De biologische klok
Levensritmes in beeld
Van een mechanische klok tot een horloge, mensen hebben allerlei manieren gevonden om de tijd bij te houden. De natuur heeft haar eigen inwendige klok die fascinerend tot uiting komt in biologische processen, levensritmes en periodiciteit.
Bekende voorbeelden zijn het ritme van eb en vloed, ademhaling, draagtijd, winterslaap of jaarlijkse migratie. Maar ook minder bekende processen komen aan bod. Welke organismen leven het langst? Hoe herstelt een ecosysteem na een verwoestende brand? Wat zijn de meest stressvolle periodes voor een populatie walvissen?
Dit rijk geïllustreerde boek, waarin ‘tijd’ de rode draad vormt, brengt op een boeiende manier natuurlijke processen in beeld op het niveau van organisme, populatie en ecosysteem. De biologische klok laat je zien hoe veerkrachtig de natuur is en hoe fascinerend het leven in elkaar zit.
Uit de inleiding van De biologische klok: Alles draait om tijd
Onze planeet bruist van leven door gebeurtenissen die, door de lens van de tijd gezien, hebben plaatsgevonden. In De biologische klok verkennen we de tijdspannen die deze natuurlijke gebeurtenissen in beslag nemen, om te ontdekken hoe de biologische klok tikt. Elk van de zes hoofdstukken licht een ander type tijdspanne toe.
1. Evolutionaire tijd
De evolutionaire tijd vertelt verhalen op een planetaire schaal, zoals de overgang van het leven in de zee naar het leven op het land, het uitsterven van diersoorten en het ontstaan van een mensaap die in staat is zijn eigen planeet te vernietigen.
2. Ecologische tijd
Ecologische tijd duidt op de dynamische aard van ecosystemen. Zo kunnen bevers bijvoorbeeld binnen enkele weken hun eigen zoetwaterecosysteem opbouwen en kunnen de rottende overblijfselen van een blauwe vinvis een diepzee-ecosysteem creëren dat de leefbaarheid nog tientallen jaren ten goede zal komen.
3. Levensduur
Een levensduur is de ruimte tussen het begin en het einde van een leven. Een volwassen eendagsvlieg leeft nog geen dag, terwijl de oudste boom meer dan 4500 jaar oud is.
4. Groeitijd
De groeitijd brengt de ontwikkeling tijdens een leven in kaart. Aan de ene kant doet een Groenlandse haai er 150 jaar over om geslachtsrijp te worden; aan de andere kant blijven axolotls hun hele leven in de larvefase hangen.
5. Gedragsduur
De gedragsduur meet de tijd die een organisme nodig heeft om te reageren op zijn leefomgeving. Dat kan een langere periode zijn, zoals bij de migratie van distelvlinders, of slechts een milliseconde, zoals bij het valmechanisme van vleesetend blaasjeskruid.
6. Biologische tijd
De biologische tijd is afhankelijk van fysiologische processen, zoals de stofwisseling en de werking van hormonen. Van het aantal ademhalingen per minuut tot aan de tijd van een toiletbezoek – tijd en frequentie brengen de natuurlijke processen in beeld die organismen gebruiken om te functioneren en te overleven.
Auteur: Helen Pilcher
Uitgever: KNNV Uitgeverij

