Een nieuw, veelbelovend perspectief op de behandeling van anorexia nervosa

Een alternatieve, traumagerichte kijk op de behandeling van anorexia nervosa, met veelbelovende eerste onderzoeksresultaten.

Een nieuw, veelbelovend perspectief op de behandeling van anorexia nervosa

Anorexia nervosa geldt als een van de meest ernstige psychiatrische aandoeningen. In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 1300 mensen de diagnose, vaak jonge meisjes maar ook jongens, en volgens schattingen op basis van de Zembla-documentaire “Gegijzeld door anorexia” (2019) overlijden er jaarlijks tussen de 300 en 500 mensen aan de gevolgen van de aandoening. Vanuit PRI (Past Reality Integration), een therapeutische benadering ontwikkeld door psychologe Ingeborg Bosch, wordt al langere tijd gewerkt vanuit een ander uitgangspunt dan de reguliere zorg. Een expertiseteam van PRI-therapeuten, in samenwerking met de Hogeschool Leiden, onderzoekt de effecten van deze aanpak bij anorexia. De eerste resultaten zijn veelbelovend: in 2020 verscheen hierover een peer-reviewed artikel van UvA-promovenda Heleen Wesselius in het vakblad van de Association for Prenatal and Perinatal Psychology and Health.

De grenzen van de gangbare behandeling

De reguliere behandeling van anorexia richt zich doorgaans vrijwel uitsluitend op gewichtstoename, vaak met dwangmatige middelen zoals verplichte eetlijsten of sondevoeding. De gedachte hierachter is dat niet-eten een bewuste keuze zou zijn die “doorbroken” moet worden, en dat een gezond lichaamsgewicht de voorwaarde is om daarna aan onderliggende problematiek te kunnen werken. Volgens de auteurs, allen verbonden aan het PRI-anorexia-expertiseteam, werkt deze op dwang gebaseerde aanpak echter averechts. Dwang roept verzet op, en dat verzet leidt weer tot meer dwang: een vicieuze cirkel die de klachten kan verergeren en in het ergste geval kan bijdragen aan zelfbeschadiging of suïcidaliteit.

Een ander paradigma: anorexia als eetprobleem, niet als ziekte

PRI benadert anorexia niet als een psychiatrische ziekte, maar als een psychisch probleem: een eetprobleem dat voortkomt uit onverwerkt, vaak onbewust trauma. Niet het lichaamsgewicht staat centraal, maar de vraag welke pijn uit het verleden wordt vermeden. Een trauma wordt in deze visie gedefinieerd als een situatie waarin een kind alleen was met een ervaring die te pijnlijk was om te verwerken – dit hoeft geen fysiek geweld of misbruik te zijn. Het kind ontwikkelt op zo’n moment een overlevingsmechanisme, een vorm van “afweer”, om de oude pijn niet meer te hoeven voelen. Bij anorexia uit die afweer zich in het stoppen met voelen, en daarmee vaak met eten. Door in therapie zicht te krijgen op dat onderliggende trauma en er emotioneel contact mee te maken, kan de symptomatiek volgens PRI geleidelijk wegvallen, zonder dwang.

Behandeling in de praktijk

In de PRI-behandeling ligt de focus dus niet op eten en aankomen, maar op het samen met de therapeut onderzoeken wat er eigenlijk niet gevoeld wordt op momenten dat eten moeilijk is. Een voorbeeld uit de praktijk: een cliënte die moeite had om alleen te eten, bleek bij nader onderzoek niet bezig te zijn met calorieën of gewicht, maar met een oud gevoel van in de steek gelaten worden. Door dat gevoel te herkennen en te doorleven, werd alleen eten voor haar geleidelijk minder beladen. Medische controle blijft tijdens dit proces essentieel: PRI-therapeuten werken nauw samen met kinderartsen en huisartsen die de somatische gezondheid van de cliënt bewaken. Voor herstel wordt daarnaast veel waarde gehecht aan autonomie, competentie en verbinding: cliënten leren zelf grip te krijgen op hun eetprobleem in plaats van dat dit van buitenaf wordt opgelegd, en worden gestimuleerd om zoveel mogelijk normaal te blijven deelnemen aan school, sport en vriendschappen.

De rol van ouders

Omdat het vaak jongeren betreft, spelen ouders een cruciale rol in het herstelproces. Zij worstelen echter vaak met hun eigen reacties op de situatie: angst, boosheid en schuldgevoel, ofwel “tegenoverdracht” in PRI-termen. Uit ervaring van het expertiseteam blijkt dat ouders die zelf leren werken met de PRI-methode, het herstel van hun kind positief kunnen beïnvloeden. Door hun eigen afweermechanismen te herkennen, ontstaat er meer ruimte om liefdevol aanwezig te blijven, ook wanneer een kind angstig, boos is of niet kan eten. Ter ondersteuning zijn er onder meer online cursussen, een oudersteungroep, webinars en begeleiding via een appgroep waarin cliënt en therapeuten laagdrempelig contact houden tussen sessies door.

Resultaten en verder onderzoek

Het expertiseteam beschrijft meerdere trajecten waarin cliënten die jarenlang zonder succes waren behandeld, via PRI stap voor stap en zonder dwang hun eetpatroon konden verbreden, weer een gezond gewicht bereikten en hun sociale leven en toekomstplannen weer oppakten. Het wetenschappelijk onderzoek in samenwerking met de Hogeschool Leiden loopt door, en de auteurs benadrukken dat kwaliteit en scholing binnen de expertiseteams doorlopend aandacht krijgen, onder meer via supervisie, intervisie en leertherapie. Volgens PRI geldt hetzelfde onderliggende mechanisme – onverwerkt trauma dat aan de basis ligt van huidige klachten – niet alleen voor anorexia, maar ook voor andere psychische problemen zoals depressie, angst en zelfbeschadiging. Meer informatie over de behandeling en de opleiding tot PRI-therapeut is te vinden via pastrealityintegration.com.

Herkenning en hulp bij anorexia nervosa

Wie signalen van anorexia nervosa herkent bij zichzelf of een naaste, doet er goed aan op tijd hulp te zoeken. Meer achtergrondinformatie over eetstoornissen en anorexia nervosa is te vinden bij het Trimbos-instituut, en op curova.nl lees je meer verhalen over geestelijke gezondheid en behandelmethoden zoals die bij anorexia nervosa worden ingezet.

Auteur

Redactie TCC Magazine

Redactie TCC Magazine

Gepubliceerd op

21 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2021

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen