De kracht van complementaire zorg
De wachtlijsten in de zorg, met name in de geestelijke gezondheidszorg, groeien al jaren en de coronacrisis heeft dat probleem nog verder vergroot. Complementaire zorg wordt in de samenleving steeds breder gedragen, maar de samenwerking met de reguliere zorg verloopt verre van optimaal. Terwijl het actief betrekken van complementaire zorgverleners bij het zorgproces een reële manier zou kunnen zijn om wachtlijsten terug te dringen, lijkt het probleem tegenwoordig minder te gaan om erkenning van de sector en meer om zichtbaarheid.
Onvoldoende zichtbaarheid van de sector
Qtention hield samen met RBCZ (Register Beroepsbeoefenaren Complementaire Zorg) en SKB (Stichting Keurmerk Beroepsscholingen) onlangs een presentatie binnen het Sociaal Domein over de kwaliteit en professionaliteit van de complementaire sector. De reacties waren positief, maar dat vertaalt zich vooralsnog niet in beleid: het Sociaal Domein sluit complementaire zorg nog altijd uit van specialistische zorginkoop in de aanbestedingen voor 2022, omdat daarbij strikt wordt vastgehouden aan SKJ- en BIG-registratie. Dat staat haaks op de huidige praktijk, waarin complementaire zorgverleners wel degelijk gecontracteerd worden. Ook bij zorgverzekeraars is een tendens zichtbaar om vergoedingen voor complementaire zorg terug te draaien.
Twee financieringsstromen, twee sets kwaliteitseisen
De kern van het probleem ligt in de manier waarop zorg wordt gefinancierd en gecontroleerd. Vanuit de zorgverzekeringswet gelden kwaliteitscriteria die vooral zien op cliëntveiligheid, gegevensbescherming en de kwalificaties van de zorgverlener. Gemeenten voegen daar vanuit de WMO en Jeugdwet eigen eisen aan toe, veelal gebaseerd op ISO 9001, gericht op de organisatie van de zorgverlener. Beide werelden blijken in de praktijk onvoldoende kennis te hebben van elkaars criteria, laat staan van de manier waarop complementaire zorg georganiseerd is. Het gevolg is dat zorgverleners worden geconfronteerd met extra en elkaar overlappende eisen. Ewald Jansen (Qtention) en Willemieke van Kooten (directeur RBCZ), auteurs van het onderliggende verhaal, stellen dat het in het belang van alle partijen zou zijn om meer samen te werken bij het vaststellen en borgen van kwaliteit van zorg.
Qtention, RBCZ en SKB bundelen de krachten
Om hier verandering in te brengen hebben RBCZ en SKB aan Qtention gevraagd een leidende rol te vervullen in de onderlinge samenwerking en de communicatie met gemeenten. Doel is de complementaire sector beter zichtbaar te maken, zodat met lokale overheden een effectieve en efficiënte samenwerking ontstaat en het RBCZ-keurmerk als kwaliteitsstempel wordt erkend, gelijkwaardig aan SKJ en BIG. De eerste stap is om samen met gemeenten te onderzoeken hoe de kwaliteitsborging van zorgverlening efficiënter en effectiever kan verlopen. Eén gezamenlijk pakket aan kwaliteitscriteria zou kosten besparen voor financiers, stress verminderen bij zorgverleners en vooral zorgen voor meer en snellere aandacht en zorg voor de cliënt.
Hoe RBCZ en SKB kwaliteit borgen
RBCZ toetst de bij haar geregistreerde zorgverleners periodiek en onafhankelijk aan kwaliteitscriteria die zijn afgestemd met zorgverzekeraars. RBCZ is als koepelorganisatie zelf ISO 9001-gecertificeerd en de aangesloten beroepsorganisaties worden elke drie jaar geaudit door KIWA. Om in het hbo-register van RBCZ te worden opgenomen, moeten zowel de individuele therapeut als diens beroepsorganisatie aan strenge eisen voldoen, waaronder bij- en nascholing en intervisie. SKB is op haar beurt een onafhankelijk, ISO-gecertificeerd accreditatie-instituut dat (post-hbo)opleidingen en bij- en nascholingen binnen het complementaire, psychosociale domein van de zorg accrediteert en certificeert, waaronder PSBK-scholingen. De certificeringseisen van SKB worden regelmatig geactualiseerd op basis van wet- en regelgeving en de wensen van betrokken partijen.
Over de auteurs
Ewald Jansen is oprichter van Qtention, complementair geschoold psychosociaal therapeut met een bedrijfskundige achtergrond en werkzaam als coachend adviseur voor zorgondernemers. Hij beschikt over een IRCA-erkenning als onafhankelijk auditor, een kwalificatie die door veel gemeenten wordt vereist bij de toetsing van kwaliteitssystemen. Willemieke van Kooten is directeur van RBCZ. Samen zetten zij zich in voor een betere samenwerking tussen reguliere en complementaire zorg, met als uiteindelijk doel: meer en sneller aandacht en zorg voor de cliënt.

