Halil Mermi is van Turkse afkomst en groeide op in Den Haag. Toen hij 9 jaar was, scheidden zijn ouders en verhuisde hij met zijn moeder, broertje en zusje naar Zuid-Limburg. Door wat er binnen het gezin gebeurde, kwam hij al jong in aanraking met Bureau Jeugdzorg en maatschappelijk werkers. De contacten die hij had met deze mensen, ervaarde hij als heel prettig. Het waren, toevallig, allemaal sterke personen, die hem een veilig gevoel gaven. De hulp en steun die hij ontving, heeft ertoe bijgedragen dat hij uit de negatieve situatie is kunnen stappen.
Door de onrustige situatie binnen het gezin scoorde hij aan het einde van de basisschooltijd voor de Cito-toets een IVBO-niveau. Dit was destijds een van de laagste niveaus. ‘Het eerste jaar van het IVBO volgde ik in Maastricht, maar ik zei telkens weer tegen mijn moeder dat ik meer wilde en vroeg haar om hulp. Maar omdat mijn moeder de taal niet sprak, kon ze me niet ondersteunen en daarom schreef ze me in op een kostschool. Door de goede begeleiding daar voelde ik me thuis en heb ik mijn opleiding afgemaakt en mezelf ‘omhoog’ gestudeerd tot de havo. In plaats van de havo te gaan doen, koos ik ervoor om een praktijkopleiding te gaan volgen. Ik ben SPW gaan studeren en was na twee en een half jaar klaar met de opleiding. Toen zag ik in dat ik geen dom kind was en ik kreeg vertrouwen in mezelf. Ik besloot verder te studeren en ben een post-HBO-opleiding SPH (social work) gaan volgen in Sittard. Tijdens mijn studie kwam ik erachter, dat ik een chronische beperking had. Dit zorgde ervoor dat ik soms veel pijn had en vermoeid was. Ook kostte het mij veel tijd om te verwerken dat ik op zo’n jonge leeftijd te maken kreeg met een chronische beperking vanwege mijn gezondheid.’
Hoe heeft deze beperking verdere invloed gehad op jouw ontwikkeling?
‘Door mijn beperking heb ik wat langer over mijn studie moeten doen. Maar het belangrijkste is dat ik het gehaald heb met mooie resultaten. Wel vroeg ik mij af of een werkgever mij ooit in dienst zou willen nemen. Dat maakte ook dat ik ervoor koos een afstudeeropdracht te gaan doen, waar ik na mijn studie iets aan zou hebben. Ik ben daarom binnen een grote welzijnsorganisatie hier in Limburg gaan onderzoeken, wat de belangrijkste redenen zijn voor mensen om af te haken tijdens een hulpverleningsproces. Na de aanmelding haakte meer dan de helft van de mensen af voor de intake überhaupt had plaatsgevonden. Van de mensen die wel kwamen voor een intake, kwam weer een groot deel na het eerste gesprek niet meer terug. Een van de resultaten was bijvoorbeeld dat mensen een keuze wilde hebben voor een vrouwelijke of mannelijke maatschappelijk werker. Bij grote organisaties hebben mensen die keuze niet. Ook bleek dat een taalbarrière zorgde voor uitval.
De resultaten van mijn onderzoek heb ik kunnen gebruiken, toen ik mijn eigen praktijk opende. Toen ik namelijk eenmaal klaar was met mijn opleiding, bedacht ik dat het voor mij lastig zou kunnen zijn ergens aangenomen te worden vanwege mijn beperking. Hoe gezond ik ook leef, een paar dagen per maand voel ik mij niet goed en moet ik in bed blijven. Toen kwam bij mij het idee naar boven om een eigen praktijk te starten. Ik ging hierover met verschillende mensen praten voor advies en tips, maar eigenlijk iedereen met wie ik sprak, raadde mij dit idee af en echt hulp kreeg ik niet. Toch liet ik mij hier niet door weerhouden. Al tijdens mijn studie creëerde ik mijn eigen bijbaantjes. Zo heb ik een autowas- en een ramenwasbedrijfje opgezet en een eetzaak gehad. Deze bedrijven liepen goed; ik heb ze verkocht en ze bestaan nog steeds.
Ik besloot te gaan netwerken en sloot me aan bij de NFG. Als er ergens een wethouder was, of een dialoog over verschillende geloven of asielzoekers bijvoorbeeld, dan ging ik daarheen. Ik ging daar gewoon heen als mezelf. Ik had nog geen praktijk en werkte ook niet bij een welzijnsinstelling. Op een van deze gelegenheden zat ik toevallig een keer met een wethouder van Maastricht te praten en hij gaf mij zijn visitekaartje, ook al had ik op dat moment geen flauw idee wie hij was. Hij zei tegen mij: “Wanneer jij je opleiding hebt afgerond, wil ik dat je contact met mij opneemt, want jij komt er wel.” Uit ons gesprek bleek dat hij zich met een mavo-achtergrond omhoog gestudeerd had tot wethouder en dat was voor mij wel een inspiratiebron.’
Wat heeft dit contact met de wethouder voor jou betekend?
‘Twee jaar later belde ik hem op met de vraag of hij mijn praktijk officieel wilde openen. Hij was verrast en wist nog precies wie ik was. Hij was verrast over het feit dat ik zijn kaartje zo lang had bewaard en verrast over het feit dat ik niets van hem wilde behalve dat hij een lintje kwam doorknippen. Aan het einde van de opening zei hij tegen mij, dat als ik ooit eens iets nodig had waarbij hij kon helpen, ik hem dan kon benaderen.
En dat heb ik gedaan toen ik ging werken volgens de verzekeringswet. Er kwamen mensen in mijn praktijk die niet aanvullend verzekerd waren. Vanaf het begin af aan hebben we die altijd geholpen, maar toen het aantal cliënten ging groeien, konden we deze mensen niet meer helpen, want dat ging ten koste van de mensen die wel aanvullend verzekerd waren. Dit probleem heb ik bij de wethouder neergelegd en hij stelde voor dat hij een afspraak met de betreffende wethouders zou beleggen die ik een presentatie zou geven. Ze waren enthousiast over deze presentatie en maakten mij samenwerkingspartner van de gemeente Maastricht. En dat was verwonderlijk! Tot nog toe ging de gemeente alleen samenwerking aan met grote vissen. Ik heb gezegd dat ik als hulpverlener klaar sta voor de mensen die dit nodig hebben. Ik laat me niet claimen door mensen, maar ik kan het goedkoper dan de grote partners. Ik wist niet hoeveel de grote partners vroegen, maar ik wist wel dat ik anders werkte dan zij.
Ik heb uitgelegd dat ik geen pot met geld hoef, zoals dat bij de meeste grote partners gaat. Ik wil betaald krijgen voor de uren dat ik daadwerkelijk met iemand gewerkt heb. En dat vond de gemeente natuurlijk interessant. Ik wilde natuurlijk niets doen over de rug van de grote partner van de gemeente (Trajekt), dus ik heb een gesprek aangevraagd met de manager van deze organisatie. Ik wilde met hem bespreken wat wij voor elkaar zouden kunnen betekenen. Ik heb bijvoorbeeld voorgesteld als onderaannemer te werken. Dat zij ons bijvoorbeeld een groep bepaalde – bijvoorbeeld allochtone – cliënten zouden laten behandelen en dat wij via hen geld zouden ontvangen. Dit gesprek liep niet lekker en ik stond al snel weer op de stoep. De wethouder vond dit net als ik spijtig en heeft een nieuw gesprek georganiseerd. Hij vond dat ik goede ideeën had en wilde dat dit bedrijf op de hoogte was van die ideeën en misschien daarvan wat mee kon nemen in de eigen werkwijze. En hij wilde dat wij zouden onderzoeken waar wij samen konden werken.’
Lees in de volgende editie van PSC Magazine deel 2 van het gesprek met Halil Mermi.
www.ahmw.nl
Halil Mermi als zorgprofessional
Halil Mermi groeide uit tot gedreven zorgprofessional binnen de jeugdzorg, gedreven door zijn eigen ervaringen met hulpverleners in zijn jeugd. Als zorgprofessional wil hij voor jongeren betekenen wat maatschappelijk werkers voor hem betekenden. Lees ook meer interviews bij Curova, of meer over de rol van een zorgprofessional in de jeugdzorg via het Nederlands Jeugdinstituut.

