Emotie en technologie zijn niet los te koppelen

Interview met Rogier van Kralingen, muzikant, spreker en schrijver van The Outerweb - En de vrouwen tegen de robots, een boek over de toekomst van het internet en de rol van emoties daarin.

Inhoudsopgave

Waarom emotie en technologie samengaan

Steeds meer blijkt dat emotie en technologie niet los van elkaar te zien zijn: iedere digitale keuze die we maken wordt gestuurd door onderliggende gevoelens en behoeften. Wie begrijpt dat emotie en technologie met elkaar verweven zijn, kan bewuster omgaan met schermtijd, sociale media en online contact. Meer lezen over dit onderwerp? Bekijk het PSC Magazine 2016 of lees meer over mediawijsheid en emoties.

Rogier van Kralingen is muzikant, spreker en schrijver. In de breedste zin, want hij publiceert van alles. Zijn laatste boek is The Outerweb – En de vrouwen tegen de robots, een boek dat gaat over de toekomst van het internet.

Interview met Rogier van Kralingen

Hoe is het idee voor het boek The Outerweb ontstaan?

‘Zoals zoveel mensen werd ik in 2008 getroffen door de crisis. Dit was voor mij aanleiding om eens diep na te denken en te onderzoeken wat er nu eigenlijk misging. Wat gebeurde er nu eigenlijk en hoe kunnen mensen zo stom zijn om in deze situatie terecht te komen? Uiteindelijk heb ik vijf jaar research gedaan en geschreven, en daar is het boek uit tot stand gekomen. Wat ik in het boek beschrijf, is dat we een nieuwe type internet aan het bouwen zijn, waarin we alles op alles aan het aansluiten zijn. Digitale informatie is niet alleen beschikbaar op je computer of telefoon. Alle informatie gaat als het ware naar buiten; het is een ‘buitenweb’, een Outerweb van openbare camera’s die onze lichaamsfuncties kunnen meten, drones, robots tot aan op afstand bestuurbare insecten. Digitale informatie komt de fysieke en biologische wereld in. De vraag die ik daarbij stel, is de vraag of we daar eigenlijk wel klaar voor zijn. Na de crisis is er zoveel aan het licht gekomen. Ik noem dat in het boek ‘de faalgolf’. Wat ik zie, is dat we op technologisch gebied ontzettend snel gaan. Maar op emotioneel en menselijk gebied staan we stil. Misschien gaan we zelfs wel achteruit.

Mijn stelling is dat we bouwen aan een ‘buitenweb’ waarin we alles op alles aansluiten en we doen dat in een periode van een moreel vacuüm. In mijn boek wil ik een antwoord op de vraag geven, hoe we dat morele vacuüm zouden moeten oplossen. Het antwoord waar ik op uitkom, is dat technologie een middel is en geen doel. En dat vergeten we nogal eens in dit tijdperk.

Een heel eenvoudig voorbeeld om dit uit te beelden is een bijl. Je kunt een bijl gebruiken om oorlog mee te voeren. Of je kunt een bijl gebruiken om er een boom mee om te hakken en daarmee een huis te bouwen. Daarmee wil ik zeggen dat het ons gebruik van technologie is, dat bepaalt hoe de wereld eruit komt te zien. De grap is dat we leven in een tijdperk waarin technologie als een doel wordt gezien. De vraag is echter niet wat we maken. De vraag is, wie wij zelf zijn en of we onszelf beter kunnen leren kennen? Als we die vraag kunnen beantwoorden, kunnen we beter leren omgaan met technologie. Net zoals je die bijl op verschillende manieren kunt gebruiken.

Het antwoord dat ik heb gevonden, zit in, wat ik noem, de feminiene waarde. Zonder te zeggen dat het over mannen en vrouwen gaat, zie ik een beweging die belangrijker is voor de toekomst dan technologie zelf. Ik zie feminiene zienswijzen de wereld in komen, die veel meer gaan over samenwerking (versus het masculiene van competitie). En dit hebben we hard nodig, willen we de technologie in goede banen leiden. Ik pleit voor een meer feminiene, emotioneler en opener kijk op hoe we met technologie zouden moeten omgaan. Ik vind het belangrijk dit naar buiten te brengen. Op dit moment is het gedachtegoed zeer bèta en op de functie gericht, en daarmee slaan we in mijn ogen de plank mis.’

De titel van het boek doet denken dat het over technologie gaat, maar eigenlijk gaat het dus vooral over emoties?

‘Ja, in het boek praat ik over allerlei fascinerende nieuwe technologieën die eraan zitten te komen. Technologieën die eigenlijk science fiction zijn. Maar ik leg ook uit hoe de mensen die deze technologieën maken, nadenken. En daarbij zet ik grote vraagtekens. Mensen hebben altijd een perfecte wereld voor ogen op het moment dat ze iets maken. Dat geldt voor het bedrijfsleven, maar ook voor technologie. Ze zetten als het ware een doel neer en bekijken dit door een roze bril.

Een mooi voorbeeld is de introductie van de Tom Tom. Ineens reden verdacht veel mensen de sloot in. Waarschijnlijk letten ze niet meer op de weg, maar waren ze aan het kijken naar die Tom Tom. En zo zijn er verschillende technologieën te noemen, waarbij het beoogde doel niet wordt behaald. In de praktijk zijn wij mensen emotionele wezens. Zo’n 80 tot 90 procent van de beslissingen die we maken, zijn gebaseerd op onze onderbuik.

Een ander voorbeeld van een technologie waarbij het beoogde doel niet behaald werd, is de roltrap. De roltrap is een stukje technologie, dat als doel had dat mensen zich sneller konden voortbewegen, namelijk doordat ze gaan lopen op de roltrap. Mensen bleken het tegenovergestelde te gaan doen. Zodra ze de roltrap op gingen, gingen ze stilstaan!

Er komen momenteel allerlei prachtige technologieën op: 3D-printing, commando’s geven via hersengolven, virtual reality. Ook op medisch gebied gaan we steeds verder vooruit door het implanteren van technologieën in het lichaam. Hiermee worden allerlei data verzameld en met die data gaan we conclusies trekken. Maar eigenlijk is dit hetzelfde als de roltrap: we weten helemaal niet hoe mensen op bepaalde dingen gaan reageren. En vooraf weten we eigenlijk ook niet hoe mensen een bepaalde techniek kunnen gaan gebruiken. Daarnaast leven we in een maatschappij waarin op grote schaal gehackt wordt en privacy wordt ondermijnd. En wie zegt ons dat bijvoorbeeld een verzekeringsmaatschappij daar niet gigantisch misbruik van gaat maken. De grap is dat mensen altijd denken dat dat niet zo is. En ook de verzekeringsmaatschappij denkt van zichzelf dat ze dat niet gaat doen. Maar zodra de verzekeringsmaatschappij die data krijgt, reageert ze als een mens en zal ze toch die data gaan gebruiken. Ik wil mensen bewust maken van dit natuurlijke gedrag; de natuurlijke neiging van mensen om te falen; de natuurlijke neiging om slechte dingen te doen terwijl ze misschien wel goed bedoeld zijn. En dat is een heel emotioneel spel. En al die emoties vind ik veel en veel belangrijker dan de technologieën zelf. Waarom zijn we ons niet in onszelf aan het verdiepen? Want wie en wat zijn we nu eigenlijk? Moeten we dat niet eerst ontdekken, voordat we die constante focus op technologie hebben? En eigenlijk begrijp ik het niet helemaal. Mensen zijn voortdurend op zoek naar controle, naar data, naar de doelen van technologie, terwijl echte kracht eigenlijk is om eerst eens heel diep in onszelf te kijken en de vraag te stellen en wat wil ik nu eigenlijk doen met deze technologie? Hoe ga ik daar nu eigenlijk op reageren? En om daarachter komen zijn geen data nodig, maar menselijk contact en samenwerking.’

Zie je dit gebeuren in onze samenleving?

‘Ik zie een tegenbeweging op gang komen waarin yoga en mindfulness steeds vaker beoefend worden. Ik zie dit als een soort onderstroming die naarstig op zoek is naar dat contact. En ik denk dat dat cruciaal is. Als ik in de wereld kijk, zie ik maatschappijen waar dat contact tussen mensen steeds minder aan het worden is. Met alle desastreuze gevolgen van dien.

Stap meer eens een metro in in Shanghai. Iedereen staart naar grote beeldschermen ondertussen luisterend naar muziek door koptelefoons. Wat daarvoor wordt ingeleverd is menselijk contact. Terwijl dat nu juist hetgeen is dat zo belangrijk is. Zelfs als het gaat om gezondheidszorg. Daarbij is menselijk contact cruciaal. En daarom probeer ik tegengas te geven op de huidige ontwikkelingen en blijf ik hameren op het feit dat we allemaal mensen zijn en dat dat op de eerste plaats moet staan. Wat ik bemerk is dat de technologie de afgelopen jaren met sprongen vooruit is gegaan, maar dat we moreel gezien alleen maar achteruit zijn gegaan. We bekijken onze wereld door een roze bril en denken dat we met technologie een perfecte wereld creëren. We kunnen alles controleren, ook op medisch gebied. Maar als je kijkt in de geschiedenis, zie je dat de beste ontdekkingen zijn ontstaan vanuit gunnen en geven.’

Waaruit blijkt voor jou dat we de afgelopen jaren moreel achteruit zijn gegaan?

‘Wat ik zie, is dat er twee systemen met elkaar aan het clashen zijn. We zitten in een transitie naar een nieuwe wereld waarin we makkelijk met elkaar kunnen connecten. Dat neemt met zich mee dat alle informatie vrij is. Wat ik zie, is dat een grote groep oude instituties en oude systemen, die gebaseerd zijn op het feit dat niet alle informatie openbaar is, hard bezig is om informatie weer achter gesloten deuren te krijgen. Voor deze oude systemen is informatie macht. En in ons tijdperk betekent macht meestal geld. Al deze oude instituten, ik noem dit het vaste model, zijn verticaal opgebouwd zoals een apenrots. Er staat een leider bovenaan op de rots en de beslissingen worden verticaal gelaagd genomen. Vanuit het ontstaan tijdens het industriële tijdperk is dit een logisch model, want toentertijd was niet alle informatie beschikbaar. Informatie werd gefilterd door lagen van mensen. In elke laag bleef er een stukje informatie over dat naar de laag erboven werd gestuurd. Uiteindelijk bleef er één stukje informatie over en dat kwam aan bij de aap bovenop de rots en die nam de beslissing. Dit was de enig werkbare manier, omdat de opperaap niet alle werknemers kon spreken om tot een beslissing te komen. Al onze oude systemen zijn zo opgebouwd: vakbonden, industrieën, grote bedrijven, universiteiten en overheden. Wat je nu echter ziet, sinds informatie is vrijgekomen door het internet, is dat er een tegenovergestelde beweging plaatsvindt en dat systemen horizontaal gaan werken. Er hoeft niet meer één leider te zijn. Wat er gebeurt, is dat er een probleem of uitdaging wordt gedumpt en vervolgens kunnen we dit met 100, 1000 of 100.000 man gaan oplossen.

Een prachtig voorbeeld is een ingewikkeld medisch proces: het vouwen van proteïnen. Daar zou normaal gezien 15 miljoen euro ingestoken moeten worden en dan zouden een paar briljante onderzoekers 10 jaar onderzoek gaan uitvoeren. Met het nieuwe systeem en het internet is dit proces in een aantal weken blootgelegd, doordat ze er een game van hebben gemaakt die door 50.000 mensen is gespeeld. Die game heeft waarschijnlijk maar een fractie gekost van die 15 miljoen. Er is dus een nieuw systeem, horizontaal en gebouwd op feminiene waarden (samenwerking), dat misschien wel 1000 keer sneller kan innoveren met ook nog eens 100 keer zoveel draagvlak en dus veel meer power heeft dan die hiërarchische systemen.

Wat ik zie, is dat mensen die nog bij die hiërarchische systemen zitten, en dat zijn nog steeds de meesten van ons, denken in het verticale. Er komt echter zoveel op ons af, waardoor dat oude verticale systeem niet meer volstaat. En dus ontstaat er een clash tussen de twee werelden. En daarom zie je dat er nu een heleboel ‘shit’ naar boven komt, van dingen die misgaan. Ik noem dat de faalgolf. Bij deze systemen speelt vertrouwen een rol. Het oude systeem vertrouwt de mens niet en wil daarom dingen controleren. Het nieuwe vertrouwt de mens wel, ook al gaat er af en toe wat mis. Voor beide is natuurlijk wat te zeggen. De stuiptrekking op dit moment is om heel functioneel te denken en dat is dus te denken in termen van controle. En dit terwijl samenlevingen minder crimineel worden op het moment dat je ze vrijlaat. En deze situatie waarin we nu zitten, speelt niet alleen tussen regeringen en bedrijven, maar is heel persoonlijk. Het gaat ook jou en mij aan. Een voorbeeld is de vraag van de CIA aan Apple om een stukje technologie om de informatie op een iPhone te kunnen zien. Als Apple die geeft, kan de CIA echter alle iPhones inzien. Het gaat dus heel veel mensen aan en het gaat om hoop versus vrees; vrijheid versus controle. Het raakt ons persoonlijk en dit wordt alleen maar meer op het moment dat we meer technologieën aan het bouwen zijn – een outerweb zoals ik dat noem – en dus is nu de vraag hoe we hiermee om willen gaan. Nu is de vraag: wie zijn wij? Waarom doen we dit en waarom willen we dingen controleren? Het antwoord is nooit zwart-wit, maar ik denk dat hoe mensen nu tegenover elkaar staan, wel zwart wit is. Het is een keus tussen hoop en vrees.’

Kun je voorbeelden noemen van samenlevingen waarin het anders gaat?

‘Ik zie iets, maar dat vertaal ik naar het vrouwelijke. Het is in mijn ogen geen toeval dat de emancipatiebewegingen zijn samengevallen met de ontwikkeling van technologie. Eigenlijk is de Flower Power-beweging belangrijker dan we weleens denken, want die heeft eigenlijk de emancipatie van alles ingezet. Ik denk dat die vrijheid en openheid, die laissez-faire attitude, ervoor gezorgd heeft dat technologie ontwikkeld is.

Het is heel grappig: we denken dat technologie zoals bijvoorbeeld Facebook het sociaal-zijn bevordert, maar dat is niet zoals het gegaan is. Er is eerst een beweging gekomen die op menselijk vlak ons sociaal-zijn opnieuw gedefinieerd heeft. Allereerst ging dit alleen om vrouwen, maar inmiddels gaat het om veel meer dan alleen vrouwen. En die openheid, die spirit heeft ervoor gezorgd, dat er mensen op de universiteit van San Francisco in die openheid die technologie zijn gaan ontwikkelen. Het is niet eerst de uitvinding van het internet geweest. Nee, het is eerst de emancipatie geweest en daarna de uitvinding van het internet. Dat is voor mij het voorbeeld dat vrijheid werkt, waarin je ook duidelijk kunt zien, wat daar de voordelen van zijn. Eigenlijk zeg ik glashard dat de vervrouwelijking van de samenleving 100 keer belangrijker is geweest voor onze ontwikkeling dan de uitvinding van allerlei technologieën. De mindset verandering is belangrijker dan de technologische verandering. Want wederom: je kunt technologie gebruiken voor een goed doel of misbruiken.’

Hoe kijk jij tegen het menselijk brein aan?

‘Voor mij zijn het brein en de geest twee verschillende dingen. Een mooi voorbeeld is dat er nu een heel positief beeld bestaat van neurotechnologie waarmee activiteit in het brein gemeten kan worden. Dat gaat zover dat sommige mensen beweren dat dit werkt volgens een mechanisch systeem. En daarmee wordt de vrije wil uitgesloten. Dick Swaab bijvoorbeeld, zegt dat de vrije wil niet bestaat. Volgens mij is dat een klassieke denkfout. Eentje die door de eeuwen heen al vaak is gemaakt in de filosofie en de medische wetenschap. Die fout berust op het idee dat, wanneer je iets meet, je dan ook kunt verklaren hoe een mens reageert. Wanneer je iets ziet in het brein, zou dat betekenen dat je kunt zeggen hoe de geest daarmee omgaat. Het feit bijvoorbeeld dat er in het brein een angstprikkel wordt waargenomen, wil nog niet zeggen dat een mens die angst niet kan overwinnen. Er wordt enorm veel aan data verzameld over het brein, maar die data vertellen niet hoe een individu daadwerkelijk reageert. Het is weer hetzelfde verhaal als het voorbeeld van de roltrap. Was het maar zo simpel dat we kunnen verklaren hoe mensen reageren! Dan hadden we alle psychologische klachten allang kunnen oplossen.

Dit is een van de velden waartegen ik mij behoorlijk hard verzet. Ik vind het fantastisch dat het onderzoek er is en ik denk dat we veel uit die data kunnen halen, maar ik zie ook dat men alleen maar staart naar die data. Volgens mij is er een angst om op menselijke wijze die data te interpreteren. Volgens mij moet dat niet te lang doorgaan, want dan gaan er grote medische fouten gemaakt worden in mijn ogen.’

Wat is het verband tussen hetgeen wat je ons zojuist verteld hebt en je vorige boek over emotionele innovatie?

‘In dat boek leg ik uit wat de rol is van emoties wanneer je innoveert; wat je moet weten en hoe je hierachter kunt komen. En dat is eigenlijk door mensen direct te vragen en dus niet door te meten. Door te vragen betrek je mensen.

De twee boeken liggen dicht tegen elkaar aan, want ik ben van mening dat je moet weten hoe een mens emotioneel werkt, als je wilt begrijpen hoe we omgaan met technologie. Als je niet begrijpt hoe een mens emotioneel werkt en als je niet accepteert dat dit weleens raar en onverwachts kan zijn, dan kun je ook niet voorspellen of we een goed beeld vormen van hoe wij mensen uiteindelijk met technologie omgaan. En ik denk dat dit belangrijk is, omdat – zoals ik al eerder zei – technologie voor goed en voor kwaad te gebruiken is. Het emotionele aspect is dus zeer belangrijk. Emotie en technologie zijn niet los te koppelen!’

Auteur

Redactie PSC Magazine

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2016

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen