De dwangstoornis
Meer dan smetvrees en controledwang
Eindeloos je handen wassen of tientallen keren controleren of het gas wel uit is: dit zijn de stereotype beelden die de meeste mensen hebben bij een dwangstoornis. Psychiater Menno Oosterhoff, zelf ervaringsdeskundige en auteur van Vals Alarm. Leven met een dwangstoornis, legt uit dat smetvrees en controlezucht weliswaar de meest voorkomende vormen zijn, maar dat er veel meer uitingsvormen bestaan. Ook komt een dwangstoornis (Obsessive-Compulsive Disorder, OCD) veel vaker voor dan lange tijd werd gedacht: 1 a 2% van de bevolking lijdt er op elk moment aan, en 2 a 3% ooit in het leven. Bij de helft van de mensen begint de stoornis al voor het vijftiende levensjaar.
Obsessies en compulsies
Bij OCD is sprake van obsessies: gedachten, beelden of impulsen die zich opdringen, onrust geven en zich niet laten wegredeneren. Iedereen kent dat soort gedachten wel eens, bijvoorbeeld op een hoge plek denken ‘stel dat ik naar beneden spring’. Bij mensen met een dwangstoornis komen zulke voorstellingen vaker of intenser voor, tot ze er sterk onzeker van worden, ook als het gaat om agressieve, zelfbeschadigende, seksuele, racistische of godslasterlijke inhoud. Kenmerkend is dat feiten of geruststelling de onrust niet wegnemen: mensen blijven dwangmatig twijfelen, ook al weten ze diep vanbinnen dat ze de dingen die in hun hoofd opkomen niet willen.
Om die onrust te verlichten, grijpen mensen naar compulsies: dwanghandelingen zoals wassen, controleren, ordenen of herhaaldelijk om geruststelling vragen. Zo’n handeling verlicht de spanning heel even, maar houdt de dwang op de langere termijn juist in stand en maakt de overgevoeligheid alleen maar groter.
Twee smaken: angstige onrust en het ‘niet goed’-gevoel
Oosterhoff onderscheidt twee hoofdvormen. Bij de eerste, ook wel Harm Avoidance OCD genoemd, is de onrust angstig van aard: het gaat om vreselijke dingen die je zelf zou kunnen doen, die je kunnen overkomen, of die door jouw toedoen of nalatigheid zouden kunnen gebeuren. Bij de tweede vorm, Feelings of Incompleteness OCD of de Not Just Right Experience (NJRE), is de onrust niet angstig maar een onbestemd gevoel dat iets niet klopt: niet symmetrisch, niet perfect, niet op de juiste manier. Denk aan dingen steeds opnieuw moeten doen omdat het niet goed voelde, moeten ordenen, tellen of schoonmaken, niet uit angst voor besmetting, maar omdat het gewoon ‘vies’ voelt. Deze vorm is veel minder bekend, maar komt vaker voor bij dwang die al voor het vijftiende jaar begint, vaak in combinatie met een ticstoornis.
Een scholier als Mark, die in korte tijd van goede naar onvoldoende cijfers zakt omdat hij woorden telkens opnieuw moet overschrijven tot de letters er ‘goed’ uitzien, is daar een voorbeeld van. Of iemand als Thijs, die tientallen keren per dag moet controleren of hij niet ergens op is gaan zitten, zonder te kunnen uitleggen waarom dat zo erg zou zijn. Oosterhoff noemt dit ‘vals alarm’ of ‘jeuk in je hoofd’: je weet met je hoofd dat er geen reden tot onrust is, maar je voelt het niet zo. Het voelt alsof je leven ervan afhangt, je beleeft een mug als een olifant, niet omdat je dat zelf zo kiest, maar omdat de dwangstoornis nauwelijks keuzevrijheid laat.
Behandeling: de onrust leren verdragen
Dwang gaat meestal niet vanzelf over en kan zelfs verergeren als iemand niet weet hoe ermee om te gaan. Behandeling bestaat doorgaans uit cognitieve gedragstherapie, eventueel gecombineerd met medicatie. De kern is dat iemand leert de onrust te verdragen in plaats van die met dwanghandelingen weg te nemen: geleidelijk de dwanghandelingen afbouwen, situaties niet langer vermijden en jezelf juist blootstellen aan wat je het liefst uit de weg zou gaan. Oosterhoff vergelijkt het met een brandend huis in vluchten: het huis staat niet echt in brand, maar zo voelt het wel.
Voor naasten en niet-gespecialiseerde professionals is het belangrijk te beseffen dat de verandering van binnenuit moet komen. Stimuleren mag, forceren werkt averechts. Misschien is het belangrijkste wel om de enorme onrust te erkennen, ook al is die moeilijk invoelbaar, terwijl je tegelijk niet meegaat in de dwanghandelingen zelf. Oosterhoff vat het zo samen: hard voor de dwang, aardig tegen de drager ervan.
Hulp zoeken
Voor mensen die worstelen met dwang is het belangrijk om op tijd hulp te zoeken. Wie nog geen specialistische hulp heeft gehad, kan die het beste actief opzoeken. Ook lotgenotencontact kan steun bieden, bijvoorbeeld via www.ocdcafe.nl. Meer informatie is te vinden via www.ocdnet.nl en www.adfstichting.nl, en in Oosterhoffs boek Vals Alarm. Leven met een dwangstoornis.

