Tekentherapie bij verlies van energie, identiteit en toekomstbeeld

Wat woorden niet meer kunnen vatten, krijgt soms via tekenen wel vorm. Dit artikel bespreekt tekentherapie bij verlies van energie, identiteit en toekomstbeeld.

Inhoudsopgave

Een leven dat kleiner wordt, en woorden die tekortschieten

Tekentherapie bij chronische vermoeidheid

Tekentherapie bij chronische vermoeidheid biedt een uitweg wanneer woorden niet meer voldoende zijn.

Chronische vermoeidheid raakt niet alleen het lichaam, maar ook de manier waarop iemand zichzelf ziet.

Een baan die niet meer vol te houden is, sociale contacten die wegvallen omdat een avond uit simpelweg te veel kost, hobby’s die op de plank blijven liggen, de optelsom van die verliezen is een rouwproces, ook al is er niemand overleden.

Er wordt in de psychologische literatuur wel gesproken over “ambigu verlies”: een verlies zonder duidelijk einde, waarbij het oude leven niet is afgesloten maar ook niet meer bereikbaar is.

Boss, die het concept in de jaren tachtig ontwikkelde voor families van vermisten, beschreef hoe de afwezigheid van een duidelijk eindpunt het rouwproces juist bemoeilijkt: er is niets om definitief afscheid van te nemen, en toch is er onmiskenbaar iets verloren.

Voor veel mensen met ME/CVS is dit verlies moeilijk onder woorden te brengen, zeker tegenover een omgeving die de aandoening niet ziet (“je ziet er anders niet ziek uit”) en soms twijfelt aan de ernst ervan.

Die onzichtbaarheid van de klacht maakt het extra lastig om erkenning te vinden voor het verlies: waar rouw om een overleden dierbare doorgaans met rituelen, steun en begrip van de omgeving gepaard gaat, ontbreekt dat maatschappelijke kader bij het geleidelijke verlies van een oud leven door chronische ziekte vaak volledig.

Tekentherapie biedt een andere ingang: beeldend werken maakt het mogelijk om iets van de binnenwereld te laten zien zonder dat er eerst een verklarende zin voor gevonden hoeft te worden.

Dit gebrek aan maatschappelijke erkenning wordt versterkt doordat ME/CVS decennialang in twijfel werd getrokken door delen van de medische wereld zelf, zoals eerder in dit dossier beschreven.

Mensen die al moeite hebben om hun eigen ziekte serieus genomen te krijgen door artsen, lopen tegelijk het risico dat ook hun rouw om het verlies van een oud leven niet als legitiem wordt gezien, een dubbele onzichtbaarheid die het gevoel van isolement kan versterken.

Een therapeutische ruimte waarin dat verlies wél als reëel wordt erkend, zonder dat er eerst bewijs voor hoeft te worden geleverd, heeft daarom een waarde die verder reikt dan de creatieve activiteit zelf.

Beeldend werk als zichtbaar maken van het onzegbare

In tekentherapie wordt niet gewerkt aan een mooi eindresultaat, maar aan het proces van vormgeven.

Iemand kan bijvoorbeeld worden gevraagd het eigen energieniveau in een week uit te beelden, of het verschil tussen het leven vóór en na de vermoeidheid te tekenen.

Vaak ontstaan daarbij beelden van grenzen, muren, batterijen of een figuur dat vastzit, beelden die iets laten zien van de ervaring van beperkt-zijn dat met woorden alleen lastig te vangen is.

Ook kleurgebruik kan veelzeggend zijn: waar de ene cliënt het energieverlies in doffe, grijze tinten weergeeft, kiest een ander juist voor felle, contrasterende kleuren om de plotselinge, onvoorspelbare aard van een terugval te laten zien.

De therapeut werkt niet als kunstinterpretator die een tekening “duidt”, maar begeleidt het gesprek dat naar aanleiding van het beeld ontstaat: welke elementen vallen de cliënt zelf op, welk gevoel hoort daarbij, welke verandering zou er in het beeld kunnen plaatsvinden.

Dit onderscheid, de cliënt als eigenaar van de betekenis, de therapeut als begeleider van het proces, is fundamenteel voor de beeldende therapie en wijkt bewust af van populaire, vereenvoudigde vormen van “tekenduiding” die soms buiten de professionele praktijk circuleren.

Die werkwijze, kenmerkend voor de beeldende (kunstzinnige) therapie zoals die in Nederland wordt opgeleid en uitgeoefend, sluit aan bij bevindingen uit onderzoek naar kunstzinnige therapieën bij chronische aandoeningen: een meta-analyse van Slayton en collega’s naar de effectiviteit van kunstzinnige therapie liet gunstige effecten zien op onder meer stemming en zelfbeeld bij mensen met langdurige lichamelijke klachten.

Een terugkerend voordeel dat cliënten en therapeuten benoemen, is dat een tekening in één oogopslag een complexiteit kan tonen die anders tientallen zinnen zou kosten om uit te leggen, en die complexiteit blijft, anders dan een gesproken zin, letterlijk op papier staan om samen naar terug te kijken, opnieuw te bekijken, en in een volgende sessie op voort te bouwen.

Voor mensen die door cognitieve klachten (de eerder genoemde “brain fog”) moeite hebben met het vasthouden van een lang gesprek, kan dat visuele anker houvast bieden dat een verbaal gesprek niet altijd biedt, en kan een cliënt in een volgende sessie eenvoudig teruggrijpen op een eerder gemaakt beeld zonder alles opnieuw onder woorden te hoeven brengen.

Onderzoek naar identiteitsherstel bij chronische aandoeningen laat zien dat creatieve activiteiten, waaronder tekentherapie bij chronische vermoeidheid, kunnen bijdragen aan een positiever zelfbeeld ondanks lichamelijke beperkingen.

Het zichtbaar maken van het onzegbare is precies waarom tekentherapie bij chronische vermoeidheid voor veel mensen zo waardevol blijkt.

Aangepast tempo voor een beperkte belastbaarheid

Aangepast tempo bij tekentherapie bij chronische vermoeidheid

Net als bij de andere behandelvormen in dit dossier geldt: de vorm moet passen bij de belastbaarheid.

Een tekensessie van een uur, rechtop aan een tafel, kan voor iemand met ernstige PEM al te veel zijn.

Ervaren tekentherapeuten passen daarom de sessieduur, houding (bijvoorbeeld liggend met een tekenbord op schoot) en het gebruikte materiaal aan, snel drogende viltstiften in plaats van waterverf die meer voorbereiding en opruimtijd vraagt, bijvoorbeeld, en bouwen desgewenst korte rustmomenten in tijdens de sessie zelf, zodat de cliënt niet aaneengesloten hoeft door te werken.

Voor sommige cliënten is ook online begeleiding een optie, waarbij het tekenen thuis gebeurt en het gesprek erover via beeldbellen plaatsvindt, dat scheelt de belasting van reizen naar een praktijk, iets wat voor mensen met een ernstig beperkte energiereserve allesbepalend kan zijn voor de vraag of behandeling haalbaar is.

Voor mensen die aan huis of aan bed gekluisterd zijn, is dit soms zelfs de enige praktisch haalbare vorm van psychosociale ondersteuning, waardoor het online aanbod van tekentherapie de afgelopen jaren gestaag is gegroeid.

Sommige therapeuten bieden zelfs de mogelijkheid om een tekening in eigen tempo, verspreid over meerdere dagen, te laten ontstaan, met korte online check-ins tussendoor in plaats van één aaneengesloten sessie, een werkwijze die perfect aansluit bij het pacing-principe dat elders in dit dossier wordt besproken.

Materiaalkeuze is meer dan een praktisch detail: voor iemand met beperkte fijne motoriek of trillende handen door uitputting kan een dikke stift makkelijker te hanteren zijn dan een fijn potlood, en kan collage (het knippen en plakken van bestaande afbeeldingen) een waardevol alternatief zijn wanneer tekenen zelf te veel fysieke inspanning vraagt.

Ook digitale hulpmiddelen winnen terrein: een tekentablet dat op de bank of in bed op schoot kan worden gebruikt, met de mogelijkheid om acties ongedaan te maken zonder nieuw materiaal te hoeven pakken, kan voor sommige cliënten de fysieke drempel verder verlagen.

Belangrijk is dat de keuze voor materiaal en werkvorm altijd wordt afgestemd op wat voor de individuele cliënt haalbaar is, in plaats van uit te gaan van een standaardpakket dat voor de gemiddelde cliënt zonder energiebeperking is samengesteld.

Een aangepast tempo is bij tekentherapie bij chronische vermoeidheid essentieel, omdat overbelasting het tegenovergestelde effect kan hebben.

Voor mensen die zich uitgeput voelen, blijft tekentherapie bij chronische vermoeidheid daarom bij voorkeur kort en laagdrempelig van opzet.

Het beeld als brug naar zelfcompassie

Zelfcompassie via tekentherapie bij chronische vermoeidheid

Een terugkerend thema in tekentherapie bij chronische vermoeidheid is zelfkritiek: het gevoel tekort te schieten, lastig te zijn voor de omgeving, of “gewoon niet hard genoeg te proberen”, een verwijt dat mensen met ME/CVS zichzelf vaak maken, mede door de geschiedenis waarin de aandoening lang niet serieus werd genomen.

Het beeldend vormgeven van die zelfkritiek, en het onderzoeken ervan in een tekening, kan een eerste stap zijn naar een vriendelijkere, realistischere verhouding tot het eigen, veranderde lichaam.

Therapeuten die met deze doelgroep werken, zien regelmatig dat een tekening in de loop van een traject verschuift: van een strenge, veroordelende innerlijke stem in de eerste sessies naar een beeld dat meer ruimte laat voor mildheid en acceptatie later in het traject.

Dat proces gaat zelden in een rechte lijn en vraagt tijd, vaak meerdere maanden, maar wordt door veel cliënten ervaren als een van de weinige plekken waar ze niet hoeven te presteren of uit te leggen, en waar het veranderde lichaam gewoon mag zijn wat het is.

Een tweede terugkerend thema is toekomstbeeld: mensen met ME/CVS verliezen vaak niet alleen het heden, maar ook een vanzelfsprekende voorstelling van de toekomst, de carrière die niet doorgaat zoals gepland, het gezin dat er anders uitziet dan gehoopt.

Tekenen over een mogelijke, aangepaste toekomst, in plaats van uitsluitend over het verlies van de oude, kan ruimte geven aan een nieuw perspectief zonder de rouw om het oude leven te ontkennen.

Beide bewegingen, het erkennen van het verlies en het voorzichtig verkennen van wat nog wél mogelijk is, kunnen in tekentherapie naast elkaar bestaan, iets wat in een uitsluitend verbaal gesprek soms lastiger te combineren is.

Tekentherapie is geen behandeling van de vermoeidheid zelf, maar wel van de manier waarop iemand ermee leert leven.

Voor naasten kan het meemaken van dit proces, bijvoorbeeld door af en toe een gemaakte tekening te mogen zien, ook behulpzaam zijn om beter te begrijpen wat iemand met ME/CVS werkelijk doormaakt, een begrip dat met woorden alleen soms lastiger over te brengen is dan met een beeld dat in één oogopslag laat zien hoe zwaar een op het oog gewone dag kan aanvoelen.

Bronnen

  • Boss, P. (2006). Loss, Trauma, and Resilience: Therapeutic Work with Ambiguous Loss. W.W. Norton & Company.
  • Slayton, S.C. et al. (2010). “Outcome studies on the efficacy of art therapy: a review of findings.” Art Therapy: Journal of the American Art Therapy Association, 27(3), 108–118.
  • FVB Databank Vaktherapie, Federatie Vaktherapeutische Beroepen, overzicht van onderzoek naar vaktherapie bij chronische aandoeningen.
  • NVBT (Nederlandse Vereniging voor Beeldende Therapie), beroepsvereniging voor beeldend/kunstzinnig therapeuten in Nederland.
  • Institute of Medicine (2015). Beyond Myalgic Encephalomyelitis/Chronic Fatigue Syndrome: Redefining an Illness. National Academies Press.

Meer lezen over deze behandelvorm? Bekijk de thema-pagina tekentherapie voor een breder overzicht.

Tekentherapie bij chronische vermoeidheid biedt geen genezing, maar wel een manier om grip te houden op wie je bent.

Wie overweegt te starten met tekentherapie bij chronische vermoeidheid, kan het beste beginnen met een kort kennismakingsgesprek.

Zelfcompassie is een centraal thema binnen tekentherapie bij chronische vermoeidheid, juist omdat schuldgevoel over verminderde prestaties vaak op de loer ligt.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

28 augustus, 2026

Thema

Tekentherapie

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen