De tienjarige Steffie en ik zijn samen aan het schilderen. ‘Het hoeft nergens op te lijken. We kiezen alleen de kleuren die we mooi vinden’, zeg ik. ‘Ja, en welke we mooi bij elkaar vinden passen’, zegt Steffie. ‘Ja’, beaam ik. Het is stil en we horen onze penselen over de vellen papier heen gaan. ‘Vandaag lekker geen school want het is studiedag’, zegt Steffie. ‘Fijn. Morgen weer naar school?’, vraag ik dan. ‘Ja, dan hebben we vier dagen vrij gehad’, vertelt ze. Ik zie iets veranderen aan haar en dan herinner ik het me. ‘Na een paar dagen vrij weer naar school gaan, vind jij lastig toch?’ Steffie knikt. ‘Op welk moment is dat moeilijk voor jou, wanneer voel je dat?’ ‘Als we brood eten in de ochtend’, zegt Steffie direct. ‘Waar voel je dat dan?’ Steffie vertelt dat ze dan buikpijn krijgt maar wel kan eten. ‘Ik wil dan gewoon niet gaan. Maar de volgende dag is het erger omdat ik dan weet hoe hun bui is. Dan weet ik hoe ze doen, Nina en Noor. Als ze de vorige dag normaal deden, ga ik gewoon. Als ze stom deden, vind ik het echt moeilijk.’ ‘Lastig. Wat zou jou helpen?’, vraag ik. ‘Ik zou iets willen hebben wat ik elke ochtend kan doen en waar ik kracht van krijg’, zegt Steffie. We schilderen door en dan wijst Steffie naar haar schilderij: ‘Kijk, ik zie een waterdier, het lijkt wel een soort dolfijn!’ Ik kijk en zie het ook. ‘Dolfijn is mijn lievelingsdier’, zegt ze dan. ‘Kunnen we daar niks mee doen?’, vraag ik. ‘Met een dolfijn? Wat voor kracht heeft de dolfijn voor jou?’ ‘Ik vind dat de dolfijn zo mooi beweegt’, zegt Steffie. Ik knik en dan zijn we allebei even stil. ‘Een soort yogaoefening ofzo, misschien kan ik dat doen in de ochtend’, oppert ze. Steffie staat verassend snel op en even later staan we tegenover elkaar. Ze maakt sierlijke bewegingen van boven naar beneden. Het lijkt wel een dolfijn die in de golven duikt. ‘Dat moet vijf keer’, zegt ze. We doen het allebei vijf keer. Dan maakt ze een sierlijke beweging van links naar rechts. Ik doe haar na. ‘Dat moet drie keer’, zegt ze en dat doen we. Tot slot gaat ze zitten en buigt ze voor- en achterover. En ik doe weer mee. We doen het allebei drie keer waarbij te horen is dat we allebei luid uitademen. We zitten even stil en dan is de oefening klaar.
‘Steffie, dit is een heel goede oefening!’, zeg ik ‘Je hebt boven- en onderbewegingen gemaakt. Van links naar rechts én van voor- naar achter. Deze dolfijnenoefening zet jouw lichaam in beweging, het schudt de spanning van je af en zo kom je in je kracht!’ ‘Ja, dit kan ik altijd doen als ik dolfijnenkracht nodig heb’, zegt Steffie monter. Even later loopt Steffie met het schilderij naar haar moeder en hoor ik haar vertellen: ‘Mama, dit schilderij wil ik graag op mijn slaapkamerdeur hangen. Dan denk ik altijd aan het oefenen van mijn dolfijnenkracht!’
Dolfijnenkracht
Column over Steffie, een meisje dat met een schilderij en een lichaamsoefening haar eigen 'dolfijnenkracht' ontdekt.

