Inhoudsopgave
Disfunctioneel ademen komt vaker voor dan je zou denken
Disfunctioneel ademen is een ademhalingspatroon dat vaker voorkomt dan veel mensen denken, en wordt in dit artikel toegelicht aan de hand van onderzoek, herkenbare signalen en praktische stappen.
Onderzoek van Thomas en collega’s, gepubliceerd in het Primary Care Respiratory Journal, bracht in kaart hoe vaak disfunctioneel ademen voorkomt. Met de Nijmegen-vragenlijst, een gevalideerde test die artsen en fysiotherapeuten gebruiken, bleek dat ongeveer 8 procent van de mensen zonder astma een positieve score had. Bij mensen met astma liep dat op tot 29 procent. Ook opvallend: vrouwen scoorden veel vaker positief dan mannen, 14 procent tegenover 2 procent.
Kortom: disfunctioneel ademen is geen zeldzaamheid. Het speelt bij ruim 1 op de 10 mensen en hangt duidelijk samen met luchtwegklachten, al is het zeker niet hetzelfde als astma.
Geen ziekte, wel een vastzittend patroon
Disfunctioneel ademen is geen aparte ziekte, maar een verzamelnaam voor ademhalingspatronen die niet meer goed aansluiten bij wat je lichaam nodig heeft. Denk aan te snel ademen, vooral hoog in de borst in plaats van met je middenrif, veel zuchten of gapen, of het gevoel nooit een echt vol gevoel te krijgen.
Longfunctietests zijn hierbij vaak gewoon normaal, het zit niet in de longen zelf maar in het patroon. Het ontstaat vaak sluipend: na een periode van stress, een verkoudheid of longklacht waarbij ademen even lastiger was, en het oude, ontspannen patroon komt daarna niet vanzelf meer terug.
De signalen om op te letten
Bij disfunctioneel ademen herken je vaak een combinatie van signalen: kortademigheid zonder duidelijke lichamelijke oorzaak, regelmatig zuchten of gapen, ademen dat vooral in de borst zit in plaats van laag in de buik, tintelingen in handen of rond de mond bij spanning, en sneller moe zijn bij inspanning terwijl je conditie eigenlijk prima is.
De Nijmegen-vragenlijst uit het onderzoek bestaat uit 16 herkenbare klachten en wordt in de praktijk gebruikt om het patroon in kaart te brengen. Herken je meerdere van deze signalen bij jezelf, dan is dat een reden om er eens naar te laten kijken.
Sommige mensen herkennen het patroon pas wanneer een fysiotherapeut of arts de signalen benoemt; anderen vallen het zelf op tijdens een rustig moment, bijvoorbeeld voor het slapengaan.
Terug naar lager en rustiger ademen
De basis van herstel is simpel, maar vraagt oefening: bewust lager ademen, met je middenrif in plaats van hoog in de borst, en rustig door je neus in- en uitademen in plaats van door je mond. Leg een hand op je buik en voel of die meebeweegt bij het ademen, dat is een goede check.
Bouw dit een paar keer per dag rustig op, een paar minuten per keer, het liefst op vaste momenten. Verwacht niet dat het patroon in één dag verandert: het is aangeleerd gedrag geworden, en het kost tijd om dat om te buigen naar iets wat weer vanzelf gaat.
Herstel vraagt vooral herhaling en geduld: veel mensen merken dat bewust lager ademen in het begin onwennig voelt, en dat het enkele weken kost voordat het een automatisme wordt.
De grens: wanneer de huisarts erbij hoort
Merk je dat de klachten aanhouden, je dagelijks functioneren beperken, of dat je er zelf niet goed uitkomt? Ga dan langs de huisarts. Die kan eerst andere, lichamelijke oorzaken uitsluiten voordat de klachten aan een ademhalingspatroon worden toegeschreven, dat is een belangrijke stap om niet over te slaan.
Vaak volgt daarna een verwijzing naar een ademhalingsfysiotherapeut, die gericht met je aan het patroon werkt. Zeker in combinatie met astma is het de moeite waard: onderzoek laat zien dat de twee elkaar flink kunnen versterken.
Wil je ondersteuning bij het herstellen van een gezond ademhalingspatroon? Bekijk ook ons overzicht van complementaire zorg die hierbij aanvullend kan helpen.

