Mensenkind

In De Kleine Prins herontdekken we het kind in onszelf. Het boek leert (toekomstige) kindercoaches en therapeuten weer te kijken en te voelen met het hart.

Mensenkind: de tijdloze wijsheid van De Kleine Prins

Het is een van de beroemdste verhalen ter wereld: De Kleine Prins van Antoine de Saint-Exupéry. Het boek verscheen kort na de Tweede Wereldoorlog en werd sindsdien in tientallen talen vertaald. Ruim zeventig jaar later raakt het nog steeds mensen, jong en oud. Dat komt doordat het niet zomaar een kinderboek is, maar een verhaal over onszelf: over mens-zijn, kind-zijn, verantwoordelijkheid nemen, liefhebben, afscheid nemen en de manier waarop grote mensen en kinderen elkaar vaak niet meer begrijpen.

Het verhaal in het kort

De hoofdpersoon is een piloot die met motorpech noodgedwongen moet landen midden in de Sahara. Ver van de bewoonde wereld, met weinig water en een kapotte motor, ontmoet hij daar een bijzonder ventje: de kleine prins. Hij komt van een piepklein planeetje, waar hij zorgvuldig de opschietende plantjes wiedt zodat ze niet uitgroeien tot boababs die zijn wereld zouden kunnen doen barsten.

Op zijn planeetje woont ook een trotse, kwetsbare roos waar de kleine prins verliefd op wordt en die hij leert verzorgen. Wanneer de roos hem op de proef stelt, besluit hij op reis te gaan. Onderweg bezoekt hij een handvol andere planeetjes, elk bewoond door één volwassene met een eigen kwaal: een koning die dolgraag gehoorzaamd wil worden, een ijdeltuit die alleen bewondering zoekt, een dronkaard die drinkt om zijn schaamte over het drinken te vergeten, een zakenman die de sterren wil bezitten in plaats van ze te zien, en een geograaf die alles optekent maar zelf nooit de wereld intrekt.

Uiteindelijk komt de kleine prins op aarde terecht, waar hij een slang ontmoet, een veld vol rozen, een vos die hem iets essentieels leert, en de piloot-verteller zelf. Aan het eind van het boek keert de kleine prins terug naar zijn planeet en zijn roos: hij laat zijn lichaam achter en vertrouwt op de slang om hem te helpen bij die overgang. Het is een verhaal over geboren worden, herinneren, leven en weer thuiskomen.

De wijsheid van de kleine prins

De kracht van het boek zit in de vragen die de kleine prins stelt en in de manier waarop hij naar de wereld kijkt: nieuwsgierig, eerlijk en zonder de aannames die grote mensen vaak met zich meedragen. Waar volwassenen aandringen op logica, cijfers en bewijs, wil hij vooral begrijpen wat iets werkelijk betekent.

De belangrijkste les krijgt hij van de vos. Voordat de kleine prins vertrekt, vraagt de vos om “getemd” te worden: om een band met elkaar op te bouwen, tijd voor elkaar te nemen, elkaar te leren kennen. Pas daardoor wordt iets of iemand uniek en waardevol. Bij hun afscheid vertelt de vos hem zijn geheim, dat de kern van het hele boek vormt: je ziet pas goed met je hart, het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar. De koning, de ijdeltuit, de dronkaard, de zakenman en de geograaf op hun eigen planeetjes zijn in feite de schaduwkanten die in ieder mens schuilen – angst voor controle, behoefte aan erkenning, verdoving, hebzucht, of leven vanuit hoofd zonder ervaring. Door de kleine prins in onszelf toe te laten, krijgen die schaduwkanten licht en ruimte om te veranderen.

Wat het boek betekent voor volwassenen en (kinder)coaches

Saint-Exupéry droeg zijn boek niet toevallig op aan een groot mens: aan zijn beste vriend, en aan het kind dat die vriend ooit was. Daarmee legt hij meteen de vinger op de zere plek. Grote mensen zijn zelf ooit kind geweest, maar kinderen zijn nooit grote mensen geweest – en juist daardoor ontstaat er zoveel onbegrip tussen beide werelden. Kinderen willen gezien, gehoord, begrepen en gedragen worden zoals ze zijn, in plaats van vanuit de logica en de haast van volwassenen.

Voor wie met kinderen werkt – als ouder, opvoeder, kindercoach of therapeut – is dat een waardevolle herinnering. Het verhaal nodigt uit om regelmatig terug te keren naar de eigen binnenwereld, naar het kind dat je zelf ooit was, en van daaruit weer met verwondering te kijken in plaats van vanuit aannames en oordelen. Wie contact maakt met die eigen kindertijd, kan makkelijker een open, niet-oordelende houding aannemen naar de kinderen om zich heen. Dat is precies wat kinderen nodig hebben om zich veilig te voelen en zich gezond te kunnen ontwikkelen: volwassenen die zich herinneren hoe het is om kind te zijn, en die vanuit verbinding en het hart naar hen kijken en luisteren.

De Kleine Prins is dan ook geen sprookje, maar – zoals Christa Wiersma het treffend omschrijft – een waar verhaal. Een verhaal dat ons, mensenkinderen, uitnodigt om de weg naar een gezondere, meer verbonden wereld te vinden: buiten én binnen in onszelf.

Mensenkind zijn in je werk als kindercoach

Als mensenkind onder mensenkinderen leren we van De Kleine Prins dat echt zien en voelen belangrijker is dan alleen kijken. Voor kindercoaching betekent dit dat je als mensenkind zelf ook kwetsbaar en nieuwsgierig mag blijven. Lees ook dit persoonlijke verhaal over de coronaperiode voor meer reflectie op wat het betekent om mensenkind te zijn. Meer over de filosofie achter De Kleine Prins vind je op DBNL.

Auteur

Redactie PSC Magazine

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

21 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2016

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen