Kan LEGO denken?
Maandagochtend, eerste lesuur, m’n vierdeklassers druppelen binnen. Nog niet iedereen is helemaal wakker. Ik sta bij de deur.
Ik: Môgguh, hallo … probeer wakker te worden Khaled, je kunt het… hou vol…
Men gaat zitten en kijkt – op een enkeling na – versuft voor zich uit.
Ik: Mensen, goedemorgen allemaal en welkom! Ik zie dat jullie allemaal weer helemaal klaar zijn voor een stevig potje filosofie!
Weinig reactie.
Ik: Wie kent er de band Incubus?
Geen reactie.
Ik: Wie kent de band Incubus niet? Vingers graag.
De helft van de klas steekt een hand op. Ik wijs iemand aan die zijn hand niet opstak.
Ik: Jij kent ze wel, leuk! Heb je ze wel eens live zien spelen? Ik al een keer of drie!
Aangewezen leerling knippert met zijn ogen: uh, wat?
Ik: Ah, je was nog niet wakker. Probeer erbij te blijven oké? Goed, ik neem dan maar aan dat niemand de band Incubus kent. Zal wel iets zijn voor oude mensen dan, denk ik. Hoe dan ook, kijk eens naar de songtekst op het bord.
Ik zet het bord aan en zie dat mensen de tekst beginnen te lezen.
Ik: Wat is de titel van dit liedje?
Er gaat een aantal handen omhoog.
Leerling: ‘Make yourself’.
Ik: Juist. En wat zou dat betekenen denk je… Khaled?
Khaled is ondertussen wakker.
Khaled: ‘Maak jezelf’.
Ik: Precies. Wie denkt er hier dat ie zichzelf kan maken?
Veel handen gaan omhoog. Ik wijs iemand aan die geen hand opstak.
Ik: Jij denkt niet dat je jezelf kunt maken?
Leerling: Ik weet niet goed wat er bedoeld wordt met jezelf maken.
Ik: Ah, dat is wel een belangrijke vraag. Laten we die stellen aan iemand die wel een hand opstak, hmmm, Mees!
Mees: Het betekent dat je jezelf kunt maken.
Ik: Aha, dus jezelf maken, betekent dat jezelf kunt maken, dat helpt!
Mees: Ja, gewoon…
Ik: ‘Gewoon’? Als mensen ‘gewoon’ zeggen betekent dat vaak dat wat ze gaan zeggen niet zo gewoon is.
Mees: Het betekent dat je zelf kan kiezen wat voor iemand je wil zijn. Dat je zelf kan bepalen wat je doet.
Ik kijk naar de leerling die vroeg wat jezelf maken betekent.
Ik: Help dit?
Leerling: Ja.
Ik: Mooi. Denk jij nu ook dat we onszelf kunnen maken?
Leerling: Ja.
Ik: Dus jij bepaalt zelf wie je bent?
Leerling: Ja, in ieder geval voor een deel.
Ik: Is iedereen het daarmee eens? Vingers graag.
Iedereen steekt een hand op. Iedereen is wakker.
Ik: Oké, dan heb ik een opdracht voor jullie. Noem één eigenschap van jezelf waarvan je zeker weet dat die niet is aangeboren en ook niet is aangeleerd door of overgenomen van anderen uit je omgeving. Kortom, een eigenschap van jezelf die jij helemaal zelf hebt gekozen. Ik denk dat dit een lastige opdracht is, dus ik heb hem ook op het bord staan.
Ik tik door naar de volgende dia van mijn powerpointpresentatie.
Ik: Jullie hebben vijf minuten, je mag niet overleggen en ik wil dat je je antwoord noteert in je schrift.
Na drie minuten maak ik een rondje door de klas en zie dat vrijwel niemand iets op papier krijgt.
Leerling (enigszins vertwijfeld): Meneer, dit is keimoeilijk!
Deze opdracht werkt.
Fascinatie
Het bovenstaande gesprekje tussen de leerlingen van een van mijn vierde klassen en mijzelf illustreert wat ik zelf zo fascinerend vind aan filosofische vragen, namelijk het vermogen om mensen – inclusief ikzelf – van hun sokken te blazen. Immers: natuurlijk kunnen we zelf bepalen wie we zijn en wat we doen of in ieder geval deels… tóch? Zelf weet ik dat ondertussen niet meer zo zeker, zoals ik een heleboel dingen niet meer zo zeker weet sinds ik me met filosofie bezig ben gaan houden.
‘Hoe weet je zeker dat je iets echt wil?’ ‘Wat is een gedachte eigenlijk?’ ‘Bestaan kleuren echt?’ Ik weet het bij nader inzien dus niet zo goed, terwijl denken, kleuren en weten wat je wil (of niet) op het eerste gezicht toch behoorlijk alledaagse verschijnselen lijken te zijn. Filosofen zijn erin getraind om met een paar snelle doelgerichte vragen de vanzelfsprekendheid van dit soort zaken te laten wankelen en dat gebeurt bij mij persoonlijk elke keer opnieuw; telkens krijg ik weer dat gevoel dat ik ook als klein kind kon hebben als ik me ’s nachts in bed afvroeg of er achter de waarneembare sterren ergens een grens is waar het heelal ophoudt … of niet.
LEGO
Kan LEGO denken? gaat over mijn drie favoriete filosofische vragen, elk van die vragen heeft een eigen hoofdstuk. Je hoeft geen filosofische voorkennis te hebben om het boek te kunnen lezen, zolang je er maar niet vies van bent om je eigen opvattingen op het spel te zetten.
Een van de lastigste uitdagingen bij het schrijven van dit boek vond ik het zichtbaar maken van de samenhang tussen elk van de filosofische vragen die in de verschillende hoofdstukken centraal staan. Voor mij was die samenhang bij de eerste versie van het boek al kraakhelder, maar proeflezers, onder wie redacteurs van verschillende uitgeverijen, zagen dat helemaal niet zo duidelijk. In gesprek met uitgeverij Ten Have kwam ik uiteindelijk tot een goede strategie om lezers op een leuke manier de eenheid van het boek te laten ervaren: LEGO.
Het LEGO-idee ontstond in de trein op weg naar de redactie van Ten Have in Utrecht en ik heb het bij aankomst onmiddellijk getest op Niels (uitgever bij Ten Have) en Rick (redacteur bij Ten Have). Door de vragen die ze me begonnen te stellen en het gesprek dat ontstond, wist ik meteen dat dit idee werkt. Immers: van LEGO kun je alles bouwen toch? Álles ja? Ook iets dat kan denken en willen? En zo niet, waarom precies niet dan? Wat is er aan ons – mensen – zo bijzonder dat wij wel kunnen denken en willen en iets dat van LEGO is gemaakt, niet? Binnen enkele minuten was er nog maar heel weinig over van de opvattingen over denken en willen waar we het gesprek mee begonnen (en ook van onze ideeën over kleuren, maar daar moet je het boek voor lezen). En dat met twee ogenschijnlijk onschuldige vragen en een beetje LEGO.
Gewoon?
In het alledaagse leven vinden we veel dingen ‘gewoon’, zo gewoon dat we niet alleen niet meer de neiging hebben om er vragen bij te stellen, maar misschien zelfs het vermogen zijn verloren om er vragen bij te stellen. Voor mijzelf is het eten van vlees lang één van die ‘gewone’ dingen geweest. Het was destijds mijn vriendin (ook een filosoof overigens) die me daar vragen over ging stellen en het was uiteindelijk de filosofie die me heeft geholpen om mijn besluit om geen vlees meer te eten, te onderbouwen. In die onderbouwing komen mijn eigen antwoorden op de filosofische vragen in Kan LEGO denken? samen, dus ik besloot dat het laatste hoofdstuk van het boek moest gaan over vlees eten (en mijn filosofie over boosheid, maar ook daarvoor zul je het boek moeten lezen).
Doel van dat laatste hoofdstuk is overigens niet om mijn lezers ervan te overtuigen vegetariër te worden, maar om te laten zien dat het degelijk onderbouwen van de morele juistheid van zowel een vegetarisch als een carnivoor dieet heel wat filosoferen vereist en dat gaat zeker niet vanzelf. Tenzij we ‘gewoon’ gedachteloos willen blijven doen wat we ‘gewoon’ vinden, is het van belang om de filosoof in onszelf wakker te houden. Daarom beschrijf ik in mijn boek ook vier eenvoudige overlevingsregels voor filosofen waarvan ik kan garanderen dat ze werken. Ik hoop met Kan LEGO denken? in ieder geval een aantal nieuwe filosofen wakker te schudden.
Tjeerd van de Laar is docent filosofie en wetenschap op het Koning Willem II College in Tilburg en vakdidacticus filosofie aan de Universitaire Lerarenopleiding van Tilburg University. In 2007 promoveerde hij met een filosofisch proefschrift over wetenschappelijk onderzoek naar vrije wil. In 2011 verscheen het populaire boek Vrije wil, dat hij schreef samen met Sander Voerman. In oktober 2020 verscheen zijn nieuwe boek Kan LEGO denken?, een inleiding in zijn favoriete filosofische vragen.
Kan LEGO denken? Filosoferen met kinderen
De vraag ‘Kan LEGO denken?’ opent een filosofisch gesprek over wat bewustzijn en identiteit precies zijn. Door LEGO als metafoor te gebruiken, wordt filosofie voor kinderen speels en tastbaar. Meer lezen over filosofie en onderwijs? Bekijk het overzicht van vakartikelen van Curova of ontdek meer bij de Filosofie Magazine.

