Tekentherapie bij angst die zich moeilijk laat verwoorden

Angst laat zich niet altijd in woorden vangen. Tekentherapie biedt hiervoor een andere taal, gebaseerd op klinische ervaring en onderzoek naar kunstzinnige therapie.

Inhoudsopgave

Wanneer woorden tekortschieten

Tekentherapie bij angst die zich moeilijk laat verwoorden

Tekentherapie bij angst kan uitkomst bieden voor mensen bij wie angst een gevoel is dat zich moeilijk in woorden laat vangen: een vage dreiging, een knoop in de maag, een gevoel dat “er iets niet klopt” zonder dat precies te kunnen benoemen wat.

Tekentherapie biedt voor deze ervaringen een andere taal.

Dit artikel bespreekt hoe beeldend werken bij angstklachten wordt ingezet, wat onderzoek daarover laat zien, en voor wie deze vorm van therapie in het bijzonder waardevol kan zijn.

Angst wordt vaak beschreven als een emotie die zich in het lichaam eerder aandient dan in heldere gedachten: een opkomende onrust, een beklemming, een gevoel van dreiging dat er al is voordat er een duidelijke gedachte aan gekoppeld kan worden.

Voor mensen die van nature al moeite hebben met het verwoorden van emoties, een eigenschap die in de psychologie soms alexithymie wordt genoemd, al is dat een breder en klinisch specifieker begrip dan wat hier wordt bedoeld, kan een uitsluitend verbale therapie een deel van de ervaring onaangeraakt laten.

Zij kunnen in een gesprek prima vertellen wat er feitelijk is gebeurd, maar merken dat de kern van hun angst, het gevoel zelf, tussen de woorden door lijkt te glippen zodra ze het onder woorden proberen te brengen.

Kinderen en jongeren met angstklachten hebben vaak nog minder woordenschat en zelfinzicht om hun angst te duiden dan volwassenen, wat tekentherapie in de kinder- en jeugd-GGZ tot een veelgebruikte aanvullende behandelvorm maakt.

Maar ook bij volwassenen die overigens verbaal zeer vaardig zijn, kan angst zich onttrekken aan woorden, juist omdat angst vaak samenhangt met vroege, soms voorverbale ervaringen van onveiligheid die zich lastig in een samenhangend verhaal laten vatten.

Beeldend materiaal kan in zulke gevallen dichter bij de oorspronkelijke, niet-talige ervaring komen dan een gesprek dat de ervaring eerst in taal moet vertalen voordat die gedeeld kan worden.

Een bijkomend voordeel van beeldend werken is dat het minder direct confronterend kan aanvoelen dan een gesprek waarin iemand wordt gevraagd rechtstreeks te vertellen wat er aan de hand is.

Een tekening maken geeft de ruimte om iets te tonen zonder het meteen ook hardop te hoeven zeggen, wat voor mensen die zich schamen voor hun angst of bang zijn er niet serieus in genomen te worden, een lagere drempel kan betekenen om toch iets te delen.

Deze indirectheid is overigens geen doel op zich: uiteindelijk wordt in de meeste tekentherapietrajecten wel degelijk over het gemaakte beeld gesproken, maar de tekening functioneert dan als een soort tussenstap die het gesprek toegankelijker maakt dan wanneer er meteen met woorden begonnen moet worden.

Beeldend werken met angst

In tekentherapie kan iemand worden gevraagd de eigen angst een vorm te geven: hoe ziet de angst eruit, welke kleur heeft die, waar in het lichaam wordt die gevoeld.

Vaak ontstaan beelden van iets dreigends, een schaduw, een muur, of juist een chaotische wirwar van lijnen die de innerlijke onrust weerspiegelt.

Het proces van het beeld vormgeven, kiezen voor bepaalde kleuren, vormen, de mate van druk op het papier, is op zichzelf al een vorm van zelfregulatie: door de angst een concrete, afgebakende vorm te geven, wordt iets dat voelde als grenzeloos en overweldigend, tijdelijk hanteerbaar en overzichtelijk gemaakt.

Deze beweging, van een vage, alles doordrenkende dreiging naar een concreet, afgebakend beeld op papier, wordt door veel cliënten ervaren als een eerste, tastbare stap in het beter kunnen omgaan met de angst zelf.

Een specifieke techniek die therapeuten soms gebruiken, is het tekenen van de angst als personage of wezen, met een naam en kenmerken, waarna in het gesprek wordt onderzocht wat dit personage nodig heeft, waar het vandaan komt, en wat het zou willen zeggen.

Deze externaliserende benadering, de angst wordt letterlijk buiten de persoon geplaatst, als iets waarmee kan worden omgegaan in plaats van iets wat de persoon volledig is, sluit aan bij principes uit de narratieve therapie, zoals beschreven door White en Epston, en kan voor sommige cliënten de last van de angst verlichten door er letterlijk even afstand van te kunnen nemen.

Het onderscheid tussen “ik ben angstig” en “er is angst die mij bezoekt” lijkt subtiel, maar kan voor de manier waarop iemand zich tot de eigen klacht verhoudt een wezenlijk verschil maken.

In de praktijk krijgt een cliënt doorgaans de keuze uit verschillende materialen: potlood, oliepastel, verf, of collagetechnieken met tijdschriftknipsels.

Deze keuze is niet toevallig, want elk materiaal nodigt uit tot een andere manier van werken.

Oliepastel en verf lenen zich van nature voor grovere, meer expressieve gebaren en kunnen daardoor helpen om intense emoties letterlijk met meer kracht op papier te zetten, terwijl potlood een preciezere, meer beheerste manier van werken mogelijk maakt die weer beter kan passen bij cliënten die zich juist overweldigd voelen door de intensiteit van hun eigen angst en behoefte hebben aan meer controle over het proces.

Een ervaren tekentherapeut stemt de materiaalkeuze af op wat een cliënt op een bepaald moment nodig heeft, en kan gedurende een traject bewust wisselen tussen materialen naarmate de behandeling vordert.

Een systematische review van gerandomiseerde en niet-gerandomiseerde onderzoeken naar tekentherapie bij angst bij volwassenen laat zien dat kunstzinnige therapie kan bijdragen aan een afname van angstklachten, al verschilt de sterkte van het effect per onderzoek.

Steeds meer behandelaars kiezen voor tekentherapie bij angst als aanvulling op gesprekstherapie, juist omdat beeldend werken andere lagen kan aanspreken.

Binnen tekentherapie bij angst krijgt de cliënt ruimte om in eigen tempo te werken, zonder de druk om meteen woorden te vinden.

Onderzoek naar kunstzinnige therapie bij angst

Tekentherapie bij angst proces

Direct onderzoek naar tekentherapie specifiek bij angststoornissen is beperkt, maar bredere onderzoeksliteratuur naar kunstzinnige (art) therapie geeft aanwijzingen voor gunstige effecten.

Een meta-analyse van Slayton en collega’s (2010), eerder in dit dossier al genoemd bij het artikel over chronische vermoeidheid, vond consistente verbeteringen in stemming en zelfbeeld bij mensen die kunstzinnige therapie ondergingen voor uiteenlopende psychische en lichamelijke klachten, inclusief angst.

De onderzochte studies verschilden sterk in opzet en doelgroep, van kinderen tot ouderen en van korte tot langdurige trajecten, wat de generaliseerbaarheid van de bevindingen bemoeilijkt maar tegelijk laat zien dat het effect niet beperkt lijkt tot één specifieke groep of setting.

Ander onderzoek, gericht op kunstzinnige therapie bij kinderen met angstklachten, laat zien dat een combinatie van beeldend werk met verbale reflectie effectiever lijkt dan tekenen alleen zonder begeleidend gesprek, een bevinding die onderstreept dat tekentherapie geen simpel “even lekker tekenen” is, maar een gestructureerd therapeutisch proces waarin het beeld en het gesprek elkaar versterken.

Voor volwassenen met angstklachten ontbreekt vergelijkbaar grootschalig onderzoek nog grotendeels, wat aansluit bij het bredere patroon in dit dossier: veelbelovende klinische ervaring, met een onderzoeksbasis die nog moet groeien.

Coholic en collega’s onderzochten een verwante, kunstzinnige groepsaanpak bij kinderen die trauma hadden meegemaakt en vonden dat deelnemers de werkwijze als veilig en toegankelijk ervoeren, ook wanneer zij aanvankelijk terughoudend waren om over hun ervaringen te praten, een patroon dat zich mogelijk ook bij volwassenen met moeilijk te verwoorden angst voordoet, al is dat vooralsnog niet in vergelijkbaar onderzoek bevestigd.

Een kanttekening bij het onderzoek naar kunstzinnige therapie in het algemeen is dat vergelijkend onderzoek, waarbij tekentherapie direct wordt afgezet tegen bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie, schaars is.

De meeste studies onderzoeken of kunstzinnige therapie beter werkt dan geen behandeling, niet of het beter of gelijkwaardig werkt aan bestaande, bewezen effectieve behandelvormen.

Dat maakt het lastig om tekentherapie als op zichzelf staand alternatief voor angststoornissen te positioneren, en onderstreept waarom het in de praktijk vrijwel altijd wordt ingezet als aanvullende, niet als vervangende behandelvorm.

Bij tekentherapie bij angst ligt de nadruk niet op artistieke kwaliteit, maar op het proces van uiten en verwerken via beeld in plaats van woorden.

De kracht van tekentherapie bij angst zit vaak in de afstand die een tekening biedt: je hoeft niet meteen te benoemen wat iets betekent.

Een aanpak die niet voor iedereen even passend is

Tekentherapie is niet voor iedereen de meest voor de hand liggende keuze, sommige mensen voelen zich juist onwennig bij een tekenopdracht en geven de voorkeur aan verbale of lichaamsgerichte vormen van therapie.

Het idee dat je “moet kunnen tekenen” om baat te hebben bij tekentherapie is overigens een misverstand: het gaat niet om artistieke vaardigheid of een mooi eindresultaat, maar om het proces van vormgeven zelf, dat evengoed toegankelijk is voor iemand die zichzelf als “niet creatief” beschouwt.

Voor mensen die zich creatief thuis voelen, die moeite hebben met het direct verwoorden van emoties, of die eerdere, uitsluitend verbale therapietrajecten als onvoldoende hebben ervaren, kan tekentherapie echter een waardevolle aanvullende of alternatieve ingang bieden.

Net als bij de andere behandelvormen in dit dossier geldt dat tekentherapie het meest zinvol is als aanvulling op, niet als vervanging van, bewezen effectieve behandeling bij een matige tot ernstige angststoornis.

Voor lichtere klachten, of als aanvulling tijdens een bestaand traject, kan het echter een waardevolle, laagdrempelige manier zijn om greep te krijgen op een gevoel dat met woorden alleen moeilijk grijpbaar blijft.

Wie tekentherapie wil proberen, kan het beste zoeken naar een therapeut die is aangesloten bij de NVBT of een vergelijkbare beroepsvereniging, en die ervaring heeft met angstklachten specifiek, niet elke beeldend therapeut heeft dezelfde specialisatie. Sommige GGZ-instellingen bieden vaktherapie, waaronder tekentherapie, aan als onderdeel van een breder behandelaanbod; in dat geval loopt de verwijzing via de behandelend psycholoog of psychiater. Voor mensen die tekentherapie willen proberen zonder eerst een volledig GGZ-traject te starten, bieden ook zelfstandig gevestigde beeldend therapeuten vaak losse sessies of korte trajecten aan, al is het dan verstandig vooraf te vragen naar opleiding, registratie en ervaring met angstklachten.

Bronnen

  • Slayton, S.C. et al. (2010). “Outcome studies on the efficacy of art therapy: a review of findings.” Art Therapy: Journal of the American Art Therapy Association, 27(3), 108–118.
  • White, M. & Epston, D. (1990). Narrative Means to Therapeutic Ends. W.W. Norton & Company.
  • Coholic, D. et al. (2012). “Exploring the acceptability and perceived benefits of arts-based group programming for children who have experienced trauma.” Traumatology, 18(3), 26–33.
  • FVB Databank Vaktherapie, Federatie Vaktherapeutische Beroepen, overzicht van onderzoek naar vaktherapie bij psychische klachten.
  • NVBT (Nederlandse Vereniging voor Beeldende Therapie), beroepsvereniging voor beeldend/kunstzinnig therapeuten in Nederland.

Meer weten over de bredere mogelijkheden? Bekijk de thema-pagina tekentherapie voor een overzicht van aanpakken en begeleiders.

Toch is tekentherapie bij angst geen vervanging voor reguliere zorg wanneer klachten ernstig zijn, maar eerder een waardevolle aanvulling daarop.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

28 augustus, 2026

Thema

Tekentherapie

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen