Een intense reis
Een moeder op zoek naar antwoorden
“Ik kan beter weglopen. Ik ben toch anders dan iedereen en hoor toch nergens bij”, zei haar zoon huilend tegen Marije Hofland. Jarenlang was het gezin van hulpverlener naar hulpverlener gesleept, zonder dat er iets echt hielp. De jongen was ervan overtuigd dat er iets grondig mis met hem was. En eigenlijk klopte dat ook – alleen niet op de manier die hij dacht. Hij was niet stuk door wie hij was, maar door een onderwijssysteem en hulpverlening die niet aansloten op wat hij nodig had. School voelde voor hem als een toxische omgeving, waardoor zijn draagkracht steeds kleiner werd en hij vrijwel dagelijks over zijn grenzen ging.
Een bijzonder kind vanaf de wieg
Al als baby ontwikkelde de zoon van Hofland zich razendsnel: hij tilde binnen enkele minuten na de geboorte al zijn hoofdje op, maakte al vroeg puzzels en sprak al snel in volledige zinnen. Op de peuterspeelzaal kon hij al klokkijken, en op een dag rekende hij vanaf de achterbank precies uit hoeveel minuten de auto nog onderweg was op basis van de navigatie. Toch dachten de ouders nooit aan hoogbegaafdheid – tot de basisschool zelf de vraag stelde of hun zoon weleens getest was.
Meer dan alleen een hoog IQ
Al snel bleek dat hoogbegaafdheid bij zijn school werd gereduceerd tot een IQ-score, terwijl het in werkelijkheid veel meer omvat. De Poolse psycholoog Kazimierz Dąbrowski beschreef in de vorige eeuw de zogeheten ‘overexcitabilities’: het intenser ervaren van prikkels op psychomotorisch, zintuiglijk, intellectueel, creatief en emotioneel gebied. Bij deze jongen was dat goed zichtbaar. Hij kon nauwelijks stilzitten, hoorde geluiden die anderen niet opmerkten, reageerde heftig op aanraking en schakelde in een oogwenk van uitbundig lachen naar verdriet. In plaats van hier begrip voor te tonen, richtte school zich vooral op zijn gedrag: niet wiebelen, rustig blijven, emoties beheersen.
Een groot gevoel voor rechtvaardigheid
Ook een uitgesproken rechtvaardigheidsgevoel typeert veel hoogbegaafde kinderen. Op zich een mooie eigenschap, maar in de praktijk zorgde het ervoor dat de jongen zich telkens in conflicten mengde: zag hij een ander kind gepest worden, dan sprong hij er altijd tussen. Daardoor leek hij zelf steeds bij ruzies betrokken en kreeg hij al snel het stempel ‘lastig’ opgeplakt.
Vooruit en achter tegelijk
Kenmerkend voor hoogbegaafdheid is bovendien de zogeheten asynchrone ontwikkeling: verschillende leeftijden lopen als het ware door elkaar. Cognitief liep de jongen jaren voor op leeftijdsgenoten, maar motorisch juist achter – handschrijven en veters strikken kostten hem veel meer moeite dan de meeste klasgenootjes. De omgeving verwachtte echter dat hij overal even ver in zou zijn, wat hem enorm frustreerde: hij had de mooiste ideeën in zijn hoofd, maar zijn pen leek hem telkens in de weg te zitten.
Verkeerde diagnoses, verkeerd stempel
Omdat niemand – noch de school, noch de ouders zelf – op de hoogte was van deze bredere kant van hoogbegaafdheid, werd er vooral gezocht naar wat er ‘mis’ was. Zijn wiebelen werd aangezien voor een signaal van ADHD, zijn asynchrone ontwikkeling en emotionele intensiteit voor kenmerken van een autismespectrumstoornis. Passend, cognitief onderwijs bleef daardoor uit, terwijl de nadruk juist op gedragscorrectie kwam te liggen. Zijn zelfbeeld kelderde: “Als niets helpt, moet er wel iets mis met mij zijn.” Tegen de tijd dat hij in groep 3 zat, had hij al op drie verschillende basisscholen gezeten, en werd hij op een van de scholen zelfs vergeleken met een op zijn kop staand pionnetje – zonder stevige basis, maar boordevol wil en potentie.
De juiste hulp maakt het verschil
Het keerpunt kwam er pas toen er een coach werd gevonden die begreep wat er werkelijk speelde. Deze coach liet de jongen zijn beschermende afstand houden zolang als hij dat nodig had, zonder dat meteen te duiden als vermijdend of onwillig gedrag. Precies daardoor kon hij zich eindelijk weer veilig genoeg voelen om te groeien en zichzelf terug te vinden. Volgens Hofland ligt hier de kern: de hulp die je kiest voor een hoogbegaafd kind moet zich niet richten op het wegpoetsen van symptomen, maar op zelfacceptatie. Een hoogbegaafd kind mag ontdekken wie het is, met het besef dat anders zijn geen gebrek is, maar een kracht.
Over het boek
Marije Hofland beschreef deze zoektocht in haar boek ‘Een intense reis’, uitgegeven bij Uitgeverij SWP. Het boek vertelt het persoonlijke verhaal van een moeder wier hoogbegaafde zoon door schooltrauma uitviel op het basisonderwijs en zo een van de vele duizenden thuiszitters in Nederland werd. Tegelijk biedt het inzicht in hoe divers hoogbegaafdheid is, hoe slimme kinderen toch flink kunnen vastlopen op school, en hoe niet-passend onderwijs zelfs tot trauma kan leiden.

