Inhoudsopgave
Wat is Focusing?
Wat kan Focusing bijdragen aan de kwaliteit van therapie of coaching? Op die vraag willen we hier een antwoord geven. Aan de hand van een casusbeschrijving wordt duidelijk hoe Focusing in de praktijk van een Focusing georiënteerde therapeut kan gaan. Na de casusbeschrijving lichten we er een aantal focusvaardigheden uit en geven we tips om eenvoudige interventies te doen die het focusproces van de cliënt ondersteunen en bevorderen.
Focusing helpt de cliënt om verbinding te maken en te houden met zijn impliciete weten, zijn zelfsturing, middels dat wat lichamelijk merkbaar is omtrent zijn levenservaringen. Het is een veranderingsproces. Focusing ondersteunt en verheldert jezelf als therapeut en helpt de cliënt om concreet en praktisch, stap voor stap op een respectvolle manier het contact met gevoelens aan te gaan. Juist die aandacht maakt verandering mogelijk. Wie ervaring heeft met Focusing, leert te vertrouwen op het lichaam als innerlijk kompas.
“Your body knows the direction of healing and life. If you take the time to listen to it through focusing, it will give you the steps in the right direction.” (Eugene Gendlin, grondlegger Focusing)
Het Focusproces is onder te verdelen in 4 fases: Fase 1: Ruimte maken en onderzoeken. Wat leeft er allemaal? Fase 2: Contact maken met wat er beleefd/gevoeld wordt. Fase 3: Contact verdiepen: erbij zijn door suggesties en vragen aan te bieden aan het proces. Fase 4: Afronden/verankeren/aandacht naar buiten brengen.
Casus: 'Het zit er nog steeds'
Isa is 16 jaar. Ze komt naar de praktijk om zich positiever te gaan voelen. Bij de doelen heeft ze opgeschreven dat ze hulp wil met haar zelfbeeld en met beter voor zichzelf zorgen. Hieronder een beschrijving van de vierde sessie.
Fase 1: Ruimte maken en onderzoeken. We beginnen als altijd met een korte afstemmingsoefening, waarbij zij zich richt op haar lichaam en tijd neemt om na te gaan wat aandacht vraagt op dit moment. Ik nodig haar uit om wat ze bij zichzelf tegenkomt op post-its te zetten door er iets op te tekenen of te schrijven. Ze merkt iets op in haar buik, het voelt daar onrustig. Ze pakt twee post-its. Op één post-it schrijft ze: “ruzies” en op de andere schrijft ze “school/stage”. Ik vraag haar na te gaan waar op dit moment het meest haar aandacht naartoe gaat.
Fase 2: Contact maken met wat er beleefd/gevoeld wordt. “Het onrustige in mijn buik. Het heeft te maken met de ruzie van gisteravond met mijn moeder”, vertelt ze. Ik spiegel met de woorden: “Er is dat onrustige in je buik en je weet meteen dat het met de ruzie van gisteren te maken heeft.” Ik maak daarbij een draaibeweging met mijn hand, net als zij eerder deed. [Door haar woorden en gebaar te spiegelen ondersteun ik haar om met haar aandacht te blijven bij haar lijfelijke beleving. Het onrustige in haar buik is hier de ingang naar de Felt Sense.] “En kijk maar wat er bij je opkomt, terwijl je met je aandacht bij je buik blijft”, vervolg ik. “Ik heb vanmiddag mijn moeder geappt dat het me spijt, en toen antwoordde ze met: ‘Het is goed.’ Maar, het zit er nog steeds”, zegt ze. Ze doelt daarmee op het onrustige gevoel in haar buik. Weer spiegel ik: “Je merkt dat het onrustige in je buik er nog steeds zit, ook al heb je vanmiddag sorry gezegd.” Ik zie aan haar gezicht, dat het haar raakt en maak de opmerking: “Dat raakt je, hè?” [Ik benoem wat ik aan haar gezicht zie. Ik probeer haar niet gerust te stellen. Ik geef erkenning aan haar beleving met als doel haar zelfsturing en zelfoplossend vermogen aan te spreken.]
Fase 3: Innerlijk contact verdiepen. Ik nodig haar uit om iets te maken over wat ze ervaart. Ik bied haar verschillende materialen aan. Ze wil er iets over tekenen. Eerst vertelt ze nog iets meer over wat er gisteravond is gebeurd. Ik spiegel: “Er was bezorgdheid, boosheid en verdriet.” [Ik geef vooral de gevoelswoorden terug, zonder de hele inhoud van het verhaal te herhalen met als doel haar zoveel mogelijk bij de beleving van dat alles te houden.] Eerst tekent ze zichzelf onderaan het vel papier in elkaar gevouwen op haar kamer. Met de gedachtewolk naar de situatie met haar moeder. Om de gedachtewolk een stekelige rand. Zichzelf in een gebogen houding met tranen, een hart met een kruis erdoor, een mama met een boos gezicht. Beiden hebben de armen over elkaar. Ondertussen vertelt ze wat er bij haar opkomt.
Ik spiegel: “Er is een gevoel van spijt, iets angstigs en iets onzekers of het écht wel goed is. Het onrustige in je buik is er nog steeds.” [Ik gebruik bewust het woordje iets. Met als doel haar te helpen contact met de gevoelens te maken, zonder dat ze opnieuw overspoeld raakt door de gevoelens.] Ze richt haar aandacht op haar buik. “Ik had beter sorry in haar gezicht kunnen zeggen”, zegt ze na een korte stilte. “Hoe zou dat er in een tekening uitzien?” Ze tekent een nieuw wolkje, waarin zij en haar moeder staan, een paarse ronde rand eromheen. In het midden een paars hart en een smiley. Een wolkje uit haar mond met de woorden: “Het spijt me!” En mama met een glimlach en de woorden: “Het is goed, ik vergeef je!” Beiden hebben de armen open. Ik vraag haar hoe dat deel van de tekening voelt: “Rustig”, zegt ze. “Hoe is het nu in je buik?” vraag ik. “Rustiger”, zegt ze. Ik zie dat haar gezichtsuitdrukking meer ontspannen is en er is ook een glimlachje te zien.
Fase 4: Afronden/verankeren. “Dus je buik weet precies hoe anders het voelt, als je die stap zou maken. Hoe zou het zijn om je moeder er nu bij te vragen en te vertellen wat je voelt?” vraag ik haar. [Hier doe ik een suggestie, omdat ik denk dat een actiestap hier gepast is.] “Dat is oké, maar wel spannend.” “Oké én spannend”, spiegel ik. “Check maar of het écht oké is, we kunnen het samen doen, als het nodig is.” [Ik geef hier ook de ruimte om “nee” te zeggen.] Het is oké om het samen te doen. Wanneer we moeder in de wachtkamer vragen erbij te komen, kijkt moeder verrast op. Isa laat haar moeder haar tekening zien. De tekening spreekt al voor zich en er verschijnt een glimlach op moeders gezicht. Moeder vertelt dat het voor haar al goed was met het appje. Ze komen tot de conclusie dat het belangrijk is om elkaars gezicht te zien wanneer je sorry wilt zeggen, want dan weet je of ‘het spijt me’ en ‘het is goed’ echt gemeend zijn. Ik vraag Isa wat ze meeneemt van deze sessie. “De volgende keer wil ik ‘het spijt me’ zeggen, wanneer we elkaars gezicht kunnen zien”, antwoordt Isa.
Focusvaardigheden
Ruimte maken: De therapeut helpt de cliënt inventariseren wat hem/haar bezighoudt. Op dit moment hoeft de cliënt er nog niet dieper op in te gaan. Hierdoor maakt de cliënt voor zichzelf een overzicht van wat er allemaal speelt in zijn/haar leven. Het geeft inzicht en schept orde in de gedachtestroom. Je kunt het proces ondersteunen met de zinnen: Merk maar eens dat je hier zit in deze ruimte. Neem de tijd om in je lijf te ervaren hoe het daar is. Ga eens na wat er NU aandacht van jou wil.
Felt Sense verkennen: Centraal in het Focusproces staat de Felt Sense. “Het aanvankelijk vage gevoel in je lijf en/of in je stemming waarvan je kunt vermoeden dat het betekenis voor je heeft; het kan zich ontvouwen als je er met je aandacht bij bent.” (De Bruijn, 2014) Het ‘onrustige in haar buik’ is in de casus de ingang naar de Felt Sense. Zinnen die het proces ondersteunen: Ga maar eens na waar je dit het meest in je lijf voelt. Merk maar of er een kleur of een symbool bij je opkomt. Is er iets in je leven wat misschien voelt als dit?
Ver-ietsen: Er is iets angstigs, er is iets verdrietigs. Met ver-ietsen creëer je meer afstand tot wat je dwars zit en kun je er beter contact mee maken. Voel je het verschil tussen ‘Je bent bang’, ‘Je bent verdrietig’ en ‘Iets in jou wat voelt als …’ Kun je dat iets even toeknikken, er hallo tegen zeggen?
Erbij zijn en spiegelend luisteren: ‘Erbij zijn’ is de basis van de begeleiding. “Bij spiegelend luisteren geef je – vanuit een accepterende houding – terug aan het kind wat je waarneemt, met woorden en gebaren. Het is als het ware of het kind zichzelf in een spiegel ziet, via jou zichzelf hoort.” (Verliefde & Stapert, 2003) Een spiegeling is gericht op beweging in het proces, ‘carrying the process forward’. Zinnen die de beweging in het proces bevorderen: Wat maakt het zo? Wat is de kern hiervan? Wat raakt je het meest? Wat heeft het nodig?
Afronden: In deze fase van het focusproces help je de cliënt een actiestap maken. Je helpt om het nieuwe inzicht te verankeren en in praktijk te brengen. Het gaat om haalbare stappen.
De Focusing georiënteerde therapeut of coach
De Focusing georiënteerde therapeut of coach stuurt erop aan dat de cliënt zijn/haar eigen antwoorden vindt en zijn/haar eigen proces vertrouwt. De therapeut geeft geen advies, heeft geen oordeel over goed of fout, heeft geen beeld van hoe het opgelost moet worden, geeft open processuggesties en laat de cliënt checken wat voor hem/haar oké voelt, en stelt geen waaromvragen, zodat de cliënt bij de lichamelijke beleving blijft. Een waaromvraag nodigt uit tot praten over de inhoud en haalt de aandacht van de cliënt weg bij de Felt Sense.
Om wezenlijk te kunnen luisteren naar de ander is het nodig dat de luisteraar ook leert luisteren naar de eigen Felt Sense. De kracht zit ‘m in de eenvoud én is tegelijkertijd een kunst van verfijning, die heel wat oefening vraagt. Focusing is van iedereen en iedereen kan het leren. We worden met de vaardigheid geboren en leren het vaak af, wanneer we op school leren beredeneren. Voor de therapeut of coach is Focusing van aanvullende waarde in alle methodes, die hij of zij al gebruikt.
Het KinderFocusCentrum Nederland geeft gespecialiseerde cursussen en opleidingen op gebied van Focusing met kinderen en Focusing met non-verbale expressie.
Harriët Teeuw en René Veugelers zijn Internationaal Kinderfocusing-coördinatoren voor The International Focusing Institute in New York. Beiden zijn werkzaam in de gezondheidszorg en in de eigen praktijk als beeldend therapeut en Focustrainer met kinderen en volwassenen. Met hun jarenlange kennis en ervaring geven ze Focustraining nationaal en internationaal. Beiden zijn oprichter van en docent bij KinderFocusCentrum Nederland. René is te bereiken op: rene@ftcz.nl – www.ftcz.nl. Harriët: hteeuw@xs4all.nl – www.deruimte-info.nl
www.focusing.org – www.kinderfocuscentrumnederland.nl – www.kinderfocussen.nl – www.stichtingfocusing.nl
Focusing leren toepassen
Focusing is te leren en vraagt vooral oefening in het stil worden en luisteren naar het lichaam. Wie regelmatig met Focusing werkt, merkt dat het steeds gemakkelijker wordt om de felt sense te herkennen. Meer artikelen over lichaamsgerichte werkvormen lees je in het PSC Magazine 2018. Meer achtergrond over Focusing vind je bij het Focusing Instituut Nederland.

