Waarom je niet faalt als je eetgedachtes en eetdrang hebt, maar wél je filter moet trainen

Eetstoornistherapeut Charlie Paludanus legt uit hoe je met de cirkel van invloed leert omgaan met eetgedachtes en eetdrang.

Mensen met een eetstoornis hebben vaak al het gevoel te falen zodra eetgedachtes of eetdrang op-ploppen. Ze denken dan gelijk dat het ’toch al verpest is’ of dat het nooit gaat lukken ervan af te komen.

Help je cliënt door ze te laten weten dat ze niet falen en er niets mis is met ze. Alleen hun filter heeft wat training nodig. De cirkel van invloed en betrokkenheid helpt hierbij.

Eetgedachtes en eetdrang die uit het niets lijken te komen

Ik weet het nog goed, mijn twintiger jaren, midden in mijn boulimiatijd. ’s Morgens ging het vaak nog wel. Een nieuwe dag, een beetje hoop. Maar ’s middags… dan was het andere koek.

Moe, overprikkeld, nergens zin in. En dan plopte die gedachte op: ik ga een zak drop halen. Of twee. Had ik het eenmaal bedacht, dan leek het alsof ik geen keus meer had. Gewoon om maar even niet te hoeven voelen dat ik alweer ‘gefaald’ had. Alleen al het opkomen van die gedachte vond ik vreselijk.

Eetgedachtes en eetdrang ontstaan ook zomaar

Soms hebben eetgedachtes en eetdrang een duidelijke reden: te weinig gegeten, uitgeput, hormonen, een rotdag gehad. Maar vaak ontstaan gedachtes of drang gewoon random. Opeens is het er, op een onbewaakt moment, als een impuls die zomaar op-plopt.

Het probleem is echter niet dát die impulsen opkomen, maar dat we ze vaak te serieus nemen. We schieten in de kramp (Nee, niet weer!) en zien het als persoonlijk falen. Maar dat is niet terecht.

Je hoeft niet alles wat je denkt serieus te nemen

Wist je dat je ergens tussen de 6.000 en 60.000 gedachten per dag hebt? Stel je voor dat je al die gedachten serieus zou nemen…

Soms denk ik bijvoorbeeld:
Wat een pedant ventje! over iemand in een meeting.
Of voel ik dat ik moet plassen, maar ik laat het natuurlijk niet zomaar lopen.
Of wil ik schreeuwen naar een krijsend kind in de supermarkt.
Natuurlijk handel ik daar niet naar.

We kunnen prima impulsen en gedachten hebben zonder er iets mee te doen. Toch nemen we eetgedachtes vaak ineens wél bloedserieus. Raar eigenlijk, hè?

Waar eetgedachtes echt bij horen

Misschien denk je: ja maar, eetgedachtes zijn toch anders? Maar nee, ook die horen gewoon bij de ruis van de dag. Zelf gebruik ik daarvoor graag het model van Stephen Covey: de cirkel van invloed en de cirkel van betrokkenheid:

Cirkel van invloed: dingen waar je direct invloed op hebt. De dingen die we zelf kiezen of doen: hoe laat je opstaat, welke kleding je aantrekt, de shampoo die je koopt, waar je op solliciteert, welke partner je kiest, etc.

Cirkel van betrokkenheid: dingen waar je géén directe invloed op hebt, zoals het weer, ziektes, complimenten en kritiek. Maar ook of je ook echt de baan krijgt waar je op solliciteerde, of dat de ander net zo verliefd is op jou als jij op hem of haar. Allemaal dingen die je wel raken of waar je emotioneel, mentaal of praktisch bij betrokken bent, maar zelf weinig of geen invloed op hebt.

Op-ploppende eetgedachtes en eetdrang horen dus ook bij de cirkel van betrokkenheid, niet bij persoonlijk falen. Dat inzicht vond ik zelf zó bevrijdend!

De cirkel van invloed en betrokkenheid geeft overzicht

Sinds ik de cirkel ken, vind ik het leven zelf veel overzichtelijker: waar heb ik wél invloed op?

Op die buitenste cirkel, waar ik geen invloed op heb, hoef ik mijn energie niet te verspillen. Dat is ook precies de boodschap van Stephen Covey: focus je op je cirkel van invloed. Dat geeft meer grip, energie en zelfvertrouwen.

Dus: Herken dat een gedachte of impuls opkomt.
Kies: neem ik deze gedachte serieus of laat ik hem gewoon voorbijgaan?

Elke keer dat je bewust kiest, versterk je jouw cirkel van invloed. Dat geeft uiteindelijk meer grip, rust en zelfvertrouwen.

Hoe? Verfijn je filter en verleg je focus

Je kunt er niets aan doen dat eetgedachtes en eetdrang ontstaan. Die vallen onder je cirkel van betrokkenheid. Wat je wél kunt trainen, is hoe je ermee omgaat. Jij bepaalt of je erop ingaat of het laat passeren.

Je filter trainen

Je brein heeft van nature al een filter: niet alle indrukken en impulsen dringen door. Door meer bewust te kiezen waar je je aandacht op richt, train je je filter.

Zie het als een koffiefilter: er komt van alles voorbij, maar jij kiest wat je doorlaat. De rest blijft als drab achter.

Toen ik zelf in herstel was, kostte het me ongeveer 10 maanden om mijn filter te trainen. Daarna nam mijn onbewuste filter het grotendeels over. Vertrouw erop dat dat bij jou en je cliënten ook zo kan werken.

Hoe verleg je je focus?

Het begint ermee te zien dat niet alles wat je denkt of voelt, automatisch belangrijk is. Je hebt invloed op waar je je aandacht aan geeft.

En jij als professional?
Hoe kun jij cliënten helpen hun ‘filter’ te versterken? Misschien door samen stil te staan bij wat er allemaal automatisch opkomt en te oefenen in kiezen waar ze hun aandacht aan geven.

Hoe vaker iemand merkt: ik kan een (eet)gedachte voorbij laten gaan zonder erop in te gaan, hoe sterker het vertrouwen in eigen herstel wordt.

Wat zou jij een volgende keer met je cliënt kunnen uitproberen?

Charlie Paludanus is eetstoornistherapeut, oprichter van Vrij van Eetstoornis en auteur van de boeken Bevrijd jezelf van eetbuien & boulimia en Een emmer kots in de kast. Ze staat bekend om haar verfrissende en positieve aanpak van eetstoornissen. Met de focus op persoonlijke ontwikkeling in plaats van op eten en gewicht. En een grenzeloos vertrouwen in de veerkracht en het verandervermogen van de mens. Charlie is zelf het levende bewijs dat je 100% kunt herstellen van een eetstoornis. Ze bevrijdde zichzelf van de boulimia waar ze tussen haar 20e en 27e aan leed.
vrijvaneetstoornis.nl

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

15 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2025

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen