Een vriendin van mij mijdt boerderijen. Ze laat de biologische boerderijwinkel in de buurt links liggen, slaat open boerderijdagen over en gruwelt van kamperen bij de boer. Ik vond het altijd wat vreemd, we wonen in Brabant en ze is ook nog dierenarts. Maar ze werkt alleen met huisdieren, en ach, ieder heeft zo zijn eigenaardigheden. Laatst vertelde ze me echter de reden achter haar weerstand. Ooit zou ze met een boer trouwen. Het boerenleven had ze zielsgraag geleefd, maar bij nader inzien niet met deze boer. Met haar keuze om bij hem weg te gaan, liet ze ook een meisjesdroom achter zich. Twintig jaar later, met een leuke man en vier heerlijke kinderen, voelt ze zich nog steeds niet prettig op boerderijen. “Ik heb daar last van levenspijn,” zei ze.
Levenspijn. Pijn om het leven dat ze had kunnen leiden, maar niet leidt. Het is niet vreemd dat ze dit nu, ergens voorbij de veertig, op het woord gooit. Begonnen aan de tweede levenshelft dringen de gevolgen van onze levenskeuzes door: met de keuzes die we hebben gemaakt, of voorbij hebben laten gaan, zijn allerlei deuren voorgoed dichtgegaan.
Ik weet het, ik weet het, waar er een deur dichtgaat, opent zich een raam. Heel inspirerend en ook waar, maar bij levenspijn werkt deze spreuk hartstikke averechts. Je ontkent daarmee de pijn. Een ontkenning die in nog vele andere vormen komt. Zo is daar dus de weerstand die mijn vriendin voelde. Zij is bij lange na niet de enige die zich afwendt van wat ze ooit zo graag wilde, omdat het gewoonweg te pijnlijk is om onder ogen te zien. Een andere strategie is dankbaarheid: zie het glas als halfvol en ben dankbaar voor wat er wel is. Mooi, maar ook dat leidt de aandacht af van de pijn om wat er niet is.
Wanneer iemand uiteindelijk bij ons aanklopt, lopen ook wij het risico mee te gaan in die ontkenning. Het is verleidelijk om direct met cliënten te gaan onderzoeken wat het is dat hen zo aantrok in dat andere leven, en hen uit te nodigen daar alsnog vorm aan te geven binnen hun huidige bestaan. Het is immers nooit te laat om te worden wie je bent. Toch slaan ook wij dan een cruciale stap over.
Levenspijn is als omgekeerde heimwee: verlangen naar wat er had kunnen zijn en verdriet omdat dat er niet is en ook nooit meer zal komen. Die pijn moet je doorvoelen, als in een rouwproces. Wanneer je cliënt hiermee worstelt, geef haar of hem dan de ruimte. Vertraag. Ben aanwezig en stil. Dat kost moeite, omdat voor levenspijn geen snelle oplossingen zijn en je je dus behoorlijk machteloos kunt voelen. Je moet je ‘reparatiereflex’ kunnen weerstaan. Het boek Zingevende gespreksvoering van Marjoleine Vosselman en Kick van Hout geeft hiervoor goede handvatten. Met je cliënt wandelen helpt ook; de natuur biedt troost en emoties varen mee op de wind. Maar verreweg de beste remedie voor de coach in gevallen van levenspijn is: ben er. De tijd van doen komt vanzelf.
Een vriendin van mij bezocht laatst een boerderij. Ze kwam er thuis en moest huilen. Het was goed.
Jamie Nederpel is wandelend loopbaancoach en schrijver van het boek Het is altijd het goede weer. www.werkvanuitjenatuur.nl
Levenspijn herkennen en erkennen
Levenspijn ontstaat vaak wanneer een gekozen pad ver afstaat van een oude droom of wens. Bij Curova zien therapeuten regelmatig cliënten die worstelen met dit soort onuitgesproken verlies. Meer over rouw om ongeleefd leven is te vinden bij het Psychologie Magazine.

