Inhoudsopgave
Corrie Baas is 62 jaar en is al vroeg begonnen met werken in de gezondheidszorg. In eerste instantie werkte ze in de verpleegkunde, maar ze had altijd de behoefte om door te studeren. Ze stapte er een aantal jaar uit om fulltime voor haar twee kinderen te zorgen en pakte daarna de draad weer op. Ze volgde een opleiding tot psychiatrisch verpleegkundige, de hbo-opleiding tot maatschappelijk werkende en een aantal modules binnen de filosofie-opleiding.
‘Ik heb 25 jaar als psychosociaal hulpverlener gewerkt’, vertelt Corrie Baas. ‘De eerste jaren als leidinggevende bij de Thuiszorg en als maatschappelijk werkende in het ziekenhuis. Vervolgens als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige bij de reguliere GGZ (Geestelijke Gezondheidszorg) en als laatste in de huisartsenpraktijk als praktijkondersteuner GGZ (POH-GGZ). Ten tijde van mijn GGZ-periode heb ik diverse specifieke trainingen gevolgd op het gebied van rouw, burn-out, persoonlijkheidsstoornissen, consultatie, reminiscentie en groepsbehandeling.
De plekken waar ik het meest geleerd heb en die het beste bij me passen, zijn de reguliere GGZ en het werk in de huisartsenpraktijk als praktijkondersteuner GGZ. In deze laatste functie voel ik me het meest op mijn plaats. Ik heb vaak gezegd dat ik het mooiste beroep van de wereld heb, vooral de laatste jaren. Des te meer je jezelf ontwikkelt, des te interessanter wordt het. Je wordt meer ervaren en je voelsprieten worden sterker, waardoor je beter wordt in het uitvoeren van je functie. Je kunt in een ‘moeilijk’ en veeleisend beroep toch op een ontspannen manier met cliënten omgaan, waardoor je tot mooie begeleidingsprocessen kunt komen. Een goede beroepshouding, waarin je vertrouwen geeft en werkelijk openstaat voor de cliënt, respectvol en empathisch bent, goed kunt structureren en procesmatig kunt werken, is hierbij essentieel. Dan heb ik nog lang niet alles genoemd! Het is heel mooi en dankbaar werk om mensen op weg te helpen en te versterken in hun kracht, zodat ze problemen stapje voor stapje te lijf kunnen gaan.’
Je hebt inmiddels twee boeken geschreven. Hoe kwam je hiertoe?
‘Ik werkte in de huisartsenpraktijk als POH-GGZ en ik vond mijn praktijkervaringen zo interessant, dat ik ze ben gaan opschrijven. In eerste instantie gewoon voor mezelf. Wat ik tegenkwam is zo divers: van milde tot ernstige depressies, burn-out, allerlei vormen van stemmingsklachten, rouw- en gemengde problematiek, sub-assertiviteit, tot liefdesverdriet. Van alles en nog wat eigenlijk. De kunst is om op de persoonlijke situatie van de cliënt in te gaan; elke persoonlijke situatie is anders.
In de huisartsenpraktijk werk je behoorlijk zelfstandig, maar wel in afstemming en bij moeilijke situaties in overleg en samenwerking met de huisarts. Het is belangrijk om contact op te nemen met andere zorgverleners, als die op de een of andere manier ook in het proces van de cliënt betrokken zijn. Hierbij kun je denken aan een bedrijfsarts, een andere specialist of hulpverlener. Natuurlijk is goedkeuring van de cliënt hiervoor noodzakelijk. Deze manier van zelfstandig werken staat tegenover de manier van werken in de reguliere GGZ waar wordt gewerkt met ernstigere situaties in een multidisciplinair team met een psychiater, psycholoog en andere SPV’ers. Hierin leveren alle teamleden hun bevindingen aan, maar de psychiater of psycholoog stelt de diagnose. Waar je ook werkt, je draagt veel verantwoordelijkheid voor het wel en wee van een ander mens en die moet je goed aankunnen en kunnen delen wanneer dit nodig is. Bij twijfel over een goede aanpak altijd overleggen! Wat is je verantwoordelijkheid, wat kun je aan, wat gaat boven je pet, wanneer verwijs je door en wat mag je niet doen? De ene depressie kun je wel aan, maar de andere wellicht niet. Daarbij is misschien medicatie nodig of sprake van meervoudige en complexe problemen en dan moet de specialist erbij gehaald worden. Als ik iemand doorverwijs, koppel ik dat altijd terug naar de huisarts. Tenslotte ben je samen met de huisarts verantwoordelijk.
Wat me in al die arbeidsjaren in de psychosociale hulpverlening erg bewogen heeft, is dat je het bewustzijn van mensen van hun persoonlijke omstandigheden door informatie, psycho-educatie, counseling en feedback sterk kunt verbeteren en dat je het inzicht van dysfunctionele patronen, valkuilen, triggers enzovoort kunt versterken en ze in hun kracht kunt helpen brengen door het aanleren van noodzakelijke vaardigheden en functioneel gedrag. Bij terugkerende problemen zitten mensen vaak in een vicieuze cirkel, en in een begeleidingstraject kunnen zij leren deze te doorbreken. Dit proces kan in 3 gesprekken plaatsvinden, maar soms hebben mensen meer tijd nodig, bijvoorbeeld bij meer complexe of chronische problemen. Er zijn dan soms 10 gesprekken of meer nodig, die ik over een langere periode verdeel.
De casussen binnen mijn werk had ik in eerste instantie beknopt voor mezelf opgeschreven. Gaandeweg ontstond het idee om een boek te gaan schrijven. Ik dacht: ik zie wel hoe het loopt. Ik verzamelde verschillende casussen en stuurde die op naar een aantal uitgeverijen. Uitgeverij SWP reageerde als eerste. Ik had al heel snel een gesprek en zo werd alles in werking gezet. Inmiddels heb ik twee boeken geschreven. Het tweede boek kwam ook voort uit mijn enthousiasme en grote belangstelling voor het beroep. Het is zo bijzonder te zien hoe mensen weer in hun kracht kunnen komen, soms met maar weinig hulp. Uiteraard zijn alle praktijkvoorbeelden gefingeerd, gemengd met andere ervaringen en aangepast.’
Is het tweede boek een vervolg op het eerste?
‘Min of meer wel. Beide boeken zijn zowel geschreven voor zorgverleners, studenten, als voor iedere leergierige burger. Ze gaan allebei over problemen die ieder mens tegen kan komen. Het eerste boek bestaat uit twee delen: praktijksituaties en werkmethoden met toelichtingen over de toepassingen hiervan. Het gaat onder meer over angst, burn-out, stemmingsklachten, verlies en rouw, ouder worden en veranderingen, maar ook over PTSS (posttraumatische stress-stoornis), relatieproblematiek en cultuurverschillen. Divers, herkenbaar en een kleine greep uit veelvoorkomende problemen.
Het tweede boek gaat zeker ook over veel verschillende problemen, maar gerelateerd aan stemmingsklachten. Een deel van bovenstaande problematiek komt hierin ook voor. De onderwerpen in dit boek zijn over het algemeen complexer en meer uitgediept, zowel met betrekking tot de klachtenproblematiek als de toegepaste methoden. De praktijk, theorie en de werkmethoden zijn meer geïntegreerd. Daarnaast heb ik meer praktijksituaties uit de reguliere GGZ gebruikt. Er worden onder meer casussen van mensen met verschillende hersenaandoeningen beschreven, manische depressiviteit en eetverslavingsproblematiek. In dit tweede boek worden tevens karakter en persoonlijkheidsstructuur uitvoerig beschreven en is er meer aandacht voor maatschappelijke veranderingen. In beide boeken wordt het onderwerp communicatie ruimschoots behandeld, omdat ik zie dat er hierin veel fout gaat en er veel winst valt te behalen door dit onderwerp in de spotlight te zetten. In mijn boek spreek ik bewust niet van persoonlijkheidsstoornissen, want dat vind ik zo’n stempel. Ik spreek liever over persoonlijkheidsstructuren.’
Denk je dat er nog een derde boek gaat komen?
‘Niet op de manier van de eerste twee boeken. Ik wil al heel lang een boek schrijven in romanvorm over iemand die manisch-depressief is. Ik zou dit dan helemaal willen uitdiepen, met alle achtergronden erbij. Vanuit een holistische mensvisie – lichamelijk, psychisch en sociaal oogpunt die mijns inziens essentieel is. Die visie is in de andere twee boeken ook terug te vinden.’
Wat zou je tot slot nog willen meegeven?
‘De boeken kunnen helpen bij bewustzijnsontwikkeling en het versterken van inzichten. Mensen kunnen zich gemakkelijk herkennen in de verhalen uit de boeken en zich op deze manier bewust worden van problemen die zich bij henzelf voordoen om zo meer inzicht te krijgen in hun situatie. Hier kan zelfs een preventieve kracht van uitgaan. Mensen kunnen al zelf met hun situatie aan de slag gaan; eventueel in samenwerking met iemand, om zo erger te voorkomen. Familie kan in verschillende opzichten een zeer belangrijke rol spelen: als informatiebron, als co-therapeut, als informatieontvanger of ‘mee behandeld’ worden.
Mensen bezitten zelf vaak veel meer kracht dan ze zich bewust zijn. En die kracht kan door het lezen en aan de slag gaan met het boek alleen maar versterkt worden. Boeken kunnen steunend en troostend zijn en helpen de juiste stappen te zetten en keuzes te maken. De boeken bieden praktijk, theorie en uitleg met toepasbare methodieken. Het aanleren van nieuwe vaardigheden maakt mensen nog krachtiger.’
Corrie Baas, Stemmingsklachten – Methoden, casuïstiek en oefeningen (2016), Uitgeverij SWP. Psychosociale hulpverlening in de huisartsenpraktijk – Een leidraad voor elke hulpverlener in de wijk en de zorg (2013), Uitgeverij SWP.
Werken vanuit eigen kracht
Volgens Corrie Baas is het vinden van je eigen kracht de sleutel tot duurzaam herstel. Lees ook ons artikel over karakter en praktijkvoering of meer over de GGZ-standaarden voor psychosociale hulp.

