervermogen van de mens. Charlie is zelf het levende bewijs dat je 100% kunt herstellen van een eetstoornis. Ze bevrijdde zichzelf van de boulimia waar ze tussen haar 20e en 27e aan leed. vrijvaneetstoornis.nl

