Inleiding
CBD-olie staat al enkele jaren volop in de belangstelling. Flesjes met cannabidiol (CBD) liggen naast de kassa bij de drogist, worden aangeprezen als middel tegen stress en slapeloosheid, en duiken op in de verhalen van kankerpatiënten die op zoek zijn naar verlichting van hun klachten. Tegelijkertijd waarschuwen artsenorganisaties en kankerfondsen dat de wetenschappelijke onderbouwing vaak achterblijft bij de commerciële beloften. De Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties en KWF Kankerbestrijding stellen bijvoorbeeld expliciet dat de bewering dat cannabis(olie) kanker kan genezen, niet is te onderbouwen, ook al laat laboratoriumonderzoek zien dat cannabinoïden kankercellen kunnen doden of vertragen.
Dat spanningsveld – veelbelovend laboratoriumonderzoek tegenover mager klinisch bewijs – vormt de kern van vrijwel elk wetenschappelijk overzicht van CBD-olie. In dit artikel brengen we de stand van de wetenschap in kaart: wat CBD precies is en hoe het in het lichaam werkt, wat onderzoek laat zien over het gebruik bij kanker en andere aandoeningen, hoe veilig CBD-olie is, en welke vragen nog open staan. We baseren ons daarbij op internationale klinische studies, systematische reviews en preklinisch onderzoek, aangevuld met recente publicaties uit PubMed en andere wetenschappelijke databases.
Die belangstelling is niet zonder reden. Cannabis en cannabisproducten behoren wereldwijd tot de meest gebruikte complementaire middelen onder mensen met chronische aandoeningen, en onderzoekers signaleren al jaren dat het gebruik van CBD-olie sneller groeit dan het wetenschappelijk bewijs dat de effectiviteit ervan onderbouwt. Dat maakt een nuchter, op de literatuur gebaseerd overzicht extra relevant: niet om CBD-olie bij voorbaat af te wijzen of juist aan te prijzen, maar om te laten zien waar de wetenschap wél en waar zij nog geen uitsluitsel geeft.
Werking van CBD
Cannabidiol (CBD) is een van de meer dan honderd zogeheten cannabinoïden die van nature voorkomen in de hennepplant (Cannabis sativa). De bekendste andere cannabinoïde is THC (tetrahydrocannabinol), de stof die verantwoordelijk is voor het psychoactieve, bedwelmende effect van cannabis. CBD heeft dat effect niet: gebruikers worden er niet “high” van. Sterker nog, onderzoek suggereert dat CBD sommige effecten van THC juist kan afremmen en mogelijk zelfs een lichte antipsychotische werking heeft.
Beide stoffen grijpen aan op het endocannabinoïdesysteem (ECS), een lichaamseigen signaleringsnetwerk dat is opgebouwd rond twee typen receptoren: CB1-receptoren (vooral in de hersenen en het zenuwstelsel) en CB2-receptoren (vooral op cellen van het immuunsysteem). Dit systeem speelt een rol bij onder meer pijnperceptie, ontsteking, misselijkheid, eetlust, stemming en slaap. THC bindt direct en krachtig aan CB1-receptoren, wat de roes veroorzaakt. CBD daarentegen heeft een veel lagere affiniteit voor CB1 en CB2 en werkt vooral indirect: het beïnvloedt onder meer de afbraak van het lichaamseigen endocannabinoïde anandamide, en het grijpt aan op tal van andere targets, waaronder serotoninereceptoren (5-HT1A), TRPV1-receptoren (betrokken bij pijn- en temperatuurgewaarwording) en PPAR-gamma-receptoren. Deze veelheid aan aangrijpingspunten verklaart waarom onderzoekers CBD onderzoeken bij zeer uiteenlopende aandoeningen, van epilepsie tot angst en van chronische pijn tot kanker – maar het maakt het ook lastig om één eenduidig werkingsmechanisme aan te wijzen.
Ook de manier waarop CBD het lichaam binnenkomt, bepaalt sterk hoeveel ervan daadwerkelijk werkzaam wordt. Onderzoek naar de farmacokinetiek van CBD laat zien dat de orale biologische beschikbaarheid laag en wisselend is – doorgaans slechts enkele procenten van de ingenomen dosis bereikt de bloedbaan – en dat inname met een vetrijke maaltijd de opname aanzienlijk kan verhogen. Een studie van Abbotts en collega’s (2022) vond bovendien aanzienlijke verschillen in opname tussen verschillende commerciële CBD-formuleringen bij eenzelfde dosis, wat verklaart waarom gebruikers met “hetzelfde” product toch heel verschillende effecten kunnen ervaren. Deze farmacokinetische grilligheid is een van de redenen waarom onderzoekers terughoudend zijn met het vertalen van laboratoriumdoseringen naar aanbevelingen voor menselijk gebruik.
CBD-olie vs. medicinale cannabisolie
Een belangrijk onderscheid dat in de publieke discussie vaak wordt vergeten, is het verschil tussen vrij verkrijgbare CBD-olie en medicinale cannabisolie op recept. De CBD-olie die in Nederland bij drogist, natuurwinkel of online te koop is, bevat wettelijk nauwelijks tot geen THC en valt niet onder de Geneesmiddelenwet. De kwaliteit, zuiverheid en daadwerkelijke CBD-concentratie van deze producten lopen sterk uiteen; onderzoek naar in de handel verkrijgbare CBD-producten laat regelmatig zien dat de werkelijke inhoud afwijkt van wat op het etiket staat.
Medicinale cannabisolie, beschikbaar sinds 2015 via de apotheek op doktersrecept, bevat wél THC naast CBD, in verschillende, gestandaardiseerde verhoudingen. Nederlandse artsen mogen sinds september 2003 medicinale cannabis voorschrijven; het Bureau voor Medicinale Cannabis (onderdeel van het ministerie van VWS) bewaakt de kwaliteit en consistentie van deze farmaceutische cannabis, die aan strenge eisen moet voldoen en dus iets fundamenteel anders is dan cannabis die op de recreatieve markt circuleert. Wanneer wetenschappelijke studies spreken over “cannabisolie” of “medicinal cannabis oil”, gaat het bijna altijd om deze gereguleerde THC/CBD-combinaties, en niet om de CBD-olie die vrij in de winkel ligt. Dat onderscheid is essentieel bij het interpreteren van onderzoeksresultaten.
Symptoombestrijding bij kanker
Het grootste deel van het klinische onderzoek naar cannabinoïden bij kankerpatiënten richt zich niet op het bestrijden van de tumor zelf, maar op het verlichten van klachten: misselijkheid en braken door chemotherapie, pijn, verminderde eetlust en verminderde kwaliteit van leven. De resultaten zijn wisselend en over het geheel genomen bescheiden.
Een van de grootste en meest recente gerandomiseerde studies op dit terrein is die van Hardy en collega’s (2025), die bij 144 patiënten met vergevorderde kanker een 1:1 THC:CBD-olie vergeleek met een placebo, bovenop de gebruikelijke palliatieve zorg. Na twee weken was er geen verschil in de totale symptoomlast tussen beide groepen, gemeten met de Edmonton Symptom Assessment Scale. Wel werd een statistisch significante verbetering van pijnscores gevonden in de cannabisgroep, maar deze ging gepaard met meer bijwerkingen zoals verwardheid en een “high” gevoel. De onderzoekers concludeerden dat de olie “niet beter was dan palliatieve zorg alleen” voor de algehele symptoomlast, met als nuance een klein, maar reëel pijnstillend effect ten koste van meer psychoactieve bijwerkingen. Een parallelle publicatie van dezelfde onderzoeksgroep in the Journal of Clinical Oncology bevestigt dit beeld in detail.
Deze bevindingen sluiten aan bij een oudere, veelgeciteerde studie van Johnson en collega’s uit 2010, waarin 177 patiënten met kankerpijn die onvoldoende baat hadden bij opioïden, een THC:CBD-extract, een puur THC-extract of een placebo kregen. De THC:CBD-combinatie liet een statistisch significante pijnvermindering zien ten opzichte van placebo, terwijl THC alleen dat effect niet haalde. Twee keer zoveel patiënten in de THC:CBD-groep rapporteerden een pijnreductie van meer dan 30 procent. Een recentere pilotstudie met een wateroplosbare THC/CBD-nanodeeltjesspray bij patiënten met onbehandelbare kankerpijn liet eveneens een aanvaardbaar veiligheidsprofiel en voorlopig bewijs van pijnstillend effect zien, met name bij patiënten met botmetastasen.
Op het gebied van misselijkheid en braken door chemotherapie – een van de weinige toepassingen waarvoor internationale richtlijnen wél voldoende bewijs zien – publiceerde de groep van Grimison in 2024 de resultaten van een fase II/III-onderzoek onder 147 patiënten met refractaire misselijkheid ondanks richtlijnconforme anti-braakmedicatie. Toevoeging van een laaggedoseerde THC:CBD-capsule verhoogde het percentage patiënten met een volledige respons van 8 naar 24 procent, al ging dit gepaard met meer sedatie, duizeligheid en voorbijgaande angst. Deze en vergelijkbare studies vormden mede de basis voor de richtlijn van de American Society of Clinical Oncology (ASCO) uit maart 2024, die concludeert dat er voldoende bewijs is om cannabis(oïden) te overwegen bij therapieresistente misselijkheid en braken door chemotherapie, maar dat het bewijs voor andere toepassingen bij kanker vooralsnog te zwak is om een aanbeveling op te baseren. De ASCO-richtlijn benadrukt daarbij nadrukkelijk dat cannabis niet mag worden ingezet als kankerbehandeling zelf, behalve in de context van een klinische trial.
Een bredere trial die momenteel loopt, de Australische CANCAN-studie, onderzoekt of een combinatie van CBD (300 mg/dag) en getitreerde THC via sublinguale wafels de mucosale schade en bijbehorende klachten (diarree, ondervoeding, pijn, vermoeidheid, slaapproblemen) door chemotherapie kan beperken bij 176 patiënten. De resultaten worden in de komende jaren verwacht en zullen naar verwachting meer duidelijkheid geven over deze minder onderzochte toepassing.
Reviewartikelen bevestigen dit genuanceerde beeld. Een overzichtsartikel van Green en collega’s (2022) concludeert dat er groeiend bewijs is dat CBD de kwaliteit van leven van kankerpatiënten kan verbeteren door symptomen als pijn, slaapproblemen en angst te verlichten, maar dat de meeste studies CBD combineren met THC en met wisselende doseringen werken, wat vergelijking bemoeilijkt. Ook een overzicht van O’Brien (2022) in het tijdschrift Cancers concludeert dat CBD een breed scala aan therapeutische effecten heeft die relevant zijn voor de ondersteunende kankerzorg, maar roept op tot meer gecontroleerd onderzoek voordat CBD een standaardplaats krijgt in de oncologische praktijk.
Effect op kankercellen
Los van symptoombestrijding is er een omvangrijke hoeveelheid laboratoriumonderzoek dat kijkt of cannabinoïden, waaronder CBD, kankercellen kunnen doden of tumorgroei kunnen afremmen. Dit onderzoek vindt vrijwel uitsluitend plaats in celkweken en diermodellen, met het glioblastoom – de meest agressieve vorm van hersentumor bij volwassenen – als een van de meest onderzochte tumortypen.
Een viel-geciteerde studie van Volmar en collega’s (2021), gepubliceerd in Neuro-Oncology, liet zien dat CBD de transcriptiefactor NF-κB in glioblastoomcellen kan “omkeren” van een kankerbevorderend naar een tumoronderdrukkend eiwit, en dat CBD selectief toxisch was voor tumorstamcellen met een laag niveau van reactieve zuurstofdeeltjes (ROS) – een mogelijke biomarker om te voorspellen welke tumoren gevoelig zijn voor CBD. Andere laboratoriumstudies beschrijven vergelijkbare mechanismen: de combinatie van THC en CBD blijkt de mitochondriale ademhaling van glioblastoomcellen te verstoren door specifieke eiwitten van de elektronentransportketen te verlagen, terwijl weer ander onderzoek laat zien dat CBD via zogeheten stressgranules en “biomolecular condensates” ingrijpt op de celfysiologie van tumorcellen. Recent, nog niet in mensen getest onderzoek uit 2026 rapporteert dat langdurige blootstelling aan geïnhaleerd CBD vóór het ontstaan van de tumor, in muizen de groei van glioblastoom kan afremmen en immuun-checkpointeiwitten als PD-L1 en IDO kan verlagen – een aanwijzing dat CBD mogelijk ook het immuunsysteem rond de tumor beïnvloedt.
Een systematische review van Kyriakou en collega’s (2021), die 302 publicaties doorzocht en 14 relevante studies includeerde, concludeert dat cannabinoïden inderdaad anti-kankerpotentie tegen gliomacellen laten zien, maar dat het effect sterk afhangt van de gebruikte combinaties en doseringen, en dat vrijwel al het onderzoek beperkt is tot celkweken en muizen. Een recentere review over het endocannabinoïdesysteem in de tumor-micro-omgeving van glioblastoom (Dasram et al., 2024) beschrijft hoe onderzoekers proberen deze preklinische bevindingen te vertalen naar de kliniek, onder meer met nanodragers om cannabinoïden gerichter af te leveren en het probleem van de bloed-hersenbarrière te omzeilen.
De vertaalslag van laboratorium naar patiënt is echter allesbehalve gemaakt. Een vaak aangehaalde vroege pilotstudie van de Spaanse onderzoeker Manuel Guzmán uit 2006 testte THC bij negen patiënten met terugkerend glioblastoom; alle patiënten overleden binnen een jaar, en zonder controlegroep waren geen harde conclusies te trekken – al gold de behandeling wel als veilig.
Een latere fase 1b-studie van Twelves en collega’s (2021) combineerde de goedgekeurde THC/CBD-mondspray nabiximols (Sativex) met dosis-intensieve temozolomide-chemotherapie bij 21 patiënten met terugkerend glioblastoom: de eenjaarsoverleving was 83 procent in de nabiximolsgroep tegenover 44 procent in de placebogroep, een verschil dat net statistische significantie haalde (p=0,042), al waarschuwden de auteurs zelf dat de groepen klein waren en twee sterfgevallen in de placebogroep al binnen 40 dagen optraden, wat het resultaat kan vertekenen.
Om deze bevinding definitief te toetsen loopt sinds 2023 de Britse ARISTOCRAT-studie, een gerandomiseerde fase II-trial die temozolomide met nabiximols vergelijkt met temozolomide plus placebo bij circa 234 patiënten met een terugkerend, MGMT-gemethyleerd glioblastoom. De resultaten worden rond 2026 verwacht en gelden als een van de eerste goed opgezette trials die specifiek kijkt of cannabinoïden de overleving bij hersentumoren kunnen verlengen.
Ook in Nederland loopt onderzoek: het UMC Groningen bestudeert het effect van cannabisolie bij patiënten met vergevorderde leverkanker, al verliep de werving van deelnemers begin 2024 trager dan gehoopt, en het Erasmus MC bereidt een patiëntenstudie voor naar het effect van cannabis bij hersentumoren en de mate waarin CBD daadwerkelijk in het tumorweefsel doordringt. Verder onderzocht een veiligheidsstudie uit 2015 de synthetische cannabinoïde dexanabinol bij patiënten met vergevorderde kanker; een veilige dosering kon worden vastgesteld, maar de ontwikkeling werd gestaakt omdat onvoldoende bewijs voor werkzaamheid werd gevonden.
Het is deze stapeling van overwegend preklinisch bewijs, gecombineerd met een handvol kleine, methodologisch beperkte patiëntenstudies, die maakt dat kankerorganisaties zoals KWF Kankerbestrijding voorzichtig blijven. Zoals KWF het verwoordt: een stof die in een reageerbuis effectief is, kan in het menselijk lichaam een heel ander of zelfs geen effect hebben, simpelweg omdat opname, afbraak en verspreiding door het lichaam de werkzaamheid drastisch kunnen veranderen. Anekdotische succesverhalen van patiënten die met cannabisolie zouden zijn genezen, zijn volgens kankerorganisaties “oncontroleerbaar en daarom ongeschikt als bewijs”, omdat medische gegevens, diagnosebevestiging en vergelijkingsgroepen doorgaans ontbreken.
Epilepsie, angst en slaap
Het duidelijkste, best onderbouwde medische succesverhaal van CBD ligt niet bij kanker, maar bij epilepsie. In 2018 keurde de Amerikaanse toezichthouder FDA het zuivere CBD-preparaat Epidiolex goed voor de behandeling van twee ernstige, kinderlijke epilepsiesyndromen: het syndroom van Dravet en het syndroom van Lennox-Gastaut. Deze goedkeuring is gebaseerd op meerdere gerandomiseerde, placebogecontroleerde trials en vormt tot op heden het meest solide klinische bewijs voor de werkzaamheid van CBD als geneesmiddel.
Bij angstklachten is het bewijs veelbelovend, maar nog pril. Een open-label fase 2-studie van Dahlgren en collega’s (2022) bij 14 patiënten met matige tot ernstige angstklachten liet na vier weken behandeling met een CBD-rijk sublinguaal preparaat een significante afname van angstscores zien, met een responspercentage dat na drie weken tot 100 procent opliep en weinig bijwerkingen. Een systematische review van Narayan en collega’s (2022), gebaseerd op 58 studies, concludeert dat CBD bij gezonde mensen en bepaalde patiëntengroepen een angstremmend effect heeft dat vermoedelijk een omgekeerde U-vormige dosis-responsrelatie volgt: te lage én te hoge doseringen werken minder goed dan een middendosering. Een grote meta-analyse in The Lancet Psychiatry (Black et al., 2019) is echter terughoudender: die concludeert dat er weinig bewijs is dat cannabinoïden depressie, angststoornissen, ADHD, het syndroom van Gilles de la Tourette, PTSS of psychose verminderen, met uitzondering van een klein effect van THC (met of zonder CBD) op angstklachten bij mensen met andere onderliggende aandoeningen – en dat effect werd beoordeeld als bewijs van zeer lage kwaliteit.
Voor slaapproblemen is het beeld gemengd. Een Australische studie (CAN-REST, Hoyos et al., 2024) bij 206 deelnemers met insomnia vond geen significant effect van 50 of 100 mg CBD per dag op de Insomnia Severity Index. Een kleinere pilotstudie van Narayan en collega’s (2024) met 150 mg CBD per nacht vond weliswaar geen effect op de meeste slaapmaten, maar wel een verbetering van het subjectieve welbevinden en, na twee weken, een betere objectief gemeten slaapefficiëntie. Een recente meta-analyse uit 2025 in Sleep Medicine Reviews, die zes trials met in totaal 1077 patiënten samenvatte, concludeerde dat cannabinoïden gemiddeld de slaapkwaliteit verbeteren, maar dat dit effect vooral werd gedreven door THC-bevattende producten; CBD-alleen-therapieën lieten in deze analyse geen significant effect zien. Een systematische review uit 2020 in hetzelfde tijdschrift concludeerde eerder al dat er onvoldoende bewijs is om cannabinoïden routinematig aan te bevelen bij slaapstoornissen, ondanks veelbelovende eerste signalen bij onder meer slaapapneu en aan PTSS gerelateerde nachtmerries.
Ook op andere terreinen wordt CBD-olie onderzocht: een gecontroleerde studie van Hurd en collega’s (2019) liet zien dat CBD de hunkering (craving) en angst bij drugsgebruik-gerelateerde prikkels kon verminderen bij mensen met een heroïneverslaving die al gestopt waren met gebruik, wat CBD interessant maakt als mogelijk hulpmiddel bij terugvalpreventie. Bij pijnlijke gewrichtsaandoeningen zoals artrose van de hand en artritis psoriatica vond een grote Deense RCT (Vela et al., 2021) echter geen klinisch of statistisch significant verschil tussen synthetische CBD-olie en placebo op pijnintensiteit – een nuchtere waarschuwing dat CBD-olie niet bij elke vorm van pijn werkt.
Veiligheid en interacties
CBD-olie wordt doorgaans als relatief veilig beschouwd, zeker in vergelijking met THC, maar “relatief veilig” betekent niet “zonder risico’s”. Een systematische review van Souza en collega’s (2022), gebaseerd op twaalf gerandomiseerde trials met 745 deelnemers, rapporteert dat de meest voorkomende bijwerkingen van orale CBD mild tot matig van aard zijn: maag-darmklachten (bij bijna 60 procent van de CBD-gebruikers), slaperigheid, verminderde eetlust en verhoogde leverenzymen. Ernstige bijwerkingen kwamen vooral voor wanneer CBD werd gecombineerd met bepaalde anti-epileptica zoals clobazam en valproaat.
Dat CBD-olie niet vrijblijvend is te combineren met andere medicatie, blijkt uit meerdere studies. CBD remt cytochroom P450-enzymen (met name CYP3A4 en CYP2C19) en het transporteiwit P-glycoproteïne, die een sleutelrol spelen bij de afbraak van talrijke geneesmiddelen. Een overzichtsstudie van Brown en Winterstein (2019) waarschuwt dat bijna de helft van de CBD-gebruikers in de onderzochte studies bijwerkingen ervoer, met een duidelijk dosis-effect, en dat het risico op interacties met andere medicatie hoog is gezien deze gedeelde afbraakroutes. Een klassieke studie van Gaston en collega’s (2017) bij 81 epilepsiepatiënten liet zien dat CBD de serumspiegels van verschillende anti-epileptica (waaronder topiramaat, rufinamide en vooral de actieve metaboliet van clobazam) significant kan verhogen, met meer sedatie tot gevolg. Balachandran en collega’s (2021) brachten in een uitgebreide review in kaart dat CBD niet alleen interageert met anti-epileptica, maar ook met antidepressiva, opioïde pijnstillers, THC, alcohol en zelfs veelgebruikte middelen als paracetamol.
Ook recentere, gerichte studies bevestigen dit beeld. Een klinische studie van Salcedo en collega’s (2026) bij gezonde vrijwilligers, met doseringen die overeenkomen met wat gebruikers van vrij verkrijgbare CBD-producten typisch innemen, vond een relevante farmacokinetische interactie tussen CBD en het antidepressivum citalopram (met een toename van de blootstelling van circa 43 procent), terwijl de interactie met morfine beperkt bleek. Specifiek voor de oncologische praktijk onderzochten Buijs en collega’s (2023) in het Nederlands Kanker Instituut of CBD-olie de bijwerkingen van het borstkankermedicijn tamoxifen kon verlichten. CBD-olie verlaagde de concentratie van de actieve tamoxifen-metaboliet endoxifen met 12,6 procent, wat overigens binnen de grenzen van bio-equivalentie bleef, terwijl de aan hormoontherapie gerelateerde bijwerkingen en kwaliteit van leven van deelnemers wél verbeterden. De onderzoekers concludeerden dat CBD-olie van goede kwaliteit en in een dosering onder de 50 mg niet per definitie hoeft te worden ontraden bij tamoxifengebruiksters, maar wel monitoring verdient.
Een update van de systematische review naar CBD-toxiciteit door Madeo en collega’s (2023), gebaseerd op 51 klinische publicaties tot en met 2022, bevestigt dat CBD bij de meeste gebruikers goed wordt verdragen, met vooral milde bijwerkingen als diarree, slaperigheid en klachten van de bovenste luchtwegen, en dat ernstige bijwerkingen zeldzaam zijn – met de kanttekening dat vrijwel al deze studies zich richten op epilepsie en niet op de vrij verkrijgbare CBD-olie die mensen zelf kopen. Een eerdere, veelgeciteerde review van Huestis en collega’s (2019) wijst er daarnaast op dat CBD bij dieronderzoek bij hoge doseringen leverschade, effecten op de vruchtbaarheid en ontwikkelingstoxiciteit kan veroorzaken, al liggen deze doseringen doorgaans ver boven wat mensen gebruiken.
Een specifiek Nederlands aandachtspunt is de kwaliteit van niet-medicinale producten. Omdat de samenstelling en zuiverheid van vrij verkrijgbare cannabisproducten sterk uiteen kan lopen, kan onbedoeld een veel hogere THC-concentratie aanwezig zijn dan verwacht. Het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) meldde in 2017 een toename van het aantal vergiftigingen door cannabisolie-achtige producten, en er is een geval bekend van een longkankerpatiënt die in coma raakte na inname van een cannabisextract met een onverwacht hoge THC-concentratie. Veelgemelde negatieve effecten van cannabis(oliën) met (te veel) THC zijn geheugenproblemen, verminderde concentratie, tragere reactietijd, veranderde waarneming, coördinatieproblemen, angst, paniek en hartkloppingen.
Verstandig gebruik
Voor wie desondanks overweegt CBD-olie te gebruiken, geven de hierboven besproken studies een aantal praktische aandachtspunten. Overleg vooraf met een arts of apotheker, zeker bij gebruik van andere medicatie: de kans op een farmacokinetische interactie is reëel, ook bij vrij verkrijgbare, laaggedoseerde producten, zo laten onder meer de studies naar CBD met citalopram en met tamoxifen zien. Kies bij voorkeur een product waarvan de CBD-concentratie onafhankelijk is getest (bijvoorbeeld via een certificate of analysis van een laboratorium), aangezien onderzoek naar in de handel verkrijgbare CBD-oliën herhaaldelijk grote verschillen laat zien tussen de opgegeven en werkelijke concentratie. Bouw de dosering geleidelijk op, zoals ook in vrijwel alle klinische trials gebeurt, en houd rekening met milde bijwerkingen zoals een suffe of loom gevoel, een veranderde eetlust of maag-darmklachten. En cruciaal voor kankerpatiënten: gebruik CBD-olie nooit als vervanging van een reguliere, bewezen effectieve behandeling, maar hooguit – in overleg met de behandelend arts – als aanvulling op de bestaande zorg.
Regelgeving in Nederland
In Nederland is de situatie rond cannabisolie gelaagd. Vrij verkrijgbare CBD-olie met nauwelijks THC valt niet onder de Geneesmiddelenwet en wordt verkocht als voedingssupplement, zonder dat fabrikanten daarbij medische claims mogen maken. Medicinale cannabis(olie) met een gestandaardiseerde THC/CBD-verhouding is sinds 2003 op recept verkrijgbaar via de apotheek, onder toezicht van het Bureau voor Medicinale Cannabis. Dit bureau constateert dat er voldoende bewijs is voor de werkzaamheid van cannabis bij onder meer pijn en spasmen bij MS en dwarslaesie, misselijkheid en verminderde eetlust bij kanker, misselijkheid en braken door chemotherapie of bestraling, chronische (met name neuropathische) pijn, het syndroom van Gilles de la Tourette, glaucoom wanneer standaardbehandeling faalt, en bepaalde vormen van epilepsie – met de kanttekening dat het onderliggende onderzoek vaak kleinschalig is en daardoor mogelijk een te optimistisch beeld schetst.
Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) adviseert huisartsen terughoudend te zijn met het voorschrijven van cannabis(olie), en dit alleen te overwegen bij palliatieve patiënten voor wie de gangbare behandeling onvoldoende verlichting biedt of te veel bijwerkingen geeft. Zorginstituut Nederland concludeert in zijn beoordelingen eveneens dat de “bewijskracht van de beschikbare publicaties beperkt” is, wat ertoe heeft geleid dat sommige zorgverzekeraars medicinale cannabis niet meer vanuit de basisverzekering vergoeden. Een systematische vergelijkende analyse van 79 cannabisstudies concludeerde dat het wetenschappelijk bewijs “niet altijd even sterk” is; de verbetering van chemotherapie-gerelateerde misselijkheid werd daarin bijvoorbeeld als zwak bewijs geclassificeerd.
Openstaande vragen
Ondanks de honderden studies die inmiddels zijn gepubliceerd, blijven belangrijke vragen onbeantwoord. Onderzoekers en kankerorganisaties noemen onder meer de volgende openstaande kwesties: welke cannabinoïde (of combinatie van cannabinoïden) het meest effectief is voor een specifieke aandoening; wat de optimale samenstelling en concentratie is; wat het precieze werkingsmechanisme in het menselijk lichaam is; wat de beste dosering en het bijwerkingenprofiel zijn; voor welke typen kanker of andere aandoeningen cannabinoïden daadwerkelijk meerwaarde bieden; welke toedieningsvorm (tablet, spray, druppels, injectie) het meest effectief is; hoe cannabinoïden interacteren met andere behandelingen; en of cannabinoïden voordelen bieden ten opzichte van bestaande therapieën.
Deze onzekerheid is deels inherent aan het onderzoeksveld zelf. Cannabis en CBD zijn decennialang onderwerp geweest van strikte regelgeving, wat grootschalig, goed gefinancierd klinisch onderzoek heeft bemoeilijkt. Bovendien maakt de grote variatie in gebruikte preparaten – variërend in CBD/THC-verhouding, dosering, toedieningsvorm en zuiverheid – het lastig om resultaten van verschillende studies met elkaar te vergelijken. Veel van het meest overtuigende laboratoriumbewijs is bovendien afkomstig uit celkweken en diermodellen, waarvan de resultaten zich niet automatisch laten vertalen naar mensen: absorptie, metabolisme en verspreiding door het lichaam verlopen bij mensen anders dan in een petrischaaltje of een muis.
Conclusie
Het wetenschappelijk beeld van CBD-olie is genuanceerder dan zowel de enthousiaste marketing als de volledige afwijzing ervan doet vermoeden. Voor epilepsie is de werkzaamheid van zuivere, gestandaardiseerde CBD overtuigend aangetoond en inmiddels erkend door toezichthouders. Voor misselijkheid en braken door chemotherapie is er voldoende bewijs om cannabinoïden als aanvullende behandeloptie te overwegen, mits onder medische begeleiding. Voor pijnbestrijding bij kanker laten gecontroleerde studies een bescheiden, maar reproduceerbaar effect zien, dat echter gepaard gaat met psychoactieve bijwerkingen wanneer THC is toegevoegd. Voor het idee dat CBD of cannabisolie kanker zelf kan genezen of de tumorgroei bij mensen kan afremmen, ontbreekt vooralsnog overtuigend klinisch bewijs: het beschikbare bewijs is grotendeels beperkt tot celkweken en diermodellen, met slechts een handvol kleine, vaak ongecontroleerde patiëntenstudies. Lopende trials zoals ARISTOCRAT, CANCAN en de Nederlandse studies in Groningen en Rotterdam moeten de komende jaren meer duidelijkheid geven.
Voor mensen die overwegen CBD-olie te gebruiken – of het nu is voor ontspanning, slaap of als aanvulling bij een medische behandeling – blijft het advies van artsenorganisaties eenduidig: bespreek het gebruik altijd met een arts of apotheker, zeker bij gelijktijdig gebruik van andere medicatie, gezien de reële kans op interacties. En vervang een reguliere, bewezen effectieve behandeling nooit door cannabisolie op basis van anekdotisch bewijs alleen.
Bronnen
- KWF Kankerbestrijding. Cannabisolie bij kanker: wat is bekend? kwf.nl.
- Hardy JR, et al. Medicinal cannabis for symptom control in advanced cancer: a double-blind, placebo-controlled, randomised clinical trial of 1:1 THC and CBD. Supportive Care in Cancer, 2025.
- Hardy J, et al. A randomized, double-blind controlled trial of medicinal cannabis vs placebo for symptom management in patients with advanced cancer receiving palliative care. Journal of Clinical Oncology, 2024.
- Bellas OM, et al. Medicinal CANnabis (CBD/THC) to prevent the symptoms and side effects of chemotherapy in people with advanced CANcer (CANCAN): protocol. BMJ Open, 2025.
- Bathula PP, et al. Cannabinoids in Treating Chemotherapy-Induced Nausea and Vomiting, Cancer-Associated Pain, and Tumor Growth. International Journal of Molecular Sciences, 2023.
- Johnson JR, et al. Multicenter, double-blind, randomized, placebo-controlled study of THC:CBD extract and THC extract in patients with intractable cancer-related pain. Journal of Pain and Symptom Management, 2010.
- Clarke S, et al. Pilot clinical and pharmacokinetic study of THC/CBD nanoparticle oro-buccal spray in patients with advanced cancer experiencing uncontrolled pain. PLoS ONE, 2022.
- Grimison P, et al. Oral Cannabis Extract for Secondary Prevention of Chemotherapy-Induced Nausea and Vomiting: Final Results of a Randomized, Placebo-Controlled, Phase II/III Trial. Journal of Clinical Oncology, 2024.
- Braun IM, et al. Cannabis and Cannabinoids in Adults With Cancer: ASCO Guideline. Journal of Clinical Oncology, 2024.
- Green R, et al. Role of Cannabidiol for Improvement of the Quality of Life in Cancer Patients: Potential and Challenges. International Journal of Molecular Sciences, 2022.
- O’Brien K. Cannabidiol (CBD) in Cancer Management. Cancers, 2022.
- Volmar MNM, et al. Cannabidiol converts NF-κB into a tumor suppressor in glioblastoma with defined antioxidative properties. Neuro-Oncology, 2021.
- Wang LP, et al. Cannabidiol as a Prophylactic Agent Against Glioblastoma Growth: A Preclinical Investigation. International Journal of Molecular Sciences, 2026.
- Wang LP, et al. Altering biomolecular condensates as a potential mechanism that mediates cannabidiol effect on glioblastoma. Medical Oncology, 2024.
- Rupprecht A, et al. The Combination of THC and CBD Suppresses Mitochondrial Respiration of Human Glioblastoma Cells. Cancers, 2022.
- Kyriakou I, et al. Efficacy of cannabinoids against glioblastoma multiforme: A systematic review. Phytomedicine, 2021.
- Dasram MH, et al. Targeting the Endocannabinoid System Present in the Glioblastoma Tumour Microenvironment as a Potential Anti-Cancer Strategy. International Journal of Molecular Sciences, 2024.
- Twelves C, et al. A phase 1b randomised, placebo-controlled trial of nabiximols cannabinoid oromucosal spray with temozolomide in patients with recurrent glioblastoma. British Journal of Cancer, 2021.
- Bhaskaran D, et al. A randomised phase II trial of temozolomide with or without cannabinoids in patients with recurrent glioblastoma (ARISTOCRAT): protocol. BMC Cancer, 2024.
- Brown JD, Winterstein AG. Potential Adverse Drug Events and Drug–Drug Interactions with Medical and Consumer Cannabidiol (CBD) Use. Journal of Clinical Medicine, 2019.
- Souza JDR, et al. Adverse Effects of Oral Cannabidiol: An Updated Systematic Review of Randomized Controlled Trials (2020–2022). Pharmaceutics, 2022.
- Huestis MA, et al. Cannabidiol Adverse Effects and Toxicity. Current Neuropharmacology, 2019.
- Madeo G, et al. Update on Cannabidiol Clinical Toxicity and Adverse Effects: A Systematic Review. Current Neuropharmacology, 2023.
- Balachandran P, et al. Cannabidiol Interactions with Medications, Illicit Substances, and Alcohol: a Comprehensive Review. Journal of General Internal Medicine, 2021.
- Gaston TE, et al. Interactions between cannabidiol and commonly used antiepileptic drugs. Epilepsia, 2017.
- Salcedo P, et al. Clinical Study to Evaluate Drug Interactions of Cannabidiol with Citalopram and Morphine in Healthy Adults. Clinical Pharmacology and Therapeutics, 2026.
- Buijs S, et al. CBD-oil as a potential solution in case of severe tamoxifen-related side effects. NPJ Breast Cancer, 2023.
- Dahlgren MK, et al. Clinical and cognitive improvement following full-spectrum, high-cannabidiol treatment for anxiety. Communications Medicine, 2022.
- Narayan AJ, et al. Cannabinoid Treatments for Anxiety: A Systematic Review and Consideration of the Impact of Sleep Disturbance. Neuroscience and Biobehavioral Reviews, 2022.
- Black N, et al. Cannabinoids for the treatment of mental disorders and symptoms of mental disorders: A systematic review and meta-analysis. The Lancet Psychiatry, 2019.
- Hoyos CM, et al. The CANnabidiol Use for RElief of Short-Term Insomnia (CAN-REST): a Randomised Placebo-Controlled Clinical Trial. SLEEP, 2024.
- Narayan AJ, et al. Cannabidiol for moderate–severe insomnia: a randomized controlled pilot trial of 150 mg of nightly dosing. Journal of Clinical Sleep Medicine, 2024.
- da Silva GHS, et al. Effectiveness of cannabinoids on subjective sleep quality in people with and without insomnia or poor sleep: A systematic review and meta-analysis. Sleep Medicine Reviews, 2025.
- Suraev AS, et al. Cannabinoid therapies in the management of sleep disorders: A systematic review of preclinical and clinical studies. Sleep Medicine Reviews, 2020.
- Hurd YL, et al. Cannabidiol for the Reduction of Cue-Induced Craving and Anxiety in Drug-Abstinent Individuals With Heroin Use Disorder. American Journal of Psychiatry, 2019.
- Vela J, et al. Cannabidiol treatment in hand osteoarthritis and psoriatic arthritis: a randomized, double-blind placebo-controlled trial. Pain, 2021.
- Abbotts KSS, et al. Cannabidiol and Cannabidiol Metabolites: Pharmacokinetics, Interaction with Food, and Influence on Liver Function. Nutrients, 2022.

