Griesmeelpudding
Het was zo’n typische herfstdag. Op de fiets terug naar huis kreeg ik ineens zin in iets lekkers. En niet zomaar iets, maar in griesmeelpudding met bessensaus. Echt, zo’n onbedwingbare trek die mijn hersenen compleet overnam. Alsof mijn hoofd en mijn maag in samenspraak besloten hadden: dit is het moment. We moeten nú die pudding!
Opeens dacht ik aan een artikel dat ik had gecheckt voor een opdrachtgever. In dat artikel stond een lijstje met voedingsmiddelen en de mineralen of vitamines waar je lichaam zogenaamd om zou vragen. Chocolade? Dat zou duiden op een magnesiumtekort. Vette hap? Calcium. Zoetigheid? Chroom. Het idee is verleidelijk: je lichaam zou dus een soort interne voedingsmeter hebben, die precies aangeeft wat het nodig heeft, en dat vertaalt zich dan in een onweerstaanbare craving voor een specifiek voedingsmiddel. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, alsof ons lijf een perfect, slim algoritme is dat hunkeringen koppelt aan micronutriënten.
Hoewel het verleidelijk is te denken dat een trek in chocolade of chips betekent dat je lichaam een tekort aan magnesium of calcium heeft, is daar weinig bewijs voor. Soms bestaan er uitzonderingen, zoals ‘pagofagie’, dat is de drang om ijs te eten, meestal waterijs of blokjes ijskoud water, die kan wijzen op een ijzertekort. In de natuur herkennen sommige dieren tekorten veel beter; giraffen en kamelen likken soms botten om calcium en fosfor aan te vullen. Bij mensen is het echter veel ingewikkelder: onze cravings zijn zelden zo eenduidig. Een onweerstaanbare zin in iets specifieks betekent niet automatisch dat er sprake is van een tekort. Vaak spelen andere factoren een veel grotere rol dan het idee dat ons lichaam perfect weet wat het nodig heeft.
Onderzoeken laten zien dat voedselcravings vaak psychologisch, hormonaal of situationeel bepaald zijn. Stress, vermoeidheid, gewoontes, prikkels uit de omgeving en het beloningssysteem in de hersenen hebben veel meer invloed dan een tekort aan een specifiek mineraal of specifieke vitamine. Zo kan die trek in iets zoets of vets bijvoorbeeld eerder een signaal zijn dat je lichaam of brein behoefte heeft aan comfort, energie of gewoon even een beloning, dan dat er daadwerkelijk iets ontbreekt. Het verklaart ook waarom je soms opeens zin hebt in chocolade na een lange werkdag of in een regenachtige middag.
En dus fietste ik die middag, moe, nat en klaar met de herfst, langs de supermarkt. Misschien was het een vorm van pagofagie, misschien gewoon pure vermoeidheid en de behoefte aan een beetje comfort. Het maakte me eigenlijk niet uit. Daar, in het zuivelschap, vond ik mijn griesmeelpudding met bessensaus. Koud, zoet en troostend, precies wat ik op dat moment nodig had.

