Inhoudsopgave
Voorlichtingsfilm met maatschappelijke urgentie
Veel ouders denken dat het ‘best belangrijk’ is om je kinderen regelmatig aandacht te geven en er vanaf hun geboorte voor ze te zijn. Als ze de film Een kind! Over de band tussen ouders en kinderen in het eerste levensjaar hebben gezien, begrijpen ze pas goed dat ‘belangrijk’ een understatement is. Het gaat om de noodzaak in alle opzichten aan de basisbehoeften van een baby tegemoet te komen. Die urgentie is wel zó groot, dat Stichting Kinderleven zich er helemaal voor inzet om de maatschappij daarvan bewust te maken. De film is een van de middelen die ze daarvoor inzetten.
Naast directeur drs. Paulien Kuipers en de Belgische kinderpsychiater drs. Annemie Cabus werken ook acteurs mee. Aan de orde komen levens waar de verbinding tussen ouders en kinderen niet goed tot stand is gekomen en welke gevolgen dat kan hebben. Maar ook hoe het anders kan lopen als ouders wel voldoen aan de behoeften van hun kind. Die behoeften bestaan onder andere uit liefde, tijd, beschikbaarheid, voorspelbaarheid en ouders die in balans zijn. In 35 minuten maakt de film inzichtelijk waar het om gaat.
Emotionele nood
Paulien Kuipers is kinderpsycholoog. Met een aantal andere bevlogen vakgenoten richtte ze in 2012 de stichting op. Die heeft als focus de verbinding tussen ouders en kinderen in een vroeg stadium op gang te brengen als die niet vanzelfsprekend ontstaat. Voor die tijd had ze een eigen praktijk waar ze gezinnen ontving met uiteenlopende problemen, zoals een kind dat voortdurend ongehoorzaam was, in de broek bleef plassen of agressief gedrag vertoonde.
Kuipers: ‘Tijdens de afname van de anamneses bleek vaak dat er al in het begin van alles mis was in de relatie tussen ouder en kind. Oorzaken daarvan waren een moeilijke zwangerschap of geboorte, problemen in de familiesfeer, armoede. Door een onveilige verbinding raakt een kind in emotionele nood, het gedrag vervormt en later komt er een diagnose als ADHD of PDD voorbij. Eigenlijk zijn de kinderen in een diepere laag onthand geraakt door gebrek aan communicatie of miscommunicatie met de ouders. Je ziet ook dat de ouders op het moment van de geboorte helemaal niet open konden staan voor het nieuwe kindje. Er sluipt dan een onveiligheid in, een soort “niet-vanzelfsprekendheid” waar zowel ouders als kind op reageren.’
Op de vraag of kinderen het etiket ADHD kunnen krijgen terwijl de problematiek een heel andere is: ‘Ik denk dat je dat heel goed ziet. Er zijn natuurlijk kinderen die absoluut autistisch zijn of ADHD hebben. Dat heeft te maken met aanleg en met de hersenen. Maar voor een veel grotere groep die dergelijk gedrag vertoont, is de oorzaak dat er in dat gezin geen aansluiting was. Een praktijkvoorbeeld. Er kwam een jongetje bij me dat ontzettend druk was. Hij was nog maar net in de spreekkamer of hij verbouwde die al. Toen ik later aan de ouders vroeg wie er nog meer zo druk was in het gezin of wie het erg druk had, bleek dat dat voor hen allemaal gold. Zo was de moeder intensief bezig met haar baan en met de zorg voor haar gezin. De vader was bang ontslag te krijgen en werkte zich een slag in het rond. Voor de kinderen was nauwelijks tijd. Druk gedrag stond eigenlijk symbool voor het hele gezin. Dan kun je wel één gezinslid naar voren schuiven, maar daar ligt de oorzaak niet. Kijk naar de start in de relatie tussen ouders en kind. In de eerste jaren gebeurt alles voor de rest van je leven. Hoe je hersenen zich vormen, hoe je sociaal gedrag gaat vertonen…’
Haastcultuur
Zou dit verklaren waarom gedragsstoornissen in deze tijd zo toenemen? De hele maatschappij rent en vliegt. ‘Ja, we leven in zo’n haastcultuur dat we bijna geen aandacht, tijd en beschikbaarheid meer hebben om de noden, wensen en verlangens van het heel kleine kind goed in ons op te nemen en goed te beantwoorden.’
Een cultuur is moeilijk te keren… ‘Klopt, het is een groot maatschappelijk probleem geworden, waar je op verschillende manieren naar kunt kijken. Heel bepalend was dat in de vorige eeuw het privéleven en daarmee samenhangende gemeenschappelijke verbanden veranderden. Er ontstond een samenleving waar productie en geld voorrang kregen boven menselijke belangen. En dan was er de feministische golf. Ook ik was een echte feministe en geloofde dat als vrouwen meer buitenshuis zouden werken, mannen vanzelf meer zouden zorgen. Maar dat gebeurde niet. Vrouwen draaiden mee in de mallemolen van geld verdienen. Ze gingen zich maatschappelijk realiseren, wat overigens ook belangrijk is. Alleen zie je dat het opvoeddomein verschoof van binnen naar buiten. In vorige decennia is bovendien op de kinderopvang ook nog eens veel bezuinigd, waardoor er minder ruimte kwam om het kind de nodige aandacht te geven.’
Voorspelbaarheid
‘Tegenwoordig brengen kinderen de dag grotendeels door in groepen van 23 met slechts drie leidsters die alsmaar wisselen. Dus wat wij met het kleine kind hebben gedaan in de tredmolen van onze productiecultuur, is niet gering. Als we stilstaan bij de behoeftes van een baby die geboren wordt in een wereld waar hij niets kent, heeft hij aandacht en tijd van de ouders nodig en aan hun woorden om de wereld uit te leggen. En aan voorspelbaarheid, betrouwbaarheid. Ze hechten zich aan volwassenen en die behoren een vaste plaats in te nemen. Nu is het in Nederland zo dat een kind van drie maanden gemiddeld zes oppassen heeft. Soms wel meer.’
Wat kun je als stichting daaraan doen? ‘Proberen de samenleving te sensibiliseren voor de noden van het kleine kind. Dat vertel ik op congressen en tijdens lezingen. Als ouders beseffen hoe belangrijk hun aandacht en tijd voor de baby is, maken ze misschien andere keuzes om hun gezin te organiseren. Ik denk dat de regering nu ook langzamerhand wakker wordt. We hebben erover gesproken in de Tweede Kamer. Overigens niet wij alleen, er zijn meer mensen met dit onderwerp bezig. De volksvertegenwoordiging ziet best in dat het eigenlijk niet kan dat er zoveel kinderen op school zijn met gedragsproblemen. En dat er zoveel jongeren zijn die later in ernstige nood raken omdat ze verbindingen in hun leven missen. Helaas vertaalt de overheid de problematiek naar risicogroepen. Ik vind dat we naar alle kinderen in Nederland moeten kijken.’
Denk je dat je met je werk een cultuurverschuiving teweeg kan brengen? ‘Ik voel niet de druk om de hele cultuur te veranderen, ik draag bij aan sensibilisering waar ik maar kan. De cultuur bestaat uit zulke grote processen die gaan over hoe wij allemaal aan geld hangen. We krijgen het niet eens voor elkaar om in het belang van onze eigen gezondheid duurzamer te gaan leven en de wereld schoner te maken. Laat staan dat we met zijn allen zorgen voor het geestelijk welzijn van kinderen. Ik lever een bijdrage en zet me er helemaal voor in. De voorlichtingsfilm hoort daarbij. Meer dan we nu doen, kan niet.’
Hoe gaat jullie film de doelgroep bereiken? ‘Op 22 februari is de première in Lumière Maastricht. Daarna is de film te koop voor tien euro. We verspreiden deze over alle consultatiebureaus in Nederland en ook over kinderopvangorganisaties en opleidingen van de Jeugd- en Gezondheidszorg. En wie maar wil kan hem bestellen bij Stichting Kinderleven.’
In 2015 schreef Kuipers het boek Eerste hulp bij hechting. Is dit de verfilming daarvan? ‘De thema’s komen overeen, maar met beeld komt informatie altijd anders over dan in letters. Ik denk dat het behoorlijk overlapt; het boek gaat echter veel meer de diepte in.’
Het weefgetouw van de band
Op de website valt te lezen dat de stichting zich ook richt op aanstaande ouders. Wat kun je voor die mensen betekenen? ‘Heel veel, in een vrij vroeg stadium kunnen we de moeder leren om zich betrokken te gaan voelen. De band met de baby ontstaat voor de conceptie. In die tijd beginnen ouders al te dromen over hun kindje en maken ze plannen. Ze zetten als het ware een weefgetouw op om later de band te weven voor de relatie met hun kind. Tijdens de zwangerschap worden de dromen steeds concreter en ontstaan de eerste weefdraden. Ze beginnen tegen het kind te praten, ze draaien er muziek voor en voelen zich er al heel erg betrokken bij. Als het geboren is, weven ze verder, ze reageren op het kind en het kind reageert op hen. Zo creëren ze een band die later supersterk, strak en harmonisch is. Als het tenminste allemaal goed gaat. Zo niet, dan zie je dat er draden los zijn of dat ze boze draden weven, zoiets als “ik wil dat kind niet”. Vaak komt dat voort uit verwachtingen van ouders en voelen ze zich daarin geblokkeerd. Dat hangt soms ook samen met hun eigen kindertijd. Daar ga je dan mee aan de slag, hoe zij ondanks dat toch goede ouders kunnen worden. Zo ontstaan weer nieuwe dromen van hoop. De ongeboren baby komt in het bewustzijn, ze gaan ermee praten, ze leggen hun handen op de buik. Dan zie je dat ze de baby toch welkom heten.’
Voor ingrijpende situaties, bijvoorbeeld na een zeer nare voorgeschiedenis van de moeder, zijn er traumabehandelingen. ‘Anders projecteert de moeder wat ze heeft meegemaakt op de baby.’ Kan na zo’n behandeling dan toch een band ontstaan met het ongeboren kindje? ‘Jazeker, want iedere ouder wil die. Je wordt er ongelukkig van als je een baby verwacht die je niet wenst.’
Geen wachtlijst
Op de website staat dat er geen wachtlijst wordt gehanteerd. Hoe kan dat als er veel aanbod is? ‘We beschikken over een poule van professionals en roepen cliënten binnen 14 dagen op. Het is ons principe dat je een baby in nood niet laat wachten. Collega-instellingen hebben soms een wachtlijst van wel negen maanden. Als je dan acht weken bent en je moet vervolgens negen maanden wachten, dan vind ik dat mensonterend. Wij zetten alles op alles om kinderen jonger dan twee jaar zo snel mogelijk in het circuit te krijgen. Vaak zijn er maar een of twee gesprekken nodig, dan is er al zoveel werk verzet dat de ouders door kunnen. Neemt niet weg dat er ook gezinnen zijn waarmee we langer aan het werk zijn, maar dat gebeurt niet vaak. Essentieel voor onze hulp is dat wij werken met de taal van emoties. Want de verbinding tussen mensen gaat altijd over je hart, niet over je hoofd. Je kan wel van iemand willen houden, maar of je hart dat ook wil is natuurlijk de vraag. Dat zal je moeten aanspreken en daar zijn we experts in geworden.’
Hoe spreek je het hart dan aan? ‘Wij praten over de behoefte aan verbinding, het verlangen om opnieuw te beginnen, de gevoelens die opgeroepen worden als je naar je baby kijkt en hoe je de noden van je baby leert lezen. Hoe doe je dat, wat voel je daarbij? Zo kun je iemand tegen haar baby laten uitspreken dat ze eigenlijk liever had gehad dat het wat later was gekomen, om wat te noemen. Dan praat je met je hart. Je voelt het precies. Als je bijvoorbeeld een conflict hebt met een partner en dat gaat over rotzooi in huis, dan kun je lijsten gaan maken voor wie wat opruimt. Maar wat eronder zit, is natuurlijk dat je boos bent omdat je overal alleen voor staat. Als je dat niet benoemt, blijft het conflict bestaan. De taal van het hoofd heeft altijd te maken met oordelen, meningen, oplossingen en daar kom je niet ver mee als de verbinding verbroken is. Helaas werkt veel hulpverlening vooral met het hoofd. Ze kijken naar gedrag, ze beschrijven het, ze denken na over hoe ze het kunnen veranderen. Dat is rationeel en doelgericht. Het heet niet voor niets SMART-doelen stellen. Maar wil je de liefde aanblazen tussen ouders en kind, dan ga je het daarmee niet redden.’
Opleiden
De vestiging is in Limburg. Zijn er ook kantoren in andere provincies? ‘Helaas nog niet. Er is wel heel veel belangstelling voor. We hopen dat binnenkort de GGZ en instellingen in andere provincies deskundigen laten opleiden bij Kinderleven. Overigens hebben we wel trainers in het gehele land die actief zijn op congressen; dat doen we vanuit ons Kenniscentrum. Zo verspreiden we ons gedachtegoed. En dat groeit, het wordt een maatschappelijke beweging. Steeds meer mensen zijn met hechting bezig en zij zien in wat er aan de basis van al die kinderproblemen ligt. Opleiden is onderdeel van ons werk. Zo bieden we bijvoorbeeld trainingen op maat. Maar ook geven we een basisopleiding Hechting. Dat doen we in Utrecht waar we een eigen opleiding hebben om professionals vanuit het hele land te trainen. We hebben TNO onze lesstof laten onderzoeken, want we wilden weten of die echt hout snijdt. Resultaat is dat we nu een opleidingsaanbod hebben voor professionals dat maximaal effectief is. Het is bedoeld voor hulpverleners van de JGZ, medewerkers van de GGZ, voor voogden, voogdijverenigingen, kinderopvang, zorgverleners die werken met mensen met een licht verstandelijke beperking. We hebben jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen opgeleid. Ook is er vraag gekomen vanuit de kraamzorg, juist omdat die eerste dagen van een baby zo essentieel zijn. Op de neonatologie-afdeling van Academisch Ziekenhuis Maastricht hebben we ook les gegeven. Het is ondertussen heel wat.’
Kunnen complementair werkende therapeuten bij jullie terecht? ‘Natuurlijk. Het is belangrijk dat bij iedereen onder de pet komt dat baby’s mensen zijn en dat die altijd behoefte hebben aan contact, erkenning en liefde.’
www.stichtingkinderleven.nl
Stichting Kinderleven wil bewustwording vergroten
Stichting Kinderleven zet zich in om ouders en professionals bewust te maken van het belang van een veilige hechting in het eerste levensjaar. Door voorlichting te geven, hoopt Stichting Kinderleven bij te dragen aan een betere start voor elk kind. Meer verhalen over opvoeding en gezinsleven lees je in het PSC Magazine 2018. Meer informatie over gehechtheid en de ontwikkeling van baby’s vind je bij het Nederlands Jeugdinstituut.

