Zorgprofessional met passie: in gesprek met Halil Mermi (deel 2)

Deel 2 van het gesprek met zorgondernemer Halil Mermi: over de samenwerking met de gemeente Maastricht, zijn team, en de rol van zijn Turkse achtergrond in de hulpverlening.

Inhoudsopgave

Halil Mermi is van Turkse afkomst en een echte ondernemer. Hij heeft een praktijk in Limburg en werd samenwerkingspartner van de gemeente Maastricht. In de vorige editie van PSC Magazine heeft u deel 1 van ons gesprek met hem kunnen lezen. Hierin vertelde hij over zijn achtergrond en zagen we dat hij met bewonderenswaardig doorzettingsvermogen aan tafel ging zitten met een grote samenwerkingspartner van de gemeente Maastricht. Het eerste gesprek was snel afgerond, maar gelukkig organiseerde de wethouder van Maastricht een tweede gesprek.

Het tweede gesprek leverde wat anders op?

‘Dit gesprek liep inderdaad anders. De manager van Trajekt (grote samenwerkingspartner van de gemeente Maastricht) stond open voor het idee dat wij als onderaannemer voor hem zouden werken, maar hij zei ook dat hij ons niet te veel casussen kon geven, omdat hij anders mensen moest ontslaan. Hierop gaf ik aan dat ik bereid was om die mensen aan te nemen onder een zzp-contract. Dat zou betekenen dat, als deze mensen 3 casussen hadden, zij betaald zouden krijgen voor 3 casussen. Ik was er namelijk van overtuigd dat maatschappelijk werkers niet altijd de uren nodig hebben of besteden die er eigenlijk voor bepaalde casussen staan.

Na het gesprek heeft de gemeente mij toegezegd dat ik als samenwerkingspartner mensen in de WMO en jeugd mag begeleiden. Voor mijn praktijk is dit een grote deur die is opengegaan. En van deze deur hadden wij eigenlijk gedacht dat het onmogelijk zou zijn om hem open te krijgen.’

Is het hierbij gebleven?

‘Het lijkt wel dat nu we samenwerkingspartner zijn geworden, dat we ineens overal worden opgemerkt. Zo zijn we onlangs benaderd om een spreekuur te houden op het Werkplein van het UWV. We kunnen daar 3 tot 4 dagen per week spreekuur houden en dit kan natuurlijk zorgen voor een nieuwe toestroom van mensen.

Tot nu toe hebben we het gedaan met 1 kantoor en 3 medewerkers. En met deze 3 mensen hebben we een aantal van 250 cliënten bereikt. Zelf kom ik inmiddels bijna niet meer toe aan gesprekken met cliënten. Voor mij is het belangrijk dat er binnen mijn team van mensen gelijkheid heerst en dat we een soort familieband hebben. Ik heb graag een warme lucht in mijn kantoor en wil dat de mensen met wie ik werk, zich thuis voelen en met mij kunnen delen. Dat is denk ik, ook een deel van mijn succes. Ik denk altijd dat hoe meer mensen bereiken, hoe individualistischer ze worden. Maar tegelijkertijd geldt, dat hoe groter een organisatie wordt, hoe meer een goed werkend team nodig is.

Vanaf het begin heb ik het professioneel aan willen pakken. Ik begon met een nette flexplek, ik had een goede website en mooie visitekaartjes. Inmiddels heb ik een eigen kantoor en ben de website alweer helemaal aan het herzien. Met die visitekaartjes had ik mij een doel gesteld: ik wil per week 5 visitekaartjes uitwisselen. Niet alleen afgeven, maar uitwisselen. Dit leverde op dat ik steeds meer telefoontjes kreeg uit verschillende hoeken: van huisartsen, psychiaters en psychologen bijvoorbeeld. Ik kreeg vragen van: wat heeft u eigenlijk met meneer X gedaan? Eerst dacht ik: ojee, wat heb ik verkeerd gedaan? Dus ik vroeg door. Maar dan kreeg ik bijvoorbeeld te horen dat meneer X altijd naar een grote samenwerkingspartner werd gestuurd en dat hij steeds terugviel. Nu was meneer X 1 keer naar mij gestuurd en kwam niet meer terug naar de praktijk van de huisarts of psycholoog. En dat soort verhalen geeft mij voldoening. Kennelijk doe ik iets goed.

Ook heb ik bij alle huisartsen, psychologen en welzijnsinstellingen flyers achtergelaten. Collega-therapeuten zeiden dat dat geen zin had, maar ik heb het toch gedaan. Er ging wat tijd overheen, maar uiteindelijk kreeg ik ook hierdoor steeds meer verzoeken om samen te werken. Inmiddels heb ik een compagnon aangenomen. Naast die 250 cliënten hebben we 2 grote deuren open gekregen en ik wil graag dat iemand anders me helpt die kar te trekken. Hoe groot onze praktijk ook is of wordt, voor mij is het belangrijk dat cliënten niet behandeld worden als nummertje. En dat, als er zich een noodsituatie voordoet, we bijvoorbeeld opgebeld worden dat een cliënt uit huis geplaatst dreigt te worden, we daar binnen 24 uur een oplossing voor hebben. Desnoods laten we alles uit handen vallen en werken we ’s avonds door. Maar wij kunnen niet gaan slapen als een cliënt van ons uit huis geplaatst dreigt te worden. Ik laat me niet claimen, maar wil mijn cliënten niet de rug toe keren. En als ondernemer hoort dit er bovendien bij, vind ik.

Voor mij staat op nummer 1 dat een cliënt goed geholpen wordt. En hoe help ik een cliënt goed? Op de manier waarop ik zelf geholpen zou willen worden. En daarbij maak ik gebruik van mijn eigen achtergrond en ervaringen.’

Kun je wat vertellen over de rol van jouw achtergrond en ervaringen?

‘Laat ik zeggen dat, als het ligt aan Turkse families, hun kinderen allemaal econoom, advocaat of dokter worden. De rest bestaat eigenlijk niet. Als je psycholoog wilt worden, wordt er gedacht: je gaat toch niet met gekken werken. Als ik kijk naar mijn eigen ouders: die hebben allebei hun basisschool afgemaakt. Als ik dan naar mezelf kijk en bedenk dat ik een studie heb afgerond en nu een praktijk heb met 7 medewerkers, inclusief stagiairs en vrijwilligers, dan ben ik best trots op mezelf. Wat ik tijdens mijn weg hier naartoe heb geleerd, is dat je nooit moet afgaan op wat anderen zeggen. Ik denk dat je respect moet hebben voor wat anderen zeggen en dat je uit hun feedback haalt wat je kunt gebruiken.

Wat ik ook merk in mijn praktijk is, dat het belangrijk is dat je je in cliënten in kunt leven. Als je ze ziet als nummer, kun je geen goede hulpverlening bieden. Er zijn veel mensen die graag hun verhaal willen vertellen. Maar bij ons in de Turkse gemeenschap heerst de gedachte dat je niet naar een psycholoog of maatschappelijk werker gaat. Daar heb ik doorheen kunnen prikken. Ik nodig mensen uit, wat hun probleem ook is – ook al gaat het alleen maar om papieren – hun verhaal te vertellen. En wat ik ze garandeer is, dat dat verhaal binnen onze 4 muren blijft. Het is niet zo dat we net als de buurvrouw alles doorvertellen waardoor de hele gemeenschap uiteindelijk op de hoogte is. De eerste cliënten die vertrouwen in ons hadden, hebben juist aan hun buurvrouw verteld dat hun verhaal bij ons binnen 4 muren is gebleven en dit heeft andere mensen weer het vertrouwen gegeven om ook hun verhaal te komen delen met ons.

Een ander punt in onze cultuur is, dat de mannen niet graag naar de praktijk komen. De vrouwen zijn geëmancipeerd, ondanks dat vaak wordt gedacht dat ze worden onderdrukt, doordat ze bijvoorbeeld hoofddoeken moeten dragen. Het is juist andersom. Een vrouw wordt enorm gewaardeerd en heeft veel te zeggen in het huis. Ik zag dat de vrouwen de ingang waren om de mannen hierbinnen te krijgen. Inmiddels zie ik hier niet alleen Turkse vrouwen met hun man naartoe komen, maar ook Somalische en Marokkaanse bijvoorbeeld. Soms duurde het even voordat een vrouw haar man meekreeg, maar inmiddels zie ik steeds meer koppels.

Ik heb met veel cultuurbelemmeringen te maken gehad. Zo is het bijvoorbeeld ondenkbaar dat ik met mijn 30 jaar iemand van 50 in de ogen kan kijken en hem of haar dan op zijn fouten wijs. Dat wordt niet geaccepteerd. Dat is een belediging en ze voelen zich aangevallen. Toch heb ik het gedaan. En daarbij geef ik voorbeelden uit mijn eigen leven (ook al pas ik die soms natuurlijk een beetje aan). Dit heeft ervoor gezorgd dat bijvoorbeeld ouders hun kinderen weer naar mij toe sturen en mij als voorbeeld stellen.’

Wat zou je de lezer tot slot nog mee willen geven?

‘Ik heb het idee dat we in een soort “wij-cultuur” leven. Als 1 iemand een hapje aanneemt op een feestje, doet de rest dat ook. Het is als een kudde dieren. Als 1 iemand begint, volgt de rest. Als we elkaar dus willen helpen, elkaar begrijpen en met elkaar aan tafel gaan zitten om over bepaalde dingen te praten, kan de wereld een stukje mooier worden.’

www.ahmw.nl

Wie is Halil Mermi?

Halil Mermi werkt met hart en ziel als zorgprofessional en vertelt in dit tweede deel van het interview over de uitdagingen en mooie momenten in zijn werk. Halil Mermi laat zien hoe passie voor de zorg een verschil kan maken voor cliënten en collega’s. Meer interviews met zorgprofessionals lees je bij ZorgkaartNederland. Lees ook meer artikelen in PSC Magazine 2016.

Auteur

Redactie PSC Magazine

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2016

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen