Kleur geven aan het levensverhaal: tekentherapie bij ouderen

Veroudering brengt vaak verlies met zich mee — van gezondheid, dierbaren, soms het geheugen. Tekentherapie biedt ouderen expressie en verbinding wanneer woorden tekortschieten.

Inhoudsopgave

Ouder worden, en het gemis dat meegroeit

Tekentherapie bij ouderen

Tekentherapie bij ouderen krijgt in verpleeghuizen en dagbesteding steeds meer een vaste plek.

Een vrouw van vierentachtig, sinds twee jaar weduwe, zit in een activiteitenruimte van een verpleeghuis met een vel papier en een doos pastelkrijtjes voor zich.

De begeleidster vraagt haar niet naar haar gevoelens, maar naar het huis waarin ze opgroeide.

Langzaam verschijnt er een gevel, een tuinhek, een kersenboom die er allang niet meer staat.

Ze praat nauwelijks tijdens het tekenen, maar wanneer ze klaar is, vertelt ze over haar vader die de boom plantte, over de oorlog, over haar man die ze zestig jaar geleden op het dorpsplein leerde kennen.

Niemand had haar dat verhaal de afgelopen maanden weten te ontlokken.

Zulke scènes zijn geen uitzondering in de Nederlandse ouderenzorg.

Veroudering is, meer dan enige andere levensfase, een aaneenschakeling van verlieservaringen: het wegvallen van een partner, van vrienden uit dezelfde generatie, van fysieke zelfstandigheid, soms van het eigen geheugen en het vermogen om dat verlies onder woorden te brengen.

Tegelijkertijd groeit de groep ouderen in Nederland snel, het aantal 65-plussers nam toe van ongeveer 3,4 miljoen in 2019 en zal naar verwachting doorgroeien richting 4,7 miljoen rond 2040, en daarmee groeit ook de vraag naar vormen van begeleiding die aansluiten bij wat deze levensfase eigen is: niet alleen medische zorg, maar ook aandacht voor betekenis, identiteit en verbondenheid (LKCA, Kennisdossier Cultuur en ouderen).

Beeldende therapie, waaronder tekentherapie, wordt in de Nederlandse ouderenzorg op groeiende schaal ingezet: in verpleeghuizen bij mensen met dementie, in dagbestedingscentra voor thuiswonende ouderen met eenzaamheidsklachten, en in individuele begeleiding rond levensvragen en het opmaken van de balans.

De aantrekkingskracht ervan is goed te begrijpen, een potlood vraagt niet om een samenhangend verhaal, een gesprek soms wel.

Maar of die aantrekkingskracht ook steun vindt in gedegen onderzoek, en onder welke voorwaarden, is een aparte vraag die een eerlijk antwoord verdient.

Reminiscentie en het geheugen achter de lijnen

De theoretische wortels van veel ouderenwerk met beeldende middelen liggen in wat de Amerikaanse psychiater Robert Butler in 1963 de “life review” noemde.

Butler beschreef hoe ouderen, geconfronteerd met de naderende eindigheid van het leven, een min of meer onvermijdelijk proces doormaken van terugblikken op het eigen bestaan, een innerlijke ervaring van herinneringen die vanzelf naar boven komen en die, indien begeleid, kunnen bijdragen aan verzoening met het geleefde leven in plaats van aan spijt of wanhoop (Butler, 1963, Psychiatry).

Dat sluit nauw aan bij wat de ontwikkelingspsycholoog Erik Erikson de laatste levensfase-taak noemde: het bereiken van “ego-integriteit” tegenover wanhoop, waarbij een mens het eigen leven als samenhangend en de moeite waard leert zien, juist door er op terug te kijken.

Reminiscentie, het gestructureerd ophalen van herinneringen, vaak met foto’s, voorwerpen of muziek als aanknopingspunt, is inmiddels een breed toegepaste interventie in de ouderenzorg, en beeldend werken is daar een natuurlijke aanvulling op.

Een recente scoping review van Teri-Lynn Healy, Genevieve Thompson en Mandy Archibald (2025, gepubliceerd in het tijdschrift Dementia) bracht eenentwintig empirische studies in kaart naar de rol van reminiscentie binnen kunstzinnige interventies in de dementiezorg.

Zij onderscheidden drie terugkerende thema’s: reminiscentie bevordert sociale verbondenheid, het bouwt een brug tussen verleden en heden doordat mensen op eerdere ervaringen reflecteren om er betekenis aan te geven, en het draagt bij aan plezier en eigenwaarde.

De auteurs concludeerden dat reminiscentie “een essentieel bestanddeel is binnen kunstinterventies dat menselijke verbinding mogelijk maakt”, een bevinding die aansluit bij het bredere idee dat een tekening niet alleen een uitkomst is, maar een aanleiding om een verhaal te vertellen dat anders onbenoemd zou blijven.

Voor het specifieke effect van life review als therapeutische interventie op depressieve klachten bij ouderen bestaat inmiddels ook kwantitatief bewijs, al is dat bewijs bescheidener dan de klinische populariteit van de methode doet vermoeden.

Gerben Westerhof en Syl Slatman, verbonden aan de Universiteit Twente, voerden in 2019 een meta-analyse uit van elf gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken naar life review therapy bij ouderen met depressieve klachten, gepubliceerd in Clinical Psychology: Science and Practice.

De aanvankelijke effectgrootte was groot, maar na het verwijderen van twee uitschieters, studies met ongebruikelijk sterke resultaten die de rest van de data vertekenden, bleek het effect op depressieve symptomen “gematigd” (moderate) te zijn, en dat effect hield stand bij een follow-up van drie maanden.

Dat is een eerlijker, minder spectaculair beeld dan vaak wordt gesuggereerd: life review werkt, in de zin dat het gemiddeld een meetbaar verschil maakt, maar het is geen wondermiddel tegen ouderdomsdepressie.

Een scoping review naar reminiscentie bij tekentherapie bij ouderen laat zien dat kunstzinnige werkvormen kunnen bijdragen aan communicatie en welzijn bij mensen met dementie.

Het canvas als brug voor mensen met dementie

Bij mensen met dementie ligt de argumentatie voor beeldende therapie nog fundamenteler dan bij cognitief gezonde ouderen.

Naarmate dementie vordert, verslechtert het vermogen om ervaringen verbaal te ordenen doorgaans sneller dan het vermogen om zintuiglijk en motorisch te reageren op materiaal, kleur en vorm.

Procedureel geheugen, het “weten hoe”, vastgelegd in bewegingspatronen, blijft bij veel vormen van dementie relatief lang behouden, ook wanneer het episodisch geheugen (het “weten wat er gebeurd is”) al ernstig is aangetast.

Dat maakt tekenen, schilderen en collage in theorie een ingang die langer toegankelijk blijft dan het gesprek.

Renée Beard bracht in 2012, in een veelgeciteerd systematisch literatuuronderzoek gepubliceerd in het tijdschrift Dementia, de stand van het onderzoek naar kunstzinnige therapieën in de dementiezorg in kaart.

Haar conclusie was tweeledig, op een manier die het patroon van dit hele onderzoeksveld typeert: de kwalitatieve en observationele evidentie voor positieve effecten op stemming, betrokkenheid en sociaal gedrag was consistent en overtuigend voor de mensen die het meemaakten en hun begeleiders, maar het aantal methodologisch sterke, gecontroleerde studies was op dat moment zeer beperkt.

Ruim tien jaar later blijkt dat beeld nog altijd grotendeels te kloppen, al is er meer kwantitatief werk bijgekomen.

Grace Masika, Doris Yu en Polly Li publiceerden in 2020 in het Journal of Advanced Nursing een systematische review met meta-analyse specifiek naar visuele kunsttherapie als interventie bij cognitieve achteruitgang bij ouderen, waarin zij lieten zien dat de effecten op cognitief functioneren aantoonbaar maar bescheiden zijn, en sterk afhankelijk van interventieduur, frequentie en het onderliggende cognitieve niveau van de deelnemers.

Een belangrijke methodologische complicatie bij dit type onderzoek verdient aandacht: bij mensen met matige tot ernstige dementie is zelfrapportage, de meetlat waarmee psychologisch onderzoek doorgaans effecten vaststelt, vaak niet meer betrouwbaar af te nemen.

Onderzoekers moeten daardoor terugvallen op geobserveerd gedrag, zoals mate van onrust, verbale uitingen of duur van betrokkenheid bij de activiteit, gescoord door verzorgenden die zelf niet geblindeerd zijn voor het doel van het onderzoek.

Dat maakt vertekening waarschijnlijker dan bij onderzoek onder cognitief gezonde volwassenen, en het is een reden waarom uitspraken over “bewezen effectiviteit” bij gevorderde dementie met de nodige voorzichtigheid moeten worden gedaan, ook wanneer de klinische indruk overtuigend is.

In de Nederlandse praktijk is deze aanpak inmiddels goed uitgewerkt.

Vaktherapie Nederland, de koepelorganisatie van vaktherapeutische beroepen, beschrijft op haar website hoe vaktherapeuten bij dementie werken vanuit het hier-en-nu en vanuit wat een cliënt nog wél kan, in lijn met de validation-benadering die in de dementiezorg gangbaar is: niet corrigeren of confronteren met feitelijke onjuistheden, maar aansluiten bij de belevingswereld van de cliënt.

Een afstudeeronderzoek aan NHL Stenden, gepubliceerd via de HBO Kennisbank, beschrijft gedetailleerd hoe het maken van een fotocollage als reminiscentiemethode binnen de beeldende therapie bijdroeg aan de kwaliteit van leven van een cliënt met frontotemporale dementie in een vergevorderd stadium, een voorbeeld van hoe deze aanpak in de praktijk concreet vorm krijgt, ook wanneer verbale communicatie nauwelijks meer mogelijk is.

Alzheimer Nederland ondersteunt vergelijkbare initiatieven door het hele land, van kunstprojecten in verpleeghuizen tot samenwerkingen met musea gericht op mensen met dementie en hun naasten.

Het canvas als brug werkt bij tekentherapie bij ouderen vooral goed wanneer woorden steeds moeilijker te vinden zijn.

Eenzaamheid, verbinding en de werkzame bestanddelen van beeldend werk

Niet alle ouderen die baat hebben bij tekentherapie kampen met dementie.

Een minstens zo grote groep worstelt met eenzaamheid: het RIVM signaleert in zijn monitor onder ouderen dat eenzaamheid, zowel emotionele eenzaamheid, het gemis van een intieme band, als sociale eenzaamheid, het gemis van een breder netwerk, bij een aanzienlijk deel van de thuiswonende ouderen in Nederland voorkomt, met een verhoogd risico naarmate mensen alleen komen te wonen na het overlijden van een partner.

Voor deze groep ligt de vraag niet zozeer bij het openen van een gesloten geheugen, maar bij het doorbreken van isolement.

Een scoping review van Flavia Galassi en collega’s, in 2022 gepubliceerd in Frontiers in Psychology, bracht twaalf studies in kaart naar creativiteit en kunstzinnige therapieën bij gezond ouder worden.

De review onderscheidde vier soorten effecten: verbetering van cognitief functioneren, versterking van zelfbeeld en gevoel van betekenis, vermindering van depressieve klachten en eenzaamheid, en, misschien wel het meest onderbelichte punt, het opbouwen van sociale netwerken via groepsgerichte creatieve activiteiten, wat isolement direct tegengaat.

De auteurs concludeerden dat deze uitkomsten “de basis vormen voor het voorkomen van psychisch leed en het bevorderen van mentaal welbevinden” bij zelfstandig wonende ouderen zonder ernstige cognitieve beperkingen.

Specifiek onderzoek naar groepsgerichte kunsttherapie en eenzaamheid is schaars maar bemoedigend.

Een Turkse gerandomiseerde gecontroleerde studie van Aydın en Kutlu, gepubliceerd in het Florence Nightingale Journal of Nursing, onderzocht het effect van groepskunsttherapie bij thuiswonende ouderen die alleen leven, en vond een significante afname van zowel eenzaamheids- als hopeloosheidsscores in de interventiegroep vergeleken met een controlegroep.

Zulke bevindingen roepen wel een belangrijke methodologische vraag op die in dit onderzoeksveld breed geldt: is het de beeldende activiteit zelf die het verschil maakt, of vooral het feit dat mensen in een groep bij elkaar komen en aandacht van een begeleider krijgen?

De meeste studies zijn niet zo ontworpen dat ze deze twee verklaringen uit elkaar kunnen trekken, een kunsttherapiegroep vergelijken met een even sociale, niet-kunstzinnige activiteit zou dat wel mogelijk maken, maar dat gebeurt zelden.

In Nederland is deze bevinding, dat actieve cultuurdeelname samenhangt met welbevinden bij ouderen, breed onderschreven, onder meer door het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA), dat in zijn kennisdossier over cultuur en ouderen stelt dat actieve cultuurparticipatie een positief effect heeft op welbevinden, vitaliteit en gezondheid van ouderen.

000 ouderen bij kunst- en cultuurprojecten.

Het LKCA benadrukt daarbij een voorwaarde die vaak wordt onderschat: het effect hangt sterk af van de professionaliteit van de begeleiding, activiteiten werken het best wanneer ze worden geleid door kunstprofessionals die weten hoe ze met deze doelgroep moeten communiceren en oprechte interesse tonen, niet wanneer creatief bezig zijn louter als tijdverdrijf wordt aangeboden.

Het bewijs, de grenzen ervan, en hulp vinden in Nederland

De eerlijke balans is dat tekentherapie bij ouderen op een aantrekkelijke, theoretisch goed onderbouwde gedachte rust, reminiscentie en betekenisgeving als kern van gezond ouder worden, een medium dat toegankelijk blijft wanneer taal wegvalt, maar dat het wetenschappelijk bewijs daarachter, net als bij veel vaktherapeutische interventies, nog beperkt en methodologisch kwetsbaar is.

De systematische reviews die er zijn, wijzen keer op keer op dezelfde knelpunten: kleine steekproeven, een gebrek aan controlegroepen, sterk uiteenlopende uitkomstmaten die vergelijking tussen studies bemoeilijken, en een oververtegenwoordiging van kwalitatief onderzoek boven gerandomiseerde trials.

Bovendien richt het meeste onderzoek zich op “kunsttherapie” of “beeldende therapie” in brede zin, en is onderzoek dat specifiek naar tekenen als medium kijkt, in plaats van schilderen, klei of gemengde technieken, schaars.

Wie zoekt naar een definitief antwoord op de vraag hoeveel tekentherapie precies oplevert, in vergelijking met bijvoorbeeld reguliere dagbesteding of gespreksbegeleiding, zal dat antwoord vooralsnog niet vinden.

Wat er wel steeds duidelijker uit naar voren komt, is een consistent klinisch patroon: mensen die beeldend werken rapporteren, en vertonen geamde gedragsmatig, meer betrokkenheid, minder onrust en een grotere bereidheid om herinneringen en gevoelens te delen dan zonder dat medium.

Voor de groep ouderen met gevorderde dementie, bij wie gesprekstherapie feitelijk geen optie meer is, is dat een klinisch relevante meerwaarde, ook zonder sluitend experimenteel bewijs.

Voor cognitief gezonde ouderen met eenzaamheids- of aanpassingsklachten is de plausibiliteit weliswaar groot, maar zou zorgvuldiger onderzoek, met actieve controlecondities, nodig zijn om te weten hoeveel van het effect aan de kunstzinnige component zelf ligt, en hoeveel aan sociaal contact in het algemeen.

Voor wie in Nederland op zoek is naar begeleiding, is het veld inmiddels behoorlijk georganiseerd. Beeldend therapeuten die met ouderen werken zijn doorgaans aangesloten bij de Nederlandse Vereniging Beeldende Therapie (NVBT), die een aparte werkveldgroep Ouderenzorg kent, en bij de overkoepelende Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB, ook bekend als Vaktherapie Nederland), die kwaliteitsregistratie en beroepsnormen bewaakt. Verwijzing verloopt doorgaans via de huisarts, de specialist ouderengeneeskunde in een verpleeghuis, of het sociale wijkteam; vergoeding is afhankelijk van de zorgvorm, binnen de Wet langdurige zorg (Wlz) kan vaktherapie deel uitmaken van het zorgplan in een verpleeghuis, terwijl thuiswonende ouderen vaak zijn aangewezen op een aanvullende zorgverzekering of eigen bijdrage. Alzheimer Nederland biedt regionale informatie over kunstzinnige activiteiten voor mensen met dementie en hun naasten, en het LKCA houdt een overzicht bij van cultuurprojecten voor ouderen door het hele land. Tekentherapie is voor deze doelgroep geen vervanging van medische of psychologische zorg waar die nodig is, maar wel een laagdrempelige, goed te verdedigen aanvulling, een manier om, wanneer het geheugen vervaagt of het gesprek stokt, toch nog een lijn te trekken naar wie iemand is geweest en nog steeds is.

Bronnen

  • Butler, R. N. (1963). The life review: An interpretation of reminiscence in the aged. Psychiatry, 26(1), 65–76.
  • Westerhof, G. J., & Slatman, S. (2019). In search of the best evidence for life review therapy to reduce depressive symptoms in older adults: A meta-analysis of randomized controlled trials. Clinical Psychology: Science and Practice, 26(4), e12301.
  • Healy, T-L., Thompson, G., & Archibald, M. M. (2025). The role of reminiscence in arts-based interventions for dementia care: A scoping review. Dementia, 24(7).
  • Beard, R. L. (2012). Art therapies and dementia care: A systematic review. Dementia, 11(5), 633–656.
  • Masika, G. M., Yu, D. S. F., & Li, P. W. C. (2020). Visual art therapy as a treatment option for cognitive decline among older adults: A systematic review and meta-analysis. Journal of Advanced Nursing, 76(8), 1892–1910.
  • Galassi, F., Merizzi, A., D’Amen, B., & Santini, S. (2022). Creativity and art therapies to promote healthy aging: A scoping review. Frontiers in Psychology, 13, 906191.
  • Aydın, F., & Kutlu, F. Y. (2022). The effect of group art therapy on loneliness and hopelessness levels of older adults living alone: A randomized controlled study. Florence Nightingale Journal of Nursing.
  • RIVM. Eenzaamheid bij ouderen, Monitor Ouderen. rivm.nl.
  • LKCA (Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst). Kennisdossier Cultuur en ouderen. lkca.nl.
  • NHL Stenden / HBO Kennisbank. De methode ‘reminiscentie’ in beeldende therapie: een fotocollage maken als bijdrage aan de kwaliteit van leven bij een cliënt met frontotemporale dementie in een vergevorderd stadium. hbo-kennisbank.nl.
  • Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB) / Vaktherapie Nederland, vaktherapie bij dementie. vaktherapie.nl.
  • Nederlandse Vereniging Beeldende Therapie (NVBT), werkveldgroep Ouderenzorg. nvbt.vaktherapie.nl.
  • Alzheimer Nederland, kunstzinnige activiteiten en projecten voor mensen met dementie. alzheimer-nederland.nl.

Meer lezen over deze behandelvorm? Bekijk de thema-pagina tekentherapie voor een breder overzicht.

Tekentherapie bij ouderen blijft, ook bij voortschrijdende dementie, vaak nog lang een bron van verbinding.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

27 augustus, 2026

Thema

Tekentherapie

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen