Daar heb ik recht op: het dikke-ik en de participatiesamenleving

Machtelt Neurink reflecteert op het 'dikke-ik' en de participatiesamenleving: heeft iedereen wel evenveel recht op overheidsvoorzieningen?

Door: Machtelt Neurink

In de 35 jaar dat ik in de gezondheidszorg werk, verwonder ik me over het feit dat, zeker de laatste jaren, steeds meer mensen iets af willen dwingen door te zeggen dat ze “daar recht op hebben”. Het verwondert me omdat ik me afvraag waarom deze uitspraak steeds vaker wordt gebruikt en tegelijkertijd erger ik me eraan. Heeft het te maken met een rechtvaardigheidsgevoel? Ik betaal ervoor dus ik kan aanspraak doen op zorg etc. Met een gevoel van achtergesteld te zijn? Is het de tijdsgeest waarin we steeds individueler worden? Of komt het voort uit maatschappelijke ontwikkelingen? Of is het een onderbuikgevoel van mij?

Politiek filosoof Harry Kunneman heeft het over de dikke-ik. “Een ik dat zich altijd vooropstelt en dat eist dat anderen hem daar de ruimte voor geven. Het dikke-ik is onverzadigbaar. Het vreet zichzelf vol – letterlijk en figuurlijk – en krijgt nooit genoeg.”

Klopt het wat Harry Kunneman beschrijft over de dikke-ik? Is iedereen zo egoïstisch geworden dat alleen hun recht telt en dat hier door iedereen rekening mee moet worden gehouden? Waar komt dit gedrag vandaan? Komt het omdat we meer individualistisch zijn geworden? Of is het een maatschappelijke ontwikkeling die door de politiek is geïnitieerd?

Ik denk dat we inderdaad meer individualistisch zijn dan ongeveer 50 jaar geleden; we hebben steeds kleiner wordende netwerken door de manier waarop we ons leven organiseren, minder afhankelijk van elkaar. Maar ook het uitroepen van de participatiesamenleving in 2013 levert een grote bijdrage.

“De visie van de participatiesamenleving is dat iedereen moet meedoen. Alleen als je je uiterste best hebt gedaan om een bijdrage te leveren aan de maatschappij, mag je aanspraak doen op overheidsvoorzieningen.”

Profiteren zonder bij te hebben gedragen wordt gezien als egoïstisch en lui. En als je langs de zijlijn komt te staan, is dit je eigen schuld; had je maar beter je best moeten doen. Er ligt een grote nadruk op de individuele inzet. Je als het ware “volvreten” voor eigen gewin. Er is een gevoel van onrechtvaardigheid.

Maar wat als je niet kunt participeren en aan de zijlijn staat zonder dat je hier iets aan kunt doen? Is dit eigen schuld dikke bult? Heb je je dan niet genoeg ingezet om te participeren? Dus heb je dan nergens recht op?

Is er een manier om deze visie op participatie om te buigen?
Prof. dr. F.A. Hindriks heeft het, in een oratie die hij uitsprak, over een rechtvaardige samenleving. In plaats van een verdeelde samenleving die veel nadruk legt op individuele verantwoordelijkheid, een samenleving creëren waar iedereen gelijke kansen heeft. Ik vraag mij af wat de haalbaarheid van de visie op een rechtvaardiger samenleving van prof. Hindriks is.

Hoe kun je sociale verbanden verbeteren? Willen of kunnen mensen dit? Hoe flexibel is een overheid die van regels en wetten aan elkaar hangt? Zijn we bereid om een ander iets te gunnen, is de dikke-ik in staat om aan de lijn te doen?

Door Machtelt Neurink

De participatiesamenleving en het dikke-ik

Sinds de invoering van de participatiesamenleving in 2013 wordt van iedereen verwacht zelf verantwoordelijkheid te nemen voordat er een beroep op zorg wordt gedaan. Bij Curova zien we dagelijks hoe therapeuten cliënten helpen die worstelen met deze spanning tussen eigen regie en het claimen van rechten. Meer informatie over de participatiesamenleving is te vinden bij de Rijksoverheid.

Auteur

Machtelt Neurink

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2020

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen