Column Martine: Signaal van Edith

Martine Clausen over een bijzondere afspraak met een cliënte en de signalen die daarna volgden: 'Ik geloof niet in toeval.'

Signalen na overlijden herkennen

Veel mensen ervaren na het overlijden van een dierbare bijzondere signalen na overlijden: een droom, een toevallige ontmoeting of een gevoel van herkenning. Deze signalen na overlijden kunnen troost bieden en helpen bij het verwerken van het gemis, ook al is er geen wetenschappelijk bewijs voor. Sta open voor deze signalen na overlijden en vertrouw op je eigen intuïtie. Meer lezen over rouwverwerking? Bekijk het PSC Magazine 2016 of lees meer over omgaan met verlies.

Martine Clausen, met liefdevolle dank aan Edith

Ik had haar leren kennen toen zij bij mij op meditatieles kwam. Een jonge, zachtaardige vrouw. Gek op haar hondje en net weer vrijgezel. Na verscheidene cursussen kwam zij voor individuele counseling. Zo leerde ik haar nog veel beter kennen. We konden het erg goed met elkaar vinden; ik was verdrietig voor haar toen haar hondje overleed en ik was blij voor haar toen zij weer een vriend kreeg met wie zij ging samenwonen. Toen volgde een enorme schok. Er werd maagkanker bij haar geconstateerd. Ze was nog maar 32. Het was te laat voor behandeling, maar ze mocht meedoen aan een proef met een nieuw medicijn. Ze verzwakte steeds meer. Toen zij niet meer naar mij kon komen, bezocht ik haar thuis. We hadden al vaak gesproken over wat er aan de andere kant van het leven op haar zou wachten. Zij verwachtte dat haar recent overleden vader en haar hondje daar op haar wachtten. We spraken af dat zij mij een duidelijk teken zou geven, als het waar was dat de dood niet het einde is.

Op een zondag kreeg ik bij het opstaan een heel sterke intuïtie dat ik naar Edith toe moest gaan. Eigenlijk zou ik pas maandag gaan, maar ik ‘moest’ er stante pede heen. Edith werd wakker toen ik binnenkwam; we spraken samen, ik masseerde zachtjes haar handen en streelde haar wangen. Die middag overleed zij. 34 jaar oud. Ik was de laatste met wie zij gesproken had. ’s Avonds werd ik opgebeld door haar beste vriendin met het trieste nieuws. Ik brandde een kaars en ging mediteren. Vlak voor het naar bed gaan checkte ik nog even mijn e-mails. Ik kreeg een schok: er was een e-mail van iemand die Edith heette. Een mij onbekende vrouw. De inhoud van haar bericht ging over ‘signalen’. Zij had een column van mij gelezen en schreef mij over het belang van het volgen van je intuïtie en ingevingen! ‘Wat toevallig’, reageerden mensen. ‘Stug hoor, zoveel mensen heten geen Edith.’ Maar ik wist wel beter. Ik geloof niet in toeval.

Een dag of 14 later was ik bij een spirituele avond om daar een stukje over te schrijven. Er zou een psychometrist komen. Als je dat wenste, kon je een eigendom op tafel leggen. Een ketting, een ring, horloge of een fotootje. De psychometrist zou iets van de tafel opnemen als hij er een ingeving over kreeg. Ik was benieuwd want ik had zoiets nog nooit meegemaakt. Tegen het einde van de avond pakte hij mijn armbandje. Hij vertelde dat hij een jonge vrouw met een leuk hondje zag, die gelukkig lachte en dat er een oudere man bij haar was. Dat zij wilde doorgeven dat alles was zoals ‘wij altijd hadden gedacht’ en dat ‘ik mij geen zorgen hoefde te maken’ en ‘of ik dit door wilde geven aan haar beste vriendin’. Er was voor mij geen twijfel mogelijk dat dit Edith was, die zich aan onze afspraak hield.

Ik heb nog met andere cliënten die aan kanker leden, eenzelfde afspraak gemaakt. Eentje liet na haar overlijden een vlinder op mijn hand gaan zitten, midden in de winter. Haar symbool tijdens onze gesprekken was precies zo een vlinder.

Mensen, wij moeten het in deze wereld zien te redden met een aantal zintuigen en wij worden op een bepaalde manier gevormd en opgeleid. Er wordt aan de meesten van ons niet geleerd dat er meer tussen hemel en aarde is dan wij met het blote oog kunnen waarnemen. Daarom reageren wij met ongeloof op ‘bovennatuurlijke’ verschijnselen. Ik ben van mening dat het aanmatigend is om vol te houden dat wij ‘weten’ hoe de wetten van het universum in elkaar zitten. Ik denk dat wij nog geen fractie weten van wat er kan en dat wij maar beter kunnen accepteren dat wij het voorlopig ook niet zullen weten. We kunnen slechts een open geest hebben. Zo een houding geeft mij meer voldoening dan een afwijzende houding van betweterig ongeloof. Als mens zijn we deels materie. We hebben een lijf. Maar waar waren wij, voordat wij dat lijf inlijfden? Denkt u dat we daarvoor nergens waren? Dan denkt u ook dat, als het lijf versleten is, wij dus ook oplossen. Maar hoe kwam die hand van Mw. Heaphy Durham dan op de spiegel?

Auteur

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2016

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen