Wanneer ben je hersteld van een eetstoornis?

Charlie Paludanus legt uit wanneer je echt hersteld bent van een eetstoornis en deelt het verhaal van cliënte Annelot.

Wanneer ben je hersteld van een eetstoornis?

Pffffff, wat stom van me. Ik zit met Annelot, 20 jaar, aan tafel. ‘Ik wil nu écht van het laatste staartje van m’n eetstoornis af’, verzucht ze. Ik leef mee, luister, vraag waar ze precies last van heeft. Opeens zeg ik: ‘Dat klinkt als hoe ‘normale mensen’ omgaan met eten. Volgens mij doe je het hartstikke goed en heeft dit niets meer met een eetstoornis te maken’. Ik zie opluchting op haar gezicht. Dat was de bevestiging die ze nodig had. Oeps…. en die was ik nou net helemaal vergeten te geven. Terwijl dat natuurlijk één van de belangrijkste vragen is om te beantwoorden: wanneer ben je hersteld van een eetstoornis?

Hoe het met Annelot is, lees je onderaan dit artikel. Eerst maar eens die belangrijkste vraag beantwoorden die ik bij haar was vergeten.

De belangrijkste vraag: wanneer ben je hersteld van een eetstoornis?

Feitelijk ben je hersteld als je een geruime periode (zo’n 8 weken tot drie maanden) stabiel bent en geen kenmerken meer vertoont van de eetstoornis* waar je last van had. Dit betekent bij de meeste eetstoornissen dat:

– je een stabiel en gezond eetpatroon hebt en niet meer extreem weinig of veel eet;
– je geen eetbuien meer hebt;
– je je eetpatroon niet meer compenseert met ongezond gedrag (braken, laxeren, obsessief sporten, streng op dieet of maaltijden overslaan);
– je een gezond gewicht hebt (of daarnaar onderweg bent);
– je je zelfvertrouwen niet meer laat afhangen van uiterlijk of gewicht.

*De specifieke kenmerken verschillen per eetstoornis.

Klinkt overzichtelijk. Toch weet ik uit onderzoek en ervaring hoe kwetsbaar herstel kan zijn als de focus alleen ligt op gezond eten en gewicht. Om volledig te kunnen herstellen en de kans op terugval te verminderen is het belangrijk breder te kijken. Wat er verder nodig is? Nou, best veel. Zelfs dingen, waar ook ‘normale mensen’ (dus zonder eetstoornis) niet altijd even handig mee om gaan.

De belangrijkste factoren van herstel

De informatie over deze belangrijke factoren is gebaseerd op zowel wetenschappelijk onderzoek als uit mijn praktijk en eigen ervaring. Wil je meer lezen, raadpleeg dan de boeken Eetstoornissen overwinnen, kan dat? (Greta Noordenbos), of Handboek Eetstoornissen (Greta Noordenbos, Annemarie van Elburg).

En ben je dan klaar als je hersteld bent?

Ik voelde me zelf, na zeven jaar boulimia, al een hele pief toen ik twee weken geen eetbuien meer had en niet meer had gebraakt, maar natuurlijk was ik toen nog niet klaar. Ik ben nog wel een jaar bang geweest voor terugval en heb in dat jaar steeds bewust aandacht moeten besteden aan ‘gezond gedrag’. Gelukkig ben ik nooit teruggevallen, maar ik was me er terdege bewust van dat het wel zou kunnen voorkomen. Terecht ook. Want de kans op terugval is aanzienlijk: 20-57%.

Terugvalinformatie

Anorexia (kans op terugval 30-57%): de eerste 18 maanden is het terugvalrisico het hoogst. Terugval wordt vaak getriggerd door weer opkomen van anorectische gedachten rondom gewicht, lichaam en beweegdrang na afronding van de therapie.

Boulimia (kans op terugval 21-55%): de eerste twee jaar is het terugvalrisico het hoogst, waarvan de eerste vier maanden het meest kwetsbaar zijn. Belangrijkste momenten van terugval zijn ‘life events’ als scheiding, nieuwe baan, overlijden of ziekte van dierbaren, verhuizing en hoge werkstress of sociale stress.

Eetbuistoornis (kans op terugval 20-30%): helaas is hier geen informatie bekend over hoe lang hier het terugvalrisico is, maar mogelijk is dat vergelijkbaar met boulimia. Een belangrijke trigger kan zijn om na behandeling toch weer te streng op dieet te willen.

‘If your past calls, do not answer. It has nothing new to say.’

Wees je bewust dat terugval mogelijk is en schrik er niet van als een cliënt opeens weer ‘eetstoornisgedrag’ of ‘eetstoornisgedachten’ krijgt. Geef psycho-educatie over terugvalpreventie en pak het overzicht erbij zodra iemand ‘oud gedrag’ voelt opkomen. Van daaruit kun je cliënten ook weer helpen de draad van vrij leven en eten op te pakken. Met mensen die ik begeleid, maak ik hiervoor altijd een persoonlijk terugvalpreventieplan. Hierin brengen we alle risico’s in kaart en wat de cliënt zelf kan doen als deze dreigt terug te vallen. We inventariseren ook hoe de omgeving daarbij kan steunen en helpen.

Hoe is het met Annelot?

Annelot was 19 toen ze anderhalf jaar eerder voor het eerst bij mij kwam. Na een periode van koolhydraatarm eten en suikers vermijden vanwege buikklachten, kreeg ze last van eetbuien. Deze kwamen vooral voor als ze alleen was, zich verveelde, gestrest was of twijfelde of ze wel goed genoeg was. De eetbuien compenseerde ze door minder eten of braken. Hiermee beteugelde ze ook haar angst voor afwijzing en dik worden. Hard werken dus op een dun lijntje van perfectie en behoefte aan controle.

Na het succesvol volgen van een intensief drie-maanden-programma, komt Annelot met tussenpozen nog terug voor een vervolgsessie. Eerst nog één keer per vier weken maar het laatste jaar nog één keer per twee of drie maanden. Als steuntje in de rug. Om nog even de laatste puntjes op de i te zetten. Om te kijken wat nog moeilijke momenten zijn en hoe ze daarmee om zou kunnen gaan. Maar de laatste maanden allang niet meer alleen over thema ‘eetstoornis’, maar vooral met vragen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling en hoe om te gaan met allerhande ingewikkelde situaties in het studentenleven.

Eigenlijk gaat het met Annelot hartstikke goed. Ze studeert, heeft een rijk sociaal leven, durft weer alles te eten, heeft een gezond gewicht, een normaal eetpatroon en heeft geen eetbuien meer. Ook heeft ze de afgelopen twee maanden niet meer gebraakt. Ze weet al geruime tijd haar persoonlijke terugvalpreventieplan toe te passen. Natuurlijk piekert ze nog wel eens of is onzeker, maar ze kan dit ‘handelen’ door erover te praten met anderen. Ze verdooft deze gevoelens in ieder geval niet meer met eten en compenseren.

Toch is Annelot nog niet tevreden. Ze geeft zelf aan dat het nu wel in 95% van de gevallen goed gaat, maar dat ze soms toch meer eet dan ze zou willen eten. Bijvoorbeeld twee-en-halve chocorijstwafel terwijl ze maar een halve had willen eten. Bij navraag was het etenstijd, had ze geen zin om te koken, kon ze bewust stoppen met de rijstwafels en heeft uiteindelijk toch een gezonde maaltijd voor zichzelf gemaakt. Kortom, een prima reactie op een moe moment.

En toen had ik het door. Dit was niet meer een stukje eetstoornis. Dit was het onderliggende perfectionisme. Want Annelot wilde dat ook die laatste 5% onbezonnenheid of plotselinge zin in lekkers zouden verdwijnen. Het moet 100% perfect. Het uitspreken en samen uitpluizen relativeerde al een boel. Zeker toen ze zich realiseerde dat het een ‘mission impossible’ is alles 100% perfect te doen in haar leven. Dat als ze dat zou blijven hanteren in sociale relaties, liefde, studie, werk en met eten, het onhaalbaar zou zijn en dat ze dan altijd met een ontevreden, gefrustreerd gevoel rond zou blijven lopen.

Annelot herformuleert tijdens de sessie haar doel. In plaats van 100% perfect wil ze voortaan gaan voor de ‘menselijke maat’. En dat betekent dat het oké is als je ook af en toe een foutje maakt, onhandig doet in sociale situaties én dat het prima is als je soms een chocorijstwafel meer eet.

Kortom, Annelot is hersteld van haar eetstoornis. Maar dat had ze pas door, toen we samen doornamen waar ze stond en ik uitsprak dat dit geen eetstoornisgedrag meer was. Project eetstoornis is dus afgerond en de komende tijd gaat ze zelf aan de slag om haar perfectionisme om te zetten naar de ‘menselijke maat’.

Bij de deur nemen we afscheid. Ik ben trots op haar en wat ze heeft bereikt en heb er alle vertrouwen in dat die ‘menselijke maat’ haar de komende tijd veel gaat brengen.

Ik ben benieuwd wat jij herkent in dit verhaal over herstel en perfectionisme en hoe jij hier gebruik van kunt maken in je praktijk.

Over de auteur

Charlie Paludanus is eetstoornis- en traumatherapeut, oprichter van Vrij van Eetstoornis en auteur van de boeken Bevrijd jezelf van eetbuien & boulimia en Een emmer kots in de kast. Ze staat bekend om haar verfrissende en positieve aanpak van eetstoornissen. Met de focus op persoonlijke ontwikkeling in plaats van op eten en gewicht. En een grenzeloos vertrouwen in de veerkracht en het verandervermogen van de mens. Charlie is zelf het levende bewijs dat je 100% kunt herstellen van een eetstoornis. Ze bevrijdde zichzelf van de boulimia waar ze tussen haar 20e en 27e aan leed. vrijvaneetstoornis.nl

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2024

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen