Inhoudsopgave
Een lijn die niet hoeft te kloppen
Een jongen van negen zit al twintig minuten onbeweeglijk boven een leeg vel papier. Tekentherapie bij autisme biedt precies deze mogelijkheid: een lijn op papier die niet hoeft te kloppen zoals gesproken taal. De vraag “hoe voel je je vandaag” heeft hem niets opgeleverd, geen woord, geen blik omhoog. Zijn begeleider schuift een potlood iets dichterbij en zegt niets meer. Na een tijd begint hij te tekenen: rechte lijnen, steeds dezelfde afstand tussen elke lijn, een raster dat langzaam de hele pagina vult. Geen gezicht, geen verhaal, geen emotie-woord. En toch, zegt de vaktherapeut die dit later beschrijft, vertelde dat raster meer over spanning, controle en de behoefte aan voorspelbaarheid dan een heel gesprek had kunnen doen.
Dit soort scènes vormen de kern van tekentherapie zoals die in Nederland wordt ingezet bij autistische kinderen en, in mindere mate, volwassenen. Tekentherapie is een van de vaktherapieën, samen met muziek-, drama-, spel-, en dans- en bewegingstherapie, die worden aangeboden binnen de geestelijke gezondheidszorg, het speciaal onderwijs en de jeugdhulp. Het beroep valt onder de Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB), waarin ook de voormalige Nederlandse Vereniging voor Kunstzinnige Therapie (NVKT) inmiddels is opgegaan na een fusie met de beroepsvereniging voor beeldende therapie (FVB, over de integratie van de NVKT). Het thema leeft: op curova.nl bestaat al een breder thema over tekentherapie, maar de toepassing bij autisme verdient een eigen, kritische verdieping, want het beeld dat vaak wordt geschetst (“autistische kinderen kunnen zich niet uiten, dus laten we ze tekenen”) is aanzienlijk ingewikkelder dan het klinkt, en niet iedereen binnen de autistische gemeenschap is enthousiast over het frame van “therapie” zelf. Meer over deze aanpak vind je op de thema-pagina tekentherapie. Wie meer wil weten over tekentherapie bij autisme, vindt hieronder een uitgebreid overzicht.
Denken in beelden, niet in zinnen
De aantrekkingskracht van beeldende expressie bij autisme steunt op een aantal deels overlappende, deels omstreden theorieën over hoe autistische mensen informatie verwerken. De bekendste pleitbezorger van het idee dat veel autistische mensen visueel denken is Temple Grandin, zelf autistisch en hoogleraar dierwetenschappen, die in haar essays beschrijft dat ze “in beelden denkt, niet in taal” en dat gesproken taal voor haar een vertaalslag is vanuit een primair visueel denkproces (Grandin, 1995, geciteerd in AHK-onderzoek naar autisme en kunsteducatie). Grandin onderscheidt behalve visuele denkers ook patroon-denkers en verbaal-logische denkers, en benadrukt dat deze indeling niet op elke autistische persoon van toepassing is, een belangrijke nuance die in populaire uitleg vaak wegvalt.
Een tweede theoretisch aanknopingspunt is de central coherence-theorie van Uta Frith en Francesca Happé, die stelt dat autistische informatieverwerking sterker lokaal dan globaal georiënteerd is: details worden eerder en scherper waargenomen dan het geheel. Dat zou verklaren waarom autistische tekeningen relatief vaak hyperrealistisch, lineair en gedetailleerd zijn, een “camera-oog” dat tekent wat het ziet in plaats van wat het conceptueel weet, zoals dat in de literatuur over autisme en kunst wordt omschreven. De Vlaamse autisme-deskundige Peter Vermeulen bracht dit in Nederlandstalig werk in verband met wat hij “imaginatieve armoede” noemde: een beperking in het spontaan verbeelden van niet-waargenomen situaties, die zich onder meer zou uiten in minder symbolisch en meer letterlijk tekenwerk (Vermeulen, 2003).
Naast het visuele-denken-argument is er een sensorisch argument. Dit visuele denken is precies waarom tekentherapie bij autisme voor veel mensen een natuurlijke aansluiting biedt. Autisme gaat vaak gepaard met atypische sensorische verwerking, over- of ondergevoeligheid voor prikkels als geluid, aanraking, licht en textuur, een kenmerk dat inmiddels is opgenomen in de DSM-5-classificatiecriteria voor autismespectrumstoornis. Tekenen en schilderen bieden een gecontroleerde sensorische ervaring: de weerstand van een potlood op papier, de geur van verf, de textuur van klei, allemaal factoren die de therapeut kan aanpassen aan wat voor een individueel kind draaglijk of juist regulerend is. In de vaktherapeutische literatuur wordt dit aangeduid als het benutten van het “doe-medium” in plaats van het gesproken woord: cliënten met autisme ervaren vaak drempels bij verbale, sociaal-interactieve therapievormen, terwijl een activiteitgerichte, non-verbale aanpak minder beroep doet op precies de vaardigheden die bij autisme het meest onder druk staan (Vaktherapie Nederland, thema autisme).
Belangrijk is wel dat dit theoretisch kader vooral is opgebouwd rond klinische ervaring en secundaire literatuur, en minder rond hard experimenteel bewijs dat autistische mensen als groep daadwerkelijk beter presteren op beeldende taken dan niet-autistische mensen. De aanname dat “autisme gelijk staat aan visueel denken” is een generalisatie die door onderzoekers als Grandin zelf al wordt gerelativeerd, en de central coherence-theorie is de afgelopen twintig jaar herhaaldelijk genuanceerd omdat lang niet elk autistisch persoon een lokale verwerkingsstijl vertoont. Deze manier van denken maakt tekentherapie bij autisme tot een logische keuze voor veel gezinnen.
Van intakegesprek tot tekenprogramma: hoe het er in de praktijk uitziet
De meest uitgewerkte en best gedocumenteerde Nederlandse toepassing van beeldende therapie bij autisme is ontwikkeld door Celine Schweizer, onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen en zelf beeldend therapeut. Haar interventie, “Images of Self” (in het Nederlands ook wel “Zelf in beeld” genoemd), is een gestructureerd beeldend-therapeutisch programma specifiek ontworpen voor kinderen met een autismespectrumstoornis, en is inmiddels ook geïmplementeerd binnen het primair speciaal onderwijs (Schweizer et al., 2024). Het programma combineert vaste, voorspelbare sessiestructuren, belangrijk gezien de behoefte aan structuur die bij autisme vaak aanwezig is, met opdrachten die gericht zijn op zelfbeeld, emotieherkenning, flexibiliteit en sociaal gedrag.
In de praktijk betekent dit dat een tekentherapeut bij autisme een aantal aanpassingen doet ten opzichte van reguliere beeldende therapie. Sessies volgen doorgaans een vast stramien (begin-, kern- en afrondingsritueel), zodat de cliënt weet wat er komen gaat. Opdrachten worden concreet en stapsgewijs geformuleerd in plaats van open (“teken vandaag wat je blij maakt” wordt bijvoorbeeld “teken drie dingen die je vanochtend hebt gezien”), omdat een te open opdracht juist overweldigend kan zijn voor iemand die moeite heeft met abstractie en onbegrensde keuzevrijheid. Materiaalkeuze wordt afgestemd op sensorische voorkeuren: sommige kinderen werken het beste met droge, weerbarstige materialen als houtskool of harde kleurpotloden omdat die een duidelijke, voorspelbare weerstand geven, terwijl anderen juist floeiende materialen als verf of vingerverf beter verdragen als regulerende, kalmerende prikkel. Deze opbouw laat zien hoe tekentherapie bij autisme in de praktijk stap voor stap vorm krijgt. Overprikkeling is een reëel risico: de richtlijn Autismespectrumstoornis bij kinderen en jeugd noemt expliciet dat wanneer een behandeling in de beginfase al te veel angst oproept en de cliënt overspoelt, dit een contra-indicatie is om door te gaan met de gekozen vorm (Richtlijnendatabase, Vaktherapeutische interventies bij ASS).
Therapeuten werken daarnaast vaak met observatie-instrumenten die specifiek zijn ontwikkeld om het non-verbale gedrag van kind én therapeut tijdens het beeldend werken te coderen, een methodologische bijdrage die voortkomt uit Schweizers promotieonderzoek en die het mogelijk maakt om voortgang te volgen zonder afhankelijk te zijn van verbale zelfrapportage (Schweizer, proefschrift Rijksuniversiteit Groningen, 2020). Ook wordt gebruikgemaakt van instrumenten als de Interactive Drawing Test, ontwikkeld door Backer van Ommeren-van der Meer (2018), die de wederkerigheid (reciprociteit) tussen therapeut en cliënt in het gezamenlijke tekenproces in kaart brengt, relevant omdat wederkerige interactie nu juist een gebied is waarop autistische mensen soms anders, niet per se “minder”, functioneren.
Voor volwassenen ziet de toepassing er anders uit: minder gericht op ontwikkelingsdoelen en meer op zelfinzicht, het verwerken van een laat gestelde diagnose, het reguleren van overprikkeling of burn-out-klachten (bij autistische volwassenen een veelvoorkomend risico door jarenlange maskering), en het vinden van een uitlaatklep voor gevoelens waarvoor de woorden ontbreken of te belastend zijn om hardop te formuleren. Elke stap in dit proces is afgestemd op wat tekentherapie bij autisme effectief maakt voor de specifieke cliënt.
Tussen belofte en bewijs: de stand van het onderzoek
Hier wordt het verhaal ongemakkelijker, en dat verdient evenveel ruimte als de mooie praktijkvoorbeelden. Een systematische review van gerandomiseerde onderzoeken naar kunstzinnige therapie bij kinderen en adolescenten met ASS laat veelbelovende maar nog beperkte resultaten zien, wat aangeeft dat tekentherapie bij autisme verder wetenschappelijk onderzoek verdient. De officiële Nederlandse GGZ-richtlijn voor autismespectrumstoornis bij kinderen en jeugd behandelt vaktherapeutische interventies, waaronder beeldende/tekentherapie, expliciet, en de conclusie is genuanceerd tot ronduit terughoudend. De richtlijn steunt zwaar op de Cochrane-systematic review van Geretsegger en collega’s (2022) over muziektherapie bij autisme, waarin van 26 gevonden studies er 14 aan de insluitcriteria voldeden; de bewijskracht (volgens GRADE-methodologie) wordt voor vrijwel alle uitkomstmaten beoordeeld als “laag” tot “zeer laag”. Voor sociale interactie op korte termijn is er laag bewijs zonder klinisch relevant effect, voor kwaliteit van leven laag bewijs zonder relevant effect, en voor stereotiep gedrag is er in het geheel geen bewijs gevonden. Specifiek voor beeldende therapie concludeert de richtlijn dat praktijkstudies verbeteringen laten zien in zelfbeeld, flexibiliteit, emotieregulatie en schoolprestaties, maar wijst er tegelijk op dat dit vooral op praktijkgebaseerde evidentie en klinische ervaring berust, niet op gecontroleerd effectiviteitsonderzoek van het kaliber dat voor medicatie of gedragsinterventies gangbaar is (Richtlijnendatabase, Vaktherapeutische interventies bij ASS, 2023).
De harde aanbeveling van de richtlijnwerkgroep is dan ook: bied vaktherapeutische interventies niet standaard als op zichzelf staande behandeling aan; de voorkeur gaat uit naar inbedding in een multidisciplinaire, individueel afgestemde setting, uitgevoerd door therapeuten met specifieke autisme-ervaring. Tegelijk erkent de werkgroep expliciet dat een gebrek aan bewijs niet hetzelfde is als bewijs van geen effect: de sterke individualisering van vaktherapie en de grote heterogeniteit binnen de autistische populatie maken gerandomiseerde, gestandaardiseerde trials methodologisch lastig uitvoerbaar, en de werkgroep oppert dat kwalitatief onderzoek een passender onderzoeksvorm zou kunnen zijn dan het klassieke RCT-model.
Internationaal onderzoek bevestigt dit beeld van “veelbelovend maar dun bewijs”. Schweizers eigen evaluatiestudie van “Images of Self” gebruikte een mixed-methods design met herhaalde single-case studies bij twaalf kinderen, gemeten op vijf momenten gedurende en na de behandeling; de belangrijkste verbeteringen werden gezien in flexibel en sociaal gedrag, met tevredenheidsscores van gemiddeld 7,1 tot 7,7 op een tienpuntsschaal (Schweizer, Knorth, Van Yperen & Spreen, 2020, gepubliceerd in Children and Youth Services Review). Twaalf deelnemers zonder controlegroep is waardevol als praktijkgebaseerd bewijs, maar te klein en te ongecontroleerd om generaliseerbare effectiviteitsclaims op te baseren. Een bredere systematische review uit 2024 in het tijdschrift Children (Zhou, Iyamabo & Bloom) analyseerde elf studies naar kunsttherapie bij autistische kinderen, een mengeling van casestudies, gecontroleerde experimenten en ongecontroleerde longitudinale studies, en concludeerde dat er overtuigend bewijs is voor verbetering van motorische vaardigheden en emotionele verwerking, en slechts “suggestief” bewijs voor verbeteringen in communicatie en mentale gezondheid. De auteurs pleiten expliciet voor beter gecontroleerde onderzoeksopzetten om te kunnen isoleren wélk element van de therapie het effect veroorzaakt. Een vergelijkbare systematische review in Behavioral Sciences (MDPI, 2024) naar kunst- en muziektherapie bij verschillende ontwikkelingsstoornissen doorzocht 176 artikelen en includeerde er 80, waarvan een aanzienlijk deel single-case studies waren; de auteurs noemen hun eigen review nadrukkelijk “beschrijvend, niet analytisch” en roepen op tot meta-analytisch vervolgonderzoek.
Kortom: er is een consistent patroon van kleine, vaak ongecontroleerde studies die positieve signalen laten zien, gecombineerd met een vrijwel unaniem oordeel van systematische reviewers dat de bewijsbasis te dun is voor stellige effectiviteitsclaims. Dat is geen reden om tekentherapie als waardeloos weg te zetten, maar wel een reden om claims als “tekentherapie helpt autistische kinderen zich beter te uiten” nooit als bewezen feit te presenteren, en altijd te vermelden dat het bewijs vooralsnog vooral uit klinische ervaring en kleinschalig onderzoek bestaat.
De vraag die zelden gesteld wordt: therapie waarvoor, en van wie?
Er is nog een laag kritiek die losstaat van bewijskracht: de vraag wát er eigenlijk “behandeld” wordt. Binnen de neurodiversiteitsbeweging, de stroming die autisme benadert als een natuurlijke variatie in menselijke neurologie in plaats van uitsluitend als stoornis, klinkt structurele kritiek op therapievormen die impliciet of expliciet tot doel hebben autistisch gedrag “normaler” te maken. Het Britse beroepsblad van kunsttherapeuten zelf publiceerde hierover een kritische reflectie: kunsttherapeut Sarah Haywood beschrijft dat neurodivergente cliënten leven in een wereld waarin “hun unieke manier van zijn meestal wordt beschreven in termen van stoornis, deficiënties, problemen en moeilijkheden”, en pleit voor een neurodiversiteit-affirmatieve praktijk waarin de therapeut zich actief verzet tegen de neiging om advies te geven over hoe dingen “beter” of “normaler” te doen (BAAT Insight, najaar 2024). Dat is een relevante waarschuwing juist voor tekentherapie bij autisme: een programma dat is opgezet om bijvoorbeeld oogcontact, sociaal “gepast” gedrag of neurotypische emotie-expressie te trainen, kan onbedoeld dezelfde maskerings- en aanpassingsdruk opleggen die autistische volwassenen achteraf vaak als schadelijk beschrijven.
Nederlandse autistische bloggers en zelfvertegenwoordigers nuanceren het beeld van kunst als vanzelfsprekende oplossing eveneens. Op het platform Autsider, waar autistische auteurs zelf schrijven, wordt kunstzinnige therapie omschreven als een mogelijk alternatief voor mensen die vastlopen in verbale therapievormen zoals cognitieve gedragstherapie, maar wordt er ook op gewezen dat toegang in de praktijk beperkt is: gespecialiseerde therapeuten zijn schaars, financiering is vaak een drempel en het aanbod is grotendeels particulier georganiseerd (Autsider, “Creativiteit als therapie bij autisme?”, 2025). Deze vraag is essentieel bij elke vorm van tekentherapie bij autisme: voor wie is de behandeling eigenlijk bedoeld? Dat wijst op een spanning die in veel autisme-hulpverlening terugkeert: wat in theorie passend en laagdrempelig zou moeten zijn, is in de praktijk niet voor iedereen bereikbaar, en toegang hangt vaak af van diagnose, verwijzing en financiële ruimte.
De les hieruit is niet dat tekentherapie bij autisme moet worden afgeschaft, maar dat het doel ervan expliciet gemaakt moet worden en idealiter in overleg met de cliënt zelf, of, bij jonge kinderen, met oog voor hun eigen signalen, wordt vastgesteld. Een tekentherapeut die inzet op het vergroten van zelfinzicht, het bieden van een niet-verbale uitlaatklep voor spanning, of het exploreren van identiteit na een autismediagnose, doet iets fundamenteel anders dan een programma dat primair is gericht op het aanpassen van autistisch gedrag aan neurotypische normen. Beide kunnen “tekentherapie” heten, maar de ethische en therapeutische lading verschilt aanzienlijk. Deze zelfreflectie hoort thuis bij elke zorgvuldige toepassing van tekentherapie bij autisme.
Zoeken naar een geschikte therapeut in Nederland
Wie in Nederland op zoek gaat naar tekentherapie bij autisme, komt terecht in een relatief versnipperd landschap. Wie op zoek is naar tekentherapie bij autisme, doet er goed aan te letten op ervaring met deze specifieke doelgroep. Beeldend therapeuten zijn georganiseerd binnen de Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB), waarin sinds enkele jaren ook de voormalige NVKT is geïntegreerd; kwaliteitsborging loopt via het Kwaliteitsregister Vaktherapie, waar geregistreerde therapeuten aan bij- en nascholingseisen moeten voldoen (Kwaliteitsregister Vaktherapie, registervaktherapie.nl). Vaktherapie, waaronder beeldende/tekentherapie, wordt aangeboden binnen instellingen voor specialistische jeugdhulp, het speciaal onderwijs, GGZ-instellingen en, voor volwassenen, soms binnen de langdurige zorg of via zelfstandige praktijken.
Vergoeding is een aandachtspunt: vaktherapie binnen de gespecialiseerde GGZ kan meelopen in een zorgtraject dat via de zorgverzekeraar of, bij jeugdigen, via de gemeente (Jeugdwet) wordt gefinancierd, maar losstaande particuliere tekentherapie wordt doorgaans niet of slechts gedeeltelijk vergoed vanuit een aanvullende verzekering, en vaak alleen wanneer de therapeut geregistreerd staat in het Kwaliteitsregister Vaktherapie. Dit betekent in de praktijk dat toegang sterk afhangt van waar iemand woont, of er een diagnose en verwijzing is, en welke aanvullende verzekering iemand heeft, precies de toegankelijkheidskloof die ook door autistische zelfvertegenwoordigers wordt gesignaleerd.
Voor wie overweegt tekentherapie te proberen, als kind, ouder of autistische volwassene zelf, is het verstandig om vooraf een paar dingen scherp te hebben: wat is het concrete doel van het traject, is de therapeut specifiek geschoold in en ervaren met autisme (niet elke beeldend therapeut is dat), en is er ruimte om het proces bij te sturen als een opdracht juist averechts werkt door overprikkeling. Tekentherapie is nooit bedoeld als vervanging van gerichte diagnostiek of van eventuele reguliere GGZ-behandeling bij bijkomende problematiek zoals angst of depressie, maar kan daar, zoals de richtlijn ook aangeeft, een zinvolle aanvulling op zijn binnen een breder, multidisciplinair traject. Het potlood is, met andere woorden, geen wondermiddel en geen vervanging voor taal, maar voor sommige autistische mensen wel een tolk die net dat beetje extra lucht geeft dat een gesprek alleen niet biedt.
Bronnen
- Zhang, Y. et al., The Effectiveness of Art Therapy on Children and Adolescents with ASD: A Systematic Review of RCTs, PMC.
- Backer van Ommeren-van der Meer, B. (2018). The interactive drawing test: over reciprociteit in beeldende therapie (proefschrift).
- Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB). (z.d.). Integratie Nederlandse Vereniging voor Kunstzinnige Therapie (NVKT) in FVB. Geraadpleegd via https://fvb.vaktherapie.nl/nieuws/integratie-nederlandse-vereniging-voor-kunstzinnige-therapie-nvkt-in-fvb
- Geretsegger, M., Elefant, C., Mössler, K. A., & Gold, C. (2022). Music therapy for people with autism spectrum disorder (Cochrane Systematic Review). Cochrane Database of Systematic Reviews.
- Grandin, T. (1995). Thinking in Pictures: My Life with Autism. Doubleday.
- Haywood, S. (2024). Neurodiversity and art therapy. BAAT Insight, najaar 2024. British Association of Art Therapists. https://baat.org/publications/insight/autumn-2024/neurodiversity-and-art-therapy/
- Richtlijnendatabase. (2023). Muziek-, spel-, drama-, beeldende-, en dans- en bewegingstherapie, Vaktherapeutische interventies, richtlijn Autismespectrumstoornis bij kinderen en jeugd. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/autismespectrumstoornis_bij_kinderen_jeugd/vaktherapeutische_interventies/muziek-_spel-_drama-_beeldende-_en_dans-_en_bewegingstherapie.html
- Schweizer, C., Knorth, E. J., Spreen, M., & Van Yperen, T. A. (2020). Evaluation of ‘Images of Self’, an art therapy program for children diagnosed with Autism Spectrum Disorders (ASD). Children and Youth Services Review, 116.
- Schweizer, C. (2020). Art Therapy for Children Diagnosed with Autism Spectrum Disorders: Development and First Evaluation of a Treatment Programme (proefschrift). Rijksuniversiteit Groningen.
- Schweizer, C., et al. (2022). Exploring change in children’s and art therapists’ behavior during ‘Images of Self’, an art therapy program for children diagnosed with autism spectrum disorders: a repeated case study design. Children, 9(7), 1036. https://doi.org/10.3390/children9071036
- Schweizer, C., et al. (2024). ‘Zelf in beeld’: implementatie van beeldende therapie in primair speciaal onderwijs voor leerlingen met aan autisme gerelateerde problemen.
- Vaktherapie Nederland / Federatie Vaktherapeutische Beroepen. (z.d.). Autisme. https://www.vaktherapie.nl/autisme
- Vermeulen, P. (2003). Beter vroeg dan laat: over vroege onderkenning van ontwikkelingsstoornissen / werk over verbeelding en autisme.
- Zhou, L. Y. Y., Iyamabo, O., & Bloom, Z. (2024). A Review of the Effectiveness of Art Therapy for Children with Autism Spectrum Disorder. Journal of Student Research. https://www.jsr.org/hs/index.php/path/article/view/7448
- Auteurs onbekend/verzameld. (2024). Interventions through Art Therapy and Music Therapy in Autism Spectrum Disorder, ADHD, Language Disorders, and Learning Disabilities in Pediatric-Aged Children: A Systematic Review. Behavioral Sciences, 11(6), 706. MDPI. https://www.mdpi.com/2227-9067/11/6/706
- Autsider. (2025). Creativiteit als therapie bij autisme? https://autsider.net/2025/02/23/creativiteit-als-therapie-bij-autisme/
- Kwaliteitsregister Vaktherapie. (z.d.). https://www.registervaktherapie.nl/
- Hogeschool van Amsterdam / Zweden, v. (z.d.). Autisme en Kunst: Een vruchtbare relatie (onderzoeksrapport master Kunsteducatie, AHK). https://www.ahk.nl/media/ahk/docs/master_Kunsteducatie/Onderzoeken/Autisme-en-Kunsteducatie-v-Zweden-lit.pdf
Zo blijft tekentherapie bij autisme maatwerk, geen standaardoplossing voor iedereen.

