Ontwikkelingstrauma helen

Boekfragment over het NeuroAffective Relational Model (NARM) van Laurence Heller en Aline LaPierre, over herstel van verbinding na vroegkinderlijk ontwikkelingstrauma.

Ontwikkelingstrauma helen

Het boek Ontwikkelingstrauma helen gaat over het herstellen van verbinding. Het is de ervaring van verbinding die ons verlangen naar werkelijk leven bevredigt. Een beperkt vermogen tot verbinding met jezelf en anderen en het verminderde gevoel dat je leeft dat hieruit voortvloeit, zijn de verborgen dimensies die ten grondslag liggen aan de meeste psychische en fysiologische problemen. Helaas zijn we ons vaak niet bewust van de innerlijke blokkades die ons ervan weerhouden de verbinding en levendigheid te ervaren waar we zo naar verlangen. Deze blokkades ontwikkelen zich als reactie op vroegkinderlijk ontwikkelings- of shocktrauma en de hieraan verbonden disregulatie van het zenuwstelsel, gehechtheidsverstoringen en identiteitsproblemen.

Laurence Heller en Aline LaPierre introduceren in hun boek het NeuroAffective Relational Model™ (NARM), een methode waarbij wordt gewerkt met deze disregulatie, verstoringen en problemen en tegelijkertijd de ontwikkeling van een gezond vermogen tot verbinding en levendigheid wordt bevorderd. In dit boek wordt aandacht besteed aan conflicten rondom het vermogen tot verbinding en onderzocht wat bijdraagt aan diepere verbinding en levendigheid tijdens het helingsproces van ontwikkelingstrauma.

Veel vormen van psychotherapie zijn gebaseerd op het medische ziektemodel en richten zich als gevolg hiervan op psychopathologie. Normaal gesproken wordt bij psychotherapie het verleden van een persoon onderzocht en wordt getracht de verstoorde cognitieve en emotionele patronen in kaart te brengen die aan de psychische problemen ten grondslag liggen. Naarmate echter steeds meer informatie naar boven komt over de manier waarop het brein en het zenuwstelsel functioneren, worden traditionele psychotherapeutische methoden in twijfel getrokken en wordt steeds duidelijker dat er behoefte is aan nieuwe benaderingen. Nu blijkt het een misleidende veronderstelling te zijn om te denken dat, wanneer we weten wat er in iemands leven mis is gegaan, we ook weten hoe we deze persoon kunnen helpen bij het oplossen van zijn of haar problemen. We weten nu bijvoorbeeld dat wanneer we ons op een verstoord functioneren richten, we het risico lopen dat verstoorde functioneren juist te versterken: als we ons richten op tekorten en pijn is de kans groot dat we beter worden in het voelen van deze tekorten en pijn. Wanneer we ons op dezelfde manier voornamelijk richten op iemands verleden, ontwikkelen we de vaardigheid om over ons verleden na te denken, waardoor we de persoonlijke geschiedenis soms belangrijker lijken te maken dan ervaringen in het heden.

In het NeuroAffective Relational Model™ worden een niet-traditionele benadering van psychodynamische en lichaamsgerichte psychotherapie en het werken met identiteit gecombineerd. Het is een model voor menselijke groei, therapie en herstel dat iemands sterke kanten, capaciteiten, hulpbronnen en veerkracht benadrukt zonder het verleden van deze persoon te negeren. NARM onderzoekt iemands verleden voor zover overlevingspatronen die op jonge leeftijd zijn aangeleerd het vermogen om ons in het heden verbonden en vitaal te voelen, in de weg staan. Met NARM kunnen wij ons huidige vermogen tot verbinding met zowel ons lichaam en onze emoties als met anderen ontwikkelen en vergroten – vermogens die nauw met elkaar verbonden zijn.

Vijf biologische basisbehoeften
NARM kent vijf biologische basisbehoeften die van essentieel belang zijn voor ons lichamelijk en emotioneel welzijn: de behoefte aan verbinding, afstemming, vertrouwen, autonomie en liefde-seksualiteit. Wanneer een van deze biologische basisbehoeften niet wordt vervuld, zijn voorspelbare psychische en fysiologische symptomen het gevolg: zelfregulatie, zelfbesef en eigenwaarde komen in gevaar. Afhankelijk van de mate waarin onze biologische basisbehoeften in onze vroege kindertijd zijn vervuld, kunnen we kernvermogens ontwikkelen om deze behoeften als volwassene te herkennen en te kunnen vervullen. Afgestemd zijn op deze vijf basisbehoeften en -vermogens betekent dat we met onze diepste hulpbronnen en vitaliteit verbonden zijn.

Hoewel het er misschien op lijkt dat mensen last hebben van oneindig veel verschillende emotionele problemen en uitdagingen, kunnen de meeste hiervan worden teruggeleid naar ontwikkelings- en shocktrauma op jonge leeftijd die de ontwikkeling van een of meer van de vijf kernvermogens hebben verstoord. Wanneer een kind bijvoorbeeld niet de verbinding krijgt die het nodig heeft, gaat het op latere leeftijd op zoek naar verbinding en is het er tegelijk ook bang voor. Wanneer de behoeften van een kind niet worden vervuld, leert het niet te herkennen wat het nodig heeft, is het niet in staat zijn of haar behoeften te uiten en heeft het vaak het gevoel dat het niet verdient dat zijn of haar behoeften worden vervuld.

Afhankelijk van de mate waarin ons innerlijk vermogen om aandacht te schenken aan onze eigen basisbehoeften zich ontwikkelt, ervaren we zelfregulatie, innerlijke organisatie, verbinding, levendigheid en verruiming (loslaten/ontspannen), allemaal kenmerken van fysiologisch en psychisch welzijn. In de NARM-benadering staat ondersteuning van een gezonde ontwikkeling van de kernvermogens centraal.

Vijf adaptieve overlevingsstijlen
Afhankelijk van de mate waarin de vijf biologische basisbehoeften op jonge leeftijd zijn vervuld – of niet – worden vijf adaptieve overlevingsstijlen in werking gezet. Deze strategieën, of overlevingsstijlen, zijn manieren om om te gaan met het gebrek aan verbinding, de disregulatie, de desorganisatie en het isolement dat een kind ervaart wanneer de basisbehoeften niet worden vervuld. Elk van de vijf adaptieve overlevingsstijlen is genoemd naar de basisbehoefte en het kernvermogen dat ontbreekt of beschadigd is: de Overlevingsstijl Verbinding, de Overlevingsstijl Afstemming, de Overlevingsstijl Vertrouwen, de Overlevingsstijl Autonomie en de Overlevingsstijl Liefde-Seksualiteit.

Hoe meer ons leven als volwassene door de vijf adaptieve overlevingsstijlen wordt bepaald, hoe minder verbonden we zijn met ons lichaam, hoe meer verstoord ons identiteitsbesef wordt en hoe minder we in staat zijn onszelf te reguleren. Hoewel we ons door een overlevingsstijl en de fysiologische patronen die daar onderdeel van uitmaken, beperkt kunnen voelen, zijn we vaak bang om verder te groeien. Wanneer we ons met een overlevingsstijl identificeren, blijven we binnen de muren van de beperkingen die we ons hebben eigen gemaakt en vervolgens onszelf hebben opgelegd, waardoor we ons vermogen tot verbinding en levendigheid bij voorbaat uitsluiten.

We worden allemaal, ook therapeuten, vaak overdonderd door de diversiteit en de schijnbare complexiteit van de psychische en fysiologische problemen die mensen ervaren. Inzicht in de adaptieve overlevingsstijlen verschaft vijf basisorganiserende principes die een duidelijke richting voor therapie en persoonlijke ontwikkeling bieden. NARM werkt met elk kernvermogen om het proces van persoonlijke ontwikkeling te ondersteunen.

Ontwikkelingstrauma helen – De invloed van vroegkinderlijk trauma op zelfregulatie, zelfbeeld en het vermogen tot relaties, door Laurence Heller en Aline LaPierre. www.uitgeverijmens.nl. Zie voor opleidingen in NARM: www.bodymindopleidingen.nl

Wat Ontwikkelingstrauma helen zo waardevol maakt

Het boek Ontwikkelingstrauma helen biedt therapeuten en cliënten praktische inzichten om weer verbinding met zichzelf te herstellen. Door ontwikkelingstrauma te helen, ontstaat ruimte voor meer levendigheid en veerkracht. Meer boeken en artikelen over trauma lezen? Bekijk het overzicht van vakartikelen van Curova of lees meer bij NedKAD over ontwikkelingstrauma.

Auteur

Redactie TCC Magazine

Redactie TCC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2020

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen