In 1994 startte Ineke van den Berg haar praktijk voor natuurgeneeskunde en later bioresonantie en biofysische geneeskunde, MeCeBi. Dit jaar bestaat de praktijk 25 jaar en we spraken met haar over haar ervaringen.
MeCeBi bestaat dit jaar 5 jaar! Kun je wat vertellen over de oprichting?
‘Na mijn vwo wilde ik graag geneeskunde studeren om kinderarts te worden. Helaas lukte dat toen niet door gezinsomstandigheden en in plaats daarvan ging ik in het ziekenhuis als verpleegkundige werken. Ik trouwde jong en Eddy, mijn man, stimuleerde mij om alsnog te gaan studeren. Omdat er al snel drie kinderen waren, heb ik gezocht naar een deeltijdopleiding die paste bij mijn ervaringen in het ziekenhuis. In mijn tijd als verpleegster zag ik vaak beperkingen van de reguliere zorg en vanuit compassie ging ik op zoek naar nieuwe en andere mogelijkheden van ‘geneeskunde’. Dat werd de Hogeschool voor Natuurgeneeswijzen in Arnhem. In 5 jaar tijd heb ik mijn diploma ‘Westerse Natuurgeneeskunde’ behaald. Ik startte direct met mijn natuurgeneeskundige praktijk en heb mij daarnaast verder gespecialiseerd in de biofysische geneeskunde in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Vanaf het begin heb ik gewerkt vanuit mijn christelijke identiteit, wat denk ik de toegevoegde waarde van MeCeBi is. Hierdoor komen mensen vanuit Zeeland en andere provincies naar Putten of Ede, want inmiddels zijn er twee MeCeBi-vestigingen. Ik ben zo dankbaar dat ik al 25 jaar dit werk elke dag met heel veel plezier mag doen.’
Wat heb je zien veranderen in die 25 jaar?
‘De belangrijkste verandering is dat er steeds meer mensen complexe, chronische klachten hebben en daarmee steeds meer de weg naar een natuurgeneeskundige weten te vinden. In 25 jaar heb ik voortdurend en consequent de samenwerking met reguliere artsen gezocht. Door hen steeds weer op de hoogte te houden van de behandeling van ‘hun’ patiënt – zelfs al waren ze tegen – zagen zij toch de vorderingen van hun patiënt. Uiteindelijk heeft deze werkwijze diverse samenwerkingen met artsen en specialisten opgeleverd, die hun patiënten doorsturen naar MeCeBi en met wie ik kan overleggen tijdens het behandeltraject. De afgelopen 25 jaar heb ik me gespecialiseerd in drie onderwerpen: de ziekte van Lyme, pijn en overgewicht. Allemaal vanuit een natuurgeneeskundig perspectief, maar waar wenselijk en/of noodzakelijk altijd complementair aan de reguliere aanpak. Tijdens een opleiding ongeveer 15 jaar geleden kwam ik in contact met huisarts Bertus. Door mijn enthousiasme raakte hij geïnteresseerd en kwam zes dagdelen met mij meelopen in de praktijk en sindsdien hebben we een mooie samenwerking. Ik begon een tweede vestiging bij hem in de praktijk en samen gingen we patiënten behandelen. Na de intake bij mij gaan de patiënten naar Bertus voor een half uur consult. Het samen optrekken in een behandeltraject geeft doorgaans veel vertrouwen aan de patiënt, maar ook aan collega-artsen. Want over deze samenwerking wordt goed en positief gesproken.’
Wat waren de hoogtepunten van 25 jaar praktijk?
‘Eigenlijk is het één groot hoogtepunt. Ieder moment dat ik iemand kan helpen om de kwaliteit van leven te verbeteren, is een hoogtepunt. Het motiveert en stimuleert om door te gaan en met compassie de patiënten bij te staan in hun proces van ziekte naar gezondheid. Elke dag, hoe lang deze ook is, werk ik met plezier. Ik ga blij en tevreden de praktijk in, vaak in de vroege uurtjes, en wandel lachend en dankbaar de praktijk in de avond weer uit. Een van de hoogtepunten was een man van 70 jaar die door zijn arts was doorgestuurd met kanker. Zijn levensverwachting was nog 3 maanden. In principe behandel ik geen kankerpatiënten, omdat ik het risico op aansprakelijkheid veel te groot vind. Maar op uitdrukkelijk verzoek van de behandelend arts, de patiënt en diens partner zijn we, na het overeenkomen van een aantal afspraken, de behandeling gestart. Deze man heeft uiteindelijk nog 3 jaar mogen leven in relatief goede gezondheid. Op zijn sterfbed vroeg hij of ik een getuigenis wilde geven op zijn begrafenis over deze periode van 3 jaar. Kippenvel! Het verhaal is nog veel intenser, maar dat gaat voor nu te ver. Maar hierdoor weet ik waar ik het voor doe, ook al sterft iemand. Een ander hoogtepunt is de tweede MeCeBi-locatie in Ede en de samenwerking met huisarts Bertus. Een derde hoogtepunt was 7 jaar geleden toen ik samen met mijn man Cure4Life ben gestart. Cure4Life ontwikkelt gepersonaliseerde voedings- en gezondheidsprogramma’s voor mensen met overgewicht en gerelateerde gezondheidsklachten. Het Cure4Life-netwerk telt op dit moment 55 aangesloten (zelfstandig) therapeuten, waarvan 42 in Nederland, 10 in België, 3 in Spanje. We hebben inmiddels vele duizenden mensen mogen helpen in hun strijd tegen overgewicht en gerelateerde gezondheidsklachten. Cure4Life is gebaseerd op de natuurgeneeskunde zoals ik die geleerd heb, en heeft een eigen medisch/wetenschappelijk team dat kennis, kunde en kwaliteit borgt.’
Hoe zie je de toekomst tegemoet?
‘Voor mijzelf en MeCeBi zie ik een positieve toekomst. Wel maak ik mij nog steeds zorgen over het gat tussen regulier en niet regulier. Er is gelukkig wel een groeiend besef onder artsen op het gebied van leefstijl, maar door veel gesprekken en het volgen van en deelnemen aan debatten merk ik dat dit veelal gezien wordt als businessmodel in plaats van een intrinsieke overtuiging. Het reguliere denken en werken staat nog steeds zo haaks op het holistisch denken. Met Cure4Life doorlopen we momenteel het accreditatietraject voor de Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI), waardoor Cure4Life vergoed gaat worden vanuit de basisverzekering in 2019. Tijdens zo’n traject ervaar je hoe moeilijk het is om je propositie in te passen in het bestaande systeem. Aan de andere kant zie ik gelukkig een groeiend besef en de behoefte van mensen die streven naar een meer natuurlijk en gezonder leven; dat geeft hoop. Wel maak ik me zorgen over de toenemende vergrijzing onder de natuurgeneeskundigen. We hebben vers bloed nodig! Aan wie dragen we anders onze kennis en ervaring over? De meeste academies voor natuurgeneeskunde hebben het niet overleefd. Dat geeft wel te denken.’
Je werkt volgens de 3 K’s. Kun je hier wat over vertellen?
‘Vanaf de eerste praktijkdag heb ik me voorgenomen dat alles wat ik doe, onderbouwd moet kunnen worden. Als fundament hiervoor gebruik ik de 3 K’s: kennis, kunde en kwaliteit. Kennis is de basis, kunde betreft de toepassingservaring en kwaliteit staat voor een professionele werkwijze. Heel belangrijk hierin vind ik de compassie in je werk. Mijn voornemen was en is om natuurgeneeskunde zo concreet en tastbaar mogelijk te maken. Dat vraagt ook om een zakelijke benadering, zonder afbreuk te doen aan de principes van de natuurgeneeskunde. Ik denk dat dit gelukt is en ook een voorwaarde is om een succesvolle praktijk op te bouwen.’
Welke behandelmethoden biedt MeCeBi?
‘De absolute basis is de westerse natuurgeneeskunde. Ons principe vatten we samen in het therapeutisch huis, een mooi model van de vergelijking van je lichaam met een huis waarin van alles gebeurt. Hier is een stevig fundament bij nodig en staan diverse pijlers van voeding, beweging, slapen, drinken, psyché, verzorging centraal. De biofysische geneeskunde heeft een grote plaats binnen de praktijk. Uiteraard zijn we gespecialiseerd in overgewicht en daaraan gerelateerde gezondheidsklachten en we geven veel voorlichting en coaching met betrekking tot leefstijl. Een enorme rijkdom is dat we een multidisciplinair team hebben: natuurgeneeskundigen, therapeuten, assistentes en Bertus als huisarts. We kunnen dagelijks overleggen en ieder heeft zijn of haar specialiteiten en zo begeleiden we samen de patiënten.’
Wat ontbreekt er nog volgens jou?
‘Ik zou heel graag in elke provincie een MeCeBi-vestiging willen hebben onder leiding van een natuurgeneeskundige. Dat is erg vooruitstrevend, maar wel een wens omdat veel mensen van ver komen, onze agenda’s bomvol zitten en er nog heel veel mensen zijn die we kunnen helpen. Tijdens de afgelopen 25 jaar hebben behoorlijk wat natuurgeneeskundigen mij gevraagd hoe ik mijn praktijk heb opgezet, omdat ze dat zelf niet voor elkaar kregen. Patiënten komen natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen, daar moet je wat voor doen. Ik heb het voorrecht gehad om getrouwd te zijn met een ondernemer die mij zakelijk geholpen heeft MeCeBi succesvol te ontwikkelen. Ondernemerschap is helaas bij veel natuurgeneeskundigen te beperkt of ontbreekt zelfs. Ik gun het iedereen die dat graag wil, om een goed lopende praktijk te hebben. Ik overweeg dus om een landelijk netwerk van MeCeBi-vestigingen op te zetten waarin gebruik gemaakt kan worden van alle reeds opgebouwde kennis en ervaring, ook op het gebied van marketing. Maar dan wel met natuurgeneeskundigen die begrijpen dat inhoud en zakelijkheid hand in hand gaan. Het is zo zonde als je veel tijd en geld geïnvesteerd hebt en vervolgens onvoldoende in staat bent een goed lopende praktijk te ontwikkelen. Ik ben inmiddels 56 en wil graag alle kennis en ervaring overdragen, zodat ik later tevreden kan terugkijken op wat ik heb mogen betekenen voor de zieke mens.’
In 2010 kregen jullie een overheidssubsidie ter bevordering van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de biofysische geneeskunde. Wat kun je over dit onderzoek vertellen?
‘Ik heb veel van mijn opleidingen in Duitsland gedaan. Ik ben daar in contact gekomen met een wetenschapper (biochemicus en cel-immunoloog). Samen hebben we een subsidie aangevraagd voor onderzoek naar de ziekte van Lyme en chronisch vermoeidheid. In 4 jaar tijd hebben we veel mensen met Lyme behandeld en de behandeldata vastgelegd. Deze subsidie heeft geholpen om beter inzicht te krijgen in de diagnose en behandelmogelijkheden van Lyme. Helaas heeft de vereniging tegen de kwakzalverij hier lucht van gekregen en hier erg negatief over gepubliceerd. We hebben hier niet op gereageerd, omdat iedere verdediging weer meer stof doet opwaaien. Het nettoresultaat is dat we nu uit heel Nederland en België patiënten behandelen met Lyme. We doen nog dagelijks veel ervaring op.’
Jullie werken al samen met een biochemicus, een radioloog en een huisarts. Hoe denk je dat samenwerking tussen beide werelden nog meer tot stand kan komen?
‘Zelf heb ik altijd de interactie met de behandelende artsen van de patiënten gezocht. Door dat consequent te doen – hoe frustrerend soms ook – kreeg ik steeds meer erkenning. Door de jaren heen heb ik een aantal specialisten en wetenschappers aan mij kunnen binden omdat ik tijd geïnvesteerd heb in de relatie. Altijd vanuit kracht, nooit vanuit verdediging. De erkenning voor de natuurgeneeskunde van ‘bovenaf’ zal nog wel even duren, daarom zoek ik het vooral lokaal en investeer ik in de relatie met de artsen die betrokken zijn bij mijn patiënten. De artsen met wie wij samenwerken, zijn een klankbord voor onze communicatie naar hun vakgenoten. Dat helpt echt hoor!’
Meer informatie: www.mecebi.nl

