Zorgen voor de ander: de twee valkuilen van coaches
Over de balans in de zorg voor de ander en de zorg voor onszelf gesproken: veel coaches en hulpverleners herkennen hoe lastig het is om dit evenwicht in de praktijk vast te houden.
Coach zijn betekent dicht op het leven van andere mensen staan. Veel coaches ervaren hun werk als verrijkend: het vergroot hun zelfvertrouwen, hun gevoeligheid en hun persoonlijke groei. Die bezieling, de drang om van betekenis te zijn voor een ander, is een wezenlijke menselijke behoefte. Maar juist de meest bezielde coaches lopen het risico om op enig moment vast te lopen. Welzijn en werkplezier zijn namelijk gebaseerd op twee basisbehoeften: erkend worden in wie je bent en wat je nodig hebt, én van betekenis zijn voor de ander. In veel opleidingen leren coaches vooral hoe ze er voor de ander kunnen zijn, maar nauwelijks hoe ze die zorg kunnen combineren met zorg voor zichzelf – terwijl coaches hun coachees juist willen leren om dat wel te doen.
Het hulpvaardigheidsyndroom
In veel coachrelaties raakt de balans tussen geven en ontvangen verstoord doordat de coach zich voortdurend richt op de behoeften van de coachee: geven wat hij nodig heeft, wat hij vraagt, waar hij voor betaalt. Wanneer geven, zorgen, helpen en klaarstaan de overhand krijgen en de coach zijn eigen ontvangen steeds uitstelt, spreken we van het hulpvaardigheidssyndroom. Het gaat om een geheel van symptomen dat in aanleg in iedere coach aanwezig is: te weinig zorg voor jezelf in de coachrelatie en in de organisatie waarin je werkt, jezelf torenhoge eisen stellen waardoor je je eindverantwoordelijk voelt voor de oplossing van het probleem van de cliënt, je eigen onmacht bij werkgerelateerde dilemma’s vermijden, en denken dat jij degene bent die de coachee moet veranderen. Het gevolg: coaches raken uitgeput en verliezen het plezier in hun werk.
Het afstandelijkheidsyndroom
De tegenhanger van te veel betrokkenheid is het afstandelijkheidssyndroom, vaak vermomd als “professionaliteit”. Hieraan ligt meestal angst ten grondslag: de angst dat de coachee afhankelijk wordt zodra de coach zich persoonlijk betrokken en geëngageerd opstelt. Kenmerkend zijn een consequent non-directieve houding, een neutrale en onpersoonlijke opstelling, en de positie van de volstrekt onpartijdige buitenstaander. Uit angst om de coachee te belasten met eigen dilemma’s, durven veel coaches niet direct en persoonlijk te reageren. Die zorg en angst zijn op zich begrijpelijk, maar de conclusie dat openhartigheid haaks staat op helpen is voorbarig en typeert eerder een vermijdingsreactie – een reactie die je niet alleen bij cliënten tegenkomt, maar ook bij coaches zelf. Zo’n vermijdingsreactie verloopt via een vast patroon: de coach heeft een persoonlijk dilemma (“ik ben bang dat ik de coachee belast als ik mijn eigen worsteling deel”), lost dat op met een methodische regel (“je moet neutraal blijven”), en ontloopt daarmee zowel zijn eigen dilemma als dat van de coachee. Het paradoxale is dat een coach die zijn eigen dilemma’s niet toont, de coachee juist het verkeerde voorbeeld geeft: alsof je jezelf moet wegcijferen om iets te bereiken in contact met anderen. Zo verdwijnt precies het instrument dat coaching het meest effectief maakt: authenticiteit en een persoonlijke, betrokken reactie.
Over de balans in de zorg blijven werken
Wie voortdurend over de balans in de zorg nadenkt, ontdekt dat zelfreflectie en goede begeleiding essentieel zijn om duurzaam te blijven werken als coach. Regelmatig stilstaan bij deze balans voorkomt zowel overbelasting als afstandelijkheid.
Lees ook ons artikel over zelfzorg voor coaches in het PSC Magazine voor meer praktische handvatten. Voor wetenschappelijke achtergrond over burn-out en zelfzorg bij hulpverleners verwijzen we naar het Trimbos-instituut.
Goed zorgen voor jezelf als coach
Jezelf in relatie tot de ander
In een coachrelatie geldt hetzelfde als in iedere persoonlijke relatie: het draait er niet in de eerste plaats om dat jij de ander gelukkig maakt, maar dat je zelf geniet van het contact. Juist doordat jij zorgt dat je plezier beleeft aan de relatie, hoeft de ander niet voor jouw geluk te zorgen en krijgt hij de ruimte om ook zelf voor zijn eigen plezier in de relatie te zorgen. Coachees komen in de kern voor hulp omdat ze willen leren beter voor zichzelf te zorgen in relatie tot anderen – en een van de manieren waarop ze dat leren, is via de ervaring die ze met jou als coach opdoen. Daarom is het niet alleen voor je eigen welzijn, maar ook voor het effect van je coaching belangrijk dat je er zowel naar streeft de coachee te helpen, als tevreden te zijn over hoe je dat zelf als mens en professional hebt gedaan.
Goed zorgen voor jezelf als coach
Goed voor jezelf zorgen als coach betekent onder meer: dat je mag uitspreken wat je ervaart en nodig hebt tijdens een gesprek, dat je niet hoeft te doen wat je niet kunt, wilt of weet, dat je hulp durft te vragen als je het even niet meer weet, dat je aandacht mag vragen voor persoonlijke zaken die in een gesprek naar boven komen, en dat je eigen ontwikkeling een doel van je werk mag zijn.
Wat het precies betekent om te genieten van de relatie en om iets voor jezelf nodig te hebben, is niet in een vaste formule te vangen. Het is net zo persoonlijk als je eigen smaak: iets wat je alleen zelf kunt voelen, proeven en ontdekken. Gestalttherapeut Walter Kempler stelde ooit dat je pas geld mag vragen voor een gesprek als je er zelf van hebt genoten – genieten is voor hem een noodzakelijke voorwaarde voor professionaliteit. Ook Nelson Mandela wees erop dat de wereld niets heeft aan mensen die zichzelf klein houden. Zo bezien is zorgen voor jezelf geen tegenstelling met zorgen voor de ander, maar juist de voorwaarde om dat goed en vol te kunnen houden.
Kortom, over de balans in de zorg voor de ander en de zorg voor onszelf blijft een terugkerend thema in coachingstrajecten, en het loont om hier bewust tijd voor vrij te maken.

