Hebben ouders een lievelingskind?

Astrid Waernes over de vraag van een jongen van 10: voelen kinderen zich soms minder gezien dan een broer of zus?

Uit de praktijk

Door: Astrid Waernes

“Hebben ouders eigenlijk een lievelingskind?” De vraag kwam uit de mond van een jongen van 10 jaar. Hij zat tegenover mij, zijn blik was serieus, bijna onderzoekend. Alsof hij een antwoord verwachtte dat zijn vermoeden zou bevestigen.

“Waarom vraag je dat?” vroeg ik. Hij haalde zijn schouders op. “Omdat ik denk dat mijn ouders mijn broertje leuker vinden dan mij.”

“Waarom zouden je ouders hem dan leuker vinden dan jou?”

“Omdat hij slimmer is dan ik. En hij kan beter voetballen!”

Daar zat hij dan. Geen drama, geen tranen. Gewoon een nuchtere observatie. Alsof hij een klein onderzoek had gedaan in zijn eigen gezin en tot een conclusie was gekomen.

Wat kinderen zien

Het was zo’n moment waarop je even stil wordt. Niet omdat je het antwoord niet weet, maar omdat de vraag zoveel zegt over wat er vanbinnen leeft. In al die jaren dat ik met kinderen werk, had nog nooit iemand mij deze vraag zo direct gesteld.

Toch is het een vraag die waarschijnlijk in veel kinderhoofden rondzwerft. Kinderen zijn namelijk uitstekende onderzoekers. Ze zien alles. Wie er vaker wordt geholpen met huiswerk. Wie er minder straf krijgt. Wie er nét iets langer mag opblijven. En wie er bij het ontbijt nog even een extra knuffel krijgt. Uit al die kleine momenten bouwen ze hun eigen theorie. En soms luidt die theorie: blijkbaar is mijn broer of zus het lievelingskind.

Het perspectief van ouders

Voor ouders voelt dat vaak bijna ondenkbaar. De meeste ouders houden immers zielsveel van al hun kinderen. Het idee dat je een “favoriet” zou hebben, past daar eigenlijk helemaal niet bij. Maar kinderen kijken niet naar wat ouders voelen. Zij kijken naar wat ze zien en ervaren. En kinderen ervaren dat verschil soms sterker dan wij denken.

Het ene kind vraagt misschien meer zorg. Het andere kind meer geduld. En weer een ander kind redt zich ogenschijnlijk prima alleen. Een kind kan zich soms ongemerkt minder gezien voelen. Niet omdat ouders minder van hem of haar houden, maar omdat ieder kind iets anders nodig heeft.

Zie je mij?

Wat mij raakte in het gesprek met deze jongen, was niet alleen zijn vraag. Het was vooral zijn behoefte om te weten: ben ik net zo belangrijk? Dat is misschien wel de kern. Niet of er een lievelingskind is, maar of een kind zich gezien en gewaardeerd voelt.

Voor ouders kan het helpend zijn om af en toe stil te staan bij hoe hun aandacht verdeeld wordt. Niet uit schuldgevoel, maar uit nieuwsgierigheid. Welk kind krijgt misschien vanzelf veel ruimte, en welk kind vraagt eigenlijk?” Want achter een vraag als “Hebben ouders een lievelingskind?” schuilt vaak een andere vraag: “Zie je mij eigenlijk wel?”

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

14 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2026

Tags

Deel dit artikel

Verse verhalen, elke dag vers geplukt.

Zes maanden lang gratis!

Gerelateerde artikelen